Home

Rechtbank Noord-Holland, 07-02-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:359, 10467815 \ CV EXPL 23-1873

Rechtbank Noord-Holland, 07-02-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:359, 10467815 \ CV EXPL 23-1873

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
7 februari 2024
Datum publicatie
9 april 2024
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:359
Zaaknummer
10467815 \ CV EXPL 23-1873

Inhoudsindicatie

Huurzaak; huur woonruimte. Eiseres (huurder) vordert terugbetaling van waarborgsom. Gedaagde (verhuurder) stelt dat eiser schade aan de woning heeft veroorzaakt. Het verweer van gedaagde wordt verworpen. Ontbreken beschrijving van het gehuurde als bedoeld in 7:224 lid 2 BW. Gedaagde vordert daarnaast de huur over de maand januari 2023. De vordering wordt afgewezen, omdat komt vast te staan dat partijen de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden hebben beëindigd per januari 2023.

Uitspraak

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 10467815 \ CV EXPL 23-1873 WD

Uitspraakdatum: 7 februari 2024

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

verder te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. I.C. Andréa,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verder te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 18 april 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

Op 16 november 2023 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] bij brief van 3 november 2023 nog stukken toegezonden.

1.3.

Na de mondelinge behandeling is op 27 november 2023 van de zijde van [gedaagde] een bericht ingekomen waarin hij schrijft dat hij geen oproep voor de mondelinge behandeling heeft ontvangen.

1.4.

Hierop is van de mondelinge behandeling een proces-verbaal opgemaakt dat aan partijen is verzonden. Beide partijen hebben schriftelijk gereageerd op de inhoud van dit proces-verbaal.

1.5.

Vervolgens heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak in de zaak zal worden gedaan.

2 De feiten

2.1.

Op 21 mei 2022 heeft [eiseres] samen met drie anderen enerzijds en [gedaagde] en [naam] anderzijds een schriftelijke huurovereenkomst gesloten waarbij zij de woning aan de [adres] te [plaats] van [gedaagde] en [naam] hebben gehuurd. De huurovereenkomst heeft een looptijd van 12 maanden, met ingang van 1 juni 2022. In de huurovereenkomst is de op [eiseres] rustende huurbetalingsverplichting gesteld op € 550,00 per maand. Voorafgaande aan het begin van de huurperiode heeft [eiseres] een waarborgsom van € 850,00 aan [gedaagde] betaald.

2.2.

Op 22 december 2022 heeft [eiseres] aan [gedaagde] het volgende WhatsApp bericht gestuurd:“Hoi [gedaagde] , ik wil graag per 1 januari weg”

2.3.

[gedaagde] heeft dit bericht op 24 december 2022 als volgt beantwoord:“1 januari is erg kort dag en er is een lopend huurcontract tot het midden van het jaar )(...)Als er voor 30 december een nieuwe huurder is gevonden (...) zou het een optie kunnen zijn.”

2.4.

[eiseres] heeft de woning per 1 januari 2023 verlaten.

2.5.

[eiseres] heeft [gedaagde] aangemaand om de volledige waarborgsom terug te betalen. [gedaagde] heeft geweigerd om tot terugbetaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de waarborgsom van € 850,00, te vermeerderen met rente en kosten.

3.2.

Zij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] ten onrechte weigert om de betaalde waarborgsom aan haar terug te betalen.

4 Het verweer en de tegenvordering

5 De beoordeling

6 De beslissing