Rechtbank Noord-Nederland, 13-05-2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:2394, C/18/143014 / HA ZA 13-229
Rechtbank Noord-Nederland, 13-05-2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:2394, C/18/143014 / HA ZA 13-229
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 13 mei 2015
- Datum publicatie
- 21 mei 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2015:2394
- Zaaknummer
- C/18/143014 / HA ZA 13-229
- Relevante informatie
- Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025], Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 42, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 68, Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 3 [Tekst geldig vanaf 08-11-2024 tot 01-07-2025] art. 52
Inhoudsindicatie
faillissement, pauliana, verjaring
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
Zittingsplaats Groningen
zaaknummer / rolnummer: C/18/143014 / HA ZA 13-229
Vonnis van 13 mei 2015
in de zaak van
Mr. JOHAN DANIEL MEERBURG
in hoedanigheid van curator in het faillissement van Milieu Logistiek Stadskanaal B.V.,
woonplaats kiezende te Groningen,
eiser,
advocaat mr. M.S. de Groene,
tegen
1. de besloten vennootschap
SITA RECYCLING SERVICES NOORD-OOST B.V.,
gevestigd te Arnhem,
gedaagde,
advocaat mr. T.H. Otten,
2. de stichting
[stichting] ,
gevestigd te Assen,
gedaagde,
advocaat mr. D. Knottenbelt,
3. de maatschap naar burgerlijk recht
[maatschap] ,
gevestigd te Assen,
gedaagde,
advocaat mr. D. Knottenbelt,
4. [voornaam] [gedaagde 4],
wonende te Groningen,
gedaagde,
advocaat mr. D. Knottenbelt.
Eiser zal hierna de curator en gedaagden zullen hierna respectievelijk Sita, de stichting, de maatschap en [gedaagde 4] genoemd worden. De stichting, de maatschap en [gedaagde 4] zullen gezamenlijk de stichting c.s. genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding,
- -
-
de conclusie van antwoord van Sita,
- -
-
de conclusie van antwoord van de stichting c.s.,
- -
-
de conclusie van repliek,
- -
-
de conclusie van dupliek van Sita,
- -
-
de conclusie van dupliek van de stichting c.s.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Deze zaak is op de voet van artikel 15 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verwezen naar een meervoudige kamer.
2 De feiten
De besloten vennootschap Milieu Logistiek Stadskanaal B.V. (hierna: MLS) hield zich bezig met milieulogistiek: zij zamelde afval in, waarvoor zij betaling ontving, en leverde dit afval vervolgens in bij afvalverwerkers, waarvoor MLS moest betalen. Omdat MLS op haar terrein meer afval had opgeslagen dan op grond van de aan haar verleende milieuvergunning was toegestaan, heeft de provincie in maart 2008 bestuursdwang toegepast met betrekking tot een deel van het opgeslagen afval en daarnaast dwangsommen aangezegd. Het openbaar ministerie heeft tegen MLS en haar bestuurder, de heer [voorletters 1] [naam] (hierna: [naam] ), strafvervolging ingesteld in verband met overtreding van milieubepalingen. Daarnaast had MLS een betalingsgeschil met enkele van haar crediteuren, waardoor zij liquiditeitsproblemen had.
MLS werd onder andere in 2008 op civiel-, bestuurs- en strafrechtelijk gebied bijgestaan door de maatschap en in het bijzonder door [gedaagde 4] .
Op 11 juli 2008 sloten MLS (daarbij vertegenwoordigd door [naam] ) en Sita een koopovereenkomst (hierna: de activaovereenkomst) in verband met de koop door Sita van een deel van de activa van MLS voor het totaalbedrag van € 1.500.000,00, waarvan € 585.000,00 voor de vaste activa (het materieel) en € 915.000,00 voor goodwill, handelsnamen, domeinnamen, orderportefeuille en klantenbestand (hierna: de activatransactie). De overdracht heeft op 15 juli 2008 plaatsgevonden.
Artikel 3.3 van de activaovereenkomst luidt als volgt:
‘Betaling van de Koopprijs zal plaatsvinden op de volgende wijze:
a. Een bedrag groot € 500.000,-, ten behoeve van MLS (“Bedrag 1”), in escrow, op de derdenrekening van notariskantoor Dijkstra Jansen Bergman Notarissen te Stadskanaal, te verrichten op rekeningnummer (...) en;
b. een bedrag groot € 400,000,-- rechtstreeks aan de Rabobank (“Bedrag 2”), zijnde het schuldbedrag van MLS aan de Rabobank. Zulks te verrichten op rekeningnummer (...) t.n.v. Rabobank Stad en Midden Groningen met als kenmerk MLS.
c. Een bedrag groot € 600.000,- op rekening van de [stichting] (“Bedrag 3”), te verrichten op rekeningnummer (...).
(...)’
De artikelen 3.6 tot en met 3.8 van de activaovereenkomst luiden als volgt:
‘3.6 Bedrag 1 in escrow bij de notaris valt vrij 3 maanden na Overdrachtsdatum, tenzij sprake is van verrekeningen op grond van artikel 6.2, door SITA schriftelijk te melden aan de notaris, naar aanleiding waarvan de notaris deze opgaven verrekend met het eventueel uit te betalen bedrag.
Ten aanzien van Bedrag 3 komen partijen overeen dat tot de vervaltermijn als vermeld in artikel 3.6 van drie maanden na Overdrachtsdatum, slechts betalingen van de derdenrekening van [maatschap] worden verricht met kennisgeving en instemming van SITA teneinde dwangcrediteuren te voldoen danwel teneinde gerezen handhavingsproblemen met Gedeputeerde Staten van de Provincie Groningen op te lossen. Bij iedere betaling zal [voorletters 1] [gedaagde 4] SITA vooraf voorzien van daartoe bestemde verificatoire bescheiden.
SITA zal voor MLS diensten verrichten in het kader van de afvoer, overslag en verwerking van afvalstoffen van de locaties van MLS. Betaling van de verschuldigde factuurbedragen hieraan verbonden zullen door MLS onvoorwaardelijk en op eerste verzoek van SITA aan SITA geschieden, na overlegging van een gespecificeerde factuur van de diensten die in dit kader zijn verricht. MLS is gerechtigd deze factuurbedragen te voldoen uit Bedrag 1 en voor zover Bedrag 1 ontoereikend mocht zijn uit Bedrag 3. De notaris als bedoeld in artikel 3.3 en [voorletters 1] [gedaagde 4] zullen door MLS worden geïnstrueerd over de tijdige betaling van facturen van SITA.’
Artikel 6.2 van de activaovereenkomst luidt:
‘Indien naar het oordeel van SITA blijkt van een afwijking tussen de overhandigde informatie en de informatie verkregen op de ondertekeningsdatum en/of Overdrachtsdatum, zal SITA zulks omgaand schriftelijk aan MLS mededelen. (...) SITA zal in dat geval gerechtigd zijn om het vastgestelde nadelige verschil te verrekenen met het Bedrag 1 (...).’
De bedragen zijn overeenkomstig de bepalingen in de activaovereenkomst betaald door Sita. Van Bedrag 1 is € 238.347,22 aan Sita betaald in verband met het door Sita opruimen/saneren van het bedrijfsterrein van MLS. Op 22 oktober 2008 is het restantbedrag van € 261.652,78 aan MLS uitbetaald. De Rabobank heeft na ontvangst van Bedrag 2 haar zekerheden prijsgegeven. Bedrag 3 is in de periode van 10 juli 2008 tot en met 12 september 2008 als volgt aan schuldeisers betaald:
˗ op 10 juli 2008 zijn op verzoek van [gedaagde 4] betaald de bedragen van
o € 74.064,83 aan Afvalsturing Friesland,
o € 43.929,11 aan Jager Transport;
˗ op 13 juli 2008 zijn op verzoek van [naam] betaald de bedragen van
o € 106.114,41 aan Staainkoeln Groningen,
o € 48.560,00 aan PVF,
o € 111.224,05 aan AEB,
o € 86.630,00 en € 17.121,00 aan Belastingdienst,
o € 24.795,87 aan Damsté Advocaten,
o € 14.541,07 aan [maatschap] ;
˗ op 28 augustus 2008 zijn op verzoek van [naam] betaald de bedragen van
o € 15.500,00 aan ARCG,
o € 14.519,00 aan Belastingdienst;
˗ op 29 augustus 2008 is betaald het bedrag van:
o € 8.547,78 aan [maatschap] ;
˗ op 12 september 2008 zijn op verzoek van [naam] betaald de bedragen van:
o € 13.992,19 en € 5.187,36 aan Lage Landen;
o € 8.151,00 en € 8.935,00 aan Belastingdienst.
Op 31 oktober 2008 liet [naam] via een e-mailbericht aan [gedaagde 4] weten: ‘Zo als het nu lijkt komen wij nogal wat te kort om iedereen netjes te betalen’.
Op 3 november 2009 is MLS door de rechtbank Groningen failliet verklaard, waarbij mr. A.L. Goederee tot rechter-commissaris is benoemd en mr. J.D. Meerburg tot curator.
