Home

Rechtbank Noord-Holland, 19-01-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:243, C/15/308933 / HA ZA 20-680

Rechtbank Noord-Holland, 19-01-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:243, C/15/308933 / HA ZA 20-680

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19 januari 2022
Datum publicatie
4 februari 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:243
Zaaknummer
C/15/308933 / HA ZA 20-680

Inhoudsindicatie

Curator had jegens eigenaar terrein verplichting om containers met vervuild zand te verwijderen. Door deze te laten staan maakt curator inbreuk op eigendom en exclusief gebruiksrecht. Kosten verwijdering containers kwalificeren als boedelschuld.

Uitspraak

vonnis

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/308933 / HA ZA 20-680

Vonnis van 19 januari 2022

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [plaats 1],

2. [eiser 2],

wonende te [plaats 1],

3. [eiser 3],

wonende te [plaats 2],

eisers,

advocaat mr. A.G. Moeijes te [plaats 4]-Zuid,

tegen

MR. [curator]

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [eiser 1] Metalen B.V.,

kantoorhoudende te [plaats 3],

gedaagde,

advocaat mr. V.C. Audiffred te [plaats 3].

Eisers zullen hierna gezamenlijk [eiser 1] c.s. en ieder afzonderlijk [eiser 1], [eiser 2] en [eiser 3] genoemd worden.

Gedaagde zal hierna de curator genoemd worden.

1 De zaak in het kort

1.1.

Failliet huurde een terrein van Middelkoop Beheer B.V. (hierna: Middelkoop Beheer). Op dit terrein heeft zij onder meer circa 110 containers met (veelal) vervuild zand geplaatst. Na de faillietverklaring heeft de curator de huur op grond van artikel 39 Fw opgezegd en het gehuurde grotendeels ontruimd. Hij heeft echter geweigerd voormelde containers te verwijderen en deze laten staan, omdat de verwijdering van de containers gepaard diende te gaan met sanering van het vervuilde zand, hetgeen zeer kostbaar was. Middelkoop Beheer heeft haar vorderingen ter zake van het verwijderen van de containers gecedeerd aan [eiser 1] c.s., die vervolgens de verwijdering voor hun rekening hebben genomen. [eiser 1] c.s. vorderen uit hoofde van onrechtmatige daad vergoeding van de hierdoor ontstane schade van de curator, die bestaat uit de kosten van de sanering ad € 879.750,00 en de gemiste huur ad € 583.086,00 over de periode na het einde van de huur tot het moment waarop alle containers verwijderd waren. Daarnaast vorderen [eiser 1] c.s. buitengerechtelijke incassokosten ad € 28.567,72. Volgens [eiser 1] c.s. dienen voormelde bedragen als boedelschuld te worden beschouwd en dienen deze onmiddellijk en integraal te worden voldaan, zonder afwikkeling van de boedel af te wachten en met voorbijgaan van de aanspraken van andere boedelschuldeisers. De curator betwist niet dat Middelkoop Beheer een vordering op de boedel heeft wegens het niet verwijderen van de containers, maar stelt dat dit een concurrente faillissementsschuld is. Volgens de curator vormen de containers een onroerende zaak (een keerwal), die door natrekking eigendom van Middelkoop Beheer is geworden. Middelkoop Beheer kan daardoor niet uit hoofde van onrechtmatige daad van de curator verlangen dat hij de containers verwijdert, maar uitsluitend uit hoofde van de huurovereenkomst. De uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichting tot oplevering zonder containers, leidt uitsluitend tot een concurrente vordering. De rechtbank verwerpt de stellingen van de curator en oordeelt dat in het midden kan blijven of de containers al dan niet onroerend zijn geworden. Uit de heersende jurisprudentie kan worden afgeleid dat ook als de containers onroerend zijn (geworden) de curator jegens de eigenaar van het terrein op grond van hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt de verplichting had om deze containers te verwijderen. Door de containers te laten staan maakt de curator inbreuk op het eigendom en het exclusieve gebruiksrecht van Middelkoop Beheer. De curator was jegens Middelkoop Beheer dus verplicht de containers met inhoud te verwijderen. Dat betekent dat de daarmee gemoeide kosten kwalificeren als boedelvordering. Ook de overige weren van de curator (ontbreken goede trouw, strijd met redelijkheid en billijkheid en misbruik van recht) worden verworpen. De vorderingen van [eiser 1] c.s. worden dan ook toegewezen.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 28 juli 2021

-

de akte overlegging aanvullende producties tevens akte vermeerdering en wijziging van eis van de zijde van [eiser 1] c.s.

-

de mondelinge behandeling van 29 november 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. Partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd;

-

een ter zitting nog toegezegde productie, te weten een vaststellingsovereenkomst d.d. mei 2019, die mr. Moeijes op 29 november 2021 heeft nagestuurd.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing