Home

Rechtbank Noord-Nederland, 14-03-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2253, 6638246

Rechtbank Noord-Nederland, 14-03-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:2253, 6638246

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14 maart 2018
Datum publicatie
15 juni 2018
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2018:2253
Zaaknummer
6638246

Inhoudsindicatie

verkoop zeilboot door bemiddelaar;

uitblijven betaling koopsom door bemiddelaar aan verkoper; kort geding

Uitspraak

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 6638246 \ CV EXPL 18-829

vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 5 Rv d.d. 14 maart 2018

inzake

[A] ,

wonende te [woonplaats] (Polen),

eiser,

gemachtigde: mr. D.M. Bos,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] BEHEER B.V.,

handelend onder de naam FRIESCHE JACHT CENTRALE [vestigingsplaats] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. O.A. van Oorschot.

Partijen zullen hierna [A] en [X] worden genoemd.

1 Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling van het kort geding op 7 maart 2018;

- de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gedane eiswijziging.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 1 augustus 2016 is [A] eigenaar geworden van een in 1974 gebouwde polyester zeilboot van het type LM27 met het bouwnummer 72248 (hierna: de zeilboot). [A] heeft destijds € 6.500,00 voor de zeilboot betaald. De heer [X] (hierna: [X] ) is daarbij namens Friesche Jacht Centrale [vestigingsplaats] als (bemiddelend) verkoper opgetreden.

2.2.

In maart 2017 heeft [A] [X] verzocht te bemiddelen bij de verkoop van de zeilboot. [A] heeft daarbij aangegeven dat hij de zeilboot voor een bedrag van

€ 15.000,00 tot € 16.000,00 wil verkopen. De provisie zou daarbij worden bepaald op een bedrag gelegen tussen de € 1.000,00 en € 2.000,00.

2.3.

[X] heeft de zeilboot met een vraagprijs van € 13.800,00 te koop aangeboden op haar website. Op of rond 3 juni 2017 heeft hij zonder verder overleg met en instemming van [A] de zeilboot verkocht voor een bedrag van € 10.000,00. Ter voldoening van de koopprijs heeft de koper een bedrag van € 3.000,00 aan [X] betaald en een boot van het type Aquanaut 750 ingeruild.

2.4.

Op 30 juni 2017 heeft [X] schriftelijk verklaard dat hij ter zake van de verkoop van de zeilboot op 4 juli 2017 en op 15 september 2017 een bedrag van

€ 3.000,00 respectievelijk € 6.000,00 aan [A] zou voldoen.

2.5.

Op 25 september 2017 heeft [X] aan [A] een bedrag van € 1.999,65 betaald.

2.6.

Bij brief van 28 september 2017 heeft [A] [X] aangemaand tot betaling van een bedrag van € 6.450,35 (de koopsom van € 9.000,00 minus het voldane bedrag van € 1.999,65 en minus een bedrag aan provisie van € 550,00) en een bedrag van

€ 4.800,00 als schadevergoeding, zijnde het verschil tussen de vraagprijs van

€ 13.800,00 en de gerealiseerde koopsom.

2.7.

In een e-mail van 10 oktober 2017 heeft de heer [X sr.] (hierna: [X sr.] ) aan [A] geschreven dat de gerealiseerde koopsom € 9.000,00 bedraagt en dat hij akkoord gaat met betaling van een bedrag van € 6.450,00.

2.8.

Bij e-mail van 20 oktober 2017 heeft [X sr.] aan [A] een nota ten bedrage van € 3.060,00 ter zake van diverse gemaakte kosten gezonden.

2.9.

Bij brief van 2 november 2017 heeft [A] [X] aangemaand tot betaling van het bedrag van € 6.450,00 en daarbij een betalingsvoorstel gedaan.

2.10.

Op 16 november 2017 heeft [X sr.] aan [A] het volgende - voor zover van belang - geschreven:

"Hierdoor laat ik u weten dat ik op dit moment tot mijn grote spijt niet over de financiële middelen beschik om de met u getroffen betalingsregeling correct na te komen. Ik ben wel doende om op korte termijn de benodigde financiële middelen te verkrijgen. Ik houd u uiteraard graag op de hoogte. Ik verwacht u uiterlijk binnen 2 weken nader te kunnen berichten."

3 De vorderingen

3.1.

[A] heeft gevorderd dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [X] veroordeelt:

1. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te betalen een bedrag van

€ 6.350,35, dan wel tot betaling - althans de afgifte aan [A] - van de door [X] verkregen koopsom;

2. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te betalen een bedrag van

€ 4.800,00 dan wel om [X] te veroordelen om de waarde van de zeilboot (€ 13.800,00) aan hem te vergoeden verminderd met hetgeen [X] reeds aan hem heeft voldaan;

3. tot betaling van buitengerechtelijke kosten en de wettelijke handelsrente en de kosten van deze procedure.

3.2.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het kort geding heeft [A] zijn eis als volgt gewijzigd:

(althans) de vordering op € 7.500,00 te bepalen en gedaagde in staat te stellen - binnen zes weken na dagtekening van het vonnis - de vordering te voldoen en gedaagde te gelasten afdoende zekerheid te stellen - bij een of meerdere pandrechten - en binnen twee dagen na dagtekening van het vonnis op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor elke dag dat gedaagde daarmee in gebreke blijft en met compensatie van de proceskosten.

3.3.

[X] heeft geen verweer gevoerd tegen de eiswijziging.

3.4.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 Beslissing