Home

Rechtbank Noord-Nederland, 10-03-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:916, C/18/220065 / KG ZA 23-5

Rechtbank Noord-Nederland, 10-03-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:916, C/18/220065 / KG ZA 23-5

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10 maart 2023
Datum publicatie
10 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:916
Zaaknummer
C/18/220065 / KG ZA 23-5

Inhoudsindicatie

Kort geding. Toepassing Didam-arrest. De gemeente mocht op grond van door haar, met inachtneming van haar toekomende beleidsruimte, bepaalde criteria concluderen dat er slechts één serieuze gegadigde is voor het in bruikleen krijgen van een deel van de kade in de Oosterhaven te Groningen en van het aanliggend water.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: C/18/220065 / KG ZA 23-5

Vonnis in kort geding van 10 maart 2023

in de zaak van

1 de vennootschap onder firma JACHTHAVEN OOSTERHAVEN,

te Groningen,2. de vennootschap onder firma HANZECHARTER,

te Groningen,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: Jachthaven en Hanzecharter,

advocaat: mr. J.G.H. Meijerink,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE GRONINGEN,

te Groningen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de gemeente,

advocaat: mr. E.E. van der Kamp.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding; - de producties van Jachthaven en Hanzecharter; - de conclusie van antwoord; - de producties van de gemeente; - de wijziging van eis;

- de mondelinge behandeling van 24 februari 2023 waar voor de Jachthaven is verschenen [naam A] en voor Hanzecharter [naam B] , beiden bijgestaan door mr. Meijerink; voor de gemeente is verschenen [naam C] , bijgestaan door mr. Van der Kamp;- de pleitnota van Jachthaven en Hanzecharter; - de pleitnota van de gemeente.

2 De feiten

2.1.

In april 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente de Watervisie Groningen vastgesteld, waarbij het hernieuwde beleid van de gemeente aangaande het water in de stad Groningen is vormgegeven. Één van de aspecten van dat beleid is dat de gemeente in en aan de Diepenring meer ruimte wil scheppen voor terrassen op en langs het water en voor aanlegplaatsen voor de recreatievaart. Daartoe moest het aantal tot dan toe bestaande ligplaatsen aanzienlijk worden verminderd.

2.2.

In verband met de zojuist bedoelde beleidsvisie wenst de gemeente de aan het Schuitendiep gelegen ligplaatsen vrij te maken. Op één van die ligplaatsen, tussen de Kattenbrug en de Poelbrug, ligt het Pannekoekschip, een horecagelegenheid op het water. Naast dat schip liggen twee woonarken die eigendom zijn van de exploitant van het Pannekoekschip.

Om die plaatsen vrij te kunnen maken, is de gemeente in overleg getreden met de exploitant van het Pannekoekschip, waarbij ook is overlegd over een mogelijk andere locatie voor het Pannekoekschip.

2.3.

De gemeente heeft een locatiestudie uitgevoerd naar mogelijke ligplaatsen voor het Pannekoekschip. Daartoe zijn diverse locaties onderzocht. De conclusie daarvan was dat een ligplaats aan de Oosterhaven, tussen de jachthaven in de Oosterhaven en de Oosterhavenbrug, het meest geschikt zou zijn.

Vervolgens zijn onderhandelingen gevoerd tussen de exploitant van het Pannekoekschip en de gemeente, die hebben geleid tot overeenstemming over de aankoop door de gemeente van het Pannekoekschip “de Verandering” en de twee daarnaast liggende woonarken. In de desbetreffende aankoopovereenkomst van 25 januari 2021 is opgenomen dat de verkoper bij de gemeente heeft aangegeven de voorkeur te hebben voor een nieuwe ligplaatsvergunning op een andere locatie binnen de gemeente Groningen voor het nieuwe Pannekoekschip “Johanna” en dat de overeenkomst wordt aangegaan onder de opschortende voorwaarde van het onherroepelijk worden van nieuw af te geven vergunningen voor een ligplaats van het nieuwe Pannekoekschip aan de Oosterhaven, tussen de jachthaven in de Oosterhaven en de Oosterhavenbrug.

2.4.

Om in het zojuist genoemde deel van de Oosterhaven een ligplaats te kunnen bieden aan het nieuwe Pannekoekschip, moet dat gedeelte vrij worden gemaakt. Tot dan toe maakten Jachthaven en Hanzecharter gebruik van het bedoelde deel.

2.5.

Jachthaven, tezamen met haar rechtsvoorganger City Channel Shipyard B.V., huurt sinds 16 maart 1994 van de gemeente de jachthaven in de Oosterhaven, groot ca.

2.950 m2.

Na het aangaan van die huurovereenkomst zijn aanvullende afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een brief van 21 juni 1994, waarin de Gemeente deze afspraken aan de rechtsvoorganger van Jachthaven bevestigt. Die afspraken strekken ertoe dat Jachthaven van 1 juni tot 1 september vaartuigen mag laten afmeren aan de kade tussen de Steentilbrug en de jachthaven alsmede tussen de jachthaven en de Oosterhavenbrug. In 1995 is die periode met een maand verlengd, derhalve tot 1 oktober. De kade tussen de jachthaven en de Oosterhavenbrug is kadastraal bekend als [kadasternummer] ter grootte van in totaal ca. 375 m (50 m x 7,5 m). Dat betreft de kade die thans in geschil is; deze zal hierna als het Perceel worden aangeduid.

2.6.

Hanzecharter ligt met het door haar geëxploiteerde schip, de “Quo Vadis”, jaarlijks, van eind oktober/begin november tot begin april, in de Oosterhaven. Vaak is dat op de plaats van het Perceel. Het is ook wel voorgekomen dat dat schip in de bedoelde periode op een andere plaats, bijvoorbeeld aan de overzijde van de Oosterhaven, heeft gelegen.

2.7.

Bij brief van 18 maart 2021 zijn de omwonenden van de Oosterhaven en de Oosterkade door de gemeente geïnformeerd over het voornemen om de exploitatie van het Pannekoekschip naar het Perceel te verplaatsen.

Een aantal omwonenden, waaronder Jachthaven, heeft bij brief van 19 maart 2021 bezwaren tegen het voornemen van de gemeente kenbaar gemaakt.

Bij brief van 7 april 2021 van de gemeente aan de omwonenden is de keuze voor de locatie van het Pannekoekschip toegelicht.

2.8.

Na vernomen te hebben dat de gemeente voornemens is een omgevingsvergunning af te geven voor het plaatsen van het nieuwe Pannekoekschip in de Oosterhaven hebben onder meer Jachthaven en Hanzecharter zich op 27 maart 2022 per brief tot de gemeente gericht. Strekking van dat schrijven is dat zij menen dat er evidente privaatrechtelijke belemmeringen in de weg staan aan het voornemen van de gemeente. Die belemmeringen bestaan volgens hen uit de huurovereenkomst tussen de gemeente en de Jachthaven en uit een huurovereenkomst tussen de gemeente en Hanzecharter.

2.9.

Bij brief van 25 april 2022 aan City Channel Shipyard B.V., de rechtsvoorganger van Jachthaven, heeft de gemeente het gebruik van het Perceel opgezegd met ingang van 1 september 2022.De toenmalige raadsman van Jachthaven heeft vervolgens aan de gemeente laten weten zich niet te kunnen vinden in de beëindiging van het gebruik van het Perceel door Jachthaven. Tevens heeft Jachthaven aan de gemeente bij brief van 19 december 2022 doen weten dat zij van mening was dat het Perceel vanwege het Didam-arrest niet zonder meer aan het Pannekoekschip in gebruik kon worden gegeven.

De gemeente heeft daarop, bij brieven van 6 oktober 2022 en 25 oktober 2022 aangekondigd dat zij haar voornemen zou publiceren om het Perceel aan het Pannekoekschip in gebruik te geven.

2.10.

In het Gemeenteblad van 27 december 2022 heeft de gemeente het volgende bekendgemaakt:

Bekendmaking voorgenomen bruikleen water(bodem) Oosterkade

Het college van burgemeester en wethouders van Groningen maakt hierbij bekend dat de gemeente Groningen voornemens is een perceel water(bodem) in gebruik te geven. Het betreft een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend [kadasternummer] ter grootte van in totaal circa 375 m (50m x 7,5m), dat zich bevindt aan de kade tussen de jachthaven en de

Oosterhavenbrug.

De gemeente Groningen geeft hiermee uitvoering aan de onderhandelingen die vanaf medio 2019 zijn gevoerd met de beoogd gebruiker.

Redenen tot uitgifte aan beoogde gebruiker

De gemeente Groningen heeft de volgende reden om de onroerende zaak in bruikleen te geven aan de beoogde gebruiker:

Met het oog op de door de gemeente beoogde ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van het gebied rondom het Schuitendiep dient het gebruik van ligplaatsen in dat gebied te beëindigen. De verplaatsing van de bestaande horeca-exploitatie door de beoogde gebruiker naar de Oosterkade maakt het mogelijk om drie ligplaatsen in voornoemd gebied – gelegen tussen de

Kattenbrug en de Poelebrug (binnen stadszijde) – ter beschikking te krijgen.

Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de gestelde ambities uit de Watervisie Groningen, ‘Koersen op water’ (april 2017), waarin wordt gesproken over de transformatie van de Diepenring, waarbij het Schuitendiep als kansrijk wordt gezien om meer openbare plekken aan het water te maken. De ontwikkeling biedt voorts ruimte om van de Diepenring meer een verblijfsplek te maken, zoals in het

raadsinitiatiefvoorstel ‘Van verdeelring tot verblijfsruimte, een nieuwe visie voor de diepenring’ (juni 2021) wordt voorgesteld.

Gelet op het voorgaande is de gemeente van oordeel dat de beoogde gebruiker in redelijkheid als de enige serieuze gegadigde voor het gebruik van de in de aanhef aangeduide onroerende zaak in aanmerking komt.

Kort geding

Bent u het niet eens met deze voorgenomen ingebruikneming, omdat u van mening bent ook voor deze ingebruikneming in aanmerking te komen, dan dient u voor 20 januari 2023 een kort geding aanhangig te maken bij de rechtbank Noord-Nederland. Indien u een kort geding aanhangig maakt, dan dient u ons dit binnen voornoemde termijn schriftelijk mede te delen door het per e-mail

opsturen van de conceptdagvaarding aan vastgoedtransacties groningen.nl. Indien u niet binnen voormelde termijn een kort geding aanhangig heeft gemaakt op de hiervoor beschreven wijze, wordt u geacht zich niet te verzetten tegen de hiervoor omschreven ingebruikneming en wordt u geacht uw rechten ter zake te hebben verwerkt.”

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing