Home

Rechtbank Noord-Holland, 10-03-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2848, HAA 23/6997

Rechtbank Noord-Holland, 10-03-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2848, HAA 23/6997

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10 maart 2025
Datum publicatie
25 maart 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:2848
Zaaknummer
HAA 23/6997

Inhoudsindicatie

Woo-verzoek. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 7:12 van de Awb, omdat het standpunt van de minister, dat de openbaarmaking van de documenten integraal dan wel deels moet worden geweigerd op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, e en i, van de Woo niet berust op een deugdelijke motivering

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 23/6997

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. dr. T.S.G. Staal),

en

Minister van Veiligheid en Justitie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, de minister

(gemachtigde: mr. E.C. Pietermaat).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser over het gedeeltelijk afwijzen van het verzoek van eiser om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

1.1.

De minister heeft dit verzoek met het besluit van 3 mei 2023 deels geweigerd. Met het bestreden besluit van 29 september 2023 heeft de minister het bezwaar van eiser deels gegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld.

1.2.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser en [naam 1] en namens de minister: de gemachtigde van de minister, [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .

1.4.

Ter zitting heeft de rechtbank medegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Totstandkoming van het bestreden besluit

Het Woo-verzoek

2.1.

Eiser heeft verzocht om openbaarmaking van alle interne en externe correspondentie van en met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB) en/of diens medewerkers waarin verwezen wordt naar en/of betrekking heeft op de Jerusalem Declaration on Antisemitism (JDA).

Standpunt van de minister

2.2.

De minister heeft de door eiser gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. In de zoekslag heeft de minister de volgende 9 documenten aangetroffen:

  1. Statement to the Committee on Antisemitism and Holocaust Denial;

  2. E-mail oproep van 54 academici;

  3. Conceptverslag van de hoorzitting commissie behandeling klacht;

  4. E-mail met bijlage over de gedachten en posities binnen de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA)-community over JDA;

  5. De Nederlandse delegatie bij IHRA (bijlage bij document 4);

  6. E-mail IHRA en JDA;

  7. Klaagschrift tegen het handelen van de NCAB;

  8. Advies Commissie behandeling klacht NCAB; en

  9. Rapport van de Verenigde Naties.

Documenten 1, 3 en 5 zijn niet openbaar gemaakt. Documenten 2, 4 en 6 zijn deels openbaar gemaakt. Documenten 7, 8 en 9 zijn al openbaar. Document 3 is een conceptverslag en het definitieve document is al openbaar. De minister heeft de volgende weigeringsgronden toegepast:

-

documenten 1, 2, 5 en 6: artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Woo (de betrekkingen van Nederland met andere landen en met internationale organisaties) (hierna: 5.1.2.a);

-

documenten 2, 4 en 6: artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo (de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) (hierna: 5.1.2.e);

-

documenten 2 en 3: artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo (het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen) (hierna: 5.1.2.i); en

-

document 2 en 3: artikel 5.2 van de Woo (intern beraad/persoonlijke beleidsopvattingen) (hierna: 5.2).

Standpunt van eiser

2.3.

Eiser richt zich in beroep tegen het niet openbaar maken van documenten 1 en 5 op grond van 5.2.1.a en het in alle documenten onleesbaar maken van de naam van de ambtenaren die uit hoofde van hun functie in de openbaarheid treden op grond van 5.1.2.e.

Aangepast standpunt van de minister

2.4.

In het verweerschrift heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat het beroep van eiser gegrond is ten aanzien van het gebruik van de weigeringsgrond 5.1.2.a en het beroep voor het overige ongegrond is. De minister heeft de motivering van het bestreden besluit aangepast. De weigering om de documenten 1 en 5 openbaar te maken behoeft een andere motivering. Voor document 1 geldt dat 5.1.2.a niet van toepassing is, maar dat de openbaarmaking integraal moet worden geweigerd op grond van 5.1.2.i. Voor document 5 geldt dat de openbaarmaking integraal moet worden geweigerd op grond van 5.1.2.i vanwege de aard van het document. Daarnaast bevat document 5 passages die de internationale betrekkingen zou schaden, waardoor op die passages subsidiair 5.1.2.a van toepassing is. Ten aanzien van de weigeringsgrond 5.1.2.e blijft de minister bij het standpunt dat het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer een groter gewicht toekomt dan het belang van openbaarmaking van deze gegevens.

Ter zitting definitieve versie document 1 openbaar gemaakt

2.5.1.

De minister heeft ter zitting de definitieve versie van document 1 openbaar gemaakt en zich daarbij op het standpunt gesteld dat de openbaarmaking van de conceptversie van document 1 geweigerd blijft op grond van 5.2.1.i.

2.5.2.

Eiser heeft ter zitting het beroep ten aanzien van het niet openbaar maken van de conceptversie van document 1 gehandhaafd.

Wettelijk kader

Beoordeling door de rechtbank

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving