Home

Rechtbank Noord-Holland, 24-02-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:2462, 9467748

Rechtbank Noord-Holland, 24-02-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:2462, 9467748

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 februari 2022
Datum publicatie
11 april 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:2462
Zaaknummer
9467748

Inhoudsindicatie

Ontbindende voorwaarde wegens intrekking Schipholpas naar aanleiding van strafrechtelijke verdenking niet rechtsgeldig ingeroepen. Voorwaardelijke ontbinding afgewezen. Onschuldpresumptie.

Uitspraak

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9467748 \ AO VERZ 21-95

Uitspraakdatum: 24 februari 2022

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. S. Bharatsingh

tegen

de besloten vennootschap Menzies Aviation B.V.,

gevestigd te Haarlemmermeer

verwerende partij

verder te noemen: Menzies

gemachtigde: mr. L.M. van der Sluis

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de vraag of de arbeidsovereenkomst van de werknemer rechtsgeldig is geëindigd door een ontslag op staande voet danwel het inroepen van een ontbindende voorwaarde op grond van het feit dat de Schipholpas van de werknemer was ingetrokken wegens een op hem rustende strafrechtelijke verdenking. De kantonrechter oordeelt dat van een ontslag op staande voet geen sprake is geweest en dat de ontbindende voorwaarde niet rechtsgeldig is ingeroepen, omdat deze in het onderhavige geval strijdig is met het wettelijk ontslagstelsel. De verzochte wedertewerkstelling in de bedongen arbeid wordt echter afgewezen, omdat vaststaat dat de werknemer zijn functie zonder geldige Schipholpas niet kan verrichten. Het tegenverzoek tot (voorwaardelijke) ontbinding op de h-grond wordt afgewezen, omdat de intrekking van de Schipholpas vanwege de strafrechtelijke verdenking gelet op de onschuldpresumptie geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan, primair om een ontslag op staande voet te vernietigen en te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd, en subsidiair om toekenning van onder meer een billijke vergoeding. Menzies heeft een verweerschrift en een (voorwaardelijk) tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 27 januari 2022 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [verzoeker] en Menzies hebben ook pleitaantekeningen overgelegd.

2 Feiten

2.1.

Menzies houdt zich bezig met de vrachtafhandeling van luchtvaartmaatschappijen op het grondgebied van de luchthaven Schiphol.

2.2.

[verzoeker] , geboren [in 1979] , is sinds 1 november 2004 in dienst bij Menzies. De functie van [verzoeker] is Flight Handling Coördinator met een salaris van € 3.164,- bruto per maand exclusief emolumenten. Voor de uitoefening van de functie is een door Schiphol te verstrekken Schipholpas vereist.

2.3.

In de brief van 13 juni 2007, waarin de aanstelling als Flight Handling Coördinator aan [verzoeker] is bevestigd en die [verzoeker] voor akkoord heeft getekend, is de volgende bepaling opgenomen:

1. Medewerker is ermee bekend dat hij in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden dient te beschikken over een door de N.V. Luchthaven Schiphol te verstrekken ‘toegangsbewijs Luchthaven Schiphol’ (de zogenaamde Schipholpas). Medewerker dient volledige medewerking te verlenen aan het door de Koninklijke Marechaussee te verrichten antecedentenonderzoek. Medewerker dient de in het kader van dat antecedentenonderzoek verlangde informatie naar waarheid te verstrekken.2. Deze arbeidsovereenkomst wordt aangegaan onder de ontbindende voorwaarden dat de resultaten van het antecedentenonderzoek van de Konink. Marechaussee aanleiding zullen zijn de Schipholpas te weigeren aan Medewerker.3. Bij intreding van de ontbindende voorwaarde zal de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang zijn beëindigd. Partijen komen overeen dat over en weer geen ongedaanmakingsverplichting bestaat voor reeds verrichte prestaties en betalingen.4. Medewerker ontvangt de Schipholpas. Deze overeenkomst eindigt met onmiddellijke ingang van rechtswege indien en zodra aan de Werknemer door de daartoe bevoegde instantie geen Schipholpas, nodig voor de uitoefening van zijn werkzaamheden, meer wordt verstrekt dan wel de Schipholpas wordt ingetrokken of ingenomen’.

2.4.

Op 28 juli 2021 heeft Menzies [verzoeker] het volgende geschreven: ‘Naar aanleiding van de e-mail die wij hebben ontvangen van de bedrijfsrecherche van de Schiphol Group waarin zij aangeven dat uw Schipholpas is ingevorderd, is per 28 juli 2021 uw arbeidsovereenkomst van rechtswege beëindigd. Onder artikel 7 van uw arbeidsovereenkomst kunt u terugvinden dat dit geldt als een ontbindende voorwaarde. (...)’.[verzoeker] heeft deze brief voor akkoord getekend.

2.5.

In een brief van 3 augustus 2021 heeft de Security Advisor van Amsterdam Airport Schiphol (hierna ‘Schiphol’) aan Menzies geschreven: ‘Op 26 juli 2021 is door toezichthouder een brief ontvangen van het Openbaar Ministerie, Arrondissementsparket te Haarlem. In deze bief wordt aangegeven dat [verzoeker] , geboortedatum: [geboortedatum] werkzaam voor of namens uw bedrijf verdachte is inzake een onderzoek naar de invoer van verdovende middelen op de luchthaven Schiphol. Naar aanleiding van het bovenstaande, wordt er door de overheid een onderzoek opgestart. Conform de voor het gebruik van de Schipholpas geldende voorwaarden, zal gedurende dit onderzoek van voornoemd persoon geen enkele Schipholpas verstrekt worden; (...)

2.6.

Op 3 augustus 2021 heeft het Openbaar Ministerie aan Menzies geschreven dat [verzoeker] , tezamen met twee andere personen, ‘als verdachte worden aangemerkt wegens (het treffen van voorbereidingshandelingen voor) de invoer van verdovende middelen via de luchthaven Schiphol ex art. 2abc en/of art 10a Opiumwet. (...) Middels deze brief wordt aan u een korte omschrijving van het onderzoek en de NAW gegevens van de betrokken werknemers verstrekt, zodat Menzies Aviation Freighter Handling in staat wordt gesteld om te beoordelen of er noodzaak is tot het nemen van maatregelen ten opzichte van de werknemers. (...) Op de vrachtvlucht met nummer [vluchtnummer] werden oor het onderzoeksteam vijf (5) bloemendozen aangetroffen met ruim 320 kilo cocaïne. (...) Indien er noodzaak bestaat tot het ontvangen van aanvullende informatie, verzoek ik u dit gemotiveerd aan te geven. (...) Graag verneem ik welke maatregelen worden genomen ten aanzien van de hierboven vermelde personen. (...).

2.7.

In een brief van 8 september 2021 heeft de gemachtigde van [verzoeker] zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een onrechtmatig ontslag op staande voet en dat de ontbindende voorwaarde niet is ingetreden. [verzoeker] betwist in dat verband dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan de invoer van verdovende middelen. [verzoeker] heeft Menzies verzocht te bevestigen dat het ontslag wordt ingetrokken en dat [verzoeker] weer toegang wordt verleend tot zijn werkplek.

2.8.

Menzies heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter primair:

I. het ontslag op staande voet te vernietigen en te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege op 28 juli 2021 is geëindigd;

II. aan [verzoeker] een (immateriële) schadevergoeding van € 10.000,- toe te kennen, te vermeerderen met wettelijke rente;

III. Menzies te veroordelen om [verzoeker] in staat te stellen de bedongen werkzaamheden te verrichten op verbeurte van een dwangsom;

en subsidiair (althans alternatief):

IV. aan [verzoeker] een billijke vergoeding van € 30.000,- bruto toe te kennen, te vermeerderen met wettelijke rente;

V. te verklaren voor recht dat [verzoeker] recht heeft op de wettelijke transitievergoeding van € 19.071,38 bruto;

VI. aan [verzoeker] een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 13.668,48 bruto toe te kennen, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag (samengevat) dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd op 28 juli 2021. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven wegens het ontbreken van een dringende reden ( [verzoeker] heeft zich niet schuldig gemaakt aan een strafbaar feit), omdat niet is voldaan aan de onverwijldheidseis en vanwege de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] (goed functioneren tijdens 17-jarig dienstverband). Het intreden van een ontbindende voorwaarde kan bovendien niet worden gezien als dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. De arbeidsovereenkomst is ook niet van rechtswege geëindigd door de ontbindende voorwaarde. Menzies heeft de ontbindende voorwaarde namelijk ten onrechte ingeroepen, nu de inname van de Schipholpas slechts tijdelijk van aard is, waardoor de arbeidsovereenkomst niet inhoudsloos is geworden.

4 Het verweer en het tegenverzoek

5 De beoordeling

6 De beslissing