Home

Rechtbank Noord-Holland, 03-06-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5814, C/15/362826 / KG ZA 25-123

Rechtbank Noord-Holland, 03-06-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5814, C/15/362826 / KG ZA 25-123

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
3 juni 2025
Datum publicatie
11 juni 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:5814
Zaaknummer
C/15/362826 / KG ZA 25-123

Inhoudsindicatie

Eiseres heeft ingeschreven op een door gedaagde uitgeschreven aanbesteding en is van mening dat de winnende inschrijver een irreëel lage inschrijving heeft gedaan, omdat zij daarin geen schouw heeft opgenomen die wel noodzakelijk is. De voorzieningenrechter deelt die mening niet, omdat gedaagde geen schouw heeft voorgeschreven maar de keuze voor het aan de inschrijvers heeft gelaten. Ook de andere bezwaren van eiseres tegen de inschrijving door en gunning aan de winnende inschrijver treffen geen doel.

Uitspraak

vonnis

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/362826 / KG ZA 25-123

Vonnis in kort geding van 3 juni 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PENTA RHO ORGANISATIE ONTWIKKELT HUISVESTING B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres,

advocaat mr. S. Schuurman te Arnhem,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DEN HELDER,

zetelend te Den Helder,

gedaagde,

advocaten mr. J. Sinnige en mr. C.T. Boekema te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Penta Rho en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de uitgebrachte dagvaarding van 11 maart 2025 met in totaal 12 (deels nagekomen) producties

-

de conclusie van antwoord van de gemeente met 2 producties

-

de mondelinge behandeling van 20 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt

-

de pleitaantekeningen van Penta Rho

-

de pleitnota van de gemeente.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

Penta Rho heeft ingeschreven op een door de gemeente uitgeschreven aanbesteding en is van mening dat de winnende inschrijver (ICS) een irreëel lage inschrijving heeft gedaan, omdat zij daarin geen schouw heeft opgenomen die wel noodzakelijk is. De voorzieningenrechter deelt die mening niet, omdat de gemeente geen schouw heeft voorgeschreven maar de keuze voor het aan de inschrijvers heeft gelaten. Ook de andere bezwaren van Penta Rho tegen de inschrijving door en gunning aan ICS treffen geen doel.

3 Feiten

3.1.

De gemeente heeft een meervoudig onderhandse aanbesteding (hierna: de Aanbesteding) uitgeschreven en heeft Penta Rho en ICS Adviseur BV te Zwolle (hierna: ICS) als (enige) partijen uitgenodigd om op de Aanbesteding in te schrijven. Doel van de Aanbesteding is om met 1 opdrachtnemer een overeenkomst aan te gaan voor het ontwikkelen van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de gemeente Den Helder.

3.2.

In de op de Aanbesteding van toepassing zijnde “Startopdracht Integraal Huisvestingsplan” is onder meer het volgende opgenomen:

(...)

(...)

3.3.

In de Nota van Inlichtingen (NvI) is onder meer het volgende opgenomen:

(...)

6.

(...)

9.

3.4.

Bij brief van 11 februari 2025 heeft de gemeente onder meer het volgende aan Penta Rho medegedeeld:

3.5.

Bij brief van 14 februari 2025 heeft (de advocaat van) Penta Rho onder meer het volgende aan de gemeente geschreven:

(...)

Penta Rho heeft een prijs geoffreerd van in totaal € 82.677, waarvan een bedrag van € 30.188 gemoeid is met het verkrijgen van inzicht in de bouwkundige staat van de gebouwen ten behoeve van benodigde renovatie, nieuwbouw en/of onderhoud. Penta Rho heeft in haar plan van aanpak gemotiveerd uiteengezet waarom een schouw van de gebouwen hiervoor benodigd is en heeft onderbouwd op welke wijze zij tot haar kostenraming ten aanzien van dit onderdeel is gekomen.

Uit het gunningsvoornemen blijkt dat Penta Rho en ICS gelijk hebben gescoord op ‘de inhoud’ (kwaliteit), maar dat ICS bijna twee keer zo hoog heeft gescoord op het onderdeel prijs (50% tegenover 26%). Hoewel u de beoordelingssystematiek (ten aanzien van de prijs) verder niet inzichtelijk heeft gemaakt, zal dit betekenen dat ICS voor circa de helft (52%) van de prijs heeft ingeschreven. Penta Rho heeft geen inzicht verkregen in het Plan van Aanpak, noch in de (onderbouwing/specificatie van de) door ICS geoffreerde prijs, maar zij heeft op basis van het bovenstaande reeds gegronde redenen om aan te nemen dat de door ICS geoffreerde prijs irreëel, althans abnormaal laag is.

(...)

Penta Rho meent aldus primair dat er sprake is van een irreële inschrijving zijdens ICS, nu zij ofwel géén schouw, althans geen deugdelijke methode voor het in beeld krijgen van de huidige situatie, hanteert, ofwel er geen rekening is gehouden met het grote gebouwenbestand dat bij het ontwikkelen van een IHP betrokken dient te worden, zodat op voorhand vaststaat dat de aanbieding na gunning zal leiden tot een toerekenbaar tekortschieten door de inschrijver en dus niet realistisch is voor wat betreft de uitvoering. Gezien de hoogte van de inschrijfsom van ICS, komt het Penta Rho voor dat een dergelijke schouw van de gebouwen daarvan geen onderdeel uitmaakt.

(...)

3.6.

Bij brief van 4 maart 2025 heeft de gemeente onder meer het volgende aan (de advocaat van) Penta Rho geschreven:

(...)

De kern van uw bezwaar is dat de inschrijving van Penta Rho, onder meer, een fysieke schouw ter plaatse behelst en dat om tot een gedegen IHP te komen, dit alleen kan met een fysieke schouw. Indien ICS geen fysieke schouw ter plaatse uitvoert, meent u dat daarmee sprake is van een irreële inschrijving, zo stelt u in uw brief van 14 februari 2025.

U doet daarmee ten onrechte de aanname dat een fysieke schouw onderdeel is van de opdracht. In ons inschrijfdocument noch in de Nota van Inlichtingen is een fysieke schouw door de gemeente voorgeschreven als onderdeel van de opdracht.

(...)

De gemeente heeft in de opdracht niet voorgeschreven dat voor het onderzoek naar de bouwkundige staat van de gebouwen een fysieke schouw moet plaatsvinden. De gemeente heeft het in de opdracht aan inschrijvers gelaten om dit onderzoek te verrichten, mits dit geschiedt binnen de kaders als geformuleerd in de 'startopdracht integraal huisvestingsplan'. In de Nota van Inlichtingen (vraag 6) heeft de gemeente hierover het volgende aangegeven:

"De bouwkundige en technische gegevens zijn nog niet aanwezig. Deze moeten nog in beeld worden gebracht in samenwerking met de schoolbesturen. In het plan van aanpak kunt u opnemen hoe op welke wijze u denkt deze gegevens in beeld te brengen (onderstreping, red.)."

De gemeente heeft zich ervan vergewist dat de inschrijving van ICS past binnen de uitgevraagde kaders. Door ICS wordt onderzoek uitgevoerd naar de bouwkundige staat van de gebouwen. Naar het oordeel van de gemeente wordt door ICS een deugdelijke methode van onderzoek gehanteerd. Het gebouwenbestand is daarbij in acht genomen.

(...)

3.7.

In haar inschrijving heeft ICS ten aanzien van Fase 2 (Inventarisatie & analyse) onder meer opgenomen dat zij het huidige IHP gebruikt om feitelijke gegevens op te halen en zij de gemeente vraagt om relevante gegevens en informatie (zoals capaciteit, bouwjaar, boekwaarde van de gebouwen en de meest actuele leerlingenprognose) aan te vullen indien nodig. Ook aan de schoolbesturen vraagt ICS om actuele informatie aan te leveren c.q. aan te vullen door middel van een digitale vragenlijst. Voorts maakt ICS tijdens de inventarisatiefase een rondje langs de scholen. Daarna maakt ICS van ieder schoolgebouw een factsheet met de verzamelde objectieve informatie, alsmede een kwalitatieve beoordeling van de gebouwkwaliteit door de scholen/schoolbesturen ter uniforme onderlinge vergelijking. Tot slot heeft ICS nog interviews met de schoolbesturen. Voor fase 2 heeft ICS ingeschreven met een prijs van €.9.780,-.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing