Home

Rechtbank Noord-Nederland, 08-06-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1859, C/18/208317 / HA ZA 21-174

Rechtbank Noord-Nederland, 08-06-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1859, C/18/208317 / HA ZA 21-174

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
8 juni 2022
Datum publicatie
10 juni 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2022:1859
Zaaknummer
C/18/208317 / HA ZA 21-174

Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Vordering van curator tegen ING Bank na leeghalen betaalrekening van een stichting door haar bestuurder. Actio Pauliana. Onrechtmatig handelen van bank tegenover stichting en/of de schuldeisers (Peeters/Gatzen-vordering)?

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/208317 / HA ZA 21-174

Vonnis van 8 juni 2022

in de zaak van

[curator] , in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de stichting Stichting Innodome,

wonende te Groningen,

eiseres,

advocaat mr. J.D. Meerburg te Groningen,

tegen

de naamloze vennootschap

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.E.G. Murris LLM. te Utrecht.

Partijen zullen hierna de curator en ING genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding

-

de conclusie van antwoord

-

de conclusie van repliek

-

de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 14 mei 2019 heeft deze rechtbank de stichting Stichting Innodome, verder te noemen de stichting, in staat van faillissement verklaard, met benoeming van de curator als zodanig.

2.2.

De stichting is opgericht op 9 november 2012 met als statutaire doelstelling, kort gezegd, het verlenen van advies- beheer en managementdiensten. Op 14 september 2018 is [naam 1] , verder te noemen [naam 1] , tot enig bestuurder van de stichting benoemd. Hij was toen in persoon onder beschermingsbewind gesteld. Kort tevoren, op 16 augustus 2018 was [naam 1] door de rechtbank veroordeeld wegens verduistering en oplichting.

2.3.

In oktober 2018 heeft [naam 1] namens de stichting ING verzocht een ‘Overeenkomst Zakelijk Betaalpakket’ (zakelijke bankrekening) met de stichting aan te gaan. ING heeft dat verzoek gehonoreerd en in dat verband aan de stichting een kredietfaciliteit ter beschikking gesteld met een bijbehorende betaalpas.

2.4.

Op 12 november 2018 heeft [naam 1] de bedrijfsomschrijving van de stichting bij de Kamer van Koophandel laten wijzigen in ‘(Interim) management. Handel in machines’. Die inschrijving liet hij op 18 november 208 wijzigen in ‘(Interim) management. Handel in machines en transportmiddelen’.

2.5.

Tussen 5 december 2019 en 26 januari 2019 is in totaal voor € 177.197,66 aan bedragen op de rekening van de stichting bij ING bijgeschreven. Van dat bedrag is met de pinpas in binnen twee maanden tijd een bedrag van in totaal € 162.570,-- in contanten opgenomen. Waar die gelden gebleven zijn is partijen onbekend. Zij gaan ervan uit dat de stichting werd gebruikt voor het plegen van fraude.

2.6.

Tot aan datum dagvaarding, 21 september 2021, is in het faillissement van de stichting voor een bedrag van € 81.171,40 aan vorderingen ter verificatie aangemeld.

3 De vordering

3.1.

De curator vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar voorraad,

I. voor recht te verklaren:

dat de in de dagvaarding genoemde rechtshandelingen, bestaande uit het aangaan van de ‘Overeenkomst Zakelijk Betaalpakket” en/of de daaropvolgende contante uitbetalingen paulianeus zijn in de zin van art. 42 Fw. en/of

dat ING onrechtmatig jegens de stichting heeft gehandeld, of

dat ING onrechtmatig jegens de schuldeisers in het faillissement heeft gehandeld;

II. ING te veroordelen:

uit hoofde van de pauliana om aan de curator te voldoen het bedrag aan geverifieerde schulden te vermeerderen met de kosten van het faillissement, tot een maximumbedrag van het bedrag aan contante opnames ad € 162.570,-- en/of

uit hoofde van het onrechtmatig handelen jegens de stichting tot vergoeding van de volledige door de stichting geleden schade, bestaande uit het bedrag aan geverifieerde schulden te vermeerderen met de kosten van het faillissement of

uit hoofde van het onrechtmatig handelen jegens de gezamenlijke schuldeisers tot vergoeding van de door die schuldeisers geleden schade, ex aequo et bono te stellen op 50 % van het bedrag aan geverifieerde schulden in het faillissement te vermeerderen met de wettelijke rente, dan wel

tot betaling van een zodanig bedrag als de rechtbank vermeent te behoren;

III. met veroordeling van ING in de proceskosten.

4 De beoordeling