Rechtbank Noord-Nederland, 20-10-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4115, LEE 17-3381
Rechtbank Noord-Nederland, 20-10-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4115, LEE 17-3381
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2017
- Datum publicatie
- 31 oktober 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2017:4115
- Zaaknummer
- LEE 17-3381
Inhoudsindicatie
Opslag baggerspecie op onbebouwd terrein in strijd met de bestemmingen "tuin" en "groenvoorziening". Geen omgevingsvergunning voor strijdig gebruik verleend. Ondeugdelijke motivering van afwijzing van het verzoek om handhaving. Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening.
Uitspraak
Afdeling Bestuursrecht
locatie Groningen
zaaknummer: LEE 17/3381
en
(gemachtigde: mr. M. Beute).
Procesverloop
Bij primair besluit van 27 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het handhavingsverzoek van verzoekers afgewezen.
Tegen het bestreden besluit hebben verzoekers een bezwaarschrift ingediend. Tevens hebben verzoekers op 27 september 2017 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 oktober 2017.
Namens verzoekers zijn [verzoekers] verschenen.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, P.B. de Jonge en
J.B. Zeevaard.
Feiten en omstandigheden
1. Bij haar oordeelsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.
Op het voormalige Deganed-terrein aan de [adres] te [plaats] worden werkzaamheden uitgevoerd, ter voorbereiding van de transformatie van de bestemming “bedrijf” naar “groen”. In het kader van de werkzaamheden zijn enkele depots aangelegd. Deze depots zijn gereed gemaakt voor de ontvangst van baggerspecie.
In het bij het saneringsplan behorende Veiligheids- & Gezondheidsplan Uitvoerings- fase (hierna: het V&G-plan) zijn maatregelen voorgeschreven waardoor overlast op de werk- locatie en daarmee ook voor de omgeving te beperken dan wel te voorkomen is. Dit V&G-plan is op 17 februari 2015 opgesteld en geaccordeerd op 18 februari 2015. Hier wordt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden op toegezien.
Verzoekers hebben in een brief van 16 juli 2017 aan verweerder gewezen op de aanwezigheid van de baggerdepots op het voormalige Deganed-terrein en de bij de omwonenden daaromtrent levende zorgen. Verweerder heeft bij e-mailbericht van 20 juli 2017 gereageerd op deze brief van verzoekers.
Verzoekers zijn door een brief van 25 juli 2017 van Arcadis geïnformeerd over de aanvoer van de baggerspecie, de tijdsduur van de aanvoer en de overlast die dit met zich brengt.
Verzoekers hebben bij brief van 4 augustus 2017, aangevuld bij brief van 18 augustus 2017, verweerder verzocht handhavend op te treden tegen de op het voormalige Deganed-terrein aanwezige baggerdepots door deze te (laten) verwijderen.
Op 25 september 2017 is een melding op grond van het Besluit Bodemkwaliteit gedaan voor de tijdelijke opslag van de bagger van de vijver van het stadspark te Winschoten. Die melding is op 26 september 2017 geaccepteerd.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het handhavingsverzoek van verzoekers afgewezen.
Toepasselijke regelgeving
2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ingevolge artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
Ingevolge artikel 125, tweede lid, van de Gemeentewet wordt de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang uitgeoefend door het college, indien de last dient tot handhaving van regels welke het bestuur uitvoert.
Ingevolge artikel 5:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt in deze wet verstaan onder overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
Ingevolge artikel 5:1, tweede lid, van de Awb wordt onder overtreder verstaan: degene die de overtreding pleegt of medepleegt.
Ingevolge artikel 5:32, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen in plaats daarvan een last onder dwangsom opleggen.
Ingevolge artikel 5:32a, eerste lid, van de Awb omschrijft de last onder dwangsom de te nemen herstelmaatregelen.
Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald.
Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, voor zover thans van belang, is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.
Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
1. het oprichten,
2. het veranderen of veranderen van de werking of
3. het in werking hebben
van een inrichting of mijnbouwwerk.-
Ingevolge het bestemmingsplan “Winschoten-Zuid” zijn aan het perceel de bestemming “Bedrijf” en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” toegekend.
Ingevolge artikel 3.1 van de planvoorschriften van dit bestemmingsplan zijn de voor “Bedrijf” aangewezen gronden bestemd voor:
a. gebouwen ten behoeve van bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 van de in de bijlage 1 opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten;
b. gebouwen ten behoeve van een bedrijfswoning;
c. tuinen, erven en terreinen;
d. paden;
e. (gebouwen ten behoeve van) nutsvoorzieningen;
f. groenvoorzieningen en waterlopen;
g. parkeervoorzieningen;
h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Ingevolge artikel 3.3 van de planvoorschriften van dit bestemmingsplan is het verboden de gronden te gebruiken als opslagterrein.
Ingevolge artikel 11.1 van de planvoorschriften van dit bestemmingsplan zijn de voor “Waarde – Archeologie” aangewezen gronden, naast het voor de daar voorkomende bestemming bepaalde, mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden.