Home

Rechtbank Noord-Nederland, 14-07-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3619, C/18/244372 / KG ZA 25-70

Rechtbank Noord-Nederland, 14-07-2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3619, C/18/244372 / KG ZA 25-70

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14 juli 2025
Datum publicatie
3 september 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:3619
Zaaknummer
C/18/244372 / KG ZA 25-70

Inhoudsindicatie

De aan de onderhavige aanbesteding ten grondslag gelegde aanbiedingsbrief en de daarbij behorende documenten zijn niet zo helder dat het voor iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver geheel duidelijk was waaraan de inschrijving moest voldoen en zijn derhalve niet geschikt om op basis daarvan een gunningsbeslissing te nemen.

Nu sprake is van een zodanige onduidelijkheid dat op grond daarvan geen – rechtmatige – gunningsbeslissing kan worden genomen kan het beroep op het Grossmann-arrest (HvJEG 12 februari 2004, C-230/02) c.q. rechtsverwerking niet slagen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer: C/18/244372 / KG ZA 25-70

Vonnis in kort geding van 14 juli 2025

in de zaak van

[eisende partij] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

advocaat: mr. L.M. Goeree,

tegen

DAMSTER VOETBALCLUB APPINGEDAM,

te Appingedam ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: DVC ,

advocaat: mr. H.P. de Lange.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de producties van [eisende partij] ;

- de producties van DVC ; - de mondelinge behandeling van 30 juni 2025;- de pleitnota van [eisende partij] ;- de pleitnota van DVC .

2 De feiten

2.1.

Op 17 februari 2025 heeft [eisende partij] een brief (hierna: de aanbiedingsbrief) ontvangen van Project- en Bouwmanagement [naam project en bouwmanagement] (hierna: Bureau [naam project en bouwmanagement] ) namens haar opdrachtgever DVC , waarbij [eisende partij] is uitgenodigd om deel te nemen aan de meervoudig onderhandse aanbesteding voor de realisatie van de nieuwbouw van DVC conform het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (hierna: ARW 2016). Het project omvat de nieuwbouw van een kantine, tribune en bijbehorende kleedruimten voor DVC .

De opdracht is verdeeld in twee percelen. [eisende partij] is uitgenodigd voor en heeft ingeschreven op perceel 1. Perceel 1 heeft betrekking op de bouwkundige werken: het voorbereiden en

uitvoeren van alle bouwkundige werkzaamheden, inclusief het buitenterrein binnen de demarcatie, een onderhouds- en garantietermijn en de coördinerende werkzaamheden met betrekking tot de werken van nevenaannemers en derden (conform bouwkundig bestek).

2.2.

In de aanbiedingsbrief is vermeld dat de inschrijving dient te zijn gebaseerd op de documenten die worden weergegeven in de tabel op bladzijde 2 van de brief, te weten

(-) Algemene bepalingen, PBG:

(-) DO tekeningen BNJD, conform tekeningenlijst;

(-) DO tekeningen [constructeur] , conform tekeningenlijst;

(-) DO tekeningen ABT Wassenaar, conform tekeningenlijst (informatief);

(-) DO advies bouwfysica en brandveiligheid, Noorman Bouw- en milieuadvies;

(-) Overallplanning, PBG (indicatief), versie 1.2.

De inschrijvers dienen zich te conformeren aan de documenten, modellen en bijlagen.

2.3.

Verder is in de aanbiedingsbrief opgenomen dat de opdracht zal worden gegund overeenkomstig het EMVI 3 criterium: de laagste prijs. Daarbij is vermeld dat DVC aanvullende kwaliteitsbeoordeling overbodig acht, omdat de gewenste kwaliteit al volledig is vastgelegd in tekeningen en bestekken, en er voldoende expertise aanwezig is om deze te borgen. De laagste inschrijving wordt na beoordeling door Bureau [naam project en bouwmanagement] voorgelegd aan de stuurgroep, die vervolgens de gunningsbeslissing neemt.

2.4.

In de Algemene bepalingen, PBG is in punt 01.02.01 sub 90 het volgende opgenomen:

“90. DEFINITIE HOOFDDRAAGCONSTRUCTIE

Onder “hoofddraagconstructie” wordt verstaan de volgens de tekeningen en/of

berekeningen van de constructeur aangegeven constructies. Hoewel eventueel

ter informatie aangegeven op tekening van de constructeur, behoort niet tot de

hoofddraagconstructies o.a. (inclusief verankeringen):

- Gevelverstijvingen c.q. voorzieningen t.b.v. gevelpuien.

- Geveldragers t.b.v. metselwerken.

- Prefab trappen en bordessen md. opleggingen.

- Niet dragende (binnen)wanden/metselwerk wanden.

- Traphekken en leuningen.

- Hulpconstructies.

- Voorzieningen ten behoeve van installaties op het dak en schermen rondom

deze installaties.

- Bouwkundige prefab betonnen onderdelen als dorpels, afdekbanden etc.

- Ophangconstructies t.b.v. installaties.

- Voorzieningen t.b.v. liftinstallaties als hijsbalken, schachtafscheidingen etc.

Deze onderdelen worden beschouwd als bouwkundige constructies.

Alle (overige) bouwkundige constructies, die al dan niet op de tekeningen en/of

berekeningen van de constructeur zijn aangegeven, dienen door de aannemer

getekend en berekend te worden.

(...)”.

2.5.

Bij de indiening van haar inschrijving op 31 maart 2025 heeft [eisende partij] in de begeleidende e-mail toegelicht dat onderaan de offerte opties (meer)prijzen zijn aangeboden. Onderaan die offerte zijn (in geel) enige constructieve onderdelen (zoals schoren/steunen, ten behoeve van steun van beton tribune) vermeld met daarbij een bedrag van in totaal € 39.338,00 exclusief BTW.

2.6.

Op 1 april 2025 heeft DVC de kluis geopend, waarvan een proces-verbaal van opening van de inschrijvingen is opgemaakt.

Uit dit proces-verbaal volgt dat er drie inschrijvingen zijn uitgevraagd en dat de volgende staat is opgemaakt:

inschrijvingssom (excl btw) perceel 1 [eisende partij] ; € 2.888.777; [bouwbedrijf 1] : € 2.888.200; [bouwbedrijf 2] : € 2.946.000.

2.7.

Op 7 april 2025 heeft [eisende partij] enige verificatievragen van DVC ontvangen met onder meer de volgende vraag: “De werkzaamheden aan de luifel en de ondersteuning van de tribune zijn door u buiten de inschrijving gehouden omdat ze niet in de constructieberekening waren opgenomen. Deze werkzaamheden maken wel degelijk onderdeel uit van de werkzaamheden. Doet u uw prijs gestand inclusief deze werkzaamheden?”. [eisende partij] heeft daarop geantwoord: “Deze prijs/inschrijving is bij deze inclusief bovengenoemde werkzaamheden.”

2.8.

Op 24 april 2025 heeft DVC de gunningsbeslissing voor perceel 1 verzonden. Daarbij heeft DVC aan [eisende partij] medegedeeld dat de door [eisende partij] ingediende inschrijving niet door de selectiecommissie als laagste prijs is beoordeeld. De opdrachtgever heeft besloten het gunningsadvies van de selectiecommissie over te nemen. DVC is voornemens de opdracht aan Bouwbedrijf [bouwbedrijf 1] te gunnen.

2.9.

Bij brief van 25 april 2025 heeft [eisende partij] aan DVC verzocht om de gunningsbeslissing te (her)overwegen en heeft daarbij aangegeven dat:

• [eisende partij] zelf de ontbrekende constructieve onderdelen van het dak en tribune in haar offerte heeft meegenomen. [eisende partij] heeft navraag gedaan bij de constructeur van [constructeur] en die heeft aan [eisende partij] bevestigd dat zij de enige aannemer is die vragen heeft gesteld over de ontbrekende onderdelen en elementen. [eisende partij] is dus ook van mening dat zij als enige aannemer deze extra constructieve onderdelen in haar aanbieding heeft opgenomen;

• In de stuurgroep zit een lid (één van de stemgerechtigden in deze aanbesteding) waarvan zijn woning momenteel wordt versterkt en verbouwd door Bouwbedrijf [bouwbedrijf 1] . Enige objectiviteit wordt dus ook door [eisende partij] in twijfel getrokken;

• Door Project- en Bouwmanagement [naam project en bouwmanagement] is ook erkend dat zijn medewerker over de prijzen gesproken heeft.

