Home

Rechtbank Noord-Nederland, 24-02-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:821, LEE 22/2493

Rechtbank Noord-Nederland, 24-02-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:821, LEE 22/2493

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24 februari 2023
Datum publicatie
6 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:821
Formele relaties
Zaaknummer
LEE 22/2493

Inhoudsindicatie

Wet politiegegevens. Beroep gegrond, vernietiging bestreden besluit. Rechtsgevolgen blijven in stand. Omdat eiser de rechtbank geen toestemming heeft verleend om kennis te nemen van de registraties kan de rechtbank niet beoordelen welke informatie – meer dan in het verweerschrift gegeven - wel en niet verstrekt had moeten worden en of het (eventueel) gerechtvaardigd is dat eiser de registraties niet mag inzien. De gevolgen van het weigeren van toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid van de Awb komen volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in beginsel voor rekening van de weigerende partij.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 22/2493

[eiser] , eiser

en

de minister van Defensie

(gemachtigde: mr. L. Houtman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van 22 juni 2022 op het informatieverzoek van eiser.

2. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

3. Eiser is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.

4. De minister heeft ten aanzien van een deel van het dossier een verzoek om beperkte kennisneming ingediend op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiser bij brief van 17 oktober 2022 geïnformeerd dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is en eiser gevraagd om toestemming om deze stukken bij de beoordeling van het beroep te betrekken. De rechtbank heeft geen toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb van eiser ontvangen en heeft de stukken daarom op 27 december 2022 naar de minister teruggestuurd.

5. De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser is niet verschenen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de uitnodiging voor de zitting per aangetekende post is verstuurd naar het door eiser opgegeven adres, waar voor ontvangst van de brief is getekend.

Totstandkoming van het besluit

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Artikel 4:17

Artikel 8:29

Artikel 25. (recht op inzage)

Artikel 27. (uitzonderingen)