Rechtbank Noord-Nederland, 03-06-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2163, C/17/199419 / KG ZA 25-45
Rechtbank Noord-Nederland, 03-06-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2163, C/17/199419 / KG ZA 25-45
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 juni 2025
- Datum publicatie
- 4 juni 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:2163
- Zaaknummer
- C/17/199419 / KG ZA 25-45
Inhoudsindicatie
koopoptie, botsende rechten op levering, oudste recht op levering gaat voor, beroep op redelijkheid en billijkheid slaagt niet.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer: C/17/199419 / KG ZA 25-45
Vonnis in kort geding van 3 juni 2025
in de zaak van
MR. CYNTHIA GRONDSMA Q.Q.,
curator in het faillissement van
[A X] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de Curator,
advocaat: mr. M.D. Kalmijn,
tegen
IFF VASTGOED B.V.,
te Harlingen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: IFF,
advocaat: mr. R. Glas,
in welke procedure als gevoegde partij aan de zijde van de Curator optreedt:
[A Y] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [A Y] ,
advocaat: mr. J.C. Croes,
en in welke procedure als tussenkomende partij optreedt:
[C] VASTGOED B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [C] ,
advocaat: mr. J.M. van Rongen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie,
- de akte vermeerdering van eis in reconventie, tevens overlegging producties,
- de incidentele conclusie tot voeging van [A Y] ,
- de incidentele conclusie tot tussenkomst van [C] ,
- de akte houdende instellen (voorwaardelijke) reconventionele vordering in incident tot tussenkomst van de Curator,- de mondelinge behandeling van 13 mei 2025 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde producties en pleitnota’s van de Curator, IFF en [C] , alsmede de aantekeningen van de griffier,
- het mondeling vonnis in de incidenten, waarbij de voorzieningenrechter de vordering tot voeging van [A Y] en de vordering tot tussenkomst van [C] heeft toegewezen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
IFF is een vennootschap die in 2006 werd opgericht door de heren [D] , [E] , [F] en [G] (hierna: [G] ), respectievelijk hun beheer/holding vennootschappen. IFF houdt zich bezig met het verkrijgen, beheren, exploiteren, (doen) ontwikkelen en vervreemden van registergoederen en duurzame roerende zaken. IFF is sinds 2010 eigenaar van de onroerende zaken staande en gelegen te [plaats] aan de [straatnaam 1 met huisnummer] , [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] .
Op 1 december 2010 heeft [voornaam] [A] (hierna: [A] ) de eenmanszaak [A X] opgericht. [A X] was een groothandel in verf, schilderbenodigdheden en later ook werkkleding. Op 1 juli 2012 is de eenmanszaak omgezet in een vennootschap onder firma, waarbij [H] (hierna: [H] ) toetrad. Op 21 november 2017 werd de besloten vennootschap [A X] B.V. (hierna: [A X] ) opgericht en is de vennootschap onder firma hier ingebracht. In december 2018 heeft [A] zijn belang in [A X] overgedragen aan [H] , waarmee [H] Beheer B.V. enig bestuurder en enig aandeelhouder van [A X] is geworden.
Sinds 2012 huurt [A X] het pand van IFF aan de [straatnaam 1 met huisnummer] . Ook [C Z] B.V. (hierna: [C Z] ), een zustervennootschap van [C] , huurt van IFF een stuk grond aan de [straatnaam 1 met huisnummer] . [C Z] heeft op dit stuk grond een pompstation laten aanleggen en heeft de benodigde vergunningen geregeld. [C Z] exploiteert dit pompstation. Een deel van de installatie die bij het pompstation hoort, bevindt zich in het gebouw aan de [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] .
Vanaf 29 juli 2021 zijn [A X] en IFF gaan onderhandelen over het sluiten van een huurovereenkomst met een koopoptie. Op 17 september 2021 heeft IFF per mail een optieprijs van € 775.000,- voorgesteld, waarbij de optie uitgeoefend kon worden tussen 1 augustus 2025 en 31 januari 2026. De koopoptie betreft alleen het pand en niet het pompstation gelegen voor het pand, dat geëxploiteerd wordt door [C Z] .
[A X] heeft op 29 september 2021 per mail gereageerd op het voorstel van IFF en heeft een tegenvoorstel gedaan om de koopoptie te lichten tussen 1 augustus 2024 en 31 december 2024 voor een optieprijs van € 700.000,-, mede gelet op de verbeteringen aan het pand door [A X] .
Op 13 oktober 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [A X] en IFF, waarna [A X] op 15 oktober 2021 aan IFF heeft gemaild:
“Optieprijs volledig pand exclusief tankstation en nader te bepalen grond: € 725.000,-. Optie/overdracht te lichten uiterlijk voor 01-01-2025 (in overleg is 1 of 2 jaar eerder zelfs bespreekbaar).”
IFF heeft in reactie daarop aangegeven dat partijen op één lijn zitten.
De huurovereenkomst is uiteindelijk in december 2022 getekend met als ingangsdatum 1 januari 2022. De huurovereenkomst is opgesteld door [G] , medeoprichter en mede-eigenaar van IFF en bedrijfsmakelaar. [G] is werkzaam bij [naam makelaardij] , van waaruit hij ook zijn mails verstuurt.
In de huurovereenkomst werd in artikel 16 de volgende koopoptie opgenomen:
“Koopoptie
Partijen komen hierbij overeen dat huurder, gedurende de looptijd van de huurovereenkomst, de mogelijkheid heeft om het gehele complex met erf en ondergrond, plaatselijk bekend [straatnaam 1 met huisnummer] , [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] te [plaats] , kadastraal bekend [kadastrale bekendheid] , exclusief het voorgelegen pompstation met erf en ondergrond (...) per
1 januari 2025 te kopen tegen een nu reeds overeengekomen vaste koopsom van € 725.000,00 kosten koper (...). Wanneer huurder eerder van deze regeling gebruik wenst te maken treden partijen omtrent de datum van levering in overleg. Het te kopen complex bestaat uit het kadastrale perceel [kadastrale bekendheid] .
Wanneer huurder van dit kooprecht gebruik wil maken dient hij dit uiterlijk 3 maanden van te voren kenbaar te maken, waarna verhuurder met huurder een formele koopovereenkomst zal aangaan.
In de koopovereenkomst en de leveringsakte zullen in ieder geval de navolgende punten worden opgenomen:
• koop inclusief de eventueel nog lopende huurovereenkomst aangaande de [straatnaam 2 met huisnummer ] (rechter deel);
• recht van weg t.b.v. de koper over het bij verkoper verblijvende perceel om te komen en te gaan van en naar de openbare weg;
• opstalrecht voor verkoper inzake de reclamezuil op het te verkopen terrein en de in het te verkopen pand aanwezige meterkast incl. leidingwerk t.b.v. het pompstation;
• en alle overige gangbare bepalingen t.b.v koop en verkoop van zakelijk vastgoed.
Indien huurder per uiterlijk 31 januari 2026 geen gebruik heeft gemaakt van haar kooprecht uit artikel 16.1 vervalt dit kooprecht en zijn partijen vrij van elkaar.”
Daarnaast zijn [A X] en IFF in artikel 18 van de huurovereenkomst overeengekomen:
“Discussie inzake vloerverzakking en scheurvorming wand
18. In de onderhandelingen om tot onderhavige huurovereenkomst te komen is het geschil tussen partijen over de verzakte vloer en de scheurvorming in de tussenwand (een en ander bij partijen voldoende bekend) meegenomen. Partijen hebben hierin overeenstemming bereikt en laten dit tot uitdrukking komen in zowel de huurhoogte van het extra te huren deel [straatnaam 2 met huisnummer ] (linker gedeelte) als in de hoogte van de koopsom zoals vervat in de koopoptie van artikel 16.1. Middels ondertekening van deze huurovereenkomst verklaren partijen dat zij ten aanzien van deze kwestie over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben.”
In de loop van 2024 is een huurachterstand ontstaan aan de zijde van [A X] over de periode mei tot en met oktober 2024. Ook de servicekosten afrekeningen van 2022 en 2023 van in totaal (afgerond) € 27.000,- werden niet voldaan. IFF heeft deze vorderingen op [A X] omgezet in een geldlening, die op 30 oktober 2024 is getekend door [A X] . In totaal werd een lening verstrekt van € 62.500,-.
Op 24 december 2024 is [A X] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. Grondsma tot Curator.
Op 31 december 2024 heeft IFF de huurovereenkomst met [A X] opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. De huurovereenkomst eindigt per 31 maart 2025.
Op 2 januari 2025 heeft mr. Kuper namens de Curator de opzegging van de huurovereenkomst bevestigd en daarbij aangegeven een afspraak met IFF te willen plannen om het onder meer te hebben over een doorstart op locatie.
Op 7 januari 2025 heeft [G] (namens IFF) mr. Kuper verzocht om de volgende dag samen met [C] (van [C] Vastgoed) het pand van [A X] te mogen betreden om de meterstanden op te nemen.
Dezelfde dag heeft IFF aan [C] alle relevante documentatie aangaande het pand aan de [straatnaam 1 met huisnummer] gestuurd, inclusief de huurovereenkomst met wijkopenautos.nl. [C] had al eerder, in augustus 2024, aan IFF te kennen gegeven het pand te willen kopen.
Op 8 januari 2025 heeft [G] samen het [C] het pand aan de [straatnaam 1 met huisnummer] betreden voor opname van de meterstanden. Deze gelegenheid is ook te baat genomen om het pand te bezichtigen.
Op 9 januari 2025 heeft in de ochtend overleg plaatsgevonden tussen de Curator en IFF. Er is onder meer gesproken over een doorstart op locatie, waarover IFF niet enthousiast was. De Curator heeft er bij IFF op aangedrongen om alsnog open te staan voor een doorstart op locatie. Kort na het gesprek heeft de Curator het verkoopmemorandum met bijlagen naar IFF gestuurd. Onder het kopje “Bedrijfspand” op pagina 8 van het memorandum staat vermeld dat de aspirant koper met de eigenaar IFF in overleg moet treden over het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst.
Op 9 januari 2025 om 17.48 uur heeft [G] aan [C] gemaild dat hij onder de in de e-mail genoemde voorwaarden de verkoop van het pand [straatnaam 1 met huisnummer] , [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] aan [C] bevestigt en in afwachting is van goedkeuring van [C] .
Op 9 januari 2025 om 18.22 heeft [C] in reactie daarop gemaild dat hij akkoord gaat met de uitgangspunten en dat [G] de koopakte kan gaan opmaken.
Dezelfde avond heeft [G] om 20.20 uur aan de Curator gemaild dat eventuele doorstarters niet de mogelijkheid zal worden geboden een doorstart vanuit het pand te realiseren.
Op 10 januari 2025 om 10.48 heeft de Curator geantwoord dat het verkoopproces verder doorlopen zal worden en IFF bedankt voor de welwillendheid om mee te denken en voor het informeren van de belangstellenden die interesse hadden in de huur van het pand.
Dezelfde dag om 16.02 heeft de Curator nog een mail naar [G] gestuurd, waarin wordt aangegeven dat belangstellenden hun teleurstelling hebben geuit over het niet kunnen doorstarten op locatie. Er zijn de Curator diverse scenario’s geschetst waarmee een doorstart zou kunnen worden afgedwongen, waaronder indeplaatsstelling of het inroepen van de koopoptie. De Curator heeft aangegeven dat op dat moment geen van de genoemde scenario’s aan de orde was, maar dat gegadigden dit aankaarten.
Op 16 januari 2025 heeft de Curator overeenstemming bereikt met [A] , zijn zoon [naam zoon] en [I] over een doorstart van [A X] (hierna: de doorstarter). Dezelfde dag heeft de doorstarter de doorstart en de koopoptie besproken met IFF. IFF heeft aangegeven niet mee te willen werken aan de koopoptie. Wel is IFF bereid ermee in te stemmen dat er gedurende de resterende looptijd van de huurovereenkomst van het pand gebruik wordt gemaakt door de doorstarter.
Op 4 maart 2025 heeft de doorstarter per app aan IFF laten weten dat er gebruik gaat worden gemaakt van de koopoptie. Op 14 maart 2025 heeft ook de Curator IFF bericht dat zij het voornemen heeft om de koopoptie in te roepen.
Op 18 maart 2025 heeft de advocaat van IFF contact opgenomen met de Curator en voorgesteld dat de zaak wordt opgelost door storting van een nader overeen te komen bijdrage van IFF in de boedel, waarmee het belang van de boedel zou zijn gediend. Op 20 maart 2025 heeft de Curator na overleg met de rechter-commissaris aan IFF laten weten niet op het voorstel in te gaan en vast te houden aan het inroepen van de koopoptie.
Op 21 maart 2025 heeft de advocaat van IFF opnieuw contact opgenomen met de Curator en de Curator laten weten dat het inroepen van de koopoptie geen effect zal hebben, omdat IFF het pand al verkocht heeft aan [C] op 9 januari 2025. Bij mail van dezelfde datum heeft de advocaat van IFF de bewijsstukken van de koop aan de Curator gezonden.
Bij brief van 24 maart 2025 heeft de Curator de koopoptie gelicht en IFF verzocht om voor 1 april 2025 mee te werken aan levering. Bij de lichting van de koopoptie bevindt zich de concept notariële akte van levering zoals deze door de notaris in opdracht van de Curator werd opgesteld. Ook heeft de Curator op 24 maart 2025 conservatoir beslag laten leggen op de onroerende zaken aan de [straatnaam 1 met huisnummer] , [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] .
Bij mail van 25 maart 2025 heeft IFF aan de Curator meegedeeld dat IFF niet zal meewerken aan levering van het pand aan de Curator.
Op 28 maart 2025 heeft de Curator de koop tussen haar en IFF ingeschreven in het Kadaster (Vormerkung).
Bij brief van 8 april 2025 heeft de advocaat van [C] de Curator onder meer gesommeerd om te verklaren geen aanspraak te zullen maken op levering van de onroerende zaken, het beslag op te heffen en af te zien van verdere rechtsmaatregelen. Ook is de Curator aansprakelijk gesteld voor de schade die [C] lijdt door de handelwijze van de Curator.
Op 18 april 2025 hebben IFF en [C] de koop van de onroerende zaken aan de [straatnaam 1 met huisnummer] , [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] , inclusief de ondergrond van het pompstation, vastgelegd in een schriftelijke koopovereenkomst. In de koopovereenkomst staat vermeld dat de koopovereenkomst op 9 januari 2025 mondeling is gesloten. De koopsom bedraagt
€ 1.975.000,-.
Op 24 april 2025 heeft [C] conservatoir beslag laten leggen op alle onroerende zaken die zij van IFF heeft gekocht.
3 De vordering
in conventie
De Curator vordert, waarbij [A Y] zich heeft aangesloten, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. IFF te verbieden om de hiervoor genoemde onroerende zaak aan enige derde waaronder [C] Tankstations te leveren of anderszins te vervreemden of bezwaren, op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 50.000,- per dag of gedeelte daarvan dat gedaagde hiermee in gebreke blijft, met een maximum van
€ 1.000.000,-, dan wel een in goede justitie vast te stellen dwangsom per dag en maximum;
2. IFF te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis onvoorwaardelijk en volledig haar medewerking te verlenen aan de overdracht verzorgd door de notaris mr. K. Krijger dan wel een plaatsvervanger van Hoekstra & Partners Notarissen te Leeuwarden middels levering van de onroerende zaak alsmede al hetgeen daarmee op grond van artikel 16 van de huurovereenkomst samenhangt zoals de splitsing en het inlossen van de hypotheken zorg te (laten) dragen om daarmee het gehele complex met erf en ondergrond, plaatselijk bekend [straatnaam 1 met huisnummer] , [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] te [plaats] , kadastraal bekende [kadastrale bekendheid] , exclusief het voorgelegen pompstation met erf en ondergrond zoals gesplitst conform de bij de huurovereenkomst gevoegde situatietekening door het kadaster in opdracht van partijen is afgesplitst aan de Curator tegen betaling door de Curator van de koopsom van € 725.000,- k.k., dit op basis van de concept leveringsakte zoals opgesteld door de notaris, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 50.000,- per dag of gedeelte daarvan dat IFF hiermee in gebreke blijft, met een maximum van
€ 1.000.000,-, dan wel een in goede justitie vast te stellen dwangsom per dag en maximum;
3. te bepalen dat het in deze te wijzen vonnis ex artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de medewerking en wilsverklaring(en) van IFF, indien en voor zover IFF niet binnen de hierboven genoemde termijn en daartoe door de notaris te zijn opgeroepen vrijwillig aan de levering meewerkt, zodat de Curator zelfstandig en zonder verdere medewerking van IFF tot levering van de hiervoor genoemde onroerende zaak en de bijbehorende inlossing van de hypotheken, de overeengekomen kadastrale splitsing, de inschrijving van dit vonnis in het kadaster en al hetgeen verder in de visie van de notaris mr. K. Krijger dan wel een plaatsvervanger van Hoekstra & Partners Notarissen te Leeuwarden noodzakelijk is om de onbezwaarde levering te effectueren, kan overgaan;
4. primair: IFF te gebieden te gehengen en gedogen dat, ondanks het feit dat de huurovereenkomst tot een einde zal komen per 31 maart 2025, het voortgezet ongestoord gebruik van het gehuurde aan de Curator en daarmee de doorstartende partij zal toekomen waarbij IFF aanspraak zal maken op een vergoeding naar rato over de periode van 31 maart 2025 tot het moment dat de levering plaatsvindt gelijk aan de huur die voor 31 maart 2025 verschuldigd was;
5. subsidiair: voor zover de primaire vordering niet wordt toegewezen IFF te gebieden te gehengen en te gedogen dat, ondanks het feit dat de huurovereenkomst tot een einde zal komen per 31 maart 2025, het voorgezet ongestoord gebruik van het gehuurde aan de Curator en daarmee de doorstartende partij zal toekomen gedurende een termijn van 3 maanden na 31 maart 2025 tot 30 juni 2025 dan wel gedurende een in goede justitie te bepalen termijn waarbinnen ontruiming plaats dient te vinden;
6. IFF te veroordelen in de proceskosten, de beslagkosten zoals gespecificeerd in het lijf van deze kort geding dagvaarding, en eventuele nakosten, te voldoen binnen
14 dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met wettelijke rente indien betaling niet binnen deze termijn plaatsvindt.
IFF voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
IFF vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. Het door de Curator op 24 maart 2025 gelegde conservatoire beslag op de percelen [kadastrale bekendheid] op te heffen;
2. De Curator te veroordelen tot doorhaling van het sub 1 genoemde beslag in de openbare registers binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of deel van een dag dat daamee in gebreke wordt gebleven met een maximum van € 200.000,-;
3. De Curator te veroordelen tot doorhaling van de op 28 maart 2025 in de openbare registers ingeschreven koop van perceel [kadastrale bekendheid] , zoals blijkende uit het als productie 14 overgelegd bewijs van inschrijving binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 10.000,- per dag of deel van een dag dat daarmee in gebreke wordt gebleven, met een maximum van € 200.000,-;
4. De Curator te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de bedrijfsruimte staande en gelegen aan de [straatnaam 1 met huisnummer] te [postcode en plaats] en [straatnaam 2 met huisnummer ] (linker deel) en [straatnaam 3 met huisnummer] te [postcode en plaats] , kadastraal bekend [kadastrale bekendheid] , te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van IFF te stellen;
5. De Curator te veroordelen aan IFF te voldoen een bedrag van € 20.571,48 (huur + boete), althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorschot op dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente steeds vanaf de vervaldag van de desbetreffende huurtermijn tot aan de dag der algehele voldoening;
6. De Curator te veroordelen in de kosten van dit kort geding, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de nakosten volgens het tarief geldend op de datum van het in deze te wijzen vonnis.
De Curator voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in de tussenkomst
[C] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de Curator niet-ontvankelijk te verklaren, althans alle vorderingen van de Curator af te wijzen;
II. het door de Curator op 24 maart 2025 gelegde conservatoire beslag op percelen [kadastrale bekendheid] op te heffen;
III. de Curator te veroordelen tot doorhaling van het door de Curator op 24 maart 2025 gelegde conservatoire beslag op de percelen [kadastrale bekendheid] , binnen 48 uur na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan dat de Curator daarmee in gebreke blijft met een maximum van
€ 200.000,-, dan wel een door de voorzieningenrechter vast te stellen dwangsom met een door de voorzieningenrechter te bepalen maximum;
IV. IFF te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het in deze procedure te wijzen vonnis haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking te verlenen aan de overdracht, verzorgd door notariskantoor De Vries en Feenstra te Berlikum, van alle onroerende zaken, vrij van hypotheken en beslagen, bestaande uit de onroerende zaken staande en gelegen aan de [straatnaam 1 met huisnummer] en de [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] inclusief het pompstation met erf en ondergrond, aan [C] , tegen betaling van de koopsom van € 1.975.000,- en de overeengekomen vergoeding van € 50.000,-, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 50.000,- per dag of gedeelte daarvan dat IFF daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 1.000.000,- dan wel een door de voorzieningenrechter vast te stellen dwangsom met een door de voorzieningenrechter te bepalen maximum;
V. te bepalen dat het in deze te wijzen vonnis ex artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de medewerking van IFF, indien en voor zover IFF niet binnen de hierboven genoemde termijn en daartoe door de notaris te zijn opgeroepen vrijwillig aan levering meewerkt, zodat [C] zelfstandig en zonder verdere medewerking van IFF tot levering van de hiervoor genoemde onroerende zaken en de bijbehorende inlossing van de hypotheken, de inschrijving van dit vonnis in het kadaster en al hetgeen verder in de visie van de notaris noodzakelijk is om de onbezwaarde levering te effectueren, kan overgaan;
VI. de Curator te gebieden de overdracht en levering van voornoemde onroerende zaken door IFF aan [C] te gehengen en te gedogen, en al datgene te doen, dan wel na te laten, wat aan deze levering in de weg zou kunnen staan;
VII. IFF te veroordelen in de beslagkosten zoals nader te specificeren;
VIII. De Curator en IFF, elk voor de helft, te veroordelen in de proceskosten en de nakosten aan de zijde van [C] , althans kosten rechtens, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling niet binnen deze termijn plaatsvindt.
De Curator en IFF voeren verweer. In (voorwaardelijke) reconventie in het incident tot tussenkomst heeft de Curator gevorderd om bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [C] (voorwaardelijk) te veroordelen tot opheffing en doorhaling van het door haar op 24 april 2025 gelegde conservatoire beslag op de percelen [kadastrale bekendheid] plaatselijk bekend als [straatnaam 1 met huisnummer] en [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] , binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag of gedeelte daarvan dat [C] daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 200.000,-, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag aan dwangsommen, dan wel een in goede justitie te nemen beslissing;
2. [C] te gebieden de overdracht en levering van de percelen [kadastrale bekendheid] plaatselijk bekend als [straatnaam 1 met huisnummer] en [straatnaam 2 met huisnummer ] en [straatnaam 3 met huisnummer] door IFF aan de Curator te gehengen en gedogen en al datgene te doen dan wel na te laten wat aan deze levering in de weg zou kunnen staan;
3. [C] te veroordelen in de kosten en eventuele nakosten van deze procedure.
[C] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.