Home

Rechtbank Noord-Nederland, 12-11-2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4962, 207652 / KG ZA 21-164

Rechtbank Noord-Nederland, 12-11-2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4962, 207652 / KG ZA 21-164

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12 november 2021
Datum publicatie
18 november 2021
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2021:4962
Zaaknummer
207652 / KG ZA 21-164

Inhoudsindicatie

Aanbestedingsprocedure UMCG. Incident voeging/tussenkomst. Besluit tot intrekking aanbestedingsprocedure wegens een te laag concurrentieniveau op goede gronden genomen?

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/207652 / KG ZA 21-164

Vonnis in kort geding van 12 november 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DENTAL UNION B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

eiseres,

advocaat mr. R.A. Wuijster te Eijsden,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM GRONINGEN,

zetelend te Groningen,

gedaagde,

advocaat mr. P.P.R. Hoekstra te Groningen.

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DENTALAIR GROUP B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

verzoekster tot interventie,

advocaat mr. N.M. Strous te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Dental Union, het UMCG en Dentalair genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding;

-

de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair tot voeging van Dentalair; Dental Union heeft verklaard bezwaar te hebben tegen de gevorderde interventie; het UMCG heeft verklaard geen bezwaar tegen de tussenkomst/voeging te hebben; de voorzieningenrechter heeft vervolgens overwogen dat Dentalair ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zal kunnen pleiten, waarbij is overwogen dat in het later te wijzen vonnis zal worden beslist of Dentalair wordt toegelaten als tussenkomende danwel als zich voegende partij;

-

de mondelinge behandeling van 15 oktober 2021 waar zijn verschenen:namens Dental Union, [naam 1] , bijgestaan door mr. Wuijster;

namens het UMCG, [naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door mr. Hoekstra;namens Dentalair, [naam 4] , bijgestaan door mr. Strous.

Partijen hebben hun standpunten – mede aan de hand van pleitaantekeningen – toegelicht.

Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Ten behoeve van de levering van tandheelkundige verbruiksartikelen voor het Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde (CTM), Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA en Dento Maxillaire Orthopedie (DMO) in het UMCG heeft het UMCG na een marktconsultatie op 12 april 2021 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven.

Het UMCG is voornemens een raamovereenkomst te sluiten met één contractant, met een looptijd van twee jaar en twee maal een optionele verlenging van één jaar.

2.2.

Ter uitvoering van de aanbestedingsprocedure heeft het UMCG de aanbestedingsleidraad opgesteld.In de aanbestedingsleidraad zijn opgenomen de eisen en criteria waaraan de inschrijving van de gegadigden diende te voldoen. Daarin is aangegeven dat de Aanbestedende dienst als gunningscriterium hanteert de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding.

In de aanbestedingsleidraad is verder opgenomen onder punt 1.1.2. dat het gaat om een raamovereenkomst waarbij het niet op voorhand kan worden aangegeven hoeveel artikelen in de looptijd precies afgenomen en wanneer besteld gaan worden. Daarbij is tevens vermeld dat de maximum waarde van de opdracht € 5.000.000,00 is gedurende de gehele looptijd (dus inclusief de verlengingsopties).

2.3.

Onder punt 1.5.4. van de aanbestedingsleidraad is opgenomen dat een inschrijver dient aan te tonen over voldoende beroepsbekwaamheid te beschikken op het gebied van de opdracht van de aanbesteding. Daarbij is vermeld dat het om de volgende kerncompetentie gaat: ‘Leveren van dentale verbruiksartikelen voor een academisch dan wel topklinisch opleidingsziekenhuis ter waarde van minimaal € 600.000 per jaar.’

2.4.

Uit de Nota van Inlichtingen blijkt dat naar aanleiding van een vraag van een inschrijver naar de kerncompetentie het zojuist vermelde bedrag van € 600.000 is verlaagd naar € 300.000 (vraag en antwoord 4) en het mogelijk is het vereiste bedrag door middel van meerdere referenten (max. 2) te verzamelen (vraag en antwoord 18).

2.5.

Bij brief van 2 juli 2021 heeft het UMCG aan Dental Union medegedeeld dat haar aanbieding niet de meeste punten heeft gehaald en dat het UMCG voornemens was de opdracht te gunnen aan Dentalair. Daarbij is vermeld dat in het geval Dental Union daartegen bezwaar heeft, uiterlijk 20 kalenderdagen na verzenddatum van die brief bij de burgerlijke rechter te Groningen een kort geding aanhangig gemaakt dient te worden.

2.6.

Bij e-mail van 2 juli 2021 heeft Dental Union het UMCG verzocht om nadere uitleg over het voldoen van Dentalair aan de hiervoor onder 2.3. vermelde referentie-eis en over de opbouw van de puntenscore per gunningscriterium/punt.

Bij e-mail van 7 juli 2021 heeft het UMCG daarop onder meer het volgende geantwoord:

(...) Dentalair (maar ook uzelf en de overige inschrijver) heeft een inschrijving ingediend die zowel voldeed aan het PvE, de geschiktheidseisen en uitsluitingsgronden.Wij hebben nogmaals een controle uitgevoerd op de geldigheid van de opgegeven referentie en verzekeren u dat Dentalair een geldige, volledige en passende referentie heeft opgegeven. (...)

2.7.

Bij e-mail van 13 juli 2021 heeft Dental Union aan het UMCG verzocht te laten weten aan wie precies (Dentalair bestaat uit verschillende ondernemingen) het UMCG voornemens was de tender te gunnen.

Daarop heeft het UMCG laten weten dat dat de Dentalair Group B.V. betrof.

2.8.

Bij e-mail van 13 juli 2021 heeft Dental Union aan het UMCG aangegeven voldoende aanknopingspunten te hebben gegeven ter rechtvaardiging van het bestaan van gerede twijfel inzake de geschiktheid van Dentalair en inzake de wijze waarop het UMCG in dezen heeft voldaan aan zijn onderzoeks-en informatieplicht. Verder heeft Dental Union daarbij aangevoerd dat de gunningsbeslissing van 2 juli 2021 niet voldeed aan de fundamentele eisen daarvoor krachtens artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 (Aw) omdat de naam van de begunstigde ontbreekt.

2.9.

Bij brief van 20 juli 2021 heeft het UMCG aan Dental Union laten weten dat onverplicht nader onderzoek is verricht naar de inschrijving van Dentalair en dat daaruit is geconcludeerd dat geen gerede twijfel bestaat aan de juistheid van de ontvangen informatie alsmede dat de gestelde twijfel aan de geschiktheid van Dentalair onterecht is.

2.10.

Bij brief heeft Dental Union gereageerd op de brief van 20 juli 2021 van het UMCG. Daarin heeft Dental Union haar bezwaren gehandhaafd en heeft zij het UMCG formeel aansprakelijk gesteld en heeft zij aangekondigd het UMCG in rechte in een bodemprocedure te zullen betrekken.

2.11.

Bij brief van 10 augustus 2021 heeft het UMCG het volgende aan Dental Union doen weten:

‘In reactie op uw brief d.d. 23 juli jl. en onder verwijzing naar onze eerdere correspondentie

bericht ik u inzake de aanbesteding Tandheelkundige Verbruiksmaterialen als volgt.

U hebt ons een zeer uitvoerige brief gestuurd. Hierin heeft u het UMCG aansprakelijk gesteld en daarbij meerdere gerechtelijke procedures aangezegd.

Wij onderschrijven de door u geuite verwijten geenszins. Waar u suggereert dat Dentalair niet zelfstandig aan de referentie-eis zou kunnen, het UMCG geen effectieve controle zou hebben uitgevoerd et cetera, is dit allemaal gebaseerd op uw eigen veronderstellingen en onjuiste interpretatie van de referentie-eis. Anders dan u kennelijk veronderstelt, waren al uw (juridische en feitelijke) stellingen en beweringen over Dentalair en haar inschrijving geverifieerd en beoordeeld door onze advocaten.

Ook uw laatste brief is inhoudelijk op haar merites beoordeeld. Behoudens hetgeen u onder punt 7 heeft gesteld, leidt het overige door u gestelde niet tot andere conclusies.

In punt 7 gaat u in op de organisatie van de vennootschappen die tot de groep van Dentalair behoren. Uit nadere verificatie door onze advocaten is gebleken dat Dentalair Group als inschrijver gebruik heeft wïllen maken van de referentie van Dentalair Consumables, zonder dat zij dit als zodanig in haar UEA heeft aangekruist. Het UMCG heeft weinig zin in een discussie over de vraag of dat een voor herstel vatbare fout betreft. In beginsel gaat het UMCG dan ook over tot terzijdelegging van de inschrijving van Dentalair.

Met het ‘herbeoordelen’ van de inschrijvingen door onze advocaten naar aanleiding van uw klachten is echter ook naar de toepassing van de referentie-eisen bij de andere inschrijvers gekeken. Daaruit is geconcludeerd dat de referentie van de derde inschrijver niet voldeed aan de gestelde eis. Daarmee zou alleen Dental Union als inschrijver overblijven.

In uw brief - onder punt 5 - geeft u zelf aan dat het UMCG een referentie-eis heeft gehanteerd, waarmee voor marktpartijen al vast zou staan dat er maar twee Nederlandse rechtspersonen zouden zijn die daaraan zouden kunnen voldoen, Gezien het voorgaande is er dus zelfs maar één inschrijver die voldoet. Van enige mededinging en concurrentie is daarom geen sprake. Met u zijn wij daarom van oordeel dat wij kennelijk een te hoge, en daarmee disproportionele, referentie-eis hebben vastgesteld.

Om deze reden is onze conclusie, ook na beoordeling door onze aanbestedingsadvocaten, dat wij niet anders kunnen dan het intrekken van deze aanbestedingsprocedure. Wij zullen een nieuwe aanbestedingsprocedure uitschrijven waarmee alle potentiële inschrijvers een eerlijke kans krijgen.’

3 Het geschil

3.1.

De vordering van Dental Union strekt ertoe het UMCG inzake de onderhavige aanbestedingsprocedure voor de overheidsopdracht en/of voor zijn onderhavige behoefte aan tandheelkundige verbruiksmaterialen zoals beoogd in de aanbestedingsleidraad,

-

te verbieden over te gaan tot uitvoering van a) het besluit van 10 augustus 2021 tot heraanbesteding of b) een nieuwe aanbestedingsprocedure, en/of over te gaan tot uitvoering van het besluit van 10 augustus 2021 tot intrekking van de aanbestedingsprocedure;

-

te gebiedenhet besluit van 10 augustus 2021 tot intrekking en heraanbesteding in te trekken en de aanbestedingsprocedure te hervatten in de stand waarop de aanbestedingsprocedure zich bevond voorafgaand aan voornoemd besluit en/ofde overheidsopdracht conform artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 te gunnen aan Dental Union voor zover het UMCG nog een overheidsopdracht wil gunnen om daarvoor een overeenkomst te sluiten; - een en ander onder veroordeling tot betaling – drie dagen na betekening van dit vonnis -van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of dagdeel waarin het UMCG niet volledig aan het betekende vonnis voldoet;- te veroordelen in de kosten van dit geding en de nakosten rechtens.

3.2.

Het UMCG heeft verweer gevoerd.

3.3.

De vordering van Dentalair strekt ertoe:

in het incident:

om Dentalair toe te laten als tussenkomende partij in het kort geding, althans subsidiair toe te laten als voegende partij aan de zijde van het UMCG, met veroordeling van Dental Union in de kosten van het incident, met bepaling dat deze kosten binnen twee weken na dagtekening van het vonnis moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan Dental Union zonder nadere aankondiging over die kosten wettelijke rente zal zijn verschuldigd;

in de hoofdzaak:

I. Dental Union niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen af te wijzen; en

II. het UMCG te gebieden – voor zover hij de opdracht nog wenst te vergeven – de aanbesteding in te trekken en een nieuwe aanbestedingsprocedure uit te schrijven;

III. Dental Union te veroordelen in de kosten van het geding, daaronder begrepen de kosten van rechtsbijstand van Dentalair, met bepaling dat deze kosten binnen twee weken na dagtekening van het vonnis aan Dentalair moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan Dental Union zonder nadere aankondiging over die kosten wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

3.4.

Dental Union heeft verweer gevoerd tegen de vordering van Dentalair.

4 De beoordeling

5 De beslissing