Home

Rechtbank Noord-Nederland, 02-05-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1599, C17/160610/KGZA 18-76

Rechtbank Noord-Nederland, 02-05-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1599, C17/160610/KGZA 18-76

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
2 mei 2018
Datum publicatie
2 mei 2018
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2018:1599
Zaaknummer
C17/160610/KGZA 18-76

Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Retentierecht. Afgifte container aan curator, schuldeiser moet ingevolge art. 60 lid 2 FW container afgeven aan curator, zonder voorafgaande betaling te kunnen eisen van opslagkosten.

Twijfelachtig of schuldeiser retentierecht heeft.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/160610 / KG ZA 18-76

Vonnis in kort geding van 2 mei 2018

in de zaak van

mr. W.H.M. CNOSSEN,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van BSB STAALBOUW B.V.,

woonplaats kiezende te Heerenveen ,

eiser,

advocaat mr. W. Schoo te Heerenveen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. A.J. Elema te Beilen.

Partijen zullen hierna de curator en (in enkelvoud) [gedaagde 2] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding,

-

de producties van de zijde van [gedaagde 2] ,

-

de mondelinge behandeling,

-

de pleitnota van [gedaagde 2] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde 2] heeft in opdracht van BSB Staalbouw B.V. (hierna te noemen: BSB) diverse (transport)werkzaamheden uitgevoerd. [gedaagde 2] heeft daartoe diverse facturen opgesteld die (deels) onbetaald zijn gebleven. Op 5 oktober 2017 heeft BSB aan [gedaagde 2] blijkens een werkbon opdracht gegeven om op 10 oktober 2017 'pallets met onderdelen, diverse containers etc.' van een terrein van Rijkswaterstaat (Rs) in de omgeving van Arnhem te vervoeren naar het bedrijfsterrein van BSB te Sumar.

2.2.

[gedaagde 2] heeft naar aanleiding van deze opdracht vervoerswerkzaamheden uitgevoerd. Op 17 oktober 2017 heeft [gedaagde 2] vernomen dat BSB in betalingsproblemen verkeerde. Hem is de toegang tot het bedrijfsterrein van BSB ontzegd. Op 18 oktober 2017 heeft [gedaagde 2] nog een container van het terrein van RWS opgehaald en op zijn bedrijfsterrein in Drachten neergezet. BSB heeft op die dag aangifte van diefstal/verduistering van de container tegen [gedaagde 2] gedaan. [gedaagde 2] heeft zich vervolgens op 19 oktober 2017 met betrekking tot de container jegens BSB beroepen op de uitoefening van een retentierecht. Hij heeft ook goederen uit de container gehaald.

2.3.

Bij vonnis van 23 oktober 2017 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is BSB failliet verklaard. [gedaagde 2] heeft daarna het retentierecht ook jegens de curator ingeroepen.

2.4.

De curator heeft de container op 31 oktober 2017 van [gedaagde 2] opgeëist op grond van artikel 60 Faillissementswet (Fw) en [gedaagde 2] verzocht om de container naar het terrein van BSB te brengen.

2.5.

Tussen de curator en de advocaat van [gedaagde 2] is vervolgens diverse malen contact geweest. [gedaagde 2] heeft de curator op 15 januari 2018 laten weten dat de container kon worden afgehaald, onder de voorwaarde dat de container door de boedel zelf zou dienen te worden geladen, alsmede dat medewerkers van BSB niet op het terrein van [gedaagde 2] zouden worden toegelaten.

2.6.

Op 7 maart 2018 heeft een door de curator ingeschakelde taxateur, na daartoe een afspraak met [gedaagde 2] te hebben gemaakt, het bedrijfsterrein van [gedaagde 2] bezocht teneinde de container te inspecteren. [gedaagde 2] had de container toen geplaatst op een (hoge) stapel buizen. Deze taxateur heeft onder meer in zijn inspectierapport vermeld:

"In verband met de wijze van opslag (zie foto's) is een gebruikelijke inspectie onmogelijk gebleken. Van de container is op deze wijze nog wel een redelijke inschatting te maken, echter van de inhoud niet. (...)"

2.7.

Vervolgens is er wederom contact geweest tussen de curator en de advocaat van [gedaagde 2] . [gedaagde 2] heeft zich op 5 april 2018 op het standpunt gesteld dat de container pas kon worden afgehaald na betaling van een bedrag van € 862,61 in verband met stallingskosten.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert samengevat - om [gedaagde 2] te bevelen dat de container binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis zal afgeven, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Verder vordert de curator (hoofdelijke) veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[gedaagde 2] voert verweer.

3.3.

De voorzieningenrechter zal de stellingen van partijen hierna bespreken, voor zover die van belang zijn voor de beslissing in deze zaak.

4 De beoordeling

5 De beslissing