Home

Rechtbank Noord-Holland, 16-08-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:7329, HAA 22-1049

Rechtbank Noord-Holland, 16-08-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:7329, HAA 22-1049

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16 augustus 2022
Datum publicatie
18 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:7329
Formele relaties
Zaaknummer
HAA 22-1049

Inhoudsindicatie

Een inwoonster van de gemeente Heemskerk komt niet in aanmerking voor een schadevergoeding na een datalek in 2019 bij de gemeente. De vrouw vroeg om een vergoeding van 2.000 euro omdat ze stress- en angstklachten zou hebben als gevolg van het datalek, maar de rechtbank vindt dat onvoldoende onderbouwd en wijst het verzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/1049

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. P.E. Stam),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk, het college

(gemachtigde: mr. L.M.M. Schenk).

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van eiseres om schadevergoeding op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)1.

1.2.

De rechtbank heeft het verzoek op 12 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

De procedure

2.

2.1.

Voor wat betreft de gevolgde procedure geldt het volgende.

2.2.

Eiseres stelt dat zij immateriële schade lijdt door een datalek en heeft op 1 juni 2021 aan het college op grond van artikel 82 van de AVG verzocht om schadevergoeding.

2.3.

Het college heeft het verzoek van eiseres met een besluit van 27 juli 2021 afgewezen. Met het besluit van 10 januari 2022 heeft het college op een bezwaar van eiseres beslist en is bij de afwijzing gebleven. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.4.

Het college heeft niet onderkend dat met de invoering van titel 8.4 in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op grond van artikel 8:4, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb de mogelijkheid is vervallen om beroep in te stellen tegen een besluit inzake vergoeding van schade wegens onrechtmatig bestuurshandelen. Dan kan op grond van artikel 7:1 van de Awb ook geen bezwaar worden gemaakt. Het college had het bezwaar tegen het besluit van 27 juli 2021 niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank zal het besluit van 10 januari 2022 daarom vernietigen. Het beroep is gegrond.

3.

3.1.

De rechtbank behandelt het onderhavige beroep verder als een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 82 AVG en beoordeelt of eiseres aanspraak maakt op schadevergoeding.2

3.2.

Uit het voorgaande volgt dat eiseres ten minste acht weken voordat een verzoek om schadevergoeding bij de rechtbank is gedaan het college schriftelijke heeft gevraagd om vergoeding van de schade. Hiermee is voldaan aan artikel 8:90, tweede lid, van de Awb.

Beslissing van de rechtbank

Overwegingen

Conclusie

Beslissing

Informatie over hoger beroep