Rechtbank Noord-Nederland, 13-07-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2363, C/17/183985 / KG ZA 22/75
Rechtbank Noord-Nederland, 13-07-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2363, C/17/183985 / KG ZA 22/75
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 13 juli 2022
- Datum publicatie
- 13 juli 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2022:2363
- Zaaknummer
- C/17/183985 / KG ZA 22/75
Inhoudsindicatie
Vrijwillige vooraankondiging ex artikel 4.16 lid 1 Aanbestedingswet 2012 ten aanzien van een twee-fasencontract (bouwteam). Onderhandse gunning door de provincie Fryslân van een deel van de werkzaamheden met betrekking tot de vervanging van de verkeersbruggen over de sluiscomplexen in de Afsluitdijk is strijdig met de Aanbestedingswet 2012. Het beroep van de Provincie op rechtsverwerking wegens overschrijding van de in artikel 4.16 lid 3 Aanbestedingswet 2012 vermelde termijn faalt. De toetsing ingevolge het Fastweb II-arrest van het HvJ EU of sprake is van rechtsverwerking moet aan de hand van enkel de informatie in de vooraankondiging worden verricht; aanvullende informatie, die nadien in een gesprek en/of ter zitting wordt verstrekt, moet bij de toetsing buiten beschouwing worden gelaten. De Provincie heeft het voor de voorzieningenrechter onmogelijk gemaakt om te toetsen of voldaan is aan de in artikel 2.32 lid 1 sub b onder 2 Aanbestedingswet 2012 geformuleerde technische uitzondering op de aanbestedingsplicht, zodat het beroep van de Provincie op die uitzondering ook faalt.
Uitspraak
vonnis
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/183985 / KG ZA 22-75
Vonnis in kort geding van 13 juli 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VAN HATTUM & BLANKEVOORT,
gevestigd te Vianen,
eiseres,
advocaat mr. J.F. van Nouhuys, kantoorhoudende te Rotterdam,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
PROVINCIE FRYSLÂN,
zetelend te Leeuwarden,
gedaagde,
advocaat mr. Th. Dankert, kantoorhoudende te Leeuwarden.
Partijen zullen hierna VHB en de Provincie genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding
- -
-
de mondelinge behandeling en de ten behoeve daarvan op voorhand overgelegde producties
- -
-
de pleitnota van VHB
- -
-
de pleitnota van de Provincie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 24 maart 2022 heeft de Provincie op TenderNed een zogenaamde vrijwillige
aankondiging vooraf als bedoeld in artikel 4.16 lid 1 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna Aw) gepubliceerd, waarin zij aankondigde voornemens te zijn om de opdracht met de
benaming 'Vervanging verkeersbruggen' onderhands te gunnen aan de VOF IJsselmeerwerken (hierna: IJsselmeerwerken) met als vennoten Van Oord Nederland B.V. (hierna: Van Oord) en BAM Infra B.V. (hierna: BAM). In de vooraankondiging staat voorts - voor zover van belang - het volgende vermeld:
II.1.4) Korte beschrijving
De provincie Fryslân heeft het voornemen het sluiscomplex op de Afsluitdijk ter hoogte van
Kornwerderzand te verbreden. De verkeersbruggen over het huidige sluiscomplex hebben een levensduur tot 2025 en moeten voor die tijd vervangen zijn.
Onderhavige opdracht betreft een 2-fasencontract waarbij de raakvlakken met het project
Afsluitdijk verder geconcretiseerd worden. Hiermee wordt de scope van dit 2-fasencontract
afgebakend. Dit vult slechts een gedeelte van de realisatieopgave bruggen Kornwerderzand in.
Derhalve zal de Provincie op een later moment aanvullend een overeenkomst aanbesteden,
waarna binnen een bouwteam het integrale ontwerp opgesteld wordt om vervolgens over te
gaan tot realisatie van desbetreffende scopeonderdelen.
(...)
II.1.7) Totale waarde van de aanbesteding (exclusief btw)
Laagste offerte: 15 000 000,00 / Hoogste offerte: 25 000 000,00 meegerekend
Munt: EUR
II.2.4) Beschrijving van de aanbesteding:
(aard en omvang van de werken, leveringen of diensten, of vermelding van de behoeften en
vereisten)
Het in een 2-fasencontract voorbereiden, ontwerpen en realiseren van een nog nader af te bakenen deel van de scope binnen het project bruggen A7 Kornwerderzand. Deze afbakening is onderdeel van de voorbereiding.
(...)
VI.4.3) Beroepsprocedure
Precieze aanduiding van de termijn(en) voor beroepsprocedures:
Het voornemen van de Provincie Fryslân is om 20 dagen na deze aankondiging de overeenkomsten te sluiten.
Rechtsbeschermingstermijn: 20 kalenderdagen (art. 4.16 lid 1sub c Aw)
(...)
D1.1) Motivering voor de keuze van de onderhandelingsprocedure zonder
voorafgaande bekendmaking van een oproep tot mededinging in overeenstemming
met artikel 32 van Richtlijn 2014/24/EU
De werken, leveringen of diensten kunnen om de volgende reden alleen door een bepaalde
ondernemer worden verricht:
• geen mededinging om technische redenen
D1.3) Verklaring
Verklaar duidelijk en volledig waarom gunning van de opdracht zonder voorafgaande bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie wettig is. Geef de relevante feiten en, indien van toepassing, de rechtsbeslissingen in overeenstemming met de betreffende richtlijn:
De provincie Fryslân heeft het voornemen het sluiscomplex op de Afsluitdijk ter hoogte van
Kornwerderzand te verbreden. De verkeersbruggen over het huidige sluiscomplex hebben een
levensduur tot 2025 en moeten voor die tijd vervangen zijn. De provincie was voornemens
de verkeersbruggen te vervangen nadat de werkzaamheden aan de Afsluitdijk zouden zijn
afgerond. Ten behoeve van de werkzaamheden aan de Afsluitdijk heeft de Staat in 2018
een DBFM-overeenkomst gesloten met Levvel B.V. (hierna: het Rijkscontract), voor de
uitvoering waarvan Van Oord Nederland B.V. en BAM Infra B.V. (hierna: Van Oord en
BAM) mede indirect verantwoordelijk zijn.
Doordat de uitvoering van het Rijkscontract is vertraagd, ziet de provincie zich geconfronteerd met raakvlakken tussen de vervanging van de verkeersbruggen en de uitvoering van het Rijkscontract die de tijdige voorbereiding, aanbesteding en uitvoering van de verkeerbruggen technisch, organisatorisch en financieel belemmeren. Daarnaast ontbreekt door deze raakvlakken het level playingfield bij een aanbesteding voor de vervanging van de verkeersbruggen, althans wordt dat level playingfield ernstig beperkt. Levvel (waaronder Van Oord Nederland en BAM Infra) beschikt namelijk over de voor het ontwerp en uitvoering van het werk cruciale kennis en informatie. Vanwege de aard van de contractvorm van het Rijkscontract (DBFM-contract) en het feit dat Van Oord en BAM in deze geen nevenaannemer zijn van de provincie, kan de provincie, zo lang het Rijkscontract in uitvoering is bij Levvel, niet over al deze cruciale kennis en informatie beschikken. Daarnaast bestaan er door de vertraging van het Rijkscontract nog diverse
fysieke raakvlakken en raakvlakken op het gebied van bouwfasering, planning en logistiek.
Uit hoofde van het Rijkscontract beschikken de uitvoerende aannemers (van Levvel) namelijk over een voorrangspositie, waarvoor hun medewerking vereist is, en moet de vervanging van de verkeersbruggen plaatsvinden binnen het beperkte gebied als waar de werkzaamheden van het (vertraagde) Rijkscontract plaatsvinden met alle risico’s tot gevolg. De provincie ziet zich om vorenbedoelde redenen genoodzaakt om een beperkt deel (te weten de “rode scope”) van het werk met betrekking tot de vervanging van de verkeersbruggen, op basis van de onderhandelingsprocedure van artikel 2.32 lid 1 sub b onder 2 Aw, te gunnen aan de te vormen projectorganisatie Van Oord en BAM. Alleen dan kan de provincie beschikken over de specifieke kennis, informatie en medewerking van deze partijen die nodig is om de verkeerbruggen tijdig en met beheerste kosten en risico’s te kunnen vervangen. Door deze gewijzigde contractstrategie kan de aanbesteding van het resterende deel (de “groene scope”) van het werk met betrekking tot de vervanging van de verkeersbruggen aanbesteed worden met voldoende kansen (level playingfield) voor andere marktpartijen. Onverminderd de voor het ontwerp en uitvoering benodigde specifieke kennis bij en medewerking van (de uitvoerende aannemers van) Levvel an sich en onverminderd de bevordering van het level playingfield, is evenmin sprake van een ‘redelijk alternatief of substituut’ zoals bedoeld in artikel 2.32 lid 3 Aw. Een (onafhankelijk deskundig) bureau heeft namelijk voor deze laatstbedoelde reden (en onverminderd de andere redenen) berekend dat gelijktijdige uitvoering van het Rijkscontract en het totale (aldus zowel de rode als groene scope van het) werk met betrekking tot de verkeersbruggen, tot maar liefst 79% hogere kosten zou leiden ten opzichte van de totale projectraming. Het deel van het werk (de rode scope) dat de provincie op basis van de gewijzigde contractstrategie op basis van de onderhandelingsprocedure van artikel 2.32 lid 1 sub b onder 2 Aw aan de te vormen projectorganisatie Van Oord en BAM wenst te gunnen, zou, met andere woorden, maar liefst 210% duurder zijn, dan wanneer deze rode scope tezamen met de “groene scope” van het werk zou worden aanbesteed en uitgevoerd.
VHB heeft na lezing van de vooraankondiging op 5 april 2022 via TenderNed de volgende vragen aan de provincie gesteld:
In de "Aankondiging in geval van vrijwillige transparantie vooraf", wordt in de verklaring (paragraaf D1.3) gesproken over "groene scope" en "rode scope". Zou u voor ons inzicht kunnen toelichten waar de groene en de rode scope uit bestaan?
Kunt u tevens aangeven wanneer de aankondiging voor de groene scope wordt verwacht?
(...)
Kunt u aangeven wanneer de aanbestedingsdocumenten beschikbaar worden gesteld?
Diezelfde dag heeft de Provincie het volgende antwoord op die vragen of TenderNed gepubliceerd:
Onderdeel van de aankondiging van vrijwillige transparantie vooraf is dat de provincie Fryslân met Bam / Van Oord deze verdeling nader gedefinieerd en onderbouwd, dient te worden waarna deze door de provincie Fryslân vastgesteld kan worden. Op voorhand is deze verdeling niet aan te geven, anders was het niet nodig om dit op deze wijze aan te pakken. De verwachting voor de aankondiging van de groene scope is voor of net na de bouwvak 2022.
In reactie daarop heeft VHB op 12 april 2022 de volgende vraag via TenderNed aan de Provincie gesteld:
In reactie op uw antwoord op onze vraag #1 hebben wij de volgende vervolg vraag: uit uw antwoord blijkt dat u geen inzage kunt of wilt geven in de te vergeven scope aan het consortium BAM/Van Oord (rode scope) en welke scope er alsnog aanbesteed gaat worden (groen scope). In het kader van de "Aankondiging in geval van vrijwillige transparantie vooraf" bevreemdt ons dit. Transparantie zou moeten betekenen dat voor alle marktpartijen duidelijk is wat hier speelt. Wij verzoeken u dan ook om met ons hierover op korte termijn in gesprek te gaan. Tot die tijd houden wij ons het recht voor om tegen deze aankondiging bezwaar aan te tekenen.
De gemeente heeft diezelfde dag het volgende antwoord op die vraag op TenderNed gepubliceerd
Naar aanleiding van de door u gestelde vraag wensen wij graag met u in gesprek te gaan. Kunt u aangeven welke personen, en in welke functie zij actief zijn binnen uw organisatie, wij mogen uitnodigen? Alvast bedankt voor uw reactie.
Op 29 april 2022 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de Provincie en VHB. Tijdens dit gesprek is door de Provincie een nadere toelichting gegeven op de aankondiging.
3 Het geschil
VHB vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:
1. de Provincie zal verbieden uitvoering te geven aan het voornemen dat is gepubliceerd in
de vrijwillige vooraankondiging 'Vervanging verkeersbruggen' van 24 maart 2022, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 2.000.000,00;
2. de Provincie zal verbieden om aan IJsselmeerwerken of enig andere derde (waaronder,
maar niet beperkt tot BAM, Van Oord of een combinatie met deze bedrijven) onderhands geheel of gedeeltelijk de werkzaamheden als bedoeld in de
vrijwillige vooraankondiging 'Vervanging verkeersbruggen' van 24 maart 2022 te gunnen, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 2.000.000,00;
3. de Provincie zal gebieden om alvorens tot gunning van (een deel van) de werkzaamheden als bedoeld in de vrijwillige vooraankondiging 'Vervanging verkeersbruggen' van 24 maart 2022 over te gaan éérst de scope van de desbetreffende opdracht te bepalen en vervolgens ofwel de markt voor mededinging te openen op grond van de Aw, ofwel via een vrijwillige vooraankondiging vooraf als bedoeld in artikel 4.16 Aw de markt adequaat te informeren omtrent het afzien van een aanbestedingsprocedure, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 2.000.000,00;
4. de Provincie zal veroordelen in de kosten van deze procedure, een tegemoetkoming in de door VHB gemaakte kosten, de kosten van juridische bijstand daaronder begrepen, alsmede de nakosten ten bedrage van € 157,00 zonder betekening en van € 239,00 met betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, met de aantekening dat als niet binnen twee weken na wijzing van het vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan daarover de wettelijke rente verschuldigd is.
VHB heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aan haar vordering ten grondslag
gelegd. Anders dan de aankondiging doet voorkomen, is er nog geen opdracht voor de
uitvoering van een werk, omdat eerst de rode scope moet worden bepaald. Ten aanzien van
die nader te bepalen scope stelt de Provincie dat deze van de aanbestedingsplicht kan
worden uitgezonderd, maar dat is op dit moment niet vast te stellen. Omdat onduidelijk is
wat de scope van de opdracht is, kan de Provincie onmogelijk bewijzen dat er een
gerechtvaardigd beroep op artikel 2.32 Aw kan worden gedaan. De motivering in de
vooraankondiging is in dat licht per definitie onvoldoende om een beroep te kunnen doen op
artikel 2.32 Aw. Vanwege de onduidelijke scope is het voor geïnteresseerde partijen evenmin mogelijk om te toetsen of er een gerechtvaardigd beroep op artikel 2.32 Aw kan worden gedaan. Daarmee is het ook nog te vroeg om een vooraankondiging te doen, omdat de vooraankondiging als vertrekpunt neemt dat er een concrete opdracht is bepaald. Door het gebrek aan duidelijkheid omtrent het voorwerp en de reikwijdte van de opdracht en de feitelijke onjuistheden in de vooraankondiging op TenderNed, is de termijn van 20 dagen, als bedoeld in artikel 4.16 Aw, niet gaan lopen, zodat VHB niet verweten kan worden dat zij te laat tegen het voornemen tot gunning is opgekomen.
De Provincie voert verweer en concludeert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
VHB niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans deze af te wijzen, met veroordeling van VHB in de proceskosten, zulks met bepaling dat over die proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van de veertiende dag na de datum van het in dezen te wijzen vonnis en voorts met veroordeling van VHB in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op € 163,00 dan wel ingeval van betekening, verhoogd met € 92,00.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.