Rechtbank Noord-Nederland, 22-02-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:630, LEE 18/429 en 18/506
Rechtbank Noord-Nederland, 22-02-2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:630, LEE 18/429 en 18/506
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 februari 2018
- Datum publicatie
- 23 februari 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2018:630
- Zaaknummer
- LEE 18/429 en 18/506
Inhoudsindicatie
Goedkeuringsbesluit monitoringsplan voortvloeiend uit voorschrift verbonden aan de verleende watervergunning ten behoeve van de rietproef in het Lauwersmeer. Na een belangenafweging ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om het goedkeuringsbesluit te schorsen.
Uitspraak
Afdeling Bestuursrecht
locatie Groningen
zaaknummers: LEE 18/429 en 18/506
1.a. [verzoekster], te [plaats], verzoekster sub 1.a.;
1.b. [verzoekster]’, te [plaats], verzoekster sub 1.b.;
1.c. [verzoekster], te [plaats], verzoekster sub 1.c.;
1.d. [verzoekster], te [plaats], verzoekster sub 1.d.;
1.e. [verzoekster], gevestigd te [plaats], verzoekster sub 1.e.;
1.f. [verzoekster], gevestigd te [plaats], verzoekster sub 1.f.;
1.g. [verzoekster], gevestigd te [plaats], verzoekster sub 1.g.;
1.h. [verzoekster]., gevestigd te [plaats], tevens handelend onder de naam [verzoekster] verzoekster sub 1.h.;
1.i. [verzoekster] te [plaats] verzoekster sub 1.i.;
1.j. [verzoekster], te [plaats], verzoekster sub 1.j.;
1.k. [verzoekster], gevestigd te [plaats], tevens handelend onder de naam [verzoekster], verzoekster sub 1.k.;
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers sub 1,
(gemachtigde: mr. P.M.J. de Goede),
2. de Land- en Tuinbouworganisatie Noord, afdeling Kollumerland (LTO Noord), gevestigd te Westergeest, verzoekster sub 2,
(gemachtigde: mr. P.M.J. de Goede),
en
(gemachtigde: mr. R. Snel).
1. het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen, vergunninghouder,
(gemachtigde: mr. M.H. van Kooten-Kerssen);
2. Staatsbosbeheer, regio Noord, gevestigd te Groningen, derde-belanghebbende,
(gemachtigde: mr. H. van der Burg).
Procesverloop
Bij besluit van 10 oktober 2017 (het bestreden besluit), verzonden op 13 oktober 2017, heeft verweerder het monitoringsplan Rietproef Lauwersmeer (hierna: het monitoringsplan) goedgekeurd.
Tegen het bestreden besluit hebben verzoekers sub 1 (afzonderlijk) een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens hebben verzoekers sub 1 op 13 februari 2018 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Tegen het bestreden besluit heeft verzoekster sub 2 (afzonderlijk) een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens heeft verzoekster sub 2 op 19 februari 2018 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De verzoeken zijn gelijktijdig behandeld op de zitting van 20 februari 2018.
Namens verzoekers sub 1 zijn verschenen [namen], bijgestaan door hun gemachtigde.
Namens verzoekster sub 2 zijn verschenen [namen], bijgestaan door de gemachtigde mr. P.M.J. de Goede.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. J.J. Feunekes.
Namens vergunninghouder is voornoemde gemachtigde verschenen.
Namens derde-belanghebbende is met kennisgeving niemand verschenen.
Feiten en omstandigheden
1. Bij zijn oordeelsvorming betrekt de voorzieningenrechter de navolgende feiten en omstandigheden.
Voorgeschiedenis
In het Beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer zijn natuurdoelen beschreven. Het belangrijkste doel van dit beheerplan is de beschrijving van de maatregelen die nodig zijn om de bijzondere natuur te behouden en te versterken. Doelstelling van het project is om te beoordelen of regeneratie van riet in het Lauwersmeer gunstig kan werken op de aanwezige randvoorwaarden voor de landelijke instandhoudingsdoelstellingen die van toepassing zijn voor beschermde plant- en diersoorten. De beheerplanperiode wordt gestart met een rietproef. De rietproef bestaat uit een tijdelijke waterpeilverhoging van het Lauwersmeer gedurende zes weken in het voorjaar voor een periode van twee jaar.
Vergunninghouder heeft op 5 augustus 2016 een aanvraag om een watervergunning als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Waterwet voor het verrichten van handelingen in een watersysteem ten behoeve van de rietproef in het Lauwersmeer bij verweerder ingediend.
De aanvraag heeft betrekking op het uitvoeren van handelingen in een watersysteem, beschermingszone en kernzone, te weten:
- het laten verhogen van het waterpeil in het Lauwersmeer door een aangepast spuiregime van de R.J. Cleveringsluiten, tot maximaal -0,52 mNAP gedurende maximaal zes weken in de periode tussen 15 februari en 15 april, voor twee achtereenvolgende jaren;
- het plaatsen en inzetten van extra bemaling in aangrenzende polders van het Lauwersmeergebied;
- het uitvoeren van vismigratiemaatregelen ter plaatse van de schutsluis Lammerburen en de keersluis H.D. Louwes;
- het in twee dwarsraaien aanbrengen van peilbuizen in de kernzone van de regionale kering langs het Lauwersmeer.
