Home

Rechtbank Noord-Nederland, 31-03-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1279, LEE 17-701 en 17-702

Rechtbank Noord-Nederland, 31-03-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1279, LEE 17-701 en 17-702

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31 maart 2017
Datum publicatie
5 april 2017
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2017:1279
Zaaknummer
LEE 17-701 en 17-702
Relevante informatie
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] [Regeling ingetrokken per 2024-01-01], Algemene wet bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 04-04-2025 tot 01-07-2025]

Inhoudsindicatie

Last onder dwangsom vanwege overschrijding aantal vervoersbewegingen. Aantal vervoersbewegingen is gemaximeerd door aanvraag, milieuvergunning en onderliggende stukken. Overschrijding van het aantal vervoersbewegingen terecht aangemerkt als overtreding. Geen zicht op legalisatie. Er is sprake van een onoverzichtelijk vergunningenbestand, zodat een revisievergunning verlangd mocht worden. De aanvraag om een milieuneutrale wijziging van de inrichting is terecht buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

Afdeling Bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummers: LEE 17/701 en 17/702

1.a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekers], gevestigd te [plaats], verzoekers sub 1.a.;

1.b. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster 1] gevestigd te [plaats], verzoekster sub 1.b.,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. P.P.A. Bodden),

en

(gemachtigde: mr. W.R. van der Velde).

Procesverloop

Inzake 17/701

Bij primair besluit van 27 januari 2017 (het bestreden besluit I) heeft verweerder verzoekers sub 1.a. een last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat verzoekers sub 1.a. de overschrijding van het vergunde aantal vervoersbewegingen per dag dient te beëindigen en in overeenstemming moet brengen met het maximum aantal, zoals gesteld in de aan verzoekers sub 1.a. verleende omgevingsvergunning van 29 oktober 2012. Dit betekent dat het maximum aantal vervoersbewegingen per dag moet worden teruggebracht tot tien (dat zijn maximaal vijf vrachtwagens per dag), bij gebreke waarvan verzoekers sub 1.a. een dwangsom verbeuren van € 10.000,-- voor elke vrachtwagen die het vergunde aantal van vijf vrachtwagens (tien vervoersbewegingen) overschrijdt, met een maximum van € 300.000,--.

Tegen dit besluit hebben verzoekers een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens hebben verzoekers op 15 februari 2017 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Inzake 17/702

Bij primair besluit van 2 januari 2017 (het bestreden besluit II) heeft verweerder verzoekers sub 1.a. aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het milieuneutraal veranderen van een inrichting’ buiten behandeling gesteld.

Tegen dit besluit hebben verzoekers een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens hebben verzoekers op 15 februari 2017 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De verzoeken zijn gevoegd behandeld op de zitting van 17 maart 2017.

Namens verzoekers is [verzoeker] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en P.F. van Benthem.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. G.D. Homan,

M. Pama en H.L. Halsema.

Feiten en omstandigheden

1. Bij zijn oordeelsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.

Inzake LEE 17/701

1.1.

Verzoekers drijven een agrarische inrichting (akkerbouwbedrijf) met mestvergisting van dierlijke mest en toevoegingen en een warmtekrachtinstallatie met een maximale capaciteit van minder dan 25.000 mʒ op het perceel [adres] te [plaats].

1.2.

Verweerder heeft bij besluit van 3 oktober 2005 aan verzoekers een milieuvergunning onder voorschriften ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) verleend voor voormelde inrichting.

Aan deze milieuvergunning is onder meer een voorschrift met betrekking tot geluid verbonden.

Het voorschrift 6.1. luidt als volgt:

‘Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr;LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten in de representatieve bedrijfssituatie, mag ter plaatse van de gevel van een woning van derden nooit meer dan:

- 50 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur;

- 45 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur;

- 40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur.

1.3.

Op 25 november 2005 hebben verzoekers een melding verandering inrichting ingevolge artikel 8.19 van de Wm bij verweerder ingediend. Deze melding heeft betrekking op de uitbreiding van de inrichting met een digestaatbassin voor de opslag van digestaat, afkomstig van de binnen de inrichting te bouwen co-vergistingsinstallatie.

Op 19 april 2006 hebben verzoekers een melding verandering inrichting ingevolge artikel 8.19 van de Wm bij verweerder ingediend. Deze melding heeft betrekking op de vervanging van twee mestbassins in drie betonnen mestsilo’s.

Op 27 juni 2008 hebben verzoekers een melding verandering inrichting ingevolge artikel 8.19 van de Wm bij verweerder ingediend. Deze melding heeft betrekking op een uitbreiding van de biogasinstallatie met een installatie voor de nabehandeling van digestaat.

1.4.

Op 22 september 2010 hebben verzoekers een aanvraag om milieuvergunning voor het veranderen van de inrichting bij verweerder ingediend. Deze aanvraag heeft betrekking op de opslag van glycerine (maximaal 2.500 mʒ) in een silo en het drogen van ingedikt digestaat in een droger en de opslag ervan.

Verweerder heeft bij besluit van 31 januari 2011 aan verzoekers een milieuvergunning onder voorschriften verleend voor het veranderen van de inrichting in voormelde zin.

1.5.

Op 29 april 2012 hebben verzoekers een aanvraag om omgevingsvergunning ten behoeve van een veranderingsvergunning voor de inrichting bij verweerder ingediend. Deze aanvraag heeft betrekking op het veranderen van een opslagsilo voor co-substraten tot vergistersilo op het perceel Borgercompagnie 63 te Borgercompagnie.

1.6.

Verweerder heeft bij besluit van 29 oktober 2012 aan verzoekers een omgevings-vergunning onder voorschriften verleend voor het veranderen van het akkerbouwbedrijf met vergisters op het perceel [adres] te [plaats].

1.7.

In januari 2014 heeft verweerder een verzoek om handhaving van enkele omwonenden met betrekking tot (onder meer) geluidshinder door de bedrijfsactiviteiten van verzoekers ontvangen. De ervaren geluidshinder is met name gerelateerd aan het aantal vervoersbewegingen.

1.8.

Bij e-mailbericht van 26 november 2015 hebben derde-belanghebbenden verweerder verzocht handhavend op te treden voor wat betreft de overschrijding van het toegestane aantal vrachtwagenbewegingen van verzoekers.

1.9.

In de raadsvergadering van 4 april 2016 heeft de gemeenteraad van Veendam (hierna: de raad) een motie aangenomen van de raadsfracties van de Partij van de Arbeid (PvdA) en de Socialistische Partij (SP), inhoudende dat verweerder opgedragen wordt:

- per direct een besluit te nemen omtrent het verzoek om handhaving;

- het ontstane milieuprobleem zo snel mogelijk uit de wereld te helpen;

- activiteiten te ontwikkelen die erop gericht zijn de samenlevingsproblemen uit de wereld te helpen;

- de raad regelmatig te rapporteren omtrent de voortgang.

1.10.

Verweerder heeft bij brief van 20 april 2016 aan verzoekers medegedeeld voornemens te zijn om een preventieve last onder dwangsom voor wat betreft de vervoersbewegingen op te leggen.

Verder heeft verweerder verzoekers met deze brief in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk een zienswijze in te dienen.

1.11.

Verzoekers hebben bij brief van 3 mei 2016 een zienswijze bij verweerder ingediend.

1.12.

Bij primair besluit van 20 juli 2016 heeft verweerder, onder weerlegging van de zienswijze van verzoekers sub 1.a., een preventieve last onder dwangsom aan verzoekers sub 1.a. opgelegd. De last houdt in dat verzoekers sub 1.a. de overschrijding van het vergunde aantal vervoersbewegingen per dag dient te beëindigen en in overeenstemming moet brengen met het maximum aantal, zoals gesteld in de aan verzoekers verleende omgevingsvergunning van 29 oktober 2012. Dit betekent dat het maximum aantal vervoersbewegingen per dag moet worden teruggebracht tot tien (dat zijn maximaal vijf vrachtwagens per dag), bij gebreke waarvan verzoekers sub 1.a. een dwangsom verbeuren van € 5.000,-- voor elke vrachtwagen die het vergunde maximum aantal van vijf vrachtwagens (tien vervoers-bewegingen) overschrijdt, met een maximum van € 100.000,--.

1.13.

Tegen dit besluit hebben verzoekers sub 1.a een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens hebben verzoekers sub 1.a. op 31 augustus 2016 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder het procedurenummer LEE 16/3531.

1.14.

Bij uitspraak van 3 oktober 2016 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

1.15.

Bij het bestreden besluit I van 27 januari 2017 heeft verweerder verzoekers sub 1.a. een last onder dwangsom opgelegd. De last houdt in dat verzoekers sub 1.a. de overschrijding van het vergunde aantal vervoersbewegingen per dag dient te beëindigen en in overeenstemming moet brengen met het maximum aantal, zoals gesteld in de aan verzoekers sub 1.a. verleende omgevingsvergunning van 29 oktober 2012. Dit betekent dat het maximum aantal vervoersbewegingen per dag moet worden teruggebracht tot tien (dat zijn maximaal vijf vrachtwagens per dag), bij gebreke waarvan verzoekers sub 1.a. een dwangsom verbeuren van € 10.000,-- voor elke vrachtwagen die het vergunde aantal van vijf vrachtwagens (tien vervoersbewegingen) overschrijdt, met een maximum van € 300.000,--.

Inzake LEE 17/702

1.16.

Verzoekers sub 1.a. hebben op 11 november 2016 een aanvraag voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting bij verweerder ingediend.

1.17.

Bij het bestreden besluit II van 2 januari 2017 heeft verweerder de aanvraag van verzoekers sub 1.a. om een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het milieuneutraal veranderen van een inrichting’ buiten behandeling gesteld.

Toepasselijke regelgeving

2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.1.

Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

1. het oprichten,

2. het veranderen of veranderen van de werking of

3. het in werking hebben

van een inrichting of mijnbouwwerk.

Ingevolge artikel 2.6, eerste lid, van de Wabo kan het bevoegd gezag, voor zover de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het veranderen van een inrichting of mijnbouwwerk of van de werking daarvan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, ten tweede of ten derde, met betrekking tot die inrichting of dat mijnbouwwerk al een of meer omgevingsvergunningen zijn verleend, bepalen dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd met betrekking tot die verandering en het in werking hebben van de betrokken inrichting of het betrokken mijnbouwwerk na die verandering.

Ingevolge artikel 2.6, tweede lid, van de Wabo besluit het bevoegd gezag, indien het heeft bepaald dat een zodanige omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, aanvragen met betrekking tot de betrokken activiteit die daarop geen betrekking hebben, niet te behandelen.

2.2.

Ingevolge artikel 5:32, tweede lid, van de Awb strekt een last onder dwangsom ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel een herhaling van de overtreding te voorkomen.

Ingevolge artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb wordt bij een last onder dwangsom die strekt tot het ongedaan maken van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding een termijn gesteld gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.

Overwegingen

Beslissing

Rechtsmiddel