Home

Rechtbank Noord-Nederland, 13-03-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:877, C18/170990 HA RK 16-287

Rechtbank Noord-Nederland, 13-03-2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:877, C18/170990 HA RK 16-287

Inhoudsindicatie

Verzoek op grond van artikel 46 jo artikel 35 Wet bescherming persoonsgegevens

Uitspraak

beschikking

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rekestnummer: C/18/170990 / HA RK 16-287

Beschikking van 13 maart 2017

in de zaak van

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

advocaat: mr. G.C. Bouwman te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Assen,

verweerster,

advocaat: mr. H.W.J. Smeltekop te Groningen.

Partijen worden hierna [verzoekster] en NAM genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 het verzoekschrift;

 het verweerschrift;

 de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door NAM en [verzoekster] overgelegde producties;

 de mondelinge behandeling.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

In de afwikkeling van bevingsschades worden door NAM expertisebureaus en taxateurs ingeschakeld, waaronder het Noordelijke Schade Taxatie Bureau B.V. (hierna: NSTB) die onderzoek doen naar schadegevallen die voor vergoeding in aanmerking komen.

2.2

Op 17 juli 2016 heeft [verzoekster] NSTB en NAM schriftelijk verzocht om conform artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp):

  1. haar informatie over de betreffende persoonsgegevens te verstrekken; en

  2. haar binnen vier weken schriftelijk mede te delen of haar betreffende persoonsgegevens worden verwerkt en;

  3. indien haar betreffende persoonsgegevens worden verwerkt: een volledig overzicht van de persoonsgegevens, een omschrijving van het doel of doeleinde van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van gegevens in de schriftelijke mededeling aan haar kenbaar te maken.

2.3

In reactie op voormeld verzoek heeft NTSB [verzoekster] bericht dat zij geen verantwoordelijke is in de zin van artikel 35 Wbp, maar een bewerker. NAM heeft op 19 juli 2016 een ontvangstbevestiging aan [verzoekster] toegezonden.

2.4

Op 10 augustus 2016 heeft NAM [verzoekster] een brief en een aantal documenten overhandigd. In de brief is - onder meer - het volgende te lezen:

"Ter voldoening aan uw verzoek tot kennisneming van de verwerking van uw persoonsgegevens, bericht ik u het volgende.

De primaire vraag die is gesteld kan met 'ja' worden beantwoord. De NAM verwerkt uw persoonsgegevens. Dit betekent concreet dat wij u een kopie verstrekken van alle gegevens die wij van u hebben vastgelegd. Daar waar in de stukken persoonsgegevens van derden staan vermeld, hebben wij er voor gekozen deze gegevens onleesbaar te maken. Om die reden zijn diverse tekstgedeelten in de weergave van de e-mails zwart gemaakt.

U heeft gevraagd welke persoonsgegevens van u worden verwerkt. Van de categorie eigenaren en/of gebruikers van bouwwerken in aardbeving gerelateerd gebied worden geen andere persoonsgegevens verwerkt dan:

  1. NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats);

  2. telefoonnummer en soortgelijke voor communicatie benodigde gegevens;

  3. een dossiernummer dat geen andere informatie bevat dan bedoeld onder a;

  4. andere gegevens dan bedoeld onder c (het vorige lid) met het oog op de organisatie van de behandeling van de documenten (zoals de naam van de toegewezen contactpersoon);

  5. gegevens met betrekking tot de schademelding, de waarderegeling, het nieuwbouwstimuleringsfonds, en het plaatsen van meetapparatuur, noodzakelijk voor de doeleinden van de gegevensverwerking;

  6. gegevens met betrekking tot de waardering van onroerende zaken en kadastrale gegevens;

  7. gegevens over de contacten met betrokkene, met het oog op de goede afhandeling van de taakstelling van de NAM;

  8. financiële gegevens, waaronder bankrekeningnummer;

  9. gegevens van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);

  10. gegevens met betrekking tot de feiten en omstandigheden waarop een bezwaarschrift, een klacht of een gerechtelijke procedure betrekking heeft, en de gegevens met het oog op de behandeling hiervan;

  11. medische gegevens, voor zover noodzakelijk voor de afhandeling van schademeldingen en de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte;

  12. andere dan onder a tot en met k bedoelde gegevens waarvan de verwerking wordt vereist ingevolge of noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van wet- en regelgeving;

De formele doelstelling van de gegevensverwerking is als volgt geformuleerd: 'De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de goede uitvoering van de wettelijke voorschriften in het gaswinningsproces en voor het gerechtvaardigd belang van de NAM, en heeft tot doel persoonsgegevens te verwerken die noodzakelijk zijn voor:

  1. het in behandeling nemen en afhandelen van inspecties en het zonodig (laten) nemen van acties in het kader van schademeldingen en uitbetaling van toegewezen schadebedragen;

  2. het in behandeling nemen en afhandelen van inspecties en het zonodig (laten) nemen van acties in het kader van bouwkundig versterken;

  3. het in behandeling nemen en afhandelen van inspecties en het zonodig (laten) nemen van acties in het kader van de waarderegeling;

  4. het in behandeling nemen en afhandelen van inspecties en het zonodig (laten) nemen van acties in het kader van het nieuwbouwstimuleringsfonds;

  5. het in behandeling nemen en afhandelen van inspecties en het zonodig (laten) nemen van acties in het kader van het plaatsen van meetapparatuur;

  6. het laten ontwerpen van rekenkundige modellen;

  7. het laten ontwerpen van bouwkundige modellen en aspecten;

  8. et laten uitvoeren van andere activiteiten die noodzakelijk zijn in het kader van het in behandeling nemen en afhandelen van meldingen en verzoeken inzake aardbevingen gerelateerde activiteiten;

  9. het verstrekken van gegevens aan overheidsinstanties om te voldoen aan een wettelijke verplichting (artikel 8c Wbp) of, indien anderszins is toegestaan op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens, ter voldoening van de in de Samenwerkingsafspraken vastgelegde afspraken;

  10. de uitvoering van het Programma Aardbevingbestendig en Kansrijk Groningen;

  11. het archiveren en historisch en statistisch kunnen beschikken over gegevens om inzicht in de bevingsgevolgen te krijgen over een langere periode in tijd'.

De gegevens kunnen eveneens worden gebruikt voor het maken van statistische overzichten, voor beleids- of wetenschappelijk onderzoek, klanttevredenheidsonderzoeken, voor de interne bedrijfsvoering, de bedrijfsbeveiliging, het behandelen van klachten of geschillen, juridische procedures en voor accountantscontrole.

Verder heeft u gevraagd naar de 'ontvangers' van de gegevens. Dit zijn personen of organisaties buiten de NAM die een belang hebben bij het verstrekt krijgen van de persoonsgegevens, bijvoorbeeld omdat zij een taxatieonderzoek moeten gaan doen. Er worden nooit meer gegevens verstrekt dan noodzakelijk voor de specifieke werkzaamheden van de 'ontvanger'.

Aan welke ontvangers of categorieën van ontvangers worden de gegevens verstrekt?

  1. degenen binnen de NAM die belast zijn met of leiding geven aan de onder 5.1 bedoelde activiteiten of die daarbij noodzakelijk zijn betrokken (zoals de schade afhandeling, bouwkundig, versterken, leefbaarheid en duurzaamheid, Geomatics, financiële afdelingen en Legal);

  2. Shell International B.V. en haar contractors;

  3. door NAM ingeschakelde taxatiebureaus en haar contractors;

  4. door NAM erkende in restauratie-methodieken gespecialiseerde architecten en adviseurs;

  5. onderzoeksinstituten in het kader van wetenschappelijk onderzoek naar aardbevingen in relatie tot gaswinning in Noord-Nederland;

  6. Ministerie van Economische Zaken en de Nationaal Coördinator Groningen;

  7. Staatstoezicht op de Mijnen;

  8. Technische Commissie Bodembeweging;

  9. Onafhankelijk raadsman L. Klaassen;

  10. Commissie bijzonder situaties;

  11. Werkorganisatie DEAL-gemeenten;

  12. Centrum Veilig Wonen B.V.;

  13. gerechtelijke instanties, arbiters en deurwaarders;

  14. anderen, in het geval bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Tot slot heeft u gevraagd naar de herkomst van de gegevens. Ik kan u berichten dat een deel van de gegevens van uzelf afkomstig is. U heeft namelijk uw persoonsgegevens kenbaar gemaakt bij het melden van de schade aan uw woning.

Een ander deel van de gegevens is afkomstig van de taxateur, nadat hij de schade bij u heeft opgenomen. De taxateur legt de gemelde schade vast in een rapportage en die rapportage wordt toegevoegd aan uw dossier. U heeft in het verleden een afschrift ontvangen van de door een taxateur of een andere ingeschakelde onderzoeker opgestelde rapportage.

Weer een ander deel is afkomstig van de contactpersonen (onder meer naar aanleiding van verzoeken) en de casemanagers, doorgaans betreft het informatie over het verloop van de afhandeling van de (schade)melding.

Tot slot kunnen het Kadaster en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen worden genoemd. Beide 'bronnen' hebben een eigen juridisch kader van het verstrekken van gegevens aan de NAM."

[...]

2.5

Nadien heeft [verzoekster] NAM verzocht om haar meer informatie te verstrekken. Op (onder andere) 14 september 2016 heeft NAM een e-mail naar [verzoekster] gestuurd, waarin onder meer het volgende is te lezen:

"Zoals in de eerdere e-mail beschreven ben ik bezig om de verschillende documenten, waar nog beschikbaar, boven water te krijgen. Zodra ik de documenten in mijn bezit heb, zal ik u nader gaan informeren. Dit betekent concreet dat ik nu nog niet beschik over de documenten, maar ik de verwachting heb dit ik binnenkort wel over enkele aanvullende documenten kan gaan beschikken. Op dat moment maak ik graag met u een andere afspraak over het toesturen van de stukken."

[...]

2.6

Op 28 september 2016 heeft NAM nogmaals een e-mail naar [verzoekster] gestuurd, met onder meer de volgende inhoud:

"In het kader van de eerdere contacten en mijn tussentijdse berichten, het volgende.

Ik heb de fotobladen gevonden zoals deze worden vermeld op de datum van 04-09-2014 in het logboek van NSTB. Het document bevat totaal 43 foto's en is gebruikt voor de calculatie door JBG BV. Deze fotobladen zijn u mogelijk eerder toegestuurd, zoals is opgenomen in het logboek op de datum van 19-09-2014.

Ik heb het onderliggende rapport van de Octa-adviseur gevonden, zoals vermeld wordt in het eerdere overzicht (logboek) op de datum van 19-06-2015. De in de bewuste email genoemde foto's heb ik nog niet kunnen vinden, maar deze vraag staat nog open bij de bronhouder. De foto's zouden zijn toegestuurd met We-transfer, maar zijn niet te vinden in het informatiesysteem NAM/CRM.

Verder is er het rapport van Dekra met in totaal 113 foto's, zoals vermeld in het logboek op de datum van 01-10-2015. Ook dit document zal ik aan u toesturen.

Ik heb aangenomen dat u al in het bezit bent van het bouwkundig rapport uit 2005."

[...]

2.7

Diezelfde dag heeft NAM een aantal documenten per e-mail naar [verzoekster] gezonden. Op 4 oktober 2016 reageerde [verzoekster] op voormelde e-mails als volgt:

"We zijn weer een stapje verder.

Ik mis nog steeds een reactie van u over het opvragen van alle correspondentie, gespreksverslagen, gemaakte foto's etc van de NSTB over de periode 2014-2016. Zoals ik maandag 22 augustus al meldde is er alleen een uitdraai van de notities van NSTB aangeleverd."

2.8

Op 18 oktober 2016, door de griffie op 19 oktober 2016 ontvangen, heeft [verzoekster] een verzoekschrift ingediend als bedoeld in artikel 46 Wbp. Op 9 december 2016, ontvangen door de griffie op 12 december 2016, heeft NAM een verweerschrift ingediend.

2.9

Nadien heeft NAM [verzoekster] nogmaals een aantal documenten overhandigd, waaronder een CRM-lijst, het expertiserapport Vergnes Expertise BV, het rapport W2N Engineers, kopieën van e-mailberichten en een rapport van Octa adviseurs.

3 Het verzoek en het verweer

3.1

[verzoekster] verzoekt - samengevat weergegeven- uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank NAM als verantwoordelijke van een verzameling persoonsgegevens veroordeelt:

I. om aan mevrouw [verzoekster] tegen vergoeding van de kosten een volledig overzicht van de persoonsgegevens, een omschrijving van het doel of doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van gegevens kenbaar te maken in een schriftelijke mededeling;

II. om [verzoekster] schriftelijk mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens uit het bestand aan derden zijn verstrekt en, zo ja, aan wie;

III. tot betaling van een dwangsom van € 2.500,00 althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, voor iedere overtreding van de onder I en II van dit verzoekschrift verzochte bevelen, of, naar keuze van mevrouw [verzoekster] , van € 2.500,00 voor iedere dag of deel daarvan dat NAM met de gehele of gedeeltelijke nakoming van die bevelen in gebreke blijft;

IV. in de kosten van dit geding;

3.2

Aan haar verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat NAM niet aan haar verplichting ex artikel 35 Wbp heeft voldaan. NAM heeft slechts een deel van de documenten verstrekt en heeft derhalve niet een 'volledig overzicht' van de verwerkte persoonsgegevens verstrekt als bedoeld in artikel 35 Wbp.

3.3

NAM voert daartegen primair het verweer dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk is omdat [verzoekster] deze te laat heeft ingediend. Op 10 augustus 2016 is de zes weken termijn van artikel 46 Wbp ingegaan voor het indienen van het verzoekschrift. [verzoekster] heeft pas op 18 oktober 2016 een verzoekschrift ingediend en is derhalve te laat. Subsidiair voert NAM aan dat zij heeft voldaan aan het verzoek van [verzoekster] ex artikel 35 Wbp. Op 10 augustus 2016 heeft zij aan [verzoekster] op een volledig, adequate en begrijpelijke wijze kennis gegeven in de opgevraagde gegevens. Uit bestendige jurisprudentie kan worden afgeleid dat de Wbp niet voorziet in een recht op inzage in alle stukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen. Voor zover [verzoekster] meent ook inzage te moeten hebben in de aantekeningen van digitale concepten stelt NAM dat deze niet onder de reikwijdte van artikel 35 Wbp vallen. Uit vaste rechtspraak blijkt dat het inzagerecht zich niet uitstrekt tot interne notities die de persoonlijke gedachten van medewerkers van de verantwoordelijk instelling bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad.

4 De beoordeling

5 De beslissing