2.10.

Bij brief van 2 mei 2025 heeft de raadsman van DVC onder meer aan [eisende partij] meegedeeld dat de door [eisende partij] afgegeven inschrijfprijs niet - een op een - aansluit bij de eisen en uitgangspunten genoemd in de uitnodigingsbrief. Verder is namens DVC aan [eisende partij] meegedeeld dat uit de antwoorden op de verduidelijkingsvragen is gebleken dat [eisende partij] haar inschrijving heeft gewijzigd, hetgeen niet is toegestaan. Bovendien is namens DVC vermeld dat zij van zich werpt dat de leden van de Stuurgroep partijdig danwel bevoordeeld zouden zijn.

3 Het geschil

3.1.

De vordering van [eisende partij] strekt ertoe:

Primair

  1. DVC te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing d.d. 24 april 2025 met betrekking tot perceel 1 binnen zeven dagen na dit vonnis, althans een in goede justitie te bepalen datum, in te trekken en DVC te verbieden de opdracht in perceel 1 aan Bouwbedrijf [bouwbedrijf 1] te gunnen;

  2. DVC te gebieden in perceel 1, indien vereniging DVC nog tot gunning wenst over te gaan, een nieuwe gunningsbeslissing ten faveure van [eisende partij] te nemen;

Subsidiair

  1. DVC te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing d.d. 24 april 2025 met betrekking tot perceel 1 binnen zeven dagen na dit vonnis, althans een in goede justitie te bepalen datum, in te trekken en DVC te verbieden de opdracht in perceel 1 aan Bouwbedrijf [bouwbedrijf 1] te gunnen;

  2. DVC te gebieden om de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden;

  3. DVC te gebieden, indien en voor zover DVC de opdracht in perceel 1 nog wenst te gunnen, binnen twee maanden na dit vonnis over te gaan tot een heraanbesteding van de onderhavige opdracht (perceel 1), nu er in de huidige aanbesteding door DVC in strijd is gehandeld met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht;

Zowel primair als subsidiair

I. elk gebod en verbod van dit petitum aan DVC op te leggen op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom ter hoogte van € 10.000,00 per dag (zegge: tienduizend euro) dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag voor elke kalenderdag (of deel daarvan) dat DVC geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan een veroordeling te voldoen, tot een maximumbedrijf van € 100.000,00 (zegge: honderdduizend euro);

II. DVC in de kosten van dit geding te veroordelen, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht, de nakosten en het tot aan deze uitspraak begrote bedrag aan salaris van de advocaat, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, althans vanaf de veertiende dag na de datum van het vonnis, tot aan de dag van de algehele voldoening.

3.1.1.

Ten grondslag van haar vordering heeft [eisende partij] onder meer het volgende aangevoerd.

Kort voor de indieningsdeadline van 31 maart 2025, op 30 maart 2025, ontdekte de door [eisende partij] ingeschakelde externe calculator dat er constructieve onderdelen ontbraken in de DO

tekeningen van de constructeur [constructeur] . Dit betrof onder meer het aanbrengen van schoren en steunen ten behoeve van de draagconstructie van de luifel. Zonder deze voorzieningen is de luifel constructief onvoldoende sterk, met als gevolg een verhoogd risico op opwaaien en/of instorting. Daarnaast ontbrak de hoofddraagconstructie voor de betonnen tribunes. [eisende partij] heeft hierop direct contact opgenomen met de constructeur ( [constructeur] ). Circa één uur voor de deadline, van 31 maart 2025, ontving [eisende partij] telefonisch de bevestiging (van de heer [naam] ) dat er essentiële elementen ontbraken (voor het dak en de tribune) in de tekening. [eisende partij] heeft deze ontbrekende elementen vervolgens in haar aanbieding opgenomen en separaat benoemd. [eisende partij] heeft dit gedaan om, conform de instructies uit de brief van 17 februari 2025, een volledige inschrijving te doen op basis van de beschikbaar gestelde documenten, zoals verzocht.

Door de ontbrekende constructieve onderdelen alsnog op te nemen, heeft [eisende partij] willen

voorkomen dat er na gunning sprake zou zijn van meerwerk, hetgeen in strijd zou kunnen zijn met het aanbestedingsrecht vanwege het risico op een wezenlijke wijziging van de opdracht.

[eisende partij] handelde daarmee uit zorgvuldigheid en in lijn met de aanbestedingsstukken. Volgens de constructeur was [eisende partij] de enige aannemer die hierover vragen stelde en dus ook de enige die deze elementen heeft meegenomen in de inschrijving.

[eisende partij] heeft de ontdekking van de ontbrekende constructieve onderdelen niet alleen intern verwerkt in haar aanbieding, maar hiervan ook expliciet melding gemaakt.

3.2.

DVC heeft verweer gevoerd.

3.2.1.

DVC heeft onder meer het volgende aangevoerd.In de aanbiedingsbrief is opgenomen:

“De inschrijvingsprijs is taakstellend na gunning, gezamenlijk met de architect, adviseurs

en projectmanager zullen de plannen verder worden uitgewerkt tot uitvoeringstekeningen met een technische omschrijving. U heeft daar uiteraard ook nog invloed op aangezien de inschrijfprijs taakstellend zal zijn. Basis daarbij is wel dat de kwaliteit van het gebouw niet minder mag worden dan tijdens de uitvraag en de uitstraling gelijkblijvend is. De definitieve uitvoeringstekeningen en technische omschrijving vormen de basis voor de aanneemovereenkomst.” (onderstreping adv.)

3.2.2.

Anders dan [eisende partij] in haar dagvaarding lijkt te stellen, blijkt hieruit dat de inschrijvers wisten, althans hadden moeten begrijpen, dat van een afgerond ontwerpproces (nog) geen sprake was. Er was immers geen volledig (Stabu)bestek waar prijs op gegeven diende te worden. Er moest in bouwteam nog verdere uitwerking tot uitvoeringstekeningen met een technische omschrijving plaatsvinden.

3.2.3.

Alleen de Algemene bepalingen PBG (...) maken deel uit van de aanbesteding. (...) Belangrijk is het bepaalde in par 01.02.01 waarin is aangegeven wat onder de hoofddraagconstructie wordt verstaan en wat de aannemer in het kader van de inschrijvingsprijs dient te berekenen. Aldaar is opgenomen:

Onder “hoofddraagconstructie” wordt verstaan de volgens de tekeningen en/of berekeningen van de constructeur aangegeven constructies. Hoewel eventueel ter informatie aangegeven op tekening van de constructeur, behoort niet tot de hoofddraagconstructies o.a. (inclusief verankeringen):

- Gevelverstijvingen c.q. voorzieningen t.b.v. gevelpuien.

- Geveldragers t.b.v. metselwerken.

- Prefab trappen en bordessen md. opleggingen.

- Niet dragende (binnen)wanden/metselwerk wanden.

- Traphekken en leuningen.

- Hulpconstructies.

- Voorzieningen ten behoeve van installaties op het dak en schermen rondom

deze installaties.

- Bouwkundige prefab betonnen onderdelen als dorpels, afdekbanden etc.

- Ophangconstructies t.b.v. installaties.

- Voorzieningen t.b.v. liftinstallaties als hijsbalken, schachtafscheidingen etc.

Deze onderdelen worden beschouwd als bouwkundige constructies.

Alle (overige) bouwkundige constructies, die al dan niet op de tekeningen en/of

berekeningen van de constructeur zijn aangegeven, dienen door de aannemer

getekend en berekend te worden.

(arcering vet door advocaat DVC )

3.2.4.

In randnummer 2.5 en 2.6 van de dagvaarding stelt [eisende partij] dat zij (zeer kort voor de

indieningsdeadline) ontdekte dat constructieve onderdelen ontbraken in de DO-tekeningen en dat de hoofddraagconstructie voor de betonnen tribunes ontbrak. [eisende partij] heeft de documenten onvoldoende tot zich genomen is de conclusie die DVC daaraan verbindt.

DVC stelt allereerst vast dat [eisende partij] hier een onjuiste constatering doet en hieraan bovendien de verkeerde conclusie verbindt door de bedoelde constructieve elementen geen deel uit te laten maken van haar inschrijfprijs, terwijl dit uitdrukkelijk wel de bedoeling is. DVC verwijst naar het vet gearceerde deel van par 01 .02.01 hierboven.

[eisende partij] had - verwijzend naar het Succi di Frutta arrest van het HvJ – hier als redelijk

geïnformeerd en normaal zorgvuldig inschrijver moeten begrijpen dat “Alle (overige)

bouwkundige constructies” van de inschrijving deel uitmaken en dus bij de inschrijfprijs

rekening mee moeten houden. Deze insteek is vanuit de bouwteamgedachte - met een niet tot op spijkerniveau uitgewerkt Stabu-bestek - ook volstrekt logisch.

(...) [eisende partij] (heeft) voor € 2.888777,03 ingeschreven, waarvan de op pagina 11 genoemde constructieve zaken – schoren/ steunen, tribune - kolom - ligger - bokjes (t.b.v. steun van beton tribune) – voor een bedrag ad € 39.338,00 ex BTW nadrukkelijk geen deel uitmaken. Die zaken hadden – net als de beide andere inschrijvers wel hebben gedaan – in de inschrijfprijs meegenomen moeten worden.

3.2.5.

Uit het Proces-verbaal van opening van de inschrijvingen d.d. 31 maart 2025

blijkt dat, ongeacht de vraag of de constructieve zaken ad € 39.338 ex BTW van de inschrijfprijs deel uitmaken of niet, [eisende partij] niet voor de laagste prijs heeft ingeschreven. Dat het verschil in euro’s in absolute zin klein te noemen is doet er niet toe. [bouwbedrijf 1] heeft voor de laagste inschrijfprijs ingeschreven, dat staat buiten kijf.

DVC betwist de stelling van [eisende partij] , die overigens als mosterd na de maaltijd komt, dat van

onvoldoende duidelijkheid over de omvang van de inschrijving en essentiële onderdelen van het werk sprake is geweest. [eisende partij] is een professionele partij van wie verwacht mag worden dat zij met de nodige zorg en kennis van zaken de aanbestedingsstukken leest, deze goed analyseert en op het juiste moment (en niet pas een uur voor feitelijke inschrijving) in actie komt bij gebreken of onduidelijkheden.

DVC houdt staande dat ook op dit onderdeel de aanbestedingstukken naar objectieve maatstaven voldoende duidelijk en transparant zijn. [eisende partij] had moeten begrijpen dat alle (overige) bouwkundige constructies, ook in geval die niet (volledig) op de tekeningen en/of berekeningen van de constructeur zijn aangegeven door haar getekend en berekend hadden moeten worden.

3.2.6.

Ten aanzien van het tijdig onderkennen van gebreken in aanbestedingsstukken wordt verder door DVC opgemerkt dat – voor zover van een gebrek al sprake zou zijn – [eisende partij] dit (ingevolge de Grossmann-doctrine) proactief had moeten beoordelen en hierover vragen had moeten stellen op het daartoe geëigende moment bij de inlichtingenronde. Uit de Nota van Inlichtingen blijkt dat hierover door geen enkele inschrijver een vraag is gesteld, dus ook niet door [eisende partij] . Alles was kennelijk voldoende duidelijk.

4 De beoordeling

5 De beslissing