Rechtbank Noord-Holland, 06-12-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12369, 10490625 \ CV EXPL 23-2071
Rechtbank Noord-Holland, 06-12-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:12369, 10490625 \ CV EXPL 23-2071
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 6 december 2023
- Datum publicatie
- 21 maart 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:12369
- Zaaknummer
- 10490625 \ CV EXPL 23-2071
Inhoudsindicatie
Huurzaak. Huur woonruimte. Gedaagde exploiteert een kapsalon in het tuinhuisje dat in de tuin van het gehuurde staat. De verhuurder (sociale verhuurder) vordert dat gedaagde hiermee stopt. De kantonrechter wijst de vordering toe, omdat gedaagde handelt in strijd met de in de huurovereenkomst aan het gehuurde gegeven bestemming.
Uitspraak
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10490625 \ CV EXPL 23-2071 WD
Uitspraakdatum: 6 december 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting
Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland,
gevestigd te Alkmaar,
eiseres,
verder te noemen: Woonwaard,
gemachtigde: mr. K. Straathof,
tegen
[gedaagde 1] (hierna: [gedaagde 1] ), [gedaagde 2] (hierna: [gedaagde 2] ),
beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
verder gezamenlijk te noemen: [gedaagden]
gemachtigde: mr. K. Dirlik.
1 Het procesverloop
Woonwaard heeft bij dagvaarding van 2 april 2023 een vordering tegen [gedaagden] ingesteld. [gedaagden] hebben schriftelijk geantwoord.
Op 14 november 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting hebben [gedaagden] bij e-mail van 1 november 2023 nog stukken toegezonden.
2 De feiten
Woonwaard is een verhuurder van sociale woningbouw.
Op 30 oktober 2003 hebben Woonwaard en [gedaagde 1] een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan Woonwaard aan [gedaagde 1] de woning met tuin en aanhorigheden aan de [adres] te [woonplaats] heeft verhuurd.
Ongeveer twee jaar nadien is [gedaagde 2] bij [gedaagde 1] ingetrokken. Op enig moment zijn zij gehuwd op grond waarvan [gedaagde 2] medehuurder is van de woning.
De huurovereenkomst bevat de volgende passages:“Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt als zelfstandige woonruimte (...)Door ondertekening verklaren de verhuurder en de huurder akkoord te gaan met bijgevoegd Huurreglement (voorwaarden en bedingen, versie december 1998) (...).”
Artikel 6.1. van voornoemd huurreglement luidt, voor zover van belang, als volgt:“Het gehuurde is bestemd om te worden gebruikt en ingericht te houden als woonruimte voor de huurder en zijn/ haar gezin. (...)De huurder is verplicht zich het gehuurde, waarin begrepen alle aanhorigheden, overeenkomstig de bestemming te gebruiken en aan deze bestemming geen wijziging te geven.”
Sinds 2013 exploiteert [gedaagde 1] een kapsalon. Aanvankelijk knipte en verzorgde zij haar klanten in het woonhuis. In de loop van 2013 hebben [gedaagden] een tuinhuis geplaatst in de tot het gehuurde behorende tuin. Sindsdien ontvangt en verzorgt [gedaagde 1] haar klanten in het tuinhuisje.
Woonwaard heeft voor de exploitatie van de kapsalon geen toestemming gegeven.
Op 18 oktober 2022 heeft een medewerker van Woonwaard de aanwezigheid van de kapsalon geconstateerd. Woonwaard heeft vervolgens een onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het gehuurde door [gedaagden]
Op 16 januari 2023 heeft de toenmalig gemachtigde van Woonwaard [gedaagden] aangeschreven en gesommeerd de exploitatie van de kapsalon aldaar te staken. [gedaagden] hebben hieraan niet voldaan.
3 De vordering
Woonwaard vordert, na vermindering van eis ter zitting dat de kantonrechter:(i) [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om op straffe van een dwangsom de bedrijfsmatige exploitatie van de kapsalon aan het adres [adres] te [woonplaats] te staken en gestaakt te houden;(ii) de huurovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk te ontbinden en [gedaagden] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde.
Woonwaard voert daartoe, kort gezegd, als volgt aan. [gedaagden] schieten tekort in de nakoming van de huurovereenkomst door de vestiging en bedrijfsmatige exploitatie van de kapsalon aan het adres [adres] te [woonplaats] . [gedaagden] dienen dit te staken. Voor het geval [gedaagden] hieraan niet voldoen en de maximale dwangsom verbeuren, dient de huurovereenkomst tussen partijen te worden ontbonden en [gedaagden] te worden veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde.