Rechtbank Noord-Nederland, 12-12-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5169, C18/190912 HA RK 19-19
Rechtbank Noord-Nederland, 12-12-2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5169, C18/190912 HA RK 19-19
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 december 2019
- Datum publicatie
- 17 december 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2019:5169
- Zaaknummer
- C18/190912 HA RK 19-19
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft verwijdering verzocht van zoekresultaten die verschijnen bij een zoekopdracht op zijn naam in Google Search en die verwijzen naar het door verzoeker gepleegde strafbare feit. Verzoeker is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar en zeven maanden met oplegging van tbs. Verzoeker heeft zijn straf uitgezeten en bevindt zich thans in het forensisch kader van de tbs-maatregel. Belangenafweging tussen enerzijds het recht van verzoeker op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van bijzondere persoonsgegevens en anderzijds - kort samengevat - het recht op toegang tot informatie van het publiek en de vrijheid van meningsuiting van degene van wie die informatie afkomstig is. Deze belangenafweging valt in nadeel van verzoeker uit. Het verwijderingsverzoek tegen Google in verband met de verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt afgewezen. Zwaarwegend publiek belang, mede in het licht van het feit dat het door verzoeker af te leggen resocialisatietraject en de door hem te volgen behandeling in het kader van de tbs-maatregel nog niet zijn afgerond. Stelplicht.
Artikel 6 lid 1 aanhef en sub f AVG, artikel 10 AVG, artikel 17 AVG en artikel 21 AVG.
Uitspraak
beschikking
Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/190912 / HA RK 19-19
beschikking van 12 december 2019
in de zaak van
[naam 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
GOOGLE LLC,
gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
verweerster,
advocaten: mr. D. Verhulst en mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Google worden genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift met producties;
- -
-
het verweerschrift met producties;
- -
-
de nadere producties 3 t/m 8 van [verzoeker] ;
- -
-
de mondelinge behandeling van 9 oktober 2019;
- -
-
de pleitaantekeningen van [verzoeker] ;
- -
-
de pleitaantekeningen van Google.
Hierna is uitspraak nader bepaald op heden.
2 De feiten
Google is exploitant van de internetzoekmachine Google Search. Deze zoekmachine helpt gebruikers om informatie op het internet te vinden. Gebruikers kunnen één of meer zoektermen opgeven, waarna de zoekmachine zoekresultaten weergeeft. De zoekresultaten bevatten verwijzingen (de zogeheten hyperlinks) naar internetadressen van webpagina’s, oftewel naar Uniform Resource Locators (kort aangeduid als: URL's). De selectie en ordening van zoekresultaten en de vertoning daarvan aan de gebruiker zijn het dynamische product van een geautomatiseerd, algoritmisch proces. Het algoritme selecteert en ordent zoekresultaten aan de hand van meer dan 200 factoren, zoals het internetadres en de titel, de inhoud en hiërarchische structuur van de desbetreffende pagina, de vraag of en, zo ja, hoe vaak één of meer van de opgegeven zoektermen daarop voorkomt, de publicatiedatum van de pagina en de kwaliteit en populariteit van de website waarop die staat alsmede het aantal en de herkomst van de hyperlinks naar die pagina. Google Search wordt wereldwijd aangeboden via de website www.google.com. In verschillende landen bestaan lokale versies die aan de nationale taal zijn aangepast, zoals in Nederland www.google.nl.
Op 1 december 2006 is [verzoeker] gearresteerd op verdenking van het doden van de 8-jarige scholier [slachtoffer] . [slachtoffer] was enkele uren eerder op zijn basisschool in Hoogerheide met meerdere messteken om het leven gebracht.
De rechtbank Breda heeft [verzoeker] bij uitspraak van 6 september 2007 wegens doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar en daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna ook wel: “tbs”) met dwangverpleging aan [verzoeker] opgelegd. De rechtbank heeft daarbij geoordeeld dat zij bij [verzoeker] aanwijzingen voor een psychische stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens aanwezig achtte, hoewel [verzoeker] niet had meegewerkt aan een onderzoek daarnaar in het Pieter Baan Centrum. Ook tijdens het verdere verloop van zijn strafzaak heeft [verzoeker] geweigerd om aan een dergelijk onderzoek mee te werken.
De media hebben uitgebreid bericht over het door [verzoeker] begane misdrijf, de daaropvolgende strafzaak tegen [verzoeker] en zijn veroordeling in eerste aanleg. Media hebben in hun berichtgeving de naam " [A] " vermeld, maar ook wel zijn meer volledige naam " [B] " weergegeven.
De strafzaak tegen [verzoeker] heeft vervolgens in hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch gediend. Het gerechtshof heeft bij arrest van 26 februari 2008, anders dan de rechtbank in eerste aanleg, geoordeeld dat niet is gebleken dat [verzoeker] ten tijde van het door hem begane misdrijf aan een geestelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens leed. Het gerechtshof heeft [verzoeker] wegens moord tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld (zonder oplegging van tbs). In dit hoger beroep wilde [verzoeker] niet door een raadsman worden bijgestaan en heeft hij zijn eigen verdediging gevoerd.
Over de strafzaak in hoger beroep en de uitspraak van het gerechtshof is in de media uitgebreid bericht.
[verzoeker] heeft vervolgens bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof. In cassatie heeft [verzoeker] onder meer geklaagd over het feit dat het gerechtshof niet had mogen aannemen dat hij afstand had gedaan van zijn recht op rechtsbijstand. De Hoge Raad heeft bij arrest van 17 november 2009 het arrest van het gerechtshof vernietigd omdat het gerechtshof onvoldoende overwegingen had gewijd aan de door [verzoeker] gedane afstand van het recht op rechtsbijstand. De Hoge Raad heeft de strafzaak van [verzoeker] vervolgens verwezen naar het gerechtshof Arnhem, om opnieuw in hoger beroep te worden behandeld.
Over de strafzaak in cassatie en de uitspraak van de Hoge Raad is eveneens in de media bericht.
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het gerechtshof Arnhem [verzoeker] bij arrest van 18 mei 2011 wegens doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar en is tevens de maatregel van tbs met dwangverpleging aan [verzoeker] opgelegd. Het gerechtshof achtte het voldoende aannemelijk dat bij [verzoeker] tijdens het begaan van het strafbare feit een geestelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens bestond.
[verzoeker] heeft vervolgens bij de Hoge Raad cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft bij arrest van 22 mei 2012 het arrest van het gerechtshof vernietigd voor zover het de lengte van de opgelegde gevangenisstraf betrof, wegens de overschrijding van de redelijke termijn in de eerste cassatiefase. De Hoge Raad heeft de zaak vervolgens zelf afgedaan en de duur van de aan [verzoeker] opgelegde gevangenisstraf verminderd naar elf jaar en zeven maanden.
De media hebben ook over de strafzaak tegen [verzoeker] in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem en de daaropvolgende procedure bij de Hoge Raad bericht.
[verzoeker] heeft Nederland nadien voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) gedaagd, met de klacht dat de hem door het gerechtshof Arnhem opgelegde maatregel van tbs in strijd is met zijn recht op vrijheid en veiligheid. [verzoeker] heeft daartoe aangevoerd dat de maatregel van tbs aan hem was opgelegd zonder objectieve medische gegevens die een dergelijke maatregel ondersteunden. Het EHRM heeft bij uitspraak van 3 maart 2015 de klacht van [verzoeker] verworpen, waartoe het EHRM heeft overwogen dat het gerechtshof Arnhem, onder verwijzing naar verschillende rapporten van psychologen en psychiaters, kon concluderen dat [verzoeker] aan een geestelijke stoornis leed die het opleggen van tbs met dwangverpleging rechtvaardigde.
Ook over de procedure van [verzoeker] bij het EHRM is in de media bericht.
De tbs van [verzoeker] is op 24 mei 2015 aangevangen. Bij uitspraak van 2 juni 2017 heeft de rechtbank Zeeland-West Brabant de termijn van de tbs van [verzoeker] met twee jaar verlengd. Bij uitspraak van 29 mei 2019 heeft de rechtbank Zeeland-West Brabant de termijn van de tbs van [verzoeker] wederom met twee jaar verlengd. In laatstgenoemde uitspraak heeft de rechtbank onder meer op grond van rapportages overwogen dat de komende jaren, met professionele forensische ondersteuning, een stapsgewijze langzame uitbouw van vrijheden en eigen verantwoordelijkheid zal worden opgebouwd waardoor gepast kan worden ondersteund en begeleid bij de resocialisatie en bij opbouw van spanningen tijdig kan worden ingegrepen. Omdat de toename van vrijheden voor spanningsopbouw zorgt, hetgeen zich uit in problemen met betrekking tot de agressieregulatie, overweegt de rechtbank dat het belangrijk is dat de stappen niet te groot zijn en dat wordt gewerkt aan vroegsignalering en preventie. De rechtbank heeft verder overwogen dat bij elke stap in het resocialisatieproces zal moeten worden gekeken of [verzoeker] de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid die van hem wordt gevergd ook aankan.
Over de verlengingen van de termijn van de tbs van [verzoeker] is in de media bericht.
In het kader van zijn tbs verblijft [verzoeker] in het Forensisch Psychiatrisch Centrum [naam 2] te [plaats] . [verzoeker] heeft daar inmiddels begeleid en onbegeleid verlof.
Wanneer de naam " [B] " als zoekterm in Google Search wordt opgegeven, worden zoekresultaten zichtbaar die verwijzingen bevatten naar publicaties op web- of ook wel bronpagina’s betreffende het door [verzoeker] begane misdrijf en de daaropvolgende strafrechtelijke procedures.
Google heeft een online formulier in het leven geroepen voor het doen van een verzoek tot verwijdering van URL's in de zoekresultaten van Google Search. Via dit formulier kan een gebruiker een of meerdere URL's opgeven waarvan hij wil dat die niet meer als zoekresultaat worden getoond als op zijn eigen naam wordt gezocht. Het verzoek moet op het formulier per URL worden toegelicht. Google beoordeelt elk verzoek tot verwijdering en elke in dat verband genoemde URL handmatig. De verzoeker ontvangt vervolgens een reactie van Google met ofwel een verzoek om meer informatie ofwel een (summier) gemotiveerde beslissing op het verzoek tot verwijdering.
De advocaat van [verzoeker] heeft zich op 24 januari 2019 via het hiervoor bedoelde online formulier tot Google gewend met het verzoek om zoekresultaten die in Google Search verschijnen bij het opgeven van de naam van [verzoeker] te verwijderen en verwijderd te houden. In het verzoek wordt daartoe de verwijdering van in totaal 182 URL's verzocht. Als reden voor verwijdering wordt in het verzoek vermeld:
"1) De URL's zoals die hierboven zijn weergegeven hebben betrekking op cliënt namelijk dat hij met naam en toenaam in verband wordt gebracht met een delict dat zich in 2006 heeft afgespeeld, namelijk moord. 2) Cliënt zit momenteel een gevangenisstraf uit. Daarbij ondergaat hij tevens tbs-behandelingen. Op korte termijn komt cliënt vrij maar ondervindt thans problemen bij sollicitaties i.v.m. de zoekresultaten die naar voren komen bij een zoekopdracht op zijn naam. Cliënt kan voor de banen waarnaar hij solliciteert een VOG aanvragen, omdat die banen niets te maken hebben, althans geen risico opleveren. De zoekresultaten zijn disproportioneel gelet op art. 8 EVRM omdat hij ook na zijn bestraffing thans nog hinder ondervindt van het delict uit 2006. Hij is daarvoor al bestraft zodat hij thans het recht heeft om een nieuw leven op te bouwen zonder daarmee voor de rest van zijn leven geconfronteerd te worden met dit delict."
Google heeft gereageerd bij e-mail van 1 februari 2019 aan de advocaat van [verzoeker] . In reactie op het verzoek heeft Google 100 URL's vrijwillig verwijderd, omdat op de betreffende webpagina's de (volledige) naam van [verzoeker] niet voorkwam. Google stelt daartoe in de e-mail:
"We did not locate your client's name on this page. We have taken manual steps to prevent this page from ranking in response to queries for your name on European versions of Google's search results. These pages will also be blocked for queries relating to your client's name to users located in your country."
Ten aanzien van de resterende 82 URL's heeft Google in haar e-mail het verwijderverzoek van [verzoeker] afgewezen omdat het, aldus Google, niet voldeed aan artikel 17 en 21 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: “de AVG”) en haar interne beleidsregels. Van de niet-verwijderde URL’s zijn, aldus Google in haar e-mail, alleen die URL’s relevant die nog verschijnen bij een zoekopdracht op de naam van [verzoeker] en op hem betrekking hebben. Google schrijft in haar e-mail betreffende deze dan nog resterende URL’s:
"It is Google's understanding that the information about your client on these URL's - with regard to all the circumstances of the case we are aware of - is still relevant in relation to the purposes of data processing, and therefore the reference to this document in our search results is justified by the public interest."
De advocaat van [verzoeker] heeft vervolgens op 11 februari 2019 een aanvullend verzoek tot verwijdering van 6 URL's bij Google gedaan, waarop Google bij e-mail van 15 februari 2019 heeft gereageerd.
[verzoeker] volgt met ingang van 26 augustus 2019 een opleiding tot Junior Software Tester. Deze opleiding duurt twaalf maanden.
3 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt - na vermeerdering van het verzoek ter zitting - dat de rechtbank, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
primair: Google beveelt om binnen 24 uur na deze beschikking, althans een door de rechtbank te bepalen termijn, de verwijzingen naar de weblinks die voortkomen uit de zoekopdracht naar de naam van [verzoeker] , te weten “ [B] ” én “ [A] ”, uit de zoekresultaten te verwijderen, een en ander op straffe van verbeurte van een aan [verzoeker] te betalen dwangsom van € 500,00 per dag, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, voor iedere dag dat Google daarmee in gebreke blijft, te vermeerderen met de wettelijke rente;
subsidiair: een voorziening treft die recht doet aan het belang van [verzoeker] om te worden 'vergeten' op internet via Google;
primair en subsidiair: Google veroordeelt in de proceskosten.
Google concludeert tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.