Rechtbank Noord-Holland, 20-09-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9834, C/15/316091 / HA ZA 21-255
Rechtbank Noord-Holland, 20-09-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:9834, C/15/316091 / HA ZA 21-255
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 20 september 2023
- Datum publicatie
- 5 oktober 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:9834
- Zaaknummer
- C/15/316091 / HA ZA 21-255
Inhoudsindicatie
OK-functionarissen. Aantasting eer en goede naam. Vergoeding proces- en advocaatkosten. Schadestaat. Verbod opnemen evident ongegronde stellingen in en buiten rechte. Bevel tot informeren OK-functionarissen over (toekomstige) procedures over de besluiten van de OK-functionarissen. 2:8, 2:15, 6:162 BW
Uitspraak
vonnis
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/316091 / HA ZA 21-255
Vonnis van 20 september 2023
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JKS HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR D.E.M.,
gevestigd te Haarlem,
3. [eiser],
wonende te [plaats 1] ,
eisers,
advocaat voorheen: mrs. Van der Korst en L. de Visser, thans mr. J.W. de Groot te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEUS EX MACHINA (D.E.M.),
gevestigd te Haarlem,
gedaagde,
advocaat mr. J.A. van de Hel te Amsterdam,
en
1 [gedaagde 1] ,
wonende te [plaats 2] ,
2. [gedaagde 2] ,
wonende te [plaats 3] ,
tussengekomen en gevoegde partijen,
advocaat mr. Y. Borrius te Amsterdam.
Partijen zullen hierna JKS c.s., DEM en [gedaagde 1] c.s. genoemd worden. Eiseressen zullen afzonderlijk JKS, STAK en [eiser] worden genoemd en de tussengekomen partijen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 20 juli 2022
- -
-
de akte overlegging nadere producties van [gedaagde 1] c.s.
- -
-
de akte aanvullende producties van JKS c.s.
- -
-
de mondelinge behandeling van 13 juni 2023, waarbij JKS c.s. en [gedaagde 1] c.s. gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
DEM is een houdstervennootschap die in 1995 is opgericht door onder andere [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) en [eiser] . De activiteiten van DEM zijn ondergebracht in verschillende deelnemingen.
[eiser] is enig bestuurder van DEM en van JKS.
Sinds 1995 participeren [betrokkene 1] en [eiser] in het aandelenkapitaal van DEM. Vanaf 2005 hield [betrokkene 1] 20% en [eiser] via JKS 80% van de aandelen in DEM.
In 2010 heeft [eiser] een herstructurering bij DEM in gang gezet die neerkwam op omzetting van het kapitaal in preferente aandelen en gewone aandelen. Na de omzetting hield [betrokkene 1] 20% van de gewone aandelen en 20% van de preferente aandelen.
Begin 2012 heeft DEM besloten tot aandelenuitgifte. Als gevolg daarvan verwaterde het gewone aandelenbelang van [betrokkene 1] tot 4,58%. Dat leidde tot een conflict tussen [betrokkene 1] en [eiser] /JKS waarna [betrokkene 1] in 2013 bij de rechtbank Noord-Holland een uittredingsprocedure ex artikel 2:343 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is gestart. Daarin heeft [betrokkene 1] veroordeling gevorderd van JKS en DEM tot overname van zijn aandelen in DEM tegen gelijktijdige betaling door JKS en DEM aan [betrokkene 1] van een door de rechtbank vastgestelde koopprijs (hierna: de uittredingsprocedure).
Op 19 maart 2012 heeft DEM een lening van € 10 miljoen verstrekt aan haar dochtervennootschap BACS Investing B.V. (hierna: BACS). De uit hoofde van de lening verstrekte gelden worden hierna aangeduid als “de BACS-gelden”.
Op 17 september 2013 is STAK opgericht door DEM. STAK heeft zich als medeaandeelhouder gevoegd in de door [betrokkene 1] gestarte uittredingsprocedure. Bij tussenvonnis van 9 juli 2014 heeft de rechtbank de uittredingsvordering van [betrokkene 1] toegewezen en aangekondigd dat een deskundige zou worden benoemd om de prijs van de aandelen van [betrokkene 1] vast te stellen.
Op 8 juli 2015 is [betrokkene 1] bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (hierna: de Ondernemingskamer) een enquêteprocedure gestart tegen DEM. Bij beschikking van 5 januari 2016 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek gelast naar het beleid en de gang van zaken binnen DEM. Bij beschikking van 28 april 2016 heeft de Ondernemingskamer bij wijze van onmiddellijke voorziening [gedaagde 1] benoemd als bestuurder van DEM en [gedaagde 2] als beheerder van de aandelen van DEM.
Bij vonnis van 24 mei 2017 heeft de rechtbank JKS en DEM in de uittredingsprocedure veroordeeld tot overname van elk de helft van de aandelen van [betrokkene 1] voor een bedrag van in totaal € 7.520.000,-. JKS, STAK en DEM hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer. Na een daartoe strekkende incidentele vordering heeft de Ondernemingskamer bij tussenarrest van 23 januari 2018 de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van de rechtbank van 24 mei 2017 geschorst, omdat was gebleken dat [betrokkene 1] in de procedure in eerste aanleg niet had voldaan aan de in artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde verplichting de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
Bij beschikking van eveneens 23 januari 2018 heeft de Ondernemingskamer in de enquêteprocedure geoordeeld dat sprake was van wanbeleid bij DEM en dat [eiser] voor dat wanbeleid verantwoordelijk is. In de beschikking heeft de Ondernemingskamer bij wijze van voorziening (vooralsnog) voor de duur van twee jaar [eiser] geschorst als bestuurder van DEM en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot respectievelijk bestuurder van DEM en beheerder van alle in DEM gehouden aandelen benoemd.
Tussen [gedaagde 1] en [betrokkene 1] is een document van één pagina, gedateerd 15 februari 2019, uitgewisseld met de titel ‘Structuurvoorstel tbv doorbraak schikking [betrokkene 1] /DEM’ (hierna: het Structuurvoorstel). Voor zover van belang luidt het Structuurvoorstel als volgt:
“ Package deal
(...)
Waardering van het 20% belang [betrokkene 1] : Middels gezamenlijke opdracht aan SMAN, waarbij DEM en [betrokkene 1] het resultaat op voorhand accepteren
(...)
Voorstel bandbreedte ‘vooraf’: Minimaal €4.000.000 en maximaal €7.000.000
Onder afspraak de waardeerder hierover niet te informeren
(...)”
Op 15 maart 2019 hebben DEM, vertegenwoordigd door [gedaagde 1] , en [betrokkene 1] een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten. In de preambule van de VSO staat onder meer:
“G Naar het oordeel van DEM hebben het voortslepen van de geschillen en de procedures een diepgaand negatief effect op de toestand van DEM en de met haar verbonden onderneming. Daarnaast meent DEM dat het, ook los van de lopende procedures, in het belang van de onderneming is dat JKS/ [eiser] en [betrokkene 1] uit elkaar gaan. Reeds om die reden is het belang van DEM bij beëindiging van de geschillen en procedures gegeven. Deze leggen bovendien een aanzienlijk beslag op de (management)tijd en middelen van de DEM-groep, en de middelen van de andere partijen, en de onzekerheden omtrent de uitkomst van de Uittredingsprocedure belemmeren de ontwikkeling en nopen tot een onwenselijke terughoudendheid in het doen van investeringen. Voor [betrokkene 1] is het belang van een schikking ook gelegen in de wens, gelet op zijn leeftijd, het dossier te kunnen sluiten.
H DEM en [betrokkene 1] wensen hun geschillen definitief te beslechten, onder de voorwaarden als opgenomen in de onderhavige vaststellingsovereenkomst (...).”
De VSO bevat onder meer de volgende bepalingen:
“ 1 Bindende vaststelling van de prijs van de [betrokkene 1] Aandelen
Binnen 3 werkdagen na ondertekening van deze [VSO] geven Partijen aan [betrokkene 2] en [betrokkene 3] verbonden aan Sman Business Value (hierna: de “Deskundigen”) de opdracht om - ten behoeve van de transactie als beschreven in artikel 2 - tussen Partijen bindend de prijs van de [betrokkene 1] Aandelen vast te stellen, een en ander met inachtneming van de bepalingen en de uitgangspunten zoals vastgelegd in deze Vaststellingsovereenkomst. (...)
Bij de vaststelling van de prijs van de [betrokkene 1] Aandelen zullen de Deskundigen de navolgende uitgangspunten dienen te hanteren, welke uitgangspunten tussen Partijen hierbij worden vastgesteld, en zijn zij voor het overige vrij om naar hun eigen inzicht de prijs te bepalen:
- -
-
i) de bij de waardering te hanteren peildatum voor de [betrokkene 1] Aandelen zal zijn 9 juli 2014 (de datum van het Tussenvonnis). De Deskundigen zullen aldus bij hun waardering rekening houden met feiten, omstandigheden en verwachtingen die op de peildatum bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn en niet met dergelijke feiten, omstandigheden of verwachtingen van na de peildatum;
- -
-
ii) de Deskundigen zullen één bedrag noemen als de prijs van de [betrokkene 1] Aandelen die zij per de peildatum vaststellen, en niet werken met een range of bandbreedte. (...)
- -
-
iii) de Deskundigen zijn vrij in de keuze voor de te hanteren waarderingsmethode en/of de te hanteren combinatie van waarderingsmethoden. In dat kader stellen Partijen wel vast dat onderbouwde en consistente informatie wat betreft de zogenaamde herpositionering en de daarbij behorende businessplannen van de DEM-groep in dat kader ontbreken en dat dit een betrouwbare inschatting van toekomstige kasstromen, benodigd voor een DCF-waardering, ernstig bemoeilijkt zo niet onmogelijk maakt;
- -
-
iv) bij de vaststelling van de prijs van de [betrokkene 1] Aandelen zal worden verondersteld dat de [betrokkene 1] Aandelen nog steeds 20% van het kapitaal vertegenwoordigen, zowel wat betreft de preferente aandelen als wat betreft de gewone aandelen, en aldus zal de verwatering van de gewone aandelen die als gevolg van de 2012 uitgifte heeft plaatsgevonden worden genegeerd. (...)
- -
-
v) (...)
(vii) de Deskundigen zullen zich baseren op da navolgende informatie: (a) de informatie die door Partijen desgevraagd wordt verstrekt zoals genoemd in artikel 1.3, (b) informatie afkomstig van enige website van de DEM-groep en (c) openbare objectieve informatie betreffende de markten waarop de DEM-groep zich begeeft.
Partijen zullen de Deskundigen alle informatie verstrekken die de Deskundigen in het kader van de aan hen verstrekte opdracht aan Partijen, doch met inachtneming van de peildatum van 9 juli 2014, verzoeken te verstrekken voorzover Partijen deze voorhanden hebben (...). Voorts komen Partijen overeen dat in ieder geval aan de Deskundigen de navolgende informatie zal worden verstrekt direct bij aanvang van de werkzaamheden van de Deskundigen: (i) de vastgestelde jaarrekeningen van DEM - en voorzover voorhanden: van de Dochtervennootschappen - tot en met boekjaar 2014 en desgevraagd door Deskundigen: over latere boekjaren, (ii) de (waarderings)rapporten die [betrokkene 1] , JKS en DEM in de Uittredingsprocedure hebben ingebracht en (iii) de rechtelijke uitspraken die zijn gedaan in de Uittredingsprocedure en de Enquêteprocedure.
(...)