Home

Rechtbank Noord-Holland, 03-04-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:3908, HAA 24/509

Rechtbank Noord-Holland, 03-04-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:3908, HAA 24/509

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
3 april 2025
Datum publicatie
24 april 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:3908
Zaaknummer
HAA 24/509

Inhoudsindicatie

AVG verzoek. Beroep gegrond. Ten onrechte geen hoorzitting en advies in bezwaar, in strijd met de Verordening. Eiseres stelt dat gegevens ontbreken. Verweerder sluit dit niet uit maar stelt dat deze gegevens buiten het inzagerecht van de AVG vallen. E-mails kunnen onder de reikwijdte van de AVG vallen. Interne notities en interne correspondentie vallen niet zonder meer buiten de reikwijdte van artikel 15 van de AVG vallen. Voor zover verweerder zich op het standpunt wenst te stellen dat een weigeringsgrond van toepassing is op de aanwezige persoonsgegevens, ligt het op de weg van verweerder om dit in een besluit te motiveren. Dwangsom in primaire fase. Verweerder heeft verzending van de verlenging van de behandeltermijn aannemelijk gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 24/509

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. van Driel),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Castricum, verweerder

(gemachtigden: mr. drs. J.P. Dikker en mr. R. Glas).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres over het besluit op haar verzoek om informatie op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

1.1.

Verweerder heeft met het primaire besluit van 7 juni 2023 op dit verzoek beslist en aan eiseres informatie verstrekt. Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

1.2.

Op 20 oktober 2023 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld, omdat een beslissing op bezwaar uitbleef.

1.3.

Op 4 november en 10 december 2023 heeft eiseres verweerder nogmaals in gebreke gesteld omdat een beslissing op bezwaar uitbleef.

1.4.

Op 7 februari 2024 heeft eiseres beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar.

1.5.

In het bestreden besluit van 7 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en aanvullende informatie overgelegd.

1.6.

Op 18 maart 2024 heeft eiseres beroepsgronden ingediend tegen het bestreden besluit.

1.7.

De rechtbank heeft het beroep op 18 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van verweerder.

1.8.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder de gelegenheid te geven om aannemelijk te maken dat de brief van 21 maart 2023 tot verlenging van de beslistermijn voor het AVG-verzoek is verzonden aan eiseres.

1.9.

Bij e-mail van 31 oktober 2024 heeft verweerder gegevens over de verzending van de verlengingsbrief verstrekt.

1.10.

Bij brief van 1 november 2024 heeft eiseres hierop gereageerd.

1.11.

Bij brieven van 21 respectievelijk 24 november 2024 hebben verweerder en eiseres nadere stukken ingediend.

1.12.

Nadat partijen vervolgens niet binnen de daartoe gestelde termijn om een nadere zitting hebben verzocht, heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Op 6 januari 2023 heeft eiseres verzocht om inzage in de verwerking van haar persoonsgegevens. Op 3 april, 3 mei en 19 mei 2023 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het volgens haar niet tijdig beslissen op haar verzoek. In het primaire besluit van 7 juni 2023 heeft verweerder op grond van artikel 15 van de AVG een overzicht overgelegd van verwerkingen en kopieën van de persoonsgegevens van eiseres.

3. Op 3 juli 2023 heeft eiseres bezwaar gemaakt. In haar bezwaarschrift stelt eiseres dat de verstrekte persoonsgegevens onvolledig zijn. Daarnaast verzoekt eiseres verweerder een dwangsom vast te stellen wegens het niet tijdig beslissen.

4. Op 20 oktober, 4 november en 10 december 2023 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Op 14 december 2023 heeft eiseres een afschrift van haar eerder verzonden brieven gestuurd en opnieuw verzocht om contact op te nemen. Op 7 februari 2024 heeft eiseres een beroep niet tijdig beslissen ingesteld bij de rechtbank.

5. In het besluit van 7 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Tijdens een nieuw onderzoek, naar aanleiding van een bewijsstuk dat eiseres tijdens de hoorzitting in de bezwaarfase heeft overgelegd, heeft verweerder informatie over het verwerken van persoonsgegevens ontdekt die niet eerder is verstrekt. In aanvulling op de reeds eerder verstrekte overzichten, verstrekt verweerder bij het besluit van 7 maart 2024 aanvullende overzichten die zijn opgesteld op basis van de beschikbaar gekomen informatie uit het nieuwe onderzoek. Tevens heeft verweerder aan eiseres de maximale dwangsom toegekend wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep