Rechtbank Noord-Nederland, 15-11-2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:5106, C/17/180867 / FT RK 21/463, C/17/181133 RK 21/484
Rechtbank Noord-Nederland, 15-11-2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:5106, C/17/180867 / FT RK 21/463, C/17/181133 RK 21/484
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 15 november 2021
- Datum publicatie
- 2 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2021:5106
- Zaaknummer
- C/17/180867 / FT RK 21/463, C/17/181133 RK 21/484
Inhoudsindicatie
WHOA. Verzoekster is voornemens een akkoord aan te bieden in verband met een gecontroleerde afwikkeling van de onderneming. Verzoek afkoelingsperiode en verzoek aanwijzing herstructureringsdeskundige beiden afgewezen. Het is onvoldoende gebleken dat verzoekster in staat is haar lopende verplichtingen te voldoen, verzoekster voldoet daarmee niet aan de WHOA-toestand. Onvoldoende gebleken dat met een akkoord buiten faillissement een beter resultaat kan worden bereikt dan met afwikkeling in faillissement.
Uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
verzoek aanwijzing herstructureringsdeskundige en afkondigen afkoelingsperiode
rekestnummers: C/17/180867 / FT RK 21/463 en C/17/181133 RK 21/484
uitspraakdatum: 15 november 2021
beschikking op het ingekomen verzoekschrift met bijlagen van
[verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats]
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer],
hierna te noemen: [verzoekster],
advocaat: mr. J.H. van der Meulen, kantoorhoudende te Joure.
1 De procedure
Verzoekster] heeft op 28 september 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw gedeponeerd.
Op 18 oktober 2021 heeft [verzoekster] een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw. Vervolgens heeft [verzoekster] op 2 november 2021 een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige als bedoeld in artikel 371 Fw.
De beide verzoekschriften zijn op 3 november 2021 in raadkamer behandeld. Daarbij zijn door middel van een videoverbinding gehoord:
- [ bestuurder], bestuurder van [verzoekster], hierna te noemen: [bestuurder];
- [ echtgenote], echtgenote van [bestuurder];
- mr. J.H. van der Meulen, advocaat van [verzoekster];
- mr. D.W.L. Cnossen, advocaat van mr. [curator] (in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [vennootschap 1], [vennootschap 2], [vennootschap 3], [vennootschap 4] en [vennootschap 5])., hierna verder te noemen: de curator.
2 De feiten
Verzoekster] is gevestigd in [vestigingsplaats] en drijft aldaar een onderneming die zich bezighoudt met goederenvervoer over de weg, niet zijnde verhuizingen. Tot 17 september 2021 was [bestuurder] gezamenlijk met [medebestuurder] bestuurder van [verzoekster], sinds 17 september 2021 is enkel [bestuurder] nog bestuurder.
3 Het verzoek en de onderbouwing daarvan
Verzoekster] stelt dat haar onderneming niet levensvatbaar meer is en dat zij deze wenst te beëindigen. [Verzoekster] wenst de onderneming door middel van een onderhands akkoord gecontroleerd af te wikkelen in plaats van het op een faillissement aan te laten komen. In dat kader verzoekt zij om:
-
een afkoelingsperiode als bedoeld in art. 376 lid 1 Fw te gelasten voor de duur van twee maanden; en
-
mr. [X] of mr. [Y] als herstructureringsdeskundige aan te wijzen;
De gevraagde afkoelingsperiode dient om individuele verhaalsacties te voorkomen, en zorgt er voor dat eventuele faillissementsverzoeken zullen worden geschorst. [Verzoekster] stelt dat dit in het belang van de gezamenlijke schuldeisers is omdat bij een faillissement waarde verloren zal gaan. De voornaamste waarde zit volgens [verzoekster] in de overwaarde op de lease-vrachtwagens. Zij voert daartoe het volgende aan.
De onderneming van [verzoekster] maakt voor haar dienstverlening gebruik van tien lease-vrachtwagens, waarvan acht stuks in financial lease en twee stuks in operational lease. Met betrekking tot de acht financial lease-vrachtwagens geldt dat deze overdraagbaar zijn en overwaarde hebben in die zin dat de waarde van de vrachtwagens méér bedraagt dan de openstaande vordering van de leasemaatschappij. Er is in de huidige transportmarkt grote vraag naar vrachtwagens. [Verzoekster] becijfert de overwaarde die zij kan realiseren op € 144.536,-. [Verzoekster] stelt dat in het geval van faillissement de leasegever bevoegd zal zijn de vrachtwagens onder zich te nemen en zelf te verkopen, waarbij volgens [verzoekster] de praktijk leert dat de overwaarde in dat geval niet aan de leasenemer (en dus: de schuldeisers) ten goede zal komen.
De gevraagde aanwijzing van een herstructureringsdeskundige dient om de aanbieding van een akkoord te begeleiden en daarbij richting de schuldeisers iedere schijn van onrechtmatigheden te voorkomen.