Home

Rechtbank Noord-Holland, 28-08-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:8639, C/15/351362

Rechtbank Noord-Holland, 28-08-2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:8639, C/15/351362

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28 augustus 2024
Datum publicatie
5 september 2024
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:8639
Zaaknummer
C/15/351362

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling. Geen onrechtmatig handelen jegens schuldeiser (verhuurder) door BV te ontbinden via turboliquidatie (2:19 lid 4 BW). Bestuurders mochten, bij afwezigheid van baten, kiezen voor de route van turboliquidatie. Ook is geen sprake van onrechtmatige selectieve betaling voorafgaand aan de ontbinding. Geen ernstig persoonlijk verwijt.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/351362 / HA ZA 24-201

Vonnis van 28 augustus 2024

in de zaak van

1 STICHTING BEWARING DPF, 2. STICHTING BEWARING 24 WEST,

beiden gevestigd te Amsterdam,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: DPF c.s.,

advocaat: mr. H.J. Hagemans,

tegen

1 CASAKO B.V., 2. EK-MBDC B.V., 3. PROJECTSTORE-TTKJ B.V., 4. JJ STEEL B.V., 5. VAMEUS B.V.,

allen gevestigd te Heemskerk,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Casako c.s.,

advocaat: mr. J.F.R. Eisenberger.

De zaak in het kort

Casako c.s. zijn de bestuurders van de inmiddels ontbonden vennootschap Vonkels B.V. (hierna: Vonkels). Vonkels huurde een pand in eigendom van DPF c.s. De zaak gaat over de vraag of Casako c.s. onrechtmatig hebben gehandeld jegens DPF c.s. door Vonkels te ontbinden via de weg van turboliquidatie. De rechtbank oordeelt dat dat niet het geval is. Casako c.s. mochten, bij afwezigheid van baten, kiezen voor de route van turboliquidatie. Er bestaat geen wettelijke plicht die anders bepaalt. Ook is geen sprake van onrechtmatige selectieve betaling voorafgaand aan de ontbinding. De geringe baten zijn naar rato verdeeld over de schuldeisers. Deze handelswijze valt binnen de beleidsvrijheid van de bestuurders van een vennootschap en leidt niet tot bestuurdersaansprakelijkheid. De vorderingen van DPF c.s. worden afgewezen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 juni 2024,

- de mondelinge behandeling van 23 juli 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij door beide advocaten spreekaantekeningen zijn overgelegd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing