Rechtbank Noord-Nederland, 30-06-2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3571, 177817
Rechtbank Noord-Nederland, 30-06-2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3571, 177817
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 30 juni 2021
- Datum publicatie
- 17 augustus 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3571
- Zaaknummer
- 177817
Inhoudsindicatie
Zus niet-ontvankelijk in verzoek omgang met minderjarig zusje. Geen bijkomende omstandigheden op basis waarvan geoordeeld kan worden dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. 1:377a BW.
Uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/177817 / FA RK 21-321
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 30 juni 2021
in de zaak van
[de vrouw]
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna ook te noemen de vrouw,
advocaat mr. S.G. Rissik, kantoorhoudende te Roden,
betreffende
[de minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 te [plaats]
Belanghebbenden
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de voogd,
beide wonend te [plaats]
hierna te noemen de pleegmoeder en de pleegvader of (gezamenlijk) de pleegouders.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 18 maart 2021.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 juni 2021 in aanwezigheid van:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat,
- de pleegouders,
- namens de GI: mevrouw [naam]
[de minderjarige] heeft de rechter een brief geschreven.
2 De feiten
De vrouw en [de minderjarige] zijn kinderen van [de moeder] en [de vader]
De vrouw is op driejarige leeftijd, samen met haar oudere zus en haar jongere broertje uit huis geplaatst. De kinderen zijn in afzonderlijke pleeggezinnen opgegroeid.
[de minderjarige] is eveneens uit huis geplaatst. Zij woont sinds zij anderhalf jaar is bij haar tante en diens partner. [de minderjarige] is acht jaar jonger dan de vrouw. De moeder van [de minderjarige] is in 2011 ontheven uit het gezag over [de minderjarige] . De GI is benoemd tot voogd over [de minderjarige] .
3 Het verzoek
De vrouw verzoekt een omgangsregeling met [de minderjarige] vast te stellen, inhoudende dat [de minderjarige] eens in de veertien dagen op zaterdag van 14.00 uur tot 16.00 uur bij de vrouw verblijft, waarbij de vrouw [de minderjarige] ophaalt en terugbrengt, althans een zodanige regeling als de rechtbank in goede justitie juist acht.
De GI en de pleegouders hebben ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek, strekkende tot afwijzing van het verzoek.
[de minderjarige] heeft de rechtbank geschreven niet klaar is voor contact met de vrouw. Zij is na een moeilijke periode nu stabiel en het gaat goed met haar. Indien er gedwongen contact komt dan betekent dit voor haar dat haar leven opnieuw op de kop wordt gezet.