Rechtbank Noord-Nederland, 11-04-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1542, 18/930179-18
Rechtbank Noord-Nederland, 11-04-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1542, 18/930179-18
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 april 2019
- Datum publicatie
- 23 april 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2019:1542
- Zaaknummer
- 18/930179-18
Inhoudsindicatie
Volgt.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/930179-18
vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met het v.i. zaaknummer 99-000037-51
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 11 april 2019 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats],
wonende te [straatnaam], [woonplaats],
thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 maart 2019.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. van Stratum, advocaat te Nootdorp. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.
Tenlastelegging
Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
verdachte op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of
omstreeks de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 oktober 2018 te 1e
Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn, en/of elders in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht,
afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd amfetamine en/of een of meer
andere middelen in de zin van artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de
bij die wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde
lid van die wet;
2.
verdachte in of omstreeks de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 oktober
2018 te 1e Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn, en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of
buiten het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine en/of een of meer
andere middelen in de zin van artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de
bij die wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde
lid van die wet,
voor te bereiden en/of te bevorderen
een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere
betaalmiddelen,
te weten chemicaliën, een of meer (kook)ketels en/of een (bestel-/vracht)auto,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of die mededader(s) wist(en) of
ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het
plegen van dat/die feit(en);
3.
verdachte op of omstreeks 30 oktober 2018 te 1e Exloërmond, gemeente
Borger-Odoorn, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of
meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid amfetamine, zijnde een middel
in de zin van artikel 1 van de Opiumwet en als bedoeld in de bij die wet
behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die
wet;
4.
verdachte op of omstreeks 30 oktober 2018, in de/het arrondissement(en)
Noord-Nederland en/of Oost-Nederland en/of elders in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
een of meer handelingen met afvalstoffen heeft verricht en/of nagelaten waarvan
verdachte en/of die mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den)
kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of
konden ontstaan,
en daarbij niet aan zijn/hun verplichting heeft voldaan alle maatregelen te
nemen die redelijkerwijs van verdachte en/of die mededader(s) konden worden
gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken,
een en ander hierin bestaande dat verdachte en/of die mededader(s) toen in een
overbeladen (vracht)auto waarin zij/hij re(e)d(en), een grote hoeveelheid
afvalstoffen (onder andere een of meer tanks en/of jerrycans met
vloeistoffen), afkomstig van/overgebleven na het vervaardigen van amfetamine,
althans afkomstig van een (drugs)laboratorium, hebben/heeft vervoerd zonder
dat die afvalstof(fen), althans die tank(s) en/of jerrycan(s), was/waren vastgezet.
Geldigheid van de dagvaarding
De raadsman heeft aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 3 partieel nietig moet worden verklaard. Onduidelijk is of het gaat om de amfetamine in het pand dan wel in de vrachtwagen. Voorts is onduidelijk om welke hoeveelheid het gaat. De dagvaarding is onvoldoende feitelijk, en daarmee onbegrijpelijk.
De rechtbank overweegt als volgt. In het licht van het dossier blijkt voldoende dat het gaat om de hoeveelheid amfetamine die afkomstig is uit de loods en die vervolgens vervoerd is met de vrachtwagen. Het is voldoende duidelijk waartegen verdachte zich moet verdedigen. De dagvaarding is geldig en de rechtbank zal het verweer van de raadsman omtrent de partiële nietigheid verwerpen.