Rechtbank Noord-Holland, 07-04-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:3687, 22/776
Rechtbank Noord-Holland, 07-04-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:3687, 22/776
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 7 april 2023
- Datum publicatie
- 4 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:3687
- Zaaknummer
- 22/776
Inhoudsindicatie
Gegrond beroep tegen gedeeltelijke afwijzing van een verzoek tot openbaarmaking van alle informatie met betrekking tot de stadsgesprekken over inclusie en het koloniale en slavernijverleden bij de gemeente Hoorn op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder heeft ten onrechte een beperking aangebracht in de reikwijdte van de periode waarop het verzoek ziet. Ook moet worden aangenomen dat zich meer documenten onder verweerder bevinden dan dat er nu zijn verstrekt. Na kennisname van de geheime stukken o.g.v. artikel 8:29 Awb, is de rechtbank van oordeel dat met de door verweerder gegeven motivering, de weigering tot openbaarmaking van in ieder geval een deel van de stukken niet gerechtvaardigd is. Geen zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 22/776
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, het college
(gemachtigden: mr. S.E.J.M. Bogaarts en D. de Jong).
Inleiding
Het college heeft het Wob-verzoek van eiser met het besluit van 26 juli 2021 gedeeltelijk afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 november 2021 op het bezwaar van eiser is het college bij deze gedeeltelijke toewijzing gebleven. Eiser is in beroep gegaan tegen dit besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser geeft daar schriftelijk (bij e-mail van 6 augustus 2022) op gereageerd.
Eiser heeft de rechtbank toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29 lid 5 Awb2 om kennis te nemen van de niet openbaar gemaakte informatie.
De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.
Ter zitting is afgesproken dat eiser de gelegenheid krijgt een e-mail van 5 juli 2021 over te leggen. Daarbij heeft de rechtbank meegedeeld dat zij vervolgens uiterlijk op 7 april 2023 uitspraak zal doen.
Eiser heeft voornoemde e-mail aan de rechtbank en het college verstuurd bij e-mail van 24 februari 2023. De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op deze e-mail. Dat heeft het college gedaan bij brief van 9 maart 2023.
De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 16 maart 2023 het onderzoek gesloten en laten weten dat uiterlijk 7 april 2023 uitspraak wordt gedaan.
De rechtbank heeft ten slotte op 31 maart 2023 partijen in de gelegenheid gesteld om aan te geven of zij een nadere zitting noodzakelijk achten. Eiser heeft op 31 maart 2023 en het college heeft op 3 april 2023 de rechtbank bericht dat een nadere zitting niet nodig is.