Home

Rechtbank Noord-Holland, 29-09-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:8690, HAA 22/4162

Rechtbank Noord-Holland, 29-09-2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:8690, HAA 22/4162

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29 september 2022
Datum publicatie
3 oktober 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:8690
Zaaknummer
HAA 22/4162

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat verweerder zich op basis van de feiten die verzoeker worden tegengeworpen niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat verzoeker van slecht levensgedrag is, althans dat verweerder dit standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder echter op grond van artikel 2:28c, aanhef en onder h, van de Apv wel bevoegd was om de vergunning in te trekken. Alles overziend is de voorzieningenrechter van oordeel dat vooralsnog niet inzichtelijk is hoe verweerder de betrokken belangen in dit concrete geval heeft gewogen en kan dus ook niet worden beoordeeld of die afweging tot de juiste conclusie heeft geleid. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het besluit tot intrekking te schorsen totdat op het bezwaar is beslist. Dat betekent dat verzoeker in afwachting van de beslissing op bezwaar in deze procedure zijn bedrijf weer mag exploiteren. Dit laat onverlet dat verweerder tijdens de behandeling van het bezwaar in deze zaak - met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen - controles kan uitvoeren en zich zo nodig kan beraden over (andere) te nemen maatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 22/4162

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 september 2022 in de zaak tussen

[verzoeker 1] handelend onder de naam [verzoeker 2] B.V., uit Zaandam, verzoeker

(gemachtigde: mr. J. Nagtegaal),

en

de burgemeester van de gemeente Zaanstad (verweerder)

(gemachtigde: mr. E.T.A. Boers en [gemachtigde] ).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar gericht tegen het besluit van 6 juli 2022 waarbij verweerder de aan verzoeker verleende horeca-exploitatievergunning heeft ingetrokken.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt bij verweerder en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van verweerder.

Overwegingen

Beslissing

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving