Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:6073, LEE 15-1887 en 15-1913
Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:6073, LEE 15-1887 en 15-1913
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 9 december 2015
- Datum publicatie
- 30 december 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2015:6073
- Zaaknummer
- LEE 15-1887 en 15-1913
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke boetes wegens overtredingen van het Arbobesluit. Onderdruk van 20 Pascal. Zware overtreding op grond van de Beleidsregel. Zelf voorzien en matiging boetes.
Uitspraak
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 15/1887 en 15/1913
(gemachtigde: mr. J.A. Bekke),
en
(gemachtigde: mr. I.E. van Heijningen).
Procesverloop
Inzake 15/1887
Bij besluit van 8 augustus 2014 (het primaire besluit I) heeft verweerder aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 5.400,-- wegens overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: het Arbobesluit).
Bij besluit van 5 maart 2015 (het bestreden besluit I) heeft verweerder het door eiseres daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
Inzake 15/1913
Bij besluit van 8 september 2014 (het primaire besluit II) heeft verweerder aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 18.000,-- wegens drie overtredingen van het Arbobesluit,-- wegens drie overtredingen van .
Bij besluit van 3 april 2015 (het bestreden besluit II) heeft verweerder het door eiseres daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, in die zin dat een bestuurlijke boete van € 1.800,-- komt te vervallen.
Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
De zaken zijn gelijktijdig behandeld op de zitting van 28 oktober 2015.
Eiseres is vertegenwoordigd door [eisers], bijgestaan door haar gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, J.C. Talen (arbeidsinspecteur), J.P.M. van Gaans (arbeidsinspecteur) en D. Terlaak Poot (milieu- inspecteur).
Overwegingen
Feiten
1. Bij haar oordeelsvorming betrekt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden.
Inzake 15/1887
Op 28 januari 2014 waren werknemers van eiseres bezig met asbestverwijderings- werkzaamheden bij twee appartementen in een verzorgingshuis aan De Warren 8 te Drachten.
In verband met een controle op de naleving van de bepalingen krachtens de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) hebben de arbeidsinspecteurs J.C. Talen en J.P.M. van Gaans van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) voormelde locatie bezocht. In het boeterapport hebben de arbeidsinspecteurs vermeld dat zij zagen dat personen asbestverwijderingswerkzaamheden verrichten in appartementen in het verzorgingshuis. Verder is in het boeterapport aangegeven dat de arbeidsinspecteurs op de arbeidsplaats gesproken hebben met de heer B.A. Boersma, de leidinggevende Deskundig Toezichthouder Asbest (hierna: DTA). In dit gesprek heeft Boersma verklaard dat er in de twee appartementen in de berging en in het toilet een asbesthoudende brandwerende plaat werd verwijderd, bestaande uit 2-5% Chrysotiel (wit asbest) en 10-15% Amosiet (bruin asbest). Volgens het boeterapport hebben de arbeidsinspecteurs gezien dat er per appartement twee containments waren gebouwd, waarbij bij de ingang(en) van de ruimtes een vouwdouche was geplaatst die aan de zijkanten was dichtgemaakt met folie en ducktape. De arbeidsinspecteurs hebben gezien dat bij het eerste containment de ducktape aan de bovenzijde van de vouwdouche niet goed afsloot. Daarbij hebben de arbeidsinspecteurs geconstateerd dat de onderdruk op de onderdrukmonitor slechts 6.3 Pascal was (en schommelde tussen 6.3 en 6.7 Pascal) in plaats van minimaal 20 Pascal. Verder hebben de arbeidsinspecteurs geconstateerd dat in het andere containment de onderdrukmonitor een onderdruk van 16 Pascal aangaf in plaats van minimaal 20 Pascal. Desgevraagd heeft Boersma verklaard dat er geen maatregelen waren getroffen en dat hij in november 2013 al in het logboek had aangegeven dat er een probleem was met de onderdruk. Verder heeft Boersma verklaard dat het alarm van de onderdukmonitor was afgezet en dat de papieren registratierol niet doorliep. Volgens het boeterapport is bij de controle van de asbestinventarisatie, het werkplan en het logboek door de arbeidsinspecteurs gebleken dat de administratie ongeorganiseerd was en dat er geen dagelijkse registratie werd gevoerd in het logboek. De arbeidsinspecteurs komen tot de conclusie dat op de genoemde locatie in de verschillende containments de onderdruk van minimaal 20 Pascal niet gehaald werd door de volgende oorzaken:
- ondeugdelijke bevestiging van foliewand en ducktape aan kozijn en vouwdouche;
- voorafgaand aan de werkzaamheden onvoldoende maatregelen te treffen (spouwmuur niet afplakken);
- onvoldoende aandacht aan deze materie en werkzaamheden te besteden;
- het wegvallen van de onderdruk door het losschroeven en verwijderen van de asbesthoudende platen;
- het niet nemen van maatregelen om de onderdruk na verwijdering van de plaat direct te herstellen.
Het voorkomen van de verspreiding van stof afkomstig van asbest of asbesthoudende materialen buiten de ruimten waar de werkzaamheden plaatsvonden, werd volgens de arbeidsinspecteurs niet voorkomen.
Bij primair besluit I van 8 augustus 2014 heeft verweerder een bestuurlijke boete van € 5.400,-- aan eiseres opgelegd wegens overtreding van het Arbobesluit,-- aan eiseres opgelegd wegens overtreding van . Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 15 september 2014 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.
Bij het bestreden besluit I heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard en het primaire besluit I gehandhaafd.
Inzake 15/1913
Op 12 maart 2014 waren twee werknemers van eiseres bezig met werkzaamheden aan asbest of asbesthoudende materialen in een woning aan de [plaats]
Naar aanleiding van een e-mailbericht van de heer D. Terlaak Poot, milieu-inspecteur bij de Friese Uitvoeringsdienst Milieu en Omgeving, heeft de arbeidsinspecteur J.C. Talen van de Inspectie SZW nader onderzoek verricht en een boeterapport opgesteld. In het boeterapport van 31 maart 2014 komt de arbeidsinspecteur tot de volgende bevindingen. Op woensdag 12 maart 2014 werden er op aan de Cammingastraat 66 te Franeker werkzaamheden uitgevoerd, bestaande uit het verwijderen van circa 6 m2 asbesthoudend zeil. Dit zeil was aanwezig in de keuken, was niet-hechtgebonden, zat gelijmd en bevatte 30-60% Chrysotiel en was ingedeeld in risicoklasse 2 (containment). De werkzaamheden werden uitgevoerd door twee werknemers in dienst van eiseres, te weten de heer [betrokkene] (DTA) en de heer [betrokkene] (Deskundig Asbestverwijderaar). Uit het rapport van bevindingen van de milieu-inspecteur blijkt dat hij tijdens zijn controlebezoek op 12 maart 2014 heeft gezien dat de werknemers in het containment aanwezig waren terwijl zij geen adembescherming en saneringsoverall droegen, dat het containment nog niet was vrijgegeven en de onderdruk in het containment slechts 4 Pascal bedroeg in plaats van minimaal 20 Pascal. Verder heeft de milieu-inspecteur geconstateerd dat diverse maatregelen uit het werkplan niet waren getroffen. De arbeidsinspecteur komt tot de conclusie dat er sprake is van een drietal overtredingen:
- terwijl de werkzaamheden aan asbest of asbesthoudende materialen in het containment nog niet waren vrijgegeven, werd voortijdig in het containment het volgelaatsmasker (adembescherming) afgezet en werd de saneringsoverall uit gedaan;
- gedurende langere tijd was er onvoldoende onderdruk in het containment, waardoor het voorkomen van de verspreiding van asbest of asbesthoudende materialen buiten de ruimten waar de werkzaamheden plaatsvonden, niet werd voorkomen;
- er werd niet overeenkomstig het opgestelde werkplan gewerkt.
Bij primair besluit II van 8 september 2014 heeft verweerder aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van € 18.000,-- wegens voornoemde drie overtredingen van het Arbobesluit,-- wegens voornoemde drie overtredingen van . Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 17 oktober 2014 een bezwaarschrift ingediend.
Bij het bestreden besluit II heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres deels gegrond verklaard en het primaire besluit II herzien, in die zin dat voor de eerste overtreding de bestuurlijke boete van € 1.800,-- komt te vervallen.
Toepasselijke regelgeving
2. Ingevolge artikel 16, tiende lid, van de Arbowet zijn de werkgever, dan wel een ander dan de werkgever bedoeld in het zevende, achtste of negende lid en de werknemers verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden vastgesteld bij of krachtens de op grond van dit artikel, artikel 20, eerste lid, en artikel 24, negende lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur voor zover en op de wijze als bij of krachtens deze maatregel is bepaald.
Ingevolge artikel 33, tweede lid, van de Arbowet wordt als overtreding aangemerkt het niet naleven van artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van de in dat artikellid bedoelde voorschriften en verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als overtreding. Ter zake van deze overtredingen, bedoeld in de vorige zin, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald of een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.
Ingevolge artikel 4.45, eerste lid, van het Arbobesluit wordt de concentratie van asbeststof in de lucht zo laag mogelijk onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, gehouden.
Ingevolge artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbobesluit neemt de werkgever, indien gelet op de aard van de werkzaamheden, overschrijding van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, kan worden verwacht ondanks preventieve technische maatregelen ter beperking van de asbestconcentratie in de lucht, doeltreffende maatregelen ter bescherming van de betrokken werknemers.
Ingevolge het tweede lid van artikel 4.48a van het Arbobesluit behoren tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval:
a. het ter beschikking stellen en het verplichten te dragen van passende ademhalingsapparatuur en andere persoonlijke beschermingsmiddelen;
b. het aanbrengen van waarschuwingsborden die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde, ter aanduiding dat een overschrijding van de in artikel 4.46 genoemde grenswaarde kan worden verwacht;
c. het voorkomen van de verspreiding van stof afkomstig van asbest of asbesthoudende materialen buiten de ruimten waar de werkzaamheden plaatsvinden.
Ingevolge artikel 4.50, eerste lid, van het Arbobesluit wordt door de werkgever van het bedrijf, bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, voordat wordt aangevangen met de werkzaamheden, een schriftelijk werkplan opgesteld dat doeltreffende, op de specifieke situatie van de betreffende arbeidsplaats toegespitste, maatregelen bevat ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers.
Ingevolge artikel 4.50, vijfde lid, van het Arbobesluit worden de werkzaamheden overeenkomstig het werkplan uitgevoerd.
Ingevolge artikel 9.9b, eerste lid, aanhef en onder d, van het Arbobesluit voor zover thans van belang, wordt als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van de eerste categorie aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften welke zijn opgenomen in artikel 4.47c, eerste en tweede lid, artikel 4:48a, tweede lid, artikel 4.50, eerste tot en met vierde en zesde lid, artikel 4.54a en artikel 4.54d, eerste en derde tot en met negende lid.
Op grond van punt 13 van artikel 7.14.4 van bijlage XIIIb (document: Sc-530) van de Arbeidsomstandighedenregeling (hierna: de Arboregeling) wordt het containment zodanig ingericht dat er geen vezelverspreiding buiten het containment kan plaatsvinden gedurende het asbestverwijderingswerk. Gedurende die periode dient de onderdruk onderhouden te worden.
Onder “Uitwerking” wordt vermeld dat dit kan worden gerealiseerd door:
- het containment luchtdicht af te plakken door middel van folie en tape/spuitlijm;
- een afzuigcapaciteit van 6x de inhoud van het containment per uur te realiseren;
- een minimale onderdruk van 20 Pascal instant te houden tijdens de verwijdering;
(...).