Home

Rechtbank Noord-Nederland, 28-06-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2999, LEE 17-3979

Rechtbank Noord-Nederland, 28-06-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2999, LEE 17-3979

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28 juni 2019
Datum publicatie
11 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2019:2999
Formele relaties
Zaaknummer
LEE 17-3979

Inhoudsindicatie

Wob-procedure voor wat betreft de subsidie-aanvragen voor het windmolenpark De Drentse Monden en Oostermoer. Omvang van het Wob-verzoek. Milieu-informatie in de zin van het arrest van het HvJ? Artikel 10 van het EVRM. Bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige gegevens. Persoonlijke levenssfeer. Belangenafweging.

Uitspraak

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 17/3979

(gemachtigde: mr. dr. J.G.L. van Nus),

en

(gemachtigde: mr. J. van Essen).

1. de [belanghebbende];

2. de [belanghebbende].;

3. de [belanghebbende]

hierna gezamenlijk te noemen: derde-belanghebbenden,

(gemachtigde: mr. A. ten Veen).

Procesverloop

Bij besluit van 29 maart 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder een beslissing genomen op het verzoek ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van eiseres d.d. 1 februari 2017.

Bij besluit van 9 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en het primaire besluit van 29 maart 2017 herroepen, in die zin dat de documenten met de nummers 1.1, 1.4, 1.9, 1.12, 1.15, 1.18, 1.21, 1.24, 1.27, 1.30, 1.33, 1.36, 1.39, 1.42, 2.7, 2.12, 2.16 tot en met 2.31, 3.8, 3.10, 3.12, 3.14, 3.16, 3.18, 3.20, 3.22, 3.24, 3.26, 3.28, 3.30, 3.32, 3.34, 3.36, 3.38, 3.40 en 4 gedeeltelijk openbaar worden gemaakt.

Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Verweerder heeft bij brief van 28 december 2017 de rechtbank verzocht ten aanzien van een aantal documenten toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en wel in die zin dat uitsluitend de rechtbank daarvan kennis zal mogen nemen.

Bij beslissing van 16 januari 2018 heeft de rechtbank geoordeeld dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

Eiseres heeft bij brief van 29 januari 2018 toestemming in de zin van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb verleend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld op de zitting van 12 juni 2018.

Namens eiseres is [naam] verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Namens derde-belanghebbenden is voornoemde gemachtigde verschenen.

Ingevolge artikel 8:64, eerste lid, van de Awb heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting van 12 juni 2018 geschorst, teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen om een set genummerde stukken (nummering per document), waarop artikel 8:29 van de Awb van toepassing is, te doen toekomen aan de rechtbank.

Op 25 juni 2018 heeft verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken in vorenbedoelde zin aan de rechtbank toegezonden. In de begeleidende brief heeft verweerder op grond van artikel 8:29 van de Awb aan de bestuursrechter medegedeeld dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van een deel van de stukken.

Bij beslissing van 12 juli 2018 heeft de rechtbank geoordeeld dat de verzochte beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

Eiseres heeft bij brief van 17 juli 2018 toestemming in de zin van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb verleend.

Verweerder heeft bij brief van 20 juli 2018, aangevuld bij brief van 31 juli 2018, een nadere reactie in het geding gebracht.

Eiseres heeft bij brief van 17 oktober 2018 inhoudelijk gereageerd op voormelde reacties van verweerder.

De enkelvoudige kamer van deze rechtbank heeft besloten om de zaak te verwijzen naar een meervoudige kamer van deze rechtbank.

Het onderzoek ter zitting is hervat op 18 april 2019.

Namens eiseres is [naam] verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. P.J. Kooiman.

Namens derde-belanghebbenden is [naam] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde

mr. J. Tingen.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Bij haar oordeelsvorming betrekt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Eiseres heeft bij brief van 1 februari 2017 een Wob-verzoek ingediend bij verweerder. Dit Wob-verzoek heeft betrekking op de SDE+-subsidieaanvraag voor windpark De Drentse Monden en Oostermoer en meer specifiek op het navolgende:

- de verleende omgevingsvergunning;

- de toestemmingsverklaring van de eigenaar van de beoogde locatie;

- de haalbaarheidsstudie, overeenkomstig en ingevolge:

a. handleiding haalbaarheidsstudie SDE+;

b. model exploitatieberekening SDE+,

inclusief windrapport en inbegrepen de financiële onderbouwing die is vereist ingevolge artikel 56, tweede lid en sub e, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (hierna: het Besluit), dus met de wijze en de kosten van financiering van eigen en vreemd investeringsvermogen of althans inzicht in de uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid en de in dat onderzoek betrokken elementen, met de totale tijdsopgave, haalbaarheidsopgave en zaaksopgave, gebruiksklaar met netopgave en opgave van de uitvoerbaarheid voor wat betreft de technische en economische haalbaarheid;

- een blijk van invulling van artikel 59 van het Besluit, waarbij verweerder in ieder geval afwijzend op een aanvraag beslist indien:

a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;

b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;

c. hij het onaannemelijk acht dat het plan, bedoeld in artikel 56, tweede lid, onderdeel d:

1. uitvoerbaar is;

2. technisch haalbaar is;

3. financieel haalbaar is;

4. economisch haalbaar is;

d. één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 56, tweede lid, onderdeel c, niet zijn verleend;

- een blijk van invulling van artikel 59 van het Besluit, waarbij voor een categorie productie-installaties kan worden bepaald dat verweerder afwijzend op een aanvraag beslist, indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

1.2.

Verweerder heeft bij brief van 13 februari 2017 de ontvangst op 3 februari 2017 van voormeld Wob-verzoek bevestigd. Tevens heeft verweerder met deze brief de beslistermijn met betrekking tot dit Wob-verzoek verdaagd tot 31 maart 2017.

1.3.

Bij e-mailbericht van 17 februari 2017 aan verweerder heeft eiseres voormeld Wob-verzoek verduidelijkt, in die zin dat gedoeld wordt op alle documenten die ingevolge artikel 56 en 59 van het Besluit bij een aanvraag moeten worden ingediend.

1.4.

Bij primair besluit van 29 maart 2017 heeft verweerder het Wob-verzoek van eiseres gedeeltelijk ingewilligd.

1.5.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 8 mei 2017 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.

1.6.

Eiseres heeft het bezwaarschrift mondeling toegelicht op een telefonische hoorzitting van 13 juli 2017. Een verslag van deze hoorzitting bevindt zich onder de gedingstukken.

1.7.

Naar aanleiding van de telefonische hoorzitting heeft eiseres bij brief van 27 juli 2017 aanvullende gronden van bezwaar ingediend.

1.8.

Derde-belanghebbenden hebben bij brief van 3 augustus 2017 een zienswijze bij verweerder ingediend.

1.9.

Eiseres heeft bij brief van 28 augustus 2017 de gronden van bezwaar aangevuld.

1.10.

Derde-belanghebbenden hebben bij brief van 28 augustus 2017 een reactie op de aanvulling van de gronden van bezwaar bij verweerder ingediend.

1.11.

Eiseres heeft bij brief van 1 september 2017 de gronden van bezwaar aangevuld.

1.12.

Derde-belanghebbenden hebben bij brief van 12 september 2017 een nadere reactie op de aanvulling van de gronden van bezwaar bij verweerder ingediend.

1.13.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en het primaire besluit van 29 maart 2017 herroepen, in die zin dat de documenten met de nummers 1.1, 1.4, 1.9, 1.12, 1.15, 1.18, 1.21, 1.24, 1.27, 1.30, 1.33, 1.36, 1.39, 1.42, 2.7, 2.12, 2.16 tot en met 2.31, 3.8, 3.10, 3.12, 3.14, 3.16, 3.18, 3.20, 3.22, 3.24, 3.26, 3.28, 3.30, 3.32, 3.34, 3.36, 3.38, 3.40 en 4 gedeeltelijk openbaar worden gemaakt.

Toepasselijke regelgeving

Overwegingen

Beslissing

Rechtsmiddel