De curator heeft bij brief van 29 november 2010 aan [gedaagde 4] laten weten:
'Op grond van door mij ingesteld onderzoek meen ik dat wijlen de heer [naam] en zijn vennootschappen - en overigens ook nog derden - aansprakelijk gehouden kunnen worden op grond van pauliana en/of onrechtmatig handelen. (...) De Stichting, de [maatschap] , en uzelf zal ik over deze kwestie nog separaat aanschrijven. Het komt mij voor dat u zich misschien dient te beraden op uw positie als raadsman van de erven. In ieder geval beschouw ik het handelen ter zake van alle betrokkenen als paulianeus en/of onrechtmatig.'
3 Het geschil
De curator vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad samengevat -:
I. een verklaring voor recht dat de volgende rechtshandelingen paulianeus zijn in de zin van artikel 42 Faillissementswet (hierna: Fw) en rechtsgeldig door de curator zijn vernietigd:
a. de tussen Sita en MLS gesloten activaovereenkomst;
b. de door de stichting op zich genomen beheersovereenkomst met betrekking tot het bedrag van € 600.000,00;
c. de betalingen verricht vanuit het onder de stichting gestorte bedrag van € 600.000,00;
d. het samenstel van de rechtshandelingen onder a, b en c.
II. een verklaring voor recht dat (het samenstel van) de rechtshandelingen onder b en c nietig zijn in de zin van artikel 3:40 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), dan wel ter zake nietigheid uit te spreken,
III. een verklaring voor recht dat met betrekking tot (het samenstel van) de rechtshandelingen onder b en c de maatschap en [gedaagde 4] vereenzelvigd dienen te worden met de stichting, althans dat het handelen van de maatschap en [gedaagde 4] in verband met de rechtshandelingen onder b en c ten opzichte van de boedel als onrechtmatig dient te worden aangemerkt,
IV. veroordeling van Sita en de stichting c.s. tot betaling van schadevergoeding en/of restitutie van ontvangsten, nader op te maken bij staat,
althans zodanige veroordelingen uit te spreken die de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren,
met veroordeling van Sita en de stichting c.s. in de kosten van dit geding.
De curator heeft daartoe aangevoerd dat zowel door de activatransactie als door het beheer door de stichting van gelden en de betalingen door de stichting de schuldeisers zijn benadeeld (pauliana). De benadeling heeft plaatsgevonden doordat de activa zich niet meer in het vermogen van MLS bevinden maar in het vermogen van Sita, terwijl de koopprijs niet direct en onmiddellijk aan MLS is voldaan. Sita heeft, terwijl zij bekend was met de ernstige financiële problemen van MLS, op grond van de activaovereenkomst invloed behouden op de besteding en bestemming van de opbrengst, hetgeen heeft geleid tot een doorbreking van de wettelijke rangorde van schuldeisers (de paritas creditorum). Daarnaast is er sprake van verhaalsbelemmering. Er waren geen roerende zaken meer waarop men zich kon verhalen, terwijl de koopprijs door het beheer van de gelden door de stichting onzichtbaar was gemaakt. [gedaagde 4] , en daarmee de stichting, was volledig bekend met de financiële situatie van MLS. Het gehele bedrag dat de stichting in beheer had, is aan derden betaald. Deze betalingen en de toestemming van Sita daarvoor waren niet in overeenstemming met de in de activaovereenkomst neergelegde voorwaarden en waren derhalve onverplicht. Bovendien zijn de gelden die bij de stichting in beheer waren, niet in overeenstemming met hun bestemming gebruikt. Feitelijk heeft de stichting ten behoeve van MLS gebankierd.
Sita voert als verweer dat de curator niet-ontvankelijk is in zijn vordering, omdat hij handelt buiten zijn wettelijke bevoegdheid van art. 68 Fw. Verder voert Sita aan dat de vordering is verjaard en om die reden moet worden afgewezen. Ook betwist Sita de (wetenschap van) benadeling. Tot slot verweert Sita zich tegen de uitvoerbaar bij voorraadverklaring en vordert zij veroordeling van de curator in de kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De stichting c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de curator, althans tot afwijzing van de vorderingen, tot afwijzing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring en tot veroordeling van de curator in de kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daartoe voert de stichting c.s. aan dat er geen sprake is van paulianeus handelen, omdat de onder 2 gestelde beheersovereenkomst niet onverplicht was, de paritas creditorum hierdoor niet is doorbroken en de wetenschap van benadeling ontbreekt bij de stichting c.s. De onder 3 gestelde betalingen zijn volgens de stichting evenmin onverplicht verricht en zijn bovendien geen rechtshandelingen. Verder betwist de stichting c.s. de nietigheid en de onrechtmatigheid van de onder 2 en 3 genoemde handelingen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.