Rechtbank Noord-Nederland, 22-11-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5064, LEE 22/940
Rechtbank Noord-Nederland, 22-11-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5064, LEE 22/940
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 november 2023
- Datum publicatie
- 8 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2023:5064
- Zaaknummer
- LEE 22/940
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft een verzoek op grond van artikel 12 en 15 eerste lid van de Algemene Verordening Gegevensbescherming gedaan.
Over het besluit op bezwaar genomen door het college heeft de rechtbank geoordeeld dat het beroep gegrond is. Niet is gebleken dat het college inzage heeft gegeven in alle relevante verwerkingen van persoonsgegevens. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het overzicht dat door het college is verstrekt niet aan de daaraan te stellen eisen. Die informatie is niet transparant, niet begrijpelijk en evenmin gemakkelijk toegankelijk. Zonder nadere uitleg valt daaruit niet op te maken van wie, hoe en aan wie gegevens zijn verstrekt en wat de grondslag en het doel van de verwerking was. Als gevolg daarvan is het voor eiseres niet mogelijk om het recht van rectificatie of vergetelheid effectief te gebruiken. Met het inzagerecht is immers beoogd om eiseres in staat te stellen zich van de verwerking op de hoogte te stellen en de rechtmatigheid daarvan te controleren. Zij vindt hiervoor steun in richtsnoer 01/2022 van de European Data Protection Board (EDPB). De bewaartermijn voor de gegevens is zowel onvoldoende bepaald als onvoldoende duidelijk.
De rechtbank zal het college opdragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak, waaronder de aanwijzingen opgenomen in rechtsoverwegingen 10.1. en 10.2. (artikel 8:72, vierde lid, van de Awb).
Bij verschil tussen de inhoudsindicatie en de tekst van de uitspraak, is de tekst van de uitspraak beslissend.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 22/940
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland, verweerder
(gemachtigden: W.K. de Wind en M. van Bolhuis)
en