Home

Rechtbank Noord-Holland, 04-10-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9827, 10394806 \ CV EXPL 23-1509

Rechtbank Noord-Holland, 04-10-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9827, 10394806 \ CV EXPL 23-1509

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
4 oktober 2023
Datum publicatie
11 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:9827
Zaaknummer
10394806 \ CV EXPL 23-1509

Inhoudsindicatie

ontbinding en ontruiming. Ambtshalve toetsing huurprijsbeding, rentebeding en incassobeding.

Uitspraak

Handel, Kanton en Bewind

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10394806 \ CV EXPL 23-1509

Uitspraakdatum: 4 oktober 2023

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Holland Antiques B.V.

gevestigd te Heemstede

eiseres

verder te noemen: Holland Antiques

gemachtigde: Boeder Incasso

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Holland Antiques heeft bij dagvaarding van 9 maart 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord

1.2.

Op 7 september 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter zitting. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Holland Antiques ter toelichting van haar standpunt naar voren heeft gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft Holland Antiques bij brief van 28 augustus 2023 en 5 september 2023 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Holland Antiques verhuurt sinds 1 april 2017 de woning aan de [adres] te [plaats] (hierna te noemen: het gehuurde) aan [gedaagde] tegen een huurprijs van laatstelijk € 1.656,47.

2.2.

Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte van 11 juli 2003 van toepassing verklaard (hierna: Algemene Bepalingen).

2.3.

In de huurovereenkomst is – voor zover relevant – bepaald:Huurprijswijziging5.2 Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs voor woonruimte betreft, is het onder 5.1. gestelde niet van toepassing. In dat geval wordt de huurprijs voor het eerst per 01-04-2018 en vervolgens jaarlijks aangepast overeenkomstig het gestelde in 18 van de algemene bepalingen.

2.4.

In de Algemene Bepalingen is – voor zover relevant – bepaald:Huurprijswijziging18. Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs betreft:- vindt de jaarlijkse huurprijswijziging plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI), reeks alle huishoudens (2000=100), gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);- wordt de gewijzigde huurprijs berekend volgens de formule: de gewijzigde huurprijs is gelijk aan de geldende huurprijs op wijzigingsdatum, vermenigvuldigd met het indexcijfer van de vierde kalendermaand die ligt voor de kalendermaand waarin de huurprijs wordt aangepast, gedeeld door het indexcijfer van de zestiende kalendermaand die ligt voor de kalendermaand waarin de huurprijs wordt aangepast:- zal de huurprijs niet gewijzigd worden indien de aanpassing leidt tot een lagere huurprijs dan de laatstgeldende, doch in dat geval blijft die laatstgeldende huurprijs ongewijzigd, totdat bij een volgende indexering het indexcijfer van de kalendermaand, die ligt vier kalendermaanden vóór de kalendermaand waarin de huurprijs wordt aangepast, hóger is dan het indexcijfer van de kalendermaand, die ligt vier kalendermaanden voor de kalendermaand waarin de laatste huurprijsaanpassing heeft plaatsgevonden. Alsdan worden bij die huurprijswijziging het indexcijfer van de kalendermaand gehanteerd, die vier respectievelijk 16 maanden ligt voor de kalendermaand waarin de huurprijs wordt aangepast;- zal een zoveel mogelijk vergelijkbaar indexcijfer worden gehanteerd, indien het CBS de bekendmaking van bedoeld prijsindexcijfer staakt of de basis van de berekening daarvan wijzigt, en kan bij verschil van mening hieromtrent door de meest gerede partij aan de directeur van het CBS een uitspraak worden gevraagd die voor partijen bindend is. De eventueel hieraan verbonden kosten worden door partijen elk voor de helft gedragen;- geldt de gewijzigde huurprijs ook indien van de wijziging aan huurder geen afzonderlijke mededeling wordt gedaan. In verzuim zijn /boetebeding(...) 20.2 Voor elk geval dat huurder in verzuim is met de tijdige en volledige betaling van een geldsom, is hij 1% rente per maand verschuldigd over de verschuldigde hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan de dag van algehele voldoening van de hoofdsom (...).(...)20.4 Ingeval het tekortschieten bestaat uit de niet tijdige betaling van een geldsom en in verband met de incassering daarvan buitengerechtelijke kosten moeten worden gemaakt, worden deze hierbij bepaald op tenminste 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 125,--. (...)

20.5

De aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ontstaat pas nadat de partij die tekortschiet schriftelijk door de andere partij is aangemaand, waarbij haar een redelijke termijn tot nakoming is gesteld en de nakoming binnen die termijn uitblijft.

20.6

Huurder is aan verhuurder een direct opeisbare boete van € 25,-- per kalenderdag verschuldigd voor elke verplichting uit deze overeenkomst met de bijbehorende algemene bepalingen die hij niet nakomt of overtreedt, onverminderd zijn verplichting om alsnog aan die verplichting te voldoen en onverminderd verhuurders overige rechten op schadevergoeding of anderszins. Genoemd bedrag is gebaseerd op het prijspeil 1 januari 2003 en wordt met ingang van 1 januari 2004 jaarlijks geïndexeerd.

2.5.

Bij brief van 28 oktober 2022 heeft Holland Antiques aan [gedaagde] op het adres van het gehuurde een aanmaning ter zake achterstallige huur van € 28.077,89 gestuurd.

2.6.

Op 4 december 2022 heeft [gedaagde] € 24.820,00 voldaan aan Holland Antiques.

3 De vordering

3.1.

Holland Antiques vordert om de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, alsmede om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag aan (achterstallige) huur tot en met maart 2023 van € 11.299,04, buitengerechtelijke incassokosten van € 1.277,49 en rente van € 1.250,22, te vermeerderen met proceskosten en rente.

4 Het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing