Rechtbank Noord-Nederland, 15-01-2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:247, C / 18 / 189406 / HA ZA 19-6
Rechtbank Noord-Nederland, 15-01-2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:247, C / 18 / 189406 / HA ZA 19-6
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 januari 2020
- Datum publicatie
- 23 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2020:247
- Zaaknummer
- C / 18 / 189406 / HA ZA 19-6
Inhoudsindicatie
Bodemzaak. Persvrijheid; onrechtmatige publicaties in dagblad en op social media? Art. 6:162 BW, art. 10 EVRM.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
Locatie Groningen
zaaknummer / rolnummer: C/18/189406 / HA ZA 19-6
Vonnis van 15 januari 2020
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 1] ,
gevestigd te Groningen,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
advocaat mr. J. F . Koenders, kantoorhoudende te Groningen,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie,
advocaat mr. J. F . Koenders, kantoorhoudende te Groningen,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NDC MEDIAGROEP B.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
gedaagde in conventie,
advocaat mr. J.J. Gevers te Assen,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
advocaat mr. J.J. Gevers te Assen.
Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] , NDC Mediagroep en [gedaagde 2] genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 11 december 2018;
- -
-
de akte houdende overlegging producties van 9 januari 2019;
- -
-
de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie van 20 februari 2019;
- -
-
de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie van 1 mei 2019;
- -
-
de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie van 26 juni 2019;
- -
-
de conclusie van dupliek in reconventie van 7 augustus 2019.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten in conventie en reconventie
De rechtbank gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die vaststaan, omdat die feiten enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn weersproken.
[eiser 1] is een vennootschap die zich onder andere bezighoudt met de aan- en verkoop, huur- en verhuur van onroerend goed. [eiser 2] is enig aandeelhouder van [eiser 1] . Enig bestuurder van [eiser 1] is de heer [naam A] (hierna: [naam A] ).
NDC Mediagroep is een uitgeverij van kranten, onder andere het dagblad "Dagblad van het Noorden" en exploiteert voorts de Groningse stadsblog Sikkom.nl (hierna: Sikkom). [gedaagde 2] is journalist en werkzaam bij Sikkom.
Op de webite van Sikkom is op 7 november 2018 een artikel geplaatst over [eiser 1] en [eiser 2] , met de titel "Huurders van [eiser 2] moeten kilometers lopen voor dure en volle parkeerplek". Het artikel is door [gedaagde 2] geschreven en kent de volgende inhoud:
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
Voorgaand artikel is ook geplaatst op de Facebookpagina van Sikkom. Daarnaast heeft [gedaagde 2] op zijn persoonlijke Facebookpagina een publicatie met de kop "Huurders van [eiser 2] moeten kilometers lopen voor een dure en volle parkeerplek" gedeeld, met de tekst "Het zoveelste schandaal in de Groningse verhuursector", waarna er een verwijzing is naar de genoemde publicatie op de website van Sikkom.
Op de website van het Dagblad van het Noorden is op 7 november 2018 een artikel geplaatst over [eiser 1] en [eiser 2] , met de titel "Kilometers lopen voor parkeerplek bij huurwoning". Het artikel is door [gedaagde 2] geschreven en kent de volgende inhoud:
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
Voorgaand artikel is op 8 november 2018 ook in de papieren versie van het Dagblad van het Noorden gepubliceerd.
[gedaagde 2] heeft op of omstreeks 8 november 2018 op zijn persoonlijke Facebookpagina een bericht gepubliceerd waarbij een video is geplaatst waarop aan het eind een bericht met de tekst "Stadhuis koketteert met [eiser 1] , terwijl het bedrijf misleidt, oplicht, intimideert en bedreigt" is te lezen.
Tussen [eiser 1] in de persoon van [naam A] en NDC Mediagroep in de persoon van [gedaagde 2] is voorafgaand aan de publicaties van 7 en 8 november 2018 per e-mail gecorrespondeerd. Op 31 oktober 2018 heeft [naam A] een e-mail aan NDC Mediagroep gestuurd, waarin staat, voor zover hier van belang:
Van mijn medewerkers heb ik begrepen, dat u graag contact met mij wil opnemen. Middels deze mail laat ik u weten, geen behoefte te hebben om u mondeling te woord te staan. Wanneer u vragen voor mij heeft, kunt u deze per mail aan mij kenbaar maken. Tevens wil ik u kenbaar maken dat u mijn medewerkers op kantoor niet dient te benaderen. En gezien mijn drukke agenda en de vele afspraken hoeft u ook voor mij niet persoonlijk langs te komen.
Op voornoemde e-mail heeft [gedaagde 2] per e-mail van 1 november 2018 gereageerd. In die e-mail staat, voor zover hier van belang:
Ik heb een aantal vragen omtrent de koppelverhuur met woningen en parkeerplaatsen. Ik heb meerdere huurders en instanties gesproken. Contracten en verklaringen ingezien. Bijvoorbeeld ook geluidsfragmenten gehoord waarin [eiser 2] zelf het een en ander bevestigt. Al die informatie heb ik gestopt in onderstaand artikel. Dit stuk verschijnt op Sikkom en in Dagblad van het Noorden. Graag op korte termijn uw reactie op onze bevindingen.
Hierna volgt het concept artikel.
Per kerende e-mail reageert [naam A] daarop, voor zover hier van belang, als volgt:
Uw mail heb ik in goede orde ontvangen, vanwege mijn vele vergaderingen vandaag, zal ik u morgen een inhoudelijke (wederhoor) reactie sturen op onderstaande bevindingen. Toch wil ik u alvast wijzen op het feit dat er bevindingen door elkaar worden gehaald en dat u foutief bent geïnformeerd.
Per e-mail van 2 november 2018 (11:58 uur) vraagt [gedaagde 2] vervolgens:
Kunt u mij enige indicatie geven hoe laat u een reactie stuurt. Dan kan ik daar rekening mee houden in de planning. Gaarne voor vanmiddag 16:00 uur, dan kan het mee in de krant van morgen.
[naam A] antwoord daarop per e-mail van 2 november 2018, waarin staat:
In vervolg op mijn email van gistermiddag bericht ik u als volgt. Na lezing van uw artikel wil ik vooropgesteld hebben dat u blijkbaar onjuist geïnformeerd bent en dat u in het wilde weg maar wat roept. Dat is stuitend te noemen. Het is zelfs schrikbarend om te lezen dat u in staat bent om allerlei onwaarheden op papier te zetten en zo het publiek denkt te kunnen misleiden. U bent blijkbaar alleen maar uit op sensatie journalistiek en daar werken wij niet aan mee.
Het valt mij erg tegen van uw organisatie, het Dagblad van het Noorden en NDC mediagroep, dat u op deze wijze te werk gaat. Als u van mening bent dat u ons op deze wijze, ten onrechte in een kwaad daglicht denkt te kunnen stellen dan moet u er ernstig rekening mee houden dat alle schade die hierdoor ontstaat op u verhaald zal gaan worden. Wilt u daar goede nota van nemen?
[eiser 1] en haar medewerkers hebben overigens niets te maken met hetgeen u in uw artikel aanhaalt. Dat had u overigens ook kunnen constateren als u op de juiste wijze onderzoek had gedaan. Voor het overige onthoud ik mij van ieder commentaar en betwisten wij de inhoud van uw artikel. Die inhoud is zondermeer in strijd met de werkelijkheid!
Op 4 november 2018 heeft [gedaagde 2] een e-mail aan [naam A] gestuurd, waarin, voor zover hier van belang, staat:
Wilt u alstublieft nog reageren op de laatste mail? Juist als u vindt dat er onwaarheden in staan, is het belangrijk om deze recht te zeggen. Vandaar dat ik ook mijn uiterste beste doe voor wederhoor.
Tegelijk heb ik inmiddels vele huurders gesproken die deze lezing bevestigen. Er zijn zelfs opnames gemaakt waarin [eiser 2] aangeeft dat het niet de bedoeling ja dag de parkeerplek wordt gebruikt. Dus ik ben erg benieuwd naar wat er niet klopt. Ook als het eventueel een zaak wordt, wat u suggereert, is het raadzaam om juist wel in te gaan op de vragen. (...).
[naam A] heeft daarop per e-mail van 5 november 2018 gereageerd als volgt:
In mijn emailbericht van 2 november jl. heb ik u een duidelijke reactie gegeven. Ook in uw email van gistermiddag blijft u maar met onwaarheden komen. Wanneer u gedegen onderzoek had gedaan, kon u tot de conclusie komen dat [eiser 1] geen woonruimtes verhuurt met een parkeerplaats. Ook had u dan kunnen vaststellen dat dhr. [eiser 2] niet bij ons werkzaam is, en dus niet namens ons kan spreken. Wanneer u dus vragen over of voor dhr. [eiser 2] heeft dient u niet bij ons te zijn.
Verder hebben we besloten om niet meer te reageren en handhaven wij al hetgeen vermeld in ons bericht van 2 november jl. Op verdere verzoeken/berichten zal dan ook niet meer gereageerd worden.
Zoals reeds eerder gemeld hebben [eiser 1] en haar medewerkers niets te maken met hetgeen u vermeldt in het artikel.
Daarop heeft [gedaagde 2] per e-mail van 6 november 2018 (11:35 uur) geantwoord als volgt:
Ik begrijp werkelijk niks van uw reactie. We hebben contracten gezien, verklaringen tegenover de Huurcommissie ingezien en huurders gesproken. Uit dat alles blijkt dat [eiser 1] huurders opzadelt met parkeerplekken waar ze niks aan hebben, en dat ontkent u nu?
Dan weet ik voldoende. Ik heb mijn uiterste beste gedaan voor wederhoor. Dan gaat het artikel naar de krant en online.
En later die dag per e-mail van 16:45 uur:
Ik zou toch graag met u of de heer [eiser 2] willen spreken. Uit documentatie en getuigenissen blijkt onomstotelijk dat u parkeerplekken koppelt aan de verhuur van woningen. In tegenstelling tot wat u in de mails stelt.
Daarom een laatste poging om in contact te komen met u of de aandeelhouder. Het verhaal wordt met uw ontkenning tegen de bewijzen in namelijk alleen maar opmerkelijker.
Namens [eiser 1] is NDC Mediagroep per brief van 8 november 2018, gericht aan [gedaagde 2] , verzocht onmiddellijk op te houden met het veroorzaken van relletjes. Voorts zijn NDC Mediagroep en [gedaagde 2] in voornoemde brief aansprakelijk gesteld voor de ontstane schade.
Op Sikkom is op 27 november 2018 een artikel geplaatst over [eiser 1] en [eiser 2] , met de titel " [eiser 1] daagt ons voor rechter, maar krabbelt op laatste moment terug". Het artikel is door [gedaagde 2] geschreven en kent de volgende inhoud:
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
[artikel geciteerd]
Voorgaand artikel is ook geplaatst op de Facebookpagina van Sikkom.
Tussen [naam A] en NDC Mediagroep is ook voorafgaand aan de publicatie van
27 november 2018 per e-mail gecorrespondeerd. Op 27 november 2018 (11:59 uur) heeft [gedaagde 2] een e-mail aan [eiser 1] (gericht aan [naam A] ) gestuurd, waarin staat, voor zover hier van belang:
Mij bereikte gisteren het jammerlijke nieuws dat jullie het kort geding hebben ingetrokken. (...) Ik kan zelf wel raden waarom de zaak niet door is gegaan. Daarvoor hoef ik alleen maar een blik te werpen op de contracten, en verklaringen van huurders. Of te luisteren naar een van de geluidsfragmenten.
Maar toch ben ik vanwege een vervolg-artikel erg benieuwd naar waarom jullie de zaak hebben ingetrokken. Dit ook omdat jullie mij verwijten de zaken onvoldoende te verifiëren.
(...).
Per e-mail van 27 november 2018 (13:27 uur) reageert [eiser 1] (in de persoon van [naam A] ) daarop, voor zover van belang, als volgt:
Wanneer u mij de geluidsfragmenten toestuurt zullen wij u een reactie geven. Verder meld ik u dat wij de juridische stappen jegens u en de NDC media groep niet stop gezet hebben. Wij zullen de gehele zaak voortzetten in een bodemprocedure en tevens maken wij een zaak aanhangig bij de raad voor de journalistiek.
(...).
Per e-mail van 27 november 2018 (13:35 uur) antwoordt NDC Mediagroep (in de persoon van [gedaagde 2] ), voor zover hier van belang, daarop:
Ik stuur u vanwege bronbescherming de fragmenten niet toe. Wel wil ik u een transcript toesturen. De vraag blijft, en dat heeft niks van doen met de geluidsfragmenten, waarom trekt u twee dagen voor de zitting het kort geding in? (...).
Per e-mail van 27 november 2018 (13:43 uur) reageert [eiser 1] (in de persoon van [naam A] daarop:
Wanneer u mij een transcript toestuurt van alle geluidsfragmenten welke u in uw bezit heeft zullen wij een reactie geven.
Per e-mail van 27 november 2018 (13:45 uur) antwoordt NDC Mediagroep (in de persoon van [gedaagde 2] ), daarop:
Ik wil geen reactie op de geluidsfragmenten, ik wil graag weten waarom u het kort geding heeft ingetrokken. Dat staat volledig los van de fragmenten.
Per e-mail van 27 november 2018 (14:33 uur) reageert [eiser 1] (in de persoon van [naam A] ) daarop:
Zoals ik u eerder heb laten weten hebben wij de kortgeding zaak omgezet naar een bodemprocedure, dit is de reden.
U wilt graag hoor en wederhoor toepassen, maar op deze manier gaat dat moeilijk als u ons geen geluidsfragmenten laat horen of lezen. Ik verwacht per omgaande van u de toegezegde transcripten van de geluidsfragmenten.
Per e-mail van 27 november 2018 (14:56 uur) antwoordt NDC Mediagroep (in de persoon van [gedaagde 2] ), daarop:
Ik wilde alleen maar weten waarom het kort geding is ingetrokken. Maar de reden is dus omdat het is omgezet naar een bodemprocedure. En met die procedure in het achterhoofd ga ik u natuurlijk niet ons bewijsmateriaal overhandigen.
[naam A] heeft via Facebook een bericht aan een derde gestuurd waarbij persoonsgegevens van [gedaagde 2] , zonder zijn toestemming, aan die derde zijn verstrekt.
3 Het geschil in conventie en reconventie
[eiser 1] en [eiser 2] vorderen in conventie:
1. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen de volgende publicaties binnen 24 uur na het te wijzen vonnis van de websites van het Dagblad van het Noorden en Sikkom.nl en van de Facebookpagina's van Sikkom.nl en de heer [gedaagde 2] , inclusief alle reacties op deze publicaties, te verwijderen en verwijderd te houden:
- De publicatie op de website Sikkom.nl met als kop 'Huurders van [eiser 2] moeten kilometers lopen voor dure en volle parkeerplek';
- De publicatie op de website van het Dagblad van het Noorden met als kop 'Kilometers lopen voor parkeerplek bij huurwoningen';
- De publicatie op de Facebookpagina van Sikkom.nl met als kop 'Huurders van [eiser 2] moeten kilometers lopen voor dure en volle parkeerplek';
- De publicatie op de persoonlijke Facebookpagina van de heer [gedaagde 2] met de tekst 'Het zoveelste schandaal in de Groningse verhuursector', waarna er een verwijzing is naar de genoemde publicatie op Sikkom.nl;
- De publicatie op de persoonlijke Facebookpagina van de heer [gedaagde 2] , inhoudende dat de tekst en een video waarop op het eind een bericht is te lezen met de tekst 'Stadhuis koketteert met [eiser 1] , terwijl het bedrijf misleidt, oplicht, intimideert en bedreigt';
- De publicatie op de website Sikkom.nl met als kop ' [eiser 1] daagt ons voor de rechter, maar krabbelt op laatste moment terug';
- De publicatie op de Facebookpagina van Sikkom.nl met als kop ' [eiser 1] daagt ons voor de rechter, maar krabbelt op laatste moment terug'.
2. Gedaagden hoofdelijk te bevelen, binnen 24 uur na het te wijzen vonnis, aan de tekst van de website Sikkom.nl op de homepagina toe te voegen, in een opvallende banner of opvallend kader bovenaan, en daar veertien dagen lang toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in het zelfde lettertype en dezelfde lettergrootte als de koppen van de website, maar vetgedrukt en met het woord 'rectificatie' in het rood:
'RECTIFICATIE
Op deze website werden [eiser 1] , tevens handelend onder de naam [eiser 1] , en de heer [eiser 2] onterecht in verband gebracht met oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en bedreigen. Daarnaast is er een aantal citaten van de heer [eiser 2] opgenomen die hij zou hebben gedaan omtrent verhuur en huurtoeslag. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft inmiddels geoordeeld dat de gedane beschuldigen onrechtmatig zijn en de gestelde citaten van de heer [eiser 2] niet juist zijn. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen heeft bevolen de beschuldigen te verwijderen en deze rectificatie te plaatsen.'
3. Met betrekking tot de Facebookpagina van Sikkom.nl gedaagden hoofdelijk te bevelen, en met betrekking tot de Facebookpagina van de heer [gedaagde 2] te bevelen, binnen 24 uur na het te wijzen vonnis, op de betreffende Facebookpagina te (doen) plaatsen, in een opvallende banner of opvallend kader bovenaan, en daar veertien dagen lang toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in het zelfde lettertype en dezelfde lettergrootte als de eerder geplaatste te rectificeren publicatie(s), maar vetgedrukt en met het woord 'rectificatie' in het rood, dezelfde tekst als onder twee genoemd, met vervanging van het woord 'website' door 'Facebookpagina';
4. Gedaagden hoofdelijk te bevelen, binnen 24 uur na het te wijzen vonnis, aan de tekst van de website van het Dagblad van het Noorden op de homepagina toe te voegen, in een opvallende banner of opvallend kader bovenaan, en daar veertien dagen lang toegevoegd te houden, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, in het zelfde lettertype en dezelfde lettergrootte als de koppen van de website, maar vetgedrukt en met het woord 'rectificatie' in het rood:
'RECTIFICATIE
Op deze website werden [eiser 1] , tevens handelend onder de naam [eiser 1] , en de heer [eiser 2] onterecht in verband gebracht met oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en bedreigen. Daarnaast is er een aantal citaten van de heer [eiser 2] opgenomen die hij zou hebben gedaan omtrent verhuur en huurtoeslag. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft inmiddels geoordeeld dat de gedane beschuldigen onrechtmatig zijn en de gestelde citaten van de heer [eiser 2] niet juist zijn. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen heeft bevolen de beschuldigen te verwijderen en deze rectificatie te plaatsen.'
5. Gedaagden hoofdelijk te bevelen, binnen 24 uur na het te wijzen vonnis, in de papieren versie van het Dagblad van het Noorden op dezelfde pagina als de eerder geplaatste te rectificeren pagina, in hetzelfde lettertype en dezelfde lettergrootte als de eerdere publicatie, maar vetgedrukt, zonder verder commentaar daaraan toe te voegen, dezelfde tekst te (doen) plaatsen als onder vier genoemd, met vervanging van 'Op deze website' door 'In de editie van 8 november 2018';
6. Gedaagden te bevelen om binnen 24 uur na het te wijzen vonnis een verzoek in te (doen) dienen bij internetzoekmachine Google, onder indienen van het vonnis bij Google, om de onder 1. genoemde publicatie en alle verwijzingen daarnaar te (doen) verwijderen uit de zoekresultaten van deze zoekmachines alsook uit het 'cache-geheugen' daarvan, onder gelijktijdige toezending van een kopie van de betreffende verzoeken aan de advocaat van eisers;
7. Gedaagden te verbieden, gezamenlijk en ieder voor zich, zich negatief uit te laten over eisers op welke wijze en door middel van welk medium dan ook;
8. Te bepalen dat gedaagden hoofdelijk dwangsommen verbeuren van € 1.000,--, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, per dag voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij in gebreke blijven aan een of meer van de hiervoor genoemde veroordelingen en/of bevelen niet, niet volledig en/of niet tijdig nakomen, per overtreding;
9. Voor recht te verklaren dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld;
10. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
11. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschotbedrag in verband met de door eisers geleden schade, ter hoogte van € 2.500,--;
12. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten.
Daartoe stellen [eiser 1] en [eiser 2] , samengevat weergegeven, dat de publicaties foutieve beschuldigingen betreffen en niet voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Volgens [eiser 1] en [eiser 2] hadden gedaagden de publicaties daarom niet mogen publiceren. Bovendien wordt volgens [eiser 1] en [eiser 2] door de publicaties ten onrechte verband gelegd tussen [eiser 1] en [eiser 2] en oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en bedreigen. De publicaties zijn daarmee onrechtmatig en dienen gerectificeerd te worden, aldus [eiser 1] en [eiser 2] . Daarnaast stellen [eiser 1] en [eiser 2] dat er geen, althans onvoldoende hoor en wederhoor is toegepast en meer zorgvuldigheid verwacht mocht worden. [eiser 1] en [eiser 2] stellen verder dat hun eer, goede naam, geloofwaardigheid, integriteit en reputaties is geschaad. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) hebben zij recht op een schadevergoeding, aldus [eiser 1] en [eiser 2] .
NDC Mediagroep en [gedaagde 2] voeren verweer en concluderen dat [eiser 1] en [eiser 2] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, dan wel dat de vorderingen aan hen dienen te worden ontzegd, één en ander met veroordeling van [eiser 1] en [eiser 2] in de kosten van de procedure. Daartoe voeren zij aan, samengevat weergegeven, dat [gedaagde 2] nimmer op eigen titel heeft geacteerd. Het is telkens Sikkom die de uitlatingen heeft gedaan, [gedaagde 2] is geen partij bij deze procedure aldus NDC Mediagroep en [gedaagde 2] . De vorderingen jegens [gedaagde 2] moeten volgens NDC Mediagroep en [gedaagde 2] dan ook worden afgewezen. Verder voeren NDC Mediagroep en [gedaagde 2] aan dat de onderwerpen en ingenomen standpunten in de publicaties steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal zodat er geen aanleiding tot rectificatie en/of schadevergoeding bestaat. Dat er schade is geleden wordt door NDC Mediagroep en [gedaagde 2] bovendien betwist. Daarnaast voeren NDC Mediagroep en [gedaagde 2] aan dat in het onderhavige geval de vrijheid van meningsuiting ex artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dient te prevaleren boven artikel 6:162 BW.
[gedaagde 2] vordert in reconventie:
1. Te verklaren voor recht dat [eiser 2] jegens de heer [gedaagde 2] heeft gehandeld in strijd met artikel 6 AVG en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld;
2. [eiser 2] te veroordelen om binnen 2 weken na betekening van een daartoe veroordelend vonnis aan de heer [gedaagde 2] een volledige lijst met namen en adresgegevens van personen of partijen te verstrekken aan wie [eiser 2] het uittreksel uit de BRP van de heer [gedaagde 2] heeft verstrekt;
3. [eiser 2] te verbieden de persoonsgegevens van de heer [gedaagde 2] aan derden te verstrekken;
4. [eiser 2] te veroordelen tot vergoeding van de door de heer [gedaagde 2] geleden schade ad € 750,- op grond van artikel 6:162 BW;
5. Te bepalen dat eisers hoofdelijk een dwangsom zullen verbeuren van € 500,- per dag en voor ieder dag dat eisers tekort schieten in de nakoming van het onder 2 gevorderde dan wel handelen in strijd met het onder 3 gevorderde verbod, één en ander met veroordeling van [eiser 1] en [eiser 2] in de kosten van de procedure.
Daartoe stelt [gedaagde 2] , samengevat weergegeven, dat [naam A] , in zijn hoedanigheid van directeur van [eiser 1] , de adresgegevens van [gedaagde 2] zonder zijn toestemming aan derden heeft verstrekt. [eiser 1] heeft daarmee in strijd met artikel 6 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gehandeld en dat levert een onrechtmatige daad op waardoor [gedaagde 2] schade heeft geleden, aldus [gedaagde 2] .
[eiser 1] voert verweer en concludeert dat NDC Mediagroep en [gedaagde 2] niet-ontvankelijk worden verklaard, althans dat de vorderingen worden afgewezen, één en ander met veroordeling van NDC Mediagroep en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure. Daartoe voert [eiser 1] aan, samengevat weergegeven, dat [naam A] heeft gehandeld uit eigen naam en niet in hoedanigheid van directeur van [eiser 1] . Voorts betwist [eiser 1] dat [gedaagde 2] schade heeft geleden.