Home

Rechtbank Noord-Nederland, 17-07-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:3281, C/18/186452 / HA ZA 18-175

Rechtbank Noord-Nederland, 17-07-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:3281, C/18/186452 / HA ZA 18-175

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17 juli 2019
Datum publicatie
25 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2019:3281
Zaaknummer
C/18/186452 / HA ZA 18-175

Inhoudsindicatie

Faillissementspauliana. Artikel 42 FW. Wetenschap van benadeling van schuldeisers

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/186452 / HA ZA 18-175

Vonnis van 17 juli 2019

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in de hoofdzaak, verweerder in tussenkomst,

advocaat mr. B.G. van Twist te 's-Gravendeel,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NBH B.V.,

gevestigd te Veendam,

gedaagde in de hoofdzaak,

niet verschenen,

2. de stichting

STICHTING VERMOGENSRECHTEN

gevestigd te Pekela,

gedaagde in de hoofdzaak,

niet verschenen,

en

de heer mr. PIETER TEUNIS BAKKER, handelend in diens hoedanigheid van curator in de faillissementen van [naam] Beheer B.V., [naam] Investment B.V, Business Imaging Solutions B.V., Business Imaging Solutions Services B.V., Recopy B.V. en Imaging Solutions B.V., gezamenlijk: 'De [naam] Groep' te noemen,

wonende en kantoorhoudende te Groningen,

eiser in tussenkomst,

advocaat mr. A. Gras te Groningen.

Partijen zullen hierna [eiser] , NBH, Stichting Vermogensrechten en de curator genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 13 februari 2019;

-

de aan de zijde van de curator op 29 mei 2019 ingediende producties;

-

de conclusie van antwoord aan de zijde van [eiser] van 4 juni 2019;

-

het proces-verbaal van comparitie van 4 juni 2019.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten in de hoofdzaak en in tussenkomst

2.1.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die vaststaan, omdat die feiten enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn weersproken.

2.2.

[eiser] is enig aandeelhouder in het kapitaal van de besloten vennootschap W.A. Beheer B.V. (hierna: W.A. Beheer). W.A. Beheer is een beheermaatschappij. [eiser] was tot 9 juli 2014 bestuurder van W.A. Beheer.

2.3.

NBH exploiteert een beheermaatschappij. De heer [naam] (hierna: [naam] ) was vanaf 1 augustus 2013 bestuurder van NBH. Van 16 mei 2012 tot 1 augustus 2013 stond de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) ingeschreven als bestuurder van NBH.

2.4.

Stichting Vermogensrechten houdt zich bezig met het verhalen van civiele aanspraken, onder meer door het instellen van gerechtelijke procedures. [naam] is bestuurder van Stichting Vermogensrechten.

2.5.

[naam] is tevens direct of indirect (mede)bestuurder en/of (mede)aandeelhouder van SLJD B.V. (hierna: SLJD), [naam] Beheer B.V. (hierna: [naam] Beheer), [naam] Investments B.V. (hierna: [naam] Investments), Business Imaging Solutions B.V. (hierna: BIS), Business Imaging Solutions Services B.V. (hierna: BISS) en Recopy B.V. (hierna: Recopy). Gezamenlijk maken voornoemde vennootschappen onderdeel uit van 'De [naam] '. De [naam] hield zich kort gezegd bezig met de verhuur van kopieermachines aan bedrijven.

2.6.

Op 25 november 2009 is tussen Recopy en de Coöperatieve Rabobank Zuid en Oost Groningen U.A. (hierna: de Rabobank) een financieringsovereenkomst tot stand gekomen, waarbij de Rabobank aan Recopy een krediet in rekening-courant heeft verstrekt van € 275.000,00. Als zekerheid voor deze financiering en voor al hetgeen de Rabobank van Recopy te vorderen heeft of mocht krijgen, hebben onder andere [naam] Beheer en W.A. Beheer zich jegens de Rabobank als borg verbonden tot een bedrag van maximaal € 275.000,00.

2.7.

Als productie 1 bij dagvaarding is door [eiser] een akte gedateerd op 1 mei 2013 in het geding gebracht waarin een overeenkomst is vastgelegd. In die overeenkomst staat, voor zover hier van belang:

Hoofdelijke aansprakelijkheid en pandrecht:

Ondergetekenden

1 a) [naam] handelende voor zichzelf ( [naam] )

1 b) [naam] Beheer B.V. (...)

1 c) Business Imaging Solutions B.V. (...)

1 d) Business Imaging Solutions Services B.V. (...)

1 e) [naam] Investment B.V. (...)

1 f) De Stichting Vermogensrechten (...) vertegenwoordigd door de heer [naam] (...)

1 g) NBH B.V. (...) vertegenwoordigd door de heer [naam] (NBH)

Hierna ook gezamenlijk genoemd partijen 1 of Pandgevers

en

2 a) W.A. Beheer B.V. (...) vertegenwoordigd door de heer [eiser]

2b) Auguras Imaging and Communication Systems (...) vertegenwoordigd door de heer [eiser]

2c) Service Team [woonplaats] (...) vertegenwoordigd door de heer [eiser]

Hierna ook genoemd partijen 2 of Pandhouders

en

Stichting Vermogensrechten, NBH, SLJD B.V. (...) vertegenwoordigd door de heer [naam 2] (SLJD)

Hierna ook genoemd de schuldenaren

Overwegingen

Door W.A. Beheer is op 7 januari 2010 aan de (...) Rabobank (...) een borgtocht afgegeven ter zekerheid voor alles wat de Rabobank van Recopy (...) te vorderen heeft met een maximum van € 275.000,- (de Borgtocht)

[naam] Beheer en W.A. Beheer nemen ieder voor eenderde deel in het aandelenkapitaal van Recopy. Tussen W.A. Beheer, [naam] en [naam] Beheer is in december 2012 afgesproken om de deelname van W.A. Beheer in Recopy te beëindigden.

Afgesproken is dat deze partijen zullen zorgen dat de Borgtocht door de Rabobank zal worden vrijgegeven en dat de aandelen Recopy zullen worden overgedragen aan [naam] Beheer en dat W.A. Beheer terzake zal worden gevrijwaard.

Tot de vrijgave van de Borgtocht willen partijen zekerheden geven aan W.A. Beheer voor de risico's die daaruit voortvloeien.

BIS, BISS, NBH en dochtermaatschappijen willen goederen kunnen inkopen bij partijen 2 en groepsmaatschappijen daarvan. Deze hebben hiervoor zekerheden gevraagd. Partijen willen zich daarvoor sterk maken (de Leveranties).

Komen overeen

Inzake Recopy

De Stichting Vermogensrechten, NBH, BIS, BISS, [naam] Investment en [naam] Beheer (de Borgen) zullen aan W.A. Beheer de schade vergoeden als gevolg van het uitwinnen van de Borgtocht door Rabobank (de Schadevergoeding)

De Borgen stellen zich ieder voor zich tegenover W.A. Beheer hoofdelijk voor het geheel borg voor de Schadevergoeding tot een maximum van € 275.000,- te verhogen met rente en kosten.

De onderlinge vorderingen van de Borgen zijn achtergesteld op de vordering van W.A. Beheer uit hoofde van deze overeenkomst. Indien de Borgen onderlinge vorderingen hebben kunnen deze pas voldaan worden nadat W.A. Beheer volledig is voldaan.

(...)

Pandrecht

[naam] , Bis, BISS, [naam] Investment, [naam] Beheer, Stichting Vermogensrechten en NBH (samen Pandgevers) vestigen hiermee tot meerdere zekerheid voor:

- de voldoening de Schadevergoeding

- de betaling van de Leveranties

- al hetgeen partijen 2 van partijen 1 en van [naam] Beheer en dochtermaatschappijen en NBH, en dochtermaatschappijen, waaronder Imaging Solutions B.V. te vorderen hebben of in de toekomst zullen verkrijgen uit welke hoofde dan ook

een openbaar pandrecht ten behoeve van de Pandhouders op al hetgeen Pandgevers

- uit hoofde van overeenkomsten en/of geldlening, in rekening-courant

- uit welke hoofde dan ook

ieder voor zich afzonderlijk van de Stichting Vermogensrechten, NBH of SLJD (de Schuldenaren) te vorderen hebben of in de toekomst verkrijgen (de Verpande Goederen)

(...)

2.8.

De akte is op de volgende wijze ondertekend:

geanonimiseerd

2.9.

Voornoemde akte is op 17 maart 2014 geregistreerd bij de Belastingdienst.

2.10.

W.A. Beheer houdt tot heden één derde van de aandelen van Recopy. Haar aandelen zijn niet geleverd aan [naam] Beheer.

2.11.

Bij vonnissen van 20 december 2013, 18 maart 2014 en 22 april 2014 van deze rechtbank zijn (onder meer) de vennootschappen [naam] Beheer, [naam] Investment, BIS, BISS en Recopy (samen: 'de gefailleerde vennootschappen') in staat van faillissement verklaard met aanstelling van de heer mr. P.T. Bakker als curator.

2.12.

Op 4 april 2013 is een hypotheekakte in het Kadaster ingeschreven waaruit blijkt dat NBH een vordering heeft op SLJD waarvoor ten behoeve van NBH een (eerste) recht van hypotheek is gevestigd op de woning staande en gelegen aan de [adres] (hierna: de woning).

2.13.

Naar aanleiding van het faillissement van Recopy heeft de Rabobank, krachtens de verleende borgtocht, W.A. Beheer gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 275.000,-. Op 1 augustus 2014 heeft de advocaat van [eiser] een brief aan NBH en Stichting Vermogensrechten gezonden waarin, voor zover hier van belang, staat:

Ingevolge het bepaalde in artikel 3:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek deel ik u namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid W.A. Beheer B.V. mede dat zij haar (voorwaardelijke) vordering op Stichting Vermogensrechten/NBH B.V. uit hoofde van de op 1 mei 2013 getekende en op 18 maart 2014 geregistreerde onderhandse pandakte, genaamd 'Hoofdelijke aansprakelijkheid en pandrecht', heeft overgedragen aan de heer [eiser] , wonende te 's-Hertogenbosch. Een kopie van de betreffende Akte van Cessie treft u bijgevoegd aan, naar de inhoud waarvan ik u kortheidshalve verwijs. (...)

2.14.

W.A. Beheer heeft niet voldaan aan de sommatie van de Rabobank en is daarop door de Rabobank in rechte betrokken. Bij vonnis van 27 januari 2016 van de rechtbank Overijssel, welk vonnis bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 januari 2018 is bekrachtigd, is W.A. Beheer veroordeeld tot betaling aan de Rabobank van een bedrag van € 275.000,00 in hoofdsom. In het kader van een schikking heeft W.A. Beheer een bedrag van € 68.750,00 aan de Rabobank betaald.

2.15.

De curator en de FIOD hebben uitvoerig onderzoek gedaan naar de (financiële) gang van zaken binnen de [naam] . De resultaten van die onderzoeken hebben geleid tot diverse ( - onder andere - strafrechtelijke) procedures tegen het bestuur van de [naam] en de daaraan verbonden adviseurs.

2.16.

In dit verband is op 19 mei 2018 door de curator enerzijds en (onder andere) [naam] , NBH, SLJD en Stichting Vermogensrechten anderzijds een akte getekend waarin een vaststellingsovereenkomst (hierna: de Vaststellingsovereenkomst) tussen partijen is vastgelegd. In de betreffende Vaststellingsovereenkomst is onder meer geregeld dat de volgens de curator ten onrechte uit de boedel van de gefailleerde vennootschappen onttrokken onroerende zaken (waaronder de woning) weer terug dienden te vloeien in de boedel ten behoeve van tegeldemaking van deze onroerende zaken voor de gezamenlijke crediteuren.

2.17.

[eiser] heeft, na daartoe op 24 juli 2018 verlof te hebben gekregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, op 25 juli 2018 conservatoir beslag doen leggen op de woning. In het verzoekschrift om conservatoir beslag te mogen leggen stelt [eiser] , voor zover hier van belang:

Ingevolge het bepaalde in artikel 3:7 juncto 3:246 lid 1 BW is (thans) Verzoeker, als schuldeiser met een openbaar pandrecht op de vordering van NBH op SLJD, bevoegd deze vordering van NBH op SLJD te innen. (...) De bevoegdheid van (thans) Verzoeker om de vordering van NBH op SLJD te innen, omvat tevens de bevoegdheid tot uitwinning van het aan die vordering verbonden Hypotheekrecht.

(...)

2.18.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 8 augustus 2018 NBH en Stichting Vermogensrechten in rechte betrokken waarbij [eiser] onder meer betaling van NBH en Stichting Vermogensrechten vordert van de volgens hem aan hem overgedragen vordering.

2.19.

Op 29 augustus 2018 heeft de advocaat van de curator aan [eiser] een brief gestuurd waarin, voor zover hier van belang, staat:

(...) De curator heeft kennis genomen van de geëntameerde procedure tegen NBH BV. Deze procedure is gegrond op een overeenkomst tussen WA Beheer BV en aan haar gelieerde vennootschappen enerzijds en diverse gefailleerde vennootschappen, alsmede NBH BV en de stichting Stichting Vermogensrechten anderzijds. De overeenkomst is blijkens haar inhoud gedateerd op 1 mei 2013. De curator heeft met de ontvangst van de processtukken kennis genomen van het bestaan van deze overeenkomst waarin de gefailleerde vennootschappen, NBH BV en de stichting Vermogensrechten zich borg stellen voor de 'schade' welke het gevolg zal zijn van het uitwinnen van een door WA Beheer BV ten behoeve van Recopy BV aan de Rabobank verleende borgtocht groot € 275.000,00. In de overeenkomst worden tevens de debiteuren van de betrokken rechtspersonen aan WA Beheer BV verpand. Vorderingen van WA Beheer BV uit hoofde van deze overeenkomst zijn aan u (privé) overgedragen. Ter uitwinning van deze vordering heeft u beslag doen leggen op de aan SLJD BV toebehorende woning (...). Onder meer in verband met de vorderingen van de curator, c.q. de boedel, op de betrokken vennootschappen (NBH en SLJD) zou de betreffende onroerende zaak evenwel aan de boedel worden geleverd.

Voor zover de overeenkomst d.d. 1 mei 2013 daadwerkelijk is gesloten zijn de curator, c.q. de boedels van de betrokken faillissementen, alsmede de crediteuren van de gefailleerde vennootschappen als gevolg van de betreffende overeenkomst benadeeld in hun verhaalsmogelijkheden. De boedel beschikt daarbij over een substantiële vorderingen op NBH BV en op SLJD BV. Ook als crediteur van NBH BV en als crediteur van SLJD BV wordt de boedel als gevolg van deze overeenkomst benadeeld in haar verhaalsmogelijkheden. Ik licht dit hierna toe.

Uit uw dagvaarding volgt dat de overeenkomst werd aangegaan omdat Rabobank als verstrekkingsvoorwaarde voor een te sluiten financiering aan de [naam] Groep de voorwaarde stelde dat WA Beheer haar aandelen Recopy om niet zou inleveren bij [naam] Beheer. WA Beheer zou daar mee willen instemmen mits zij zou worden ontslagen uit de borgtocht jegens de Rabobank. Uit de gang van zaken die volgt uit de dagvaarding met bijbehorende producties blijkt echter dat de financiering tussen Rabobank en de [naam] Groep al in juni 2012 tot stand is gekomen terwijl de overeenkomst tussen partijen op zijn vroegst in mei 2013 is gesloten. Geen van de gefailleerde vennootschappen had er op dat moment enig belang bij om zich te binden aan deze overeenkomst noch bestond er voor hen daartoe enige verplichting. Dit laatst geldt al helemaal voor NBH B.V. nu NBH niet tot de [naam] Groep behoorde en ook niet was verbonden voor de gememoreerde financieringsovereenkomst met Rabobank.

Ik stel overigens vast dat de overeenkomst nooit door NBH is ondertekend zodat zij alleen al om deze reden niet is gebonden. Ik stel verder vast dat u zelf nooit uitvoering heeft gegeven aan de overeenkomst omdat de aandelen Recopy BV blijkens haar aandeelhoudersregister nog steeds in bezit zijn van WA Beheer BV. De boedel gaat er primair dan ook vanuit dat de overeenkomst een schijnovereenkomst betreft en deze daarnaast nimmer door NBH is aanvaard. (...)

Voor zover de overeenkomst wel mocht bestaan wordt deze hierbij vernietigd. Deze vernietiging vindt enerzijds plaats op grond van artikel 3:45 BW voor zover het de betrokkenheid van NBH bij de overeenkomst betreft en anderzijds op grond van artikel 42 FW voor zover het de betrokkenheid van de gefailleerde vennootschappen bij de overeenkomst betreft. Omdat de vennootschappen geen enkel belang hadden bij het aangaan van de overeenkomst en zij hier duidelijk geen enkel voordeel mee behaalden is deze om niet gesloten. Voor alle betrokkenen was duidelijk dat de overeenkomst benadeling van de schuldeisers van de vennootschappen tot gevolg had doordat er onverplicht activa is verpand aan WA Beheer. (...)

2.20.

Bij exploot van 28 mei 2019 heeft de curator c.q. de boedel zich ook jegens de andere bij de overeenkomst die is vastgelegd in de op 1 mei 2013 gedateerde akte (hierna: de Overeenkomst) betrokken partijen beroepen op de vernietiging van die overeenkomst.

2.21.

De curator heeft in de door [eiser] aanhangig gemaakte procedure tegen NBH en Stichting Vermogensrechten een incidentele vordering tot tussenkomst ingesteld. Bij vonnis (van 12 december 2018) is deze incidentele vordering van de curator toegewezen.

2.22.

Op 8 oktober 2018 is de woning door SLJD, inclusief het daarop rustende beslag, aan de boedel geleverd. Het hypotheekrecht van NBH is doorgehaald.

2.23.

Op 31 oktober 2018 heeft de advocaat van [eiser] aan Stichting Vermogensrechten en NBH een brief gestuurd waarin, voor zover hier van belang, staat:

Op 8 augustus 2018 zijn NBH B.V. en Stichting Vermogensrechten ten verzoeke van cliënt gedagvaard voor de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Hoewel behoorlijk opgeroepen, hebben zij ter rolle van 22 augustus jl. verstek laten gaan. Desalniettemin acht ik u bekend met de inhoud van de dagvaarding.

Hetgeen cliënt in de dagvaarding vordert vindt zijn grondslag in de op 1 mei 2013 getekende en op 17 maart 2014 geregistreerde akte 'Hoofdelijke aansprakelijkheid en pandrecht' (hierna: de Overeenkomst).

Met verontwaardiging heeft cliënte kennis genomen van het feit dat tussen mr. P.T. Bakker, curator in de faillissementen van (...) een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, op grond waarvan SLJD B.V. zich heeft verplicht tot overdracht van de woning aan de [adres] aan [naam] Investment B.V. en NBH B.V. zich heeft verplicht tot doorhaling van haar hypotheekrecht op deze woning. (...)

Door het aangaan van deze vaststellingsovereenkomst handelen NBH B.V., SLJD B.V. en Stichting Vermogensrechten in strijd met de Overeenkomst, meer in het bijzonder met betrekking tot de achterstelling en het openbaar pandrecht van cliënt op onder meer de vordering van NBH B.V. op SLJD B.V. (...)

Het spreekt voor zich dat door de vaststellingsovereenkomst cliënt ernstig wordt benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden. Daarom vernietig ik namens cliënt bij dezen de vaststellingsovereenkomst, voor zover deze ziet op de overdracht van de woning aan [naam] Investment B.V. en het doorhalen van het hypotheekrecht van NBH B.V., zulks op grond van het bepaalde in artikel 3:45 lid 1 BW. Het is immers evident dat NBH B.V., SLJD B.V. en Stichting Vermogensrechten wisten of behoorden te weten dat cliënt zou worden benadeeld in zij verhaalsmogelijkheden als zij deze vaststellingsovereenkomst zouden aangaan.

(...)

2.24.

Een kopie van voornoemde brief is per e-mail van 6 november 2018 aan de curator gezonden. Per brief van 3 mei 2019 heeft de advocaat van [eiser] ook de andere bij de Vaststellingsovereenkomst betrokken partijen op de hoogte gesteld van de vernietigingsverklaring.

2.25.

[eiser] heeft bij zijn conclusie van antwoord in tussenkomst als productie 16 een e-mail van [naam 2] van 2 mei 2019 in het geding gebracht waarin, voor zover hier van belang, staat:

Naar aanleiding van uw vragen hieronder, kan ik u het volgende meedelen.

1. Helaas voor uw cliënt beschik ik zelf niet over een exemplaar van de overeenkomst van 1 mei 2013. Ik heb de overeenkomst mede ondertekend, in mijn beleving zowel namens NBH als SLJD, omdat ik van beide rechtspersonen toen directeur was.

2. (...)

3. Als bestuurder van NBH ten tijde van de overeenkomst van 1 mei 2013 kan ik verklaren dat NBH zich heeft gebonden aan de overeenkomst van 1 mei 2013: tegenover W.A. Beheer als één van "de Pandgevers" en als één van "de Borgen" en daarnaast als één van "de Schuldenaars" tegenover de andere Pandgevers.

4. [naam] en mr. [naam 3] (die de overeenkomst heeft opgesteld) waren ook aanwezig bij de ondertekening. Misschien kunnen zij u nog verder helpen.

(...)

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing