Home

Rechtbank Noord-Nederland, 13-12-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5168, C/19/128507 / KG ZA 19-158

Rechtbank Noord-Nederland, 13-12-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5168, C/19/128507 / KG ZA 19-158

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13 december 2019
Datum publicatie
13 december 2019
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2019:5168
Zaaknummer
C/19/128507 / KG ZA 19-158

Inhoudsindicatie

De gemeentes zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) 2015 en de Jeugdwet. De gemeentes verlenen die ondersteuning aan jeugdigen en cliënten in de regel niet zelf, maar besteden dit uit aan zorgaanbieders. Vanwege het aflopen van de huidige contracten op 31 december 2019, hebben de gemeentes op 8 juli 2019 vier aanbestedingen aangekondigd om de hiervoor bedoelde ondersteuning weer 'in de markt' te zetten. Cosis, een grote zorgaanbieder, is een kort geding tegen de gemeentes begonnen (waarbij twee andere zorgaanbieders, Lentis en Dignis zich hebben aangesloten), omdat de tarieven die de gemeentes hierbij willen hanteren volgens Cosis, Lentis en Dignis te laag zijn om goede ondersteuning te kunnen bieden. Cosis, Lentis en Dignis onderstrepen het belang van de gemeentes in hun poging om meer mensen aan wie ondersteuning wordt geboden zelfstandig te laten wonen, maar zijn van oordeel dat de termijn die de gemeentes hierbij willen hanteren, te kort is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hoewel deze beide bezwaren van Cosis, Lentis en Dignis - op zich - terecht zijn, dit niet betekent dat de gemeentes de aanbestedingen moeten intrekken. De gemeentes mogen verder gaan met de aanbestedingen, maar moeten een ruimere termijn hanteren. Ook moet er nog een nader kostprijsonderzoek plaatsvinden.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/128507 / KG ZA 19-158

Vonnis in kort geding van 13 december 2019

in de zaak van

de stichting

STICHTING COSIS,

gevestigd te Assen,

eiseres,

advocaten mr. Th. Dankert en mr. A, van Beelen te Leeuwarden,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ASSEN,

zetelend te Assen,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AA EN HUNZE,

zetelend te Gieten,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MIDDEN-DRENTHE,

zetelend te Beilen,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NOORDENVELD,

zetelend te Roden,

5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TYNAARLO,

zetelend te Vries,

6. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DE WOLDEN,

zetelend te Zuidwolde,

7. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HOOGEVEEN,

zetelend te Hoogeveen,

8. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MEPPEL,

zetelend te Meppel,

9. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WESTERVELD,

zetelend te Diever,

gedaagden,

advocaten mr. A.B.B. Gelderman, mr. dr. L.C.P. Broos en mr. drs. Y.M. Nijhuis te Enschede,

waarin zijn tussengekomen:

1. de stichting

STICHTING LENTIS MAATSCHAPPELIJKE ONDERNEMING,

gevestigd te Assen,

2. de stichting

STICHTING DIGNIS,

advocaat mr. A.J. van Heeswijck te Heerenveen,

Eiseres zal hierna worden aangeduid als Cosis, dan wel - samen met Lentis en Dignis - als Cosis c.s. De gedaagden sub 1 tot en met 5 zullen worden aangeduid als de NMD-gemeentes, de gedaagden sub 1 tot en met 9 als de gemeentes en de tussengekomen partijen als Lentis en Dignis.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 8 oktober 2019 met 91 producties,

-

de incidentele conclusie houdende een vordering tot primair tussenkomst, subsidiair voeging van Lentis en Dignis met zes producties, ingekomen ter griffie op 5 november 2019,

-

het faxbericht van mr. Nijhuis en mr. Gelderman van 6 november 2019,

-

het faxbericht van mr. Van Heeswijck van 6 november 2019,

-

de akte overlegging aanvullende producties, tevens eiswijziging/-vermeerdering van Cosis met 14 producties, ingekomen ter griffie op 6 november 2019,

-

de (voortzetting van de) mondelinge behandeling op 11 en 26 november 2019,

-

de pleitnota's van Cosis,

-

de pleitnota van Lentis en Dignis,

-

de pleitnota van de gemeentes,

-

de akte van de gemeentes van 3 december 2019,

-

de overige in het geding gebrachte bescheiden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeentes zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (hierna: Wmo) 2015 en de Jeugdwet. De gemeentes verlenen die ondersteuning in de regel niet zelf, maar besteden dit op contractbasis uit aan zorgaanbieders, waaronder Cosis c.s.

2.2.

Omdat de huidige contracten op 31 december 2019 aflopen, hebben de NMD-gemeentes op 8 juli 2019 door publicatie op TenderNed de volgende vier aanbestedingen aangekondigd:

A. Opdracht voor Beschermd wonen en Thuiswonen+, bestaande uit de percelen:

1. Beschermd wonen en

2. Thuiswonen+

B. Opdracht voor Ambulante begeleiding & Ambulante begeleiding en maatschappelijke opvang, bestaande uit de percelen:

3. Ambulante begeleiding en

4. Ambulante begeleiding en maatschappelijke opvang

C. Opdracht voor Dagbesteding

D. Opdracht voor Schoon en leefbaar huis.

2.3.

Bij deze aanbestedingen geldt het "Zeeuwse Model", erop neerkomend dat de gemeentes met meerdere zorgaanbieders contracten (of een raamovereenkomst) aangaat als deze voldoen aan de gestelde geschiktheidseisen en er geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn. De inwoners van de gemeentes, die recht op ondersteuning hebben, kunnen dan een keuze uit de zorgaanbieders maken.

Met uitzondering van perceel A 1., gelden hiervoor door de gemeentes vastgestelde tarieven. Voor de percelen B 3., 4. en C. hebben de gemeentes de mogelijkheid openomen om in specifieke situaties een hoger tarief overeen te komen. Bij perceel C. geldt dat er geen raamovereenkomst wordt gesloten, als er geen overeenstemming wordt bereikt over de prijs.

2.4.

Gedaagde sub 1 (de gemeente Assen) geldt als "penvoerder" bij deze aanbestedingen. Bij rectificatie van 25 juli 2019 hebben gedaagden sub 6 tot en met 9 zich aangesloten bij de aanbesteding van de percelen A 1., A 2. en B 4. Aan de andere aanbestedingen nemen laatstgenoemde gedaagden niet deel.

2.5.

Voorafgaand aan de publicatie van de aanbestedingen hebben de NMD-gemeentes vanaf 20 maart 2019 een marktconsultatie opgestart en daarvoor diverse zorgaanbieders (waaronder Cosis, maar niet Lentis en Dignis) uitgenodigd. Doel van de marktconsultatie was om mede aan de hand daarvan een reële prijs in de zin van de AMvB reële prijs Wmo 2015 (hierna: de AMvB) vast te stellen.

2.6.

Na publicatie van de aanbestedingsstukken hebben diverse zorgaanbieders vragen gesteld. Daarop is door de gemeentes gereageerd in een eerste en tweede Nota van Inlichtingen. Na de tweede Nota van Inlichtingen heeft Cosis een concept kort geding dagvaarding aan de gemeentes doen betekenen. Op 18 september 2019 hebben de gemeentes nog een Aanvullende Nota van Inlichtingen gepubliceerd.

De gemeentes hebben in verband met een en ander de uiterste termijn voor inschrijving meerdere keren verschoven, naar uiteindelijk 2 december 2019.

3 Het geschil

3.1.

Cosis vordert na eiswijziging/ -vermeerdering, verkort weergegeven, dat de voorzieningenrechter de (NMD-)gemeentes zal gebieden de onder 2.2. genoemde aanbestedingen in te trekken en voor zover de (NMD-)gemeentes nog steeds willen gunnen over te gaan tot heraanbesteding met inachtneming van de toepasselijke aanbestedingsregels en het in deze te wijzen vonnis (primair), dan wel - subsidiair - de (NMD-)gemeentes zal gebieden een rectificatie op TenderNed te publiceren, althans - meer subsidiair - een extra inlichtingenronde te organiseren, althans (nog meer subsidiair) een zodanige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht en recht doet aan de belangen van Cosis. Een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de (NMD-)gemeentes in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vorderingen legt Cosis, samengevat, het volgende ten grondslag:

er is sprake van disproportionele en niet transparante uitvoeringseisen (bezwaar I);

het geschiktheidscriterium van paragraaf 5.4 van de Aanbestedingsleidraad voor de percelen A. tot en met C. is disproportioneel en in strijd met de (Uitvoeringswet)Algemene Verordening Gegevensbescherming (verder: (U)AVG) (bezwaar II); de door de gemeentes vastgestelde tarieven zijn onjuist, te laag en niet kostendekkend, en de wijze waarop deze zijn vastgesteld is ondeugdelijk(bezwaar III); de gemeentes handelen in strijd met het gelijkheids- en transparantiebeginsel door na de aanvullende nota nog nieuwe informatie te verstrekken, waarover geen vragen meer mochten worden gesteld, terwijl ook de hiervoor genoemde paragraaf 5.4. van de Aanbestedingsleidraad in strijd is met het transparantiebeginsel (bezwaar IV).

3.3.

Lentis en Dignis hebben nagenoeg gelijkluidende vorderingen als Cosis ingesteld en daarvoor soortgelijke grondslagen aangevoerd. Zoals hieronder bij de beoordeling in het incident zal blijken, zal de voorzieningenrechter niet ingaan op de extra bezwaren van Lentis en Dignis, in het bijzonder het overgangsrecht met betrekking tot de voortzetting van dagbesteding (perceel C.). Bij de beoordeling in de hoofdzaak zal - zo nodig - wèl worden ingegaan op de (extra) argumenten van Lentis en Dignis ter ondersteuning van de door Cosis geuite, hiervoor in 3.2. kort omschreven bezwaren. Het is om die reden dat Cosis, Lentis en Dignis ook mede samen als Cosis c.s. zullen worden aangeduid.

3.4.

De gemeentes hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering. Daarop zal bij de beoordeling, voor zover relevant, worden ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing