Home

Rechtbank Noord-Nederland, 11-07-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2726, C/18/175691 / HA RK 17-99

Rechtbank Noord-Nederland, 11-07-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2726, C/18/175691 / HA RK 17-99

Inhoudsindicatie

billijke vergoeding ex. art. 7:682 lid 3 BW voor statutair bestuurder, billijke vergoeding ex art. 7:6716 lid 8c BW bij ontbinding arbeidsovereenkomst als statutair directeur; maatstaf voor hoogte van de billijke vergoeding na arrest HR 30 juni 2017 ECLI:NL/HR:2017:1187 en conclusie AG De Bock

Uitspraak

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: C/18/175691 / HA RK 17-99

beschikking ex artikel 7:682 lid 3 BW d.d. 11 juli 2017

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in de zaak van het verzoek, verweerder in de zaak van het tegenverzoek,

gemachtigde: mr. J.M. Frons, advocaat te Assen,

tegen

de besloten vennootschap Peperzaken B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,

verweerster in de zaak van het verzoek, verzoekster in de zaak van het tegenverzoek,

gemachtigde: mr. E.W. Kingma, advocaat te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [A] en Peperzaken worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

[A] heeft bij verzoekschrift met bijlagen, ontvangen ter griffie op 24 april 2017, voorwaardelijk verzocht, namelijk voor zover in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat het besluit van (de aandeelhouder van) Peperzaken tot opzegging van de arbeidsovereenkomst d.d. 30 januari 2017 rechtsgeldig is, aan hem ten laste van Peperzaken een billijke vergoeding toe te kennen op grond van artikel 7:682 lid 3, sub a en b BW van € 150.000,00 bruto, dan wel een bedrag dat de rechtbank in goede justitie mocht vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na de te wijzen beschikking tot aan de dag der algehele voldoening, onder veroordeling van Peperzaken in de kosten van deze procedure.

1.2.

Bij verweerschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 7 juni 2017, heeft Peperzaken zich tegen het verzoek verzet.

1.3.

Bij wijze van zelfstandig (voorwaardelijk) tegenverzoek heeft Peperzaken verzocht de arbeidsovereenkomst tussen Peperzaken en [A] , voor zover wordt vastgesteld dat deze al niet is geëindigd door de besluiten van de aandeelhoudersvergadering van Peperzaken van 30 januari 2017, te ontbinden zonder toekenning van enige vergoeding met veroordeling van [A] in de kosten van deze procedure.

1.4.

De mondelinge behandeling van de verzoeken heeft in aanwezigheid van partijen (Peperzaken deugdelijk vertegenwoordigd door [B] en [C] ) en hun gemachtigden op 13 juni 2017 plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [A] nog stukken in het geding gebracht.

Partijen hebben ter zitting hun standpunten, mede aan de hand van pleitaantekeningen, nader toegelicht. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

1.5.

Uitspraak in beide zaken is bepaald op heden.

2 De feiten

in het (voorwaardelijk) verzoek en het (voorwaardelijk) tegenverzoek

2.1.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die tussen partijen vaststaan omdat ze enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn betwist.

2.2.

[A] is voormalig mede-eigenaar van Peperzaken. Peperzaken is in 2003 door de heer [D] (hierna: [D] ), een vriend van [A] , opgericht. [A] is in 2009 voor 50% mede-eigenaar geworden van de onderneming. Sedertdien waren [D] en [A] – via hun persoonlijke beheer-b.v. 's en de gezamenlijke vennootschap Swank & Rydyr B.V. – samen eigenaar en bestuurder van Peperzaken. Blijkens een uittreksel uit het Handelsregister is Peperzaken als besloten vennootschap opgericht op 22 augustus 2014.

Peperzaken houdt zich bezig met de bouw en ontwikkeling van apps voor mobiele devices. Peperzaken had, onder leiding van [D] en [A] , een vrije organisatorische structuur.

2.3.

Peperzaken is in 2016 door [D] en [A] verkocht. Op 14 februari 2016 is daartoe een koopovereenkomst getekend tussen Swank & Rydyr B.V. en Makalu B.V. De aandeelhouders van Makalu B.V. zijn (via hun beheer-b.v.’s) de heren [C] en [B] (hierna: [C] en [B] ).

Tot de onderneming van [C] en [B] behoort ook de onderneming Belsimpel.

2.4.

De koopprijs van de aandelen van Peperzaken is door partijen vastgesteld op een vast bedrag van € 200.000,00 en een variabel bedrag (earn-out) van minimaal € 0,00 en maximaal € 200.000,00. De betaling van het variabele deel is afhankelijk gesteld van:

a. het tussen de leveringsdatum en 15 april 2018 te behalen bedrijfsresultaat,

b. het voortbestaan van het dienstverband van [A] en/of [D] gedurende diezelfde periode en

c. het voldoen aan de KPI’s (Key Performance Indicators) zoals nader omschreven in bijlage 6 van het koopcontract.

Verder is overeengekomen dat de variabele koopprijs nooit hoger zal zijn dan het bedrijfsresultaat en dat deze naar rato van de behaalde voorwaarden en doelstellingen zal worden toegekend.

Of en in hoeverre aan de cumulatieve voorwaarden is voldaan, behoort tot de discretionaire bevoegdheid van kopers, zulks met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid, aldus artikel 3.3 van de koopovereenkomst van 14 februari 2016.

2.5.

Bij koopovereenkomst is voorts bepaald dat de managementovereenkomsten van (de beheers b.v.'s van) [D] en [A] per leveringsdatum zullen worden beëindigd en dat [A] en [D] zullen worden aangesteld als statutair bestuurder en als CEO, respectievelijk CTO krachtens arbeidsovereenkomst bij Peperzaken werkzaam zullen zijn.

2.6.

Op 18 mei 2016 heeft de aandelenoverdracht en een statutenwijziging plaatsgehad. Makalu B.V. is thans enig aandeelhouder van Peperzaken.

2.7.

[A] , geboren op 29 maart 1985, is op 15 februari 2016 een arbeidsovereenkomst met Peperzaken aangegaan als CEO tegen een salaris van € 6.173,00 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag. Daarnaast is hij bij de aandelenoverdracht tot statutair bestuurder van Peperzaken aangesteld.

In artikel 2 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat [A] in dienst treedt in de functie van CEO en dat hij op verzoek van de werkgever "tevens alle andere arbeid in de onderneming" zal verrichten. In artikel 10.2 van de koopovereenkomst is vastgelegd dat de functie van [A] zal bestaan uit "de algehele leiding van de app business" van Peperzaken en daarnaast, in overleg, "werkzaamheden op projectbasis voor Belsimpel". "De laatste werkzaamheden zullen in principe niet meer dan de helft van de beschikbare tijd van [A] beslaan", aldus de koopovereenkomst.

2.8.

Vanaf juli 2016 is [A] (vrijwel) volledig werkzaam geweest voor Belsimpel. Hij is ingezet op het PowerTeam project, een project met betrekking tot het verstrekken van Powerbanks op festivals ten behoeve van de naamsbekendheid van Belsimpel en sedert september 2016 op het retail-project van Belsimpel.

2.9.

Op 13 december 2016 heeft een gesprek plaatsgehad tussen [A] , [D] , [C] en [B] , waarbij de stand van zaken is geëvalueerd. Daarbij is van de zijde van [C] en [B] kritiek geuit op de wijze waarop [A] zijn functie vervulde.

In een vervolggesprek op 11 januari 2017 hebben [C] en [B] [A] meegedeeld dat zij wilden komen tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2.10.

Bij brief van 16 januari 2016 hebben de aandeelhouders van Peperzaken een aandeelhoudersvergadering (AvA) bijeengeroepen met als enige agendapunt het voorgenomen ontslag van [A] als statutair bestuurder en werknemer van Peperzaken.

2.11.

Een toelichting op dit voorgenomen ontslag is [A] bij brief van 23 januari 2017 gegeven. In die brief is – onder meer – het volgende medegedeeld.

Wij hebben het afgelopen jaar verschillende malen met u gesproken over uw functioneren. Dit functioneren is onvoldoende. U bent niet in staat invulling te geven aan het projectmatige werk. Op dit moment laat ik in het midden of die ongeschiktheid van u tot het verrichten van de bedongen arbeid aan u verwijtbaar is of niet. Wel kan worden vastgesteld dat er sprake is van een onoverbrugbaar verschil in visie op de uitvoering van uw werkzaamheden, hetgeen inmiddels heeft geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding. Om die reden hebben wij het voornemen opgevat om zowel de statutaire als de arbeidsrechtelijke relatie te beëindigen.

In dat kader is allereerst relevant dat u vrijwel altijd te laat bent. (...)

Wij stellen ook vast dat u niet in staat bent om gestructureerd te werken. (...) U bent niet in staat om hoofd- en bijzaken te onderscheiden en hebt onvoldoende overzicht. (...)

Als laatste kan worden gewezen op het feit dat u zich niet houdt aan interne procedures. (...)

2.12.

[A] heeft zich op 23 januari 2017 ziek gemeld.

2.13.

De aandeelhoudersvergadering heeft op 30 januari 2017 plaatsgevonden.

[A] heeft tijdens deze vergadering mondeling verweer gevoerd en aangevoerd dat hij zich niet herkent in de aangevoerde verwijten.

Als statutair bestuurder heeft hij het voorgenomen ontslag dan ook ontraden. [D] heeft zich als statutair bestuurder onthouden van advies.

2.14.

De aandeelhouder van Peperzaken heeft na beraad op 30 januari 2017 het besluit genomen om [A] met onmiddellijke ingang te ontslaan als statutair bestuurder en zijn arbeidsovereenkomst met inachtneming van de opzegtermijn per 1 maart 2017 op te zeggen. Bij brief van 30 januari 2017 is de opzegging aan [A] bevestigd. Vanaf 1 maart 2017 is geen salaris meer betaald.

2.15.

Bij brief van 1 februari 2017 heeft [A] Peperzaken bericht dat er een formeel gebrek kleeft aan de besluitvorming van de aandeelhoudersvergadering van 30 januari 2017. Volgens [A] is in strijd met artikel 2:219 BW gehandeld doordat niet het bestuur, maar de aandeelhouder de vergadering bijeen heeft geroepen.

[A] heeft daarop ex artikel 2:14 BW en 2:15 BW een dagvaardingsprocedure gestart waarin hij heeft gevorderd de verklaring voor recht dat de besluiten nietig zijn, dan wel dat de besluiten worden vernietigd en [A] per direct wordt toegelaten tot het werk en aan hem het hem toekomende salaris wordt voldaan. Verder heeft [A] zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van disfunctioneren, dan wel dat hij daarop is gewezen.

2.16.

Bij brief van 14 maart 2017 heeft [D] namens het bestuur van Peperzaken op verzoek van de aandeelhouder (nogmaals) een AvA bijeengeroepen met als enige agendapunt het voorgenomen ontslag van [A] als statutair bestuurder en werknemer van Peperzaken, voor zover deze betrekkingen al niet zijn geëindigd op basis van de besluiten die op 30 januari 2017 door de AvA zijn genomen. Deze vergadering heeft plaatsgevonden op 26 mei 2017. [A] heeft schriftelijk verweer gevoerd en aangegeven negatief te adviseren.

2.17.

Bij besluit van 26 mei 2017 van de AvA is [A] met onmiddellijke ingang ontslagen als statutair bestuurder, voor zover de vennootschappelijke betrekking tussen Peperzaken en [A] niet zou zijn geëindigd op basis van het besluit van de AvA van 30 januari 2017.

3 Het standpunt van [A]

3.1.

Onder de voorwaarde dat in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door (de aandeelhouder van) Peperzaken op 30 januari 2017 rechtsgeldig is, maakt [A] aanspraak op een billijke vergoeding van € 150.000,00 ex artikel 7:682 lid 3 BW. Dit bedrag is gebaseerd op (gemiste inkomsten uit loon gedurende) een periode van 6 maanden, zijnde de duur van de opbouw van een functioneringsdossier, vermeerderd met de door [A] te lijden inkomensschade, imagoschade, het gemis van de nog lopende earn-out-regeling en het preventieve en punitieve element.

3.2.

[A] maakt aanspraak op een billijke vergoeding, omdat er volgens hem geen sprake is van een redelijke grond in de zin van artikel 7:669 BW die zijn (arbeidsrechtelijke) ontslag rechtvaardigt. Betwist wordt dat sprake is van ongeschiktheid. Ook voor een statutair bestuurder gelden de criteria voor een gesteld disfunctioneren ex artikel 7:669 lid 3 sub g BW, zoals de opbouw van een dossier en de mogelijkheid tot verbetering van het functioneren. Aan geen van deze vereisten is voldaan. Er hebben geen functioneringsgesprekken plaatsgevonden en er is nooit over een verstoorde verhouding, laat staan de duurzaamheid of de mogelijkheden tot herstel daarvan, gesproken. Nog op 10 januari 2017 heeft [A] een e-mail ontvangen van de heer [E] , werkzaam bij Belsimpel, waarin zijn goede functioneren wordt genoemd. Voor zover er al sprake zou zijn van een verstoorde verhouding heeft Peperzaken niet voldaan aan haar plicht om substantiële inspanningen te verrichten om deze (vermeende) verstoring op te lossen. De ontslaggrond overige omstandigheden (h-grond) kan alleen in uitzonderlijke gevallen gelden. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.

Peperzaken heeft volgens [A] dan ook een valse grond voor ontslag aangevoerd. In de brief van 23 januari 2017 zijn, zonder nadere onderbouwing, tal van stellingen en verwijten geponeerd. Peperzaken heeft daarbij een drietal incidenten uitvergroot.

Los daarvan is de opzegging hoe dan ook het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van Peperzaken (7:682 lid 3 sub b BW), nu Peperzaken welbewust en onverhoeds heeft aangestuurd op een ontslag.

3.3.

[A] heeft samen met [D] Peperzaken groot gemaakt. In goed vertrouwen heeft hij de samenwerking met [C] en [B] gezocht en het bedrijf aan hen verkocht. Hij is er dan ook "letterlijk en figuurlijk ziek van" dat hij na amper een jaar buiten de deur wordt gezet. [A] heeft vrijwel geen WW-rechten opgebouwd en heeft, nu hij minder dan 2 jaar in dienst is geweest, evenmin recht op een transitievergoeding. Daarnaast loopt [A] zeer waarschijnlijk een aanzienlijk deel van de earn-out vergoeding mis, doordat hij niet in staat wordt gesteld de daarvoor benodigde doelstellingen te behalen. [A] meent dat hij het komende jaar aan een aanzienlijk deel van de KPI’s zou hebben kunnen voldoen. Ook was afgesproken dat zijn inzet voor Belsimpel geen nadelige gevolgen zou hebben voor de earn-out. Deze situatie is nu door Peperzaken zelf gecreëerd, hetgeen haar kan worden verweten.

3.4.

In het tegenverzoek moet Peperzaken niet-ontvankelijk worden verklaard, aldus [A] , omdat dit is gebaseerd op een besluit van de AvA van 26 mei 2017 terwijl de voorgenomen ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [A] niet was geagendeerd. [A] was daarbij ook niet aanwezig vanwege zijn arbeidsongeschiktheid. Daarnaast houdt het verzoek verband met zijn arbeidsongeschiktheid en is er geen inhoudelijke grond voor beëindiging. Primair verzoekt [A] het verzoek af te wijzen en subsidiair om een billijke vergoeding van € 150.000,00 aan hem toe te kennen.

4 Het standpunt van Peperzaken

5 De beoordeling

6 De beslissing