Aan de aanvraag heeft vergunninghouder onder meer de navolgende stukken ten grondslag gelegd:
- een rapportage geohydrologische effecten en invloed zoet/zout peilopzet Lauwersmeer van 4 april 2016 van Sweco Nederland B.V. (hierna: Sweco);
- een Isohypsen en Stijghoogtenkaart van 4 april 2016 van Sweco;
- het Beheerprotocol Rietproef van 7 december 2015 van Arcadis Nederland B.V. (hierna: Arcadis);
- de Schaderegeling Beheerproef Lauwersmeer van 8 september 2015 van vergunninghouder;
- de aanbiedingsbrief trekkerschap Natura 2000 Lauwersmeer van 21 april 2015 van de provincie Groningen;
- het onderzoek wateroverlast woonkern Lauwersoog van 16 februari 2007 van Royal Haskoning.
Verweerder heeft bij brief van 6 september 2016 vergunninghouder verzocht de aanvraag aan te vullen.
Vergunninghouder heeft bij brief van 29 september 2016 en 14 oktober 2016 de aanvraag om watervergunning aangevuld. Daarbij heeft vergunninghouder het onderzoeksrapport Rietproef Lauwersmeer van 13 oktober 2016 van Sweco overgelegd aan verweerder.
Verweerder heeft op 3 november 2016 een ontwerpbesluit tot het verlenen van de aangevraagde watervergunning genomen.
Verweerder heeft het ontwerpbesluit gepubliceerd op de website www.noorderzijlvest.nl.
Tegen dit ontwerpbesluit hebben verzoekers sub 1 bij brief van 16 december 2016 een zienswijze bij verweerder ingediend.
Tegen dit ontwerpbesluit heeft verzoekster sub 2 bij brief van 15 december 2016 een zienswijze bij verweerder ingediend.
Bij besluit van 12 januari 2017 heeft verweerder met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en onder weerlegging van de zienswijzen van eisers aan vergunninghouder een watervergunning onder voorschriften verleend voor het verrichten van handelingen in een watersysteem ten behoeve van de rietproef in het Lauwersmeer.
Vergunninghouder heeft het monitoringsplan bij verweerder ingediend.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het monitoringsbesluit goedgekeurd.
Bij uitspraak van 1 februari 2018 heeft de rechtbank de beroepen van verzoekers, gericht tegen het besluit tot het verlenen van een watervergunning onder voorschriften, ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld. Tevens hebben verzoekers bij brief van 5 februari 2018 aan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 20 februari 2018 heeft de voorzieningenrechter van de AbRvS het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Toepasselijke regelgeving
2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Ingevolge artikel 6.20, eerste lid, van de Waterwet kunnen aan een vergunning voorschriften en beperkingen worden verbonden. De aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen mede betrekking hebben op:
a. financiële zekerheidsstelling voor de nakoming van krachtens de vergunning geldende verplichtingen of voor de dekking van aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit door de vergunde handeling of het staken van die handeling veroorzaakte nadelige gevolgen voor het watersysteem;
b. het na het staken van de vergunde handeling wegnemen, compenseren of beperken van door de vergunde handeling of het staken van die handeling veroorzaakte nadelige gevolgen voor het watersysteem.
In voorschrift 8.1 van de bij het besluit van 12 januari 2017 verleende water-vergunning is voorgeschreven dat twee maanden voor de peilverhoging een monitoringsplan ter beoordeling en goedkeuring aan verweerder dient te worden overgelegd.
In het tweede lid van dit voorschrift is opgesomd welke aspecten in ieder geval in het monitoringsplan zijn opgenomen:
a. doel van monitoring;
b. effecten op de KRW-doelstellingen en vismigratie;
c. de monitoring van de grondwaterstanden en stijghoogten ten behoeve van landbouw en regionale keringen (locatie, diepte filterinstelling);
d. de monitoring van de oppervlaktewaterstanden grenzend aan het peilvak bergboezem Lauwersmeer;
e. monitoring van de ruimtelijke spreiding van zoutgehaltes in het grondwater en
oppervlaktewater;
f. monitoring van de stabiliteit van de keringen en kunstwerken binnen de invloedssfeer;
g. een berekening waaruit de feitelijke belasting van de regionale waterkering door
de rietproef blijkt;
h. welke acties worden genomen in geval van onder- en overschrijdingen;
i. een monitoringsnetwerk (gedetailleerde kaart met locaties waar gemonitord wordt op de genoemde punten);
j. de grenswaarden en waarschuwingswaarden worden in nauw overleg met het waterschap vastgesteld voor grondwaterstanden, regionale waterkeringen, zout-gehaltes en peilen oppervlaktewater;
k. frequentie en duur van monitoring;
1. frequentie van aanleveren van gegevens;
m. afspraken over wat te doen met de data (rapportages, analyses, delen met belang-stellenden etc.);
n. criteria waaraan de meetopstelling en locatie moet voldoen (bv corrosie bestendig, handmeting grondwaterstand, wijze van afwerken, maken beschrijving boorprofiel + grondwatertrap).
In voorschrift 10.2 is bepaald dat de rietproef dient te worden afgebroken indien de onder- of overschrijdingswaarden zoals vastgelegd in het monitoringsplan worden overschreden.