Home

Rechtbank Noord-Holland, 16-12-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11110, C/15/333656 / KG ZA 22-568

Rechtbank Noord-Holland, 16-12-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:11110, C/15/333656 / KG ZA 22-568

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16 december 2022
Datum publicatie
16 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:11110
Zaaknummer
C/15/333656 / KG ZA 22-568

Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming opdracht onder Raamovereenkomst uit hoofde van Aanbesteding toegewezen, met bepaling van ordemaatregel in verband met onvoorziene omstandigheden (excessieve kostenstijgingen) als gevolg van oorlog in Oekraïne en Covid-pandemie.

Uitspraak

vonnis

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/333656 / KG ZA 22-568

Vonnis in kort geding van 16 december 2022

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE PURMEREND,

zetelend te Purmerend,

eiseres,

advocaten mrs. F.J.J. Cornelissen en M. Jonkers te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE MEEUW OIRSCHOT B.V.,

gevestigd te Oirschot,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE MEEUW GROEP B.V.,

gevestigd te Oirschot,

gedaagden,

advocaten mrs. B. Nijhof en V.H. Jurgens te Eindhoven

Partijen zullen hierna enerzijds de gemeente en anderzijds respectievelijk De Meeuw en DMG, dan wel (gezamenlijk in enkelvoud) De Meeuw c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de uitgebrachte dagvaarding van 11 november 2022

-

de akte overleggen producties van de gemeente met in totaal 37 producties

-

de akte overlegging producties van De Meeuw c.s. met 9 producties

-

de mondelinge behandeling van 2 december 2022

-

de pleitnota van de gemeente

-

de pleitnota van De Meeuw c.s.

1.2.

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:

zijdens de gemeente:

-

[naam] , juridisch adviseur

-

[naam] , strategisch inkoper

-

[naam] , projectleider

-

[naam] , teammanager vastgoed

-

mr. Cornelissen en mr. Jonkers voornoemd

zijdens De Meeuw c.s.:

-

[naam] , Managing Director van De Meeuw en DMG

-

[naam] , directeur wonen van De Meeuw

-

mr. Nijhof en mr. Jurgens voornoemd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeente heeft medio 2018 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor het ‘Ontwerp, realisatie, gebruiksklaar opleveren en onderhoud tijdelijke woningen gemeente Purmerend’. Na het succesvol doorlopen van de aanbestedingsprocedure is de opdracht gegund aan De Meeuw, tot de nakoming waarvan DMG zich ook heeft verplicht.

2.2.

In de Aanbestedingsleiddraad in onder meer het volgende opgenomen:

(...)

(...)

2.3.

Op 27 november 2018 heeft een kennismakings- en verificatievergadering plaatsgevonden tussen de gemeente en De Meeuw. In het door de gemeente opgestelde gespreksverslag van die vergadering is onder meer het volgende opgenomen:

(...)

(...)

2.4.

Op 18 december 2018 hebben de gemeente en De Meeuw een ‘Raamovereenkomst ontwerpen, realiseren, gebruiksklaar opleveren, plaatsen en onderhouden tijdelijke woningen’ (hierna: de Raamovereenkomst) gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

(...)

(...)

(...)

(...)

(...)

2.5.

Bij e-mail van 2 februari 2022 heeft de gemeente onder meer het volgende aan De Meeuw geschreven:

(...)

(...)

2.6.

Bij opdrachtbevestiging van 4 juli 2022 heeft de gemeente onder meer het volgende aan De Meeuw geschreven:

(...)

(...)

(...)

2.7.

Bij e-mail van 15 augustus 2022 heeft De Meeuw onder meer het volgende aan de gemeente geschreven:

(...)

(...)

2.8.

Nadat de gemeente aan De Meeuw heeft medegedeeld een door De Meeuw voorgesteld alternatief (woningen zoals door haar toegepast bij een ander project in Nijmegen) niet acceptabel te vinden, heeft De Meeuw bij e-mail van 19 september 2022 onder meer het volgende aan de gemeente geschreven:

(...)

(...)

2.9.

Bij brief van 11 oktober 2022 heeft de gemeente onder meer het volgende aan De Meeuw geschreven:

(...)

(...)

(...)

(...)

2.10.

Bij brief van 25 oktober 2022 heeft (de advocaat van) De Meeuw c.s. onder meer het volgende aan de gemeente geschreven:

(...)

(...)

2.11.

Bij brief van 8 november 2022 heeft (de advocaat van) de gemeente onder meer het volgende aan (de advocaat van) De Meeuw c.s. geschreven:

(...)

(...)

(...)

3 Het geschil

3.1.

De gemeente vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis De Meeuw c.s.:

Primair

I. te gebieden de raamovereenkomst na te komen, en in bet bijzonder om opdrachten te aanvaarden die binnen de reikwijdte van de raamovereenkomst vallen en door de gemeente aan De Meeuw worden verstrekt;

II. te gebieden de opdracht uit te voeren die op 11 oktober 2022 door de gemeente is verstrekt, met dien verstande dat de termijn van 21 dagen voor het aanleveren van alle stukken die nodig zijn voor een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning aanvangt op de dag dat vonnis wordt gewezen;

III. te gebieden de woningen te realiseren en op te leveren binnen 150 dagen na het onherroepelijk worden van de voor de opdracht benodigde en verleende omgevingsvergunning.

Subsidiair

I. te gebieden de raamovereenkomst na te komen, en in het bijzonder om opdrachten te aanvaarden die binnen de reikwijdte van de raamovereenkomst vallen en door de gemeente aan De Meeuw worden verstrekt;

II. te gebieden de opdracht uit te voeren die op 11 oktober 2022 door de gemeente is verstrekt, met dien verstande dat binnen een termijn van 14 dagen de ontwerpen binnen de kaders van de overeenkomst definitief worden gemaakt en aan de gemeente worden opgeleverd.

III. te gebieden om binnen een termijn van 21 dagen na oplevering aan de gemeente van een definitief ontwerp alle stukken aan te leveren die nodig zijn voor een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning;

IV. te gebieden de woningen te realiseren en op te leveren binnen 150 dagen na het onherroepelijk worden van de voor de opdracht benodigde en verleende omgevingsvergunning.

Meer subsidiair

Een andere voorlopige voorziening te treffen die UEA passend acht en recht doet aan de belangen van de gemeente;

In alle gevallen

op straffe van een dwangsom van € 15.000,00 voor iedere dag dat niet wordt voldaan aan elk van de uit te spreken geboden, tot een maximum van € 15.000.000,00 is bereikt;

in alle gevallen

De Meeuw en De Meeuw Groep B.V. te veroordelen in de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en, voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te veroordelen in de nakosten met een bedrag van € 163,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, met een bedrag van € 248,00 en de eventuele verdere executiekosten.

3.2.

Aan haar vordering legt de gemeente – samengevat – ten grondslag dat De Meeuw een door de gemeente op 11 oktober 2022 onder de Raamovereenkomst verstrekte opdracht niet nakomt. De daarvoor door De Meeuw c.s. gegeven redenen (zie hiervoor in 2.10) snijden geen hout en ontslaan De Meeuw c.s. niet van haar contractuele verplichtingen, aldus de gemeente.

3.3.

De Meeuw c.s. voert tot haar verweer – kort gezegd – dat:

(1) zij de door de gemeente gegeven opdracht niet hoeft te aanvaarden aangezien de geraamde maximumwaarde van 100 woningen uit de Raamovereenkomst is overschreden, zodat de Raamovereenkomst geen effect meer sorteert;

(2) sprake is van een wezenlijke wijziging van de opdracht, omdat (i) achteraf een locatie is toegevoegd met als gevolg een stijging van de geraamde maximumwaarde, (ii) de Raamovereenkomst wordt ingezet voor een andere doelgroep (statushouders) dan aanvankelijk aangekondigd in de leidraad, waar vervolgens subsidie voor wordt gevraagd waardoor (iii) er tijdsdruk op die opdracht komt te staan die zich niet verdraagt met de planning van een nadere opdracht zoals die uit de Raamovereenkomst volgt;

(3) sprake is van onvoorziene omstandigheden in de vorm van (met name) excessieve prijsstijgingen, welke zo extreem zijn dat zelfs de CBS-indexering onvoldoende is om de verlieslatende uitvoering van de opdracht door De Meeuw c.s. te voorkomen. Met die prijsstijgingen heeft De Meeuw c.s. geen rekening gehouden bij de inschrijving op de aanbesteding, zodat die niet zijn verdisconteerd in de Raamovereenkomst.

Daarnaast heeft de gemeente geen spoedeisend belang bij haar vordering tot nakoming van de opdracht, omdat dat belang van de gemeente hoofdzakelijk voortvloeit uit haar eigen subsidieaanvraag. De urgentie van de gemeente heeft zij dus aan zichzelf te wijten.

Ook verzet De Meeuw c.s. zich tegen de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad-verklaring van het vonnis. Het belang van De Meeuw c.s., die zich geconfronteerd ziet met grote verliezen die haar normale bedrijfsrisico ver te boven gaan, weegt zwaarder dan het zeer beperkte spoedeisend belang van de gemeente. Tot slot dient de gevorderde dwangsom te worden afgewezen, althans sterk te worden gematigd, aldus nog steeds De Meeuw c.s.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing