Rechtbank Oost-Brabant, 26-06-2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:2998, 240387
Rechtbank Oost-Brabant, 26-06-2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:2998, 240387
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 26 juni 2013
- Datum publicatie
- 22 juli 2013
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2013:2998
- Zaaknummer
- 240387
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 217, Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 755
Inhoudsindicatie
Contradictoir. De offerte van de aannemer wijkt af van de uitvraag van de provincie. De opdracht is verleend conform offerte, dus de offerte is bepalend voor inhoud overeenkomst. Eiser is niet geslaagd in bewijsopdracht, eis wel toegewezen op andere grond.
Uitspraak
vonnis
Handelsrecht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/240387 / HA ZA 11-1718
Vonnis van 26 juni 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] ,
gevestigd te[vestigingsplaats],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
PROVINCIE NOORD-BRABANT,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. G.J.S. Bouwens te 's-Hertogenbosch.
Partijen zullen hierna [eiseres] en de provincie genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 21 maart 2012
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 24 mei 2012, houdende mondeling vonnis
- -
-
akte uitlating van [eiseres]
- -
-
akte overlegging producties van [eiseres]
- -
-
proces-verbaal van getuigenverhoor van 12 juli 2012
- -
-
proces-verbaal van tegenverhoor van 9 november 2012
- -
-
proces-verbaal van voortzetting tegenverhoor van 22 januari 2013
- -
-
conclusie na enquête van [eiseres]
- -
-
antwoordconclusie na enquête van de provincie.
Ten slotte is vonnis bepaald.
De rechter, ten overstaan van wie de getuigenverhoren zijn gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.
2 De feiten
Bij e-mailbericht van 12 november 2009 heeft Geofox-Lexmond bv (verder Geofox) op verzoek van de provincie [eiseres] uitgenodigd om een offerte op te stellen voor
-
het ter beschikking stellen van een aantal containers ten behoeve van de opslag van (verontreinigde) grond gedurende de periode van januari 2010 t/m juni 2010;
-
het transporteren van deze containers op afroep met (verontreinigde) grond naar een door u in te richten en ter beschikking te stellen tijdelijke opslag locatie;
-
nadat alle grond is vrijgekomen dient deze middels zeving te worden ontdaan van de puinfractie (vermoedelijk 30% puin)
-
Hierdoor ontstaan 2 stromen te weten:a. puinfractieb. grond (mogelijk verontreinigd)Voor deze 2 stromen dient afzet te worden gezocht bij een erkend verwerker danwel binnen een nuttige toepassing.
Bij de uitnodiging was een rapport verkennend bodemonderzoek gevoegd uit 2006 waaruit bleek dat er mogelijk sprake was van ernstige verontreiniging en niet toepasbare grond (productie 1 [eiseres] en productie 2 provincie). Aan [eiseres] is separaat nog een actualiserend bodemonderzoek uit 2008 toegezonden met als conclusie dat er waarschijnlijk sprake is van ernstige bodemverontreiniging (productie 3 provincie).
Op 18 november 2009 heeft [eiseres] om 12.27 uur bij e-mailbericht aan Geofox een offerte uitgebracht waarin de verwerking van de grond en het puin niet was begrepen (bijlage 1 bij productie 21 van [eiseres]). Naar aanleiding van die offerte heeft de heer [A] van Geofox telefonisch contact opgenomen. Hierna heeft [eiseres] bij e-mailbericht van 18 november 2013 17.33 uur een gewijzigde offerte uitgebracht. Deze offerte luidt voor zover relevant als volgt:
‘De werkzaamheden omvatten
- -
-
beschikbaar stellen containers
- -
-
transporteren van containers met grond (ca 2500m3) vanaf Museumkwartier naar een tussendepot;
- -
-
het zeven van de grond
- -
-
vrijgekomen reststromen afzetten als hergebruiksmateriaal in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit
Voornoemde werkzaamheden kunnen wij u aanbieden voor een bedrag van Euro 25,45 per ton
(...)
Ontdoener blijft eigenaar van de reststromen tot na acceptatie op hergebruikslocatie’
Deze offerte is nog eens aan Geofox gezonden bij brief van 3 december 2009. In de briefversie is onder de uit te voeren werkzaamheden tevens vermeld ‘het opslaan in depot van de gestorte grond gedurende 6 maanden’ (producties 3 en 4 [eiseres]).
Op 14 december 2009 vond er een bespreking plaats tussen [eiseres] en de projectmanager van de provincie, de heer [B], over de sloopwerkzaamheden die [eiseres] in opdracht van de provincie uitvoerde in het museumkwartier. Tijdens die bespreking is [eiseres] mondeling medegedeeld dat aan [eiseres] de opdracht voor de sanering zou worden verstrekt.
Op 22 januari 2010 is [eiseres] begonnen met (de voorbereiding van) de saneringswerkzaamheden. De heer [B] heeft namens de provincie bij e-mailbericht van 28 januari 2010 bevestigd dat de schriftelijke opdracht voor de saneringswerkzaamheden overeenkomstig de inschrijving van 3 december 2009 zal worden opgedragen aan [eiseres] (productie 5 [eiseres]).
Op 25 maart 2010 is tijdens een werkoverleg besproken dat grote stukken puin rechtsreeks naar de puinbreker afgevoerd konden worden, zonder eerst in depot gezet te worden. Voor dit puin is toen een prijs afgesproken van € 11,25 per ton.
In haar brief van 11 mei 2010 schrijft de provincie:
‘Onder leiding van Geofox-Lexmond heeft eind december 2009 de aanbesteding van de bodemsaneringswerkzaamheden plaatsgevonden. Op grond van uw inschrijving d.d. 03.12.2009 met kenmerk G-2341 verstrekken wij u hierbij opdracht voor het uitvoeren van de omschreven saneringswerkzaamheden. De prijs voor het aannemen in containers, afvoeren, opslaan in depot, zeven, het afzetten van vrijkomende reststromen, e.d. bedraagt € 25,45 per ton, exclusief btw. De prijs voor het aannemen, afvoeren e.d. van schone grond en puin bedraagt € 11,25 per ton exclusief btw.’
(productie 6 [eiseres])
Nadat in juni 2010 alle grond was afgevoerd en in depot gezet bij de Grond- en reststoffenbank Zuid-Nederland bv, is de grond in opdracht van de provincie in juli 2010 gezeefd en gekeurd. De grond bleek niet geschikt voor hergebruik.
Op 27 september 2010 heeft [eiseres] aan de provincie een offerte uitgebracht voor meerwerk: afzet inclusief transportkosten van de ernstig verontreinigde grond voor een meerprijs van € 27,60 per ton. Daarnaast wijst [eiseres] erop dat het depotgebruik reeds langer dan 6 maanden heeft plaatsgevonden en dat dit resulteert in meerwerk van € 1,50 per ton per maand. De provincie heeft naar aanleiding van die offerte om een specificatie verzocht, welke is gegeven bij brief van 28 september 2010 (producties 8 en 9 [eiseres]).
Bij brief van 4 november 2010 heeft de provincie zich op het standpunt gesteld dat het verwerken van de grond geen meerwerk oplevert maar onderdeel uitmaakt van de overeenkomst.
De provincie heeft eind 2011 opdracht gegeven aan [C] (verder[C]) de grond af te voeren en te verwerken.[C] heeft de provincie daarvoor bij factuur van 11 februari 2012 een bedrag van € 85.191,31 inclusief btw in rekening gebracht. Bij factuur van 5 mei 2012 heeft[C] de provincie nog € 8.795,93 inclusief btw in rekening gebracht voor zand voor ophoging (producties 4 en 5 provincie).
Op 25 juli 2011 heeft [eiseres] de provincie een factuur toegezonden van in totaal € 100.920,35 inclusief btw voor
zeven grond € 14.514,08
afzetkosten puinfractie na zeving € 870,18
depotkosten aug. 2010 t/m juli 2011 € 69.422,76
(productie 14 [eiseres]).
Op 24 januari 2012 heeft [eiseres] de provincie een factuur toegezonden van € 34.422,12 inclusief btw voor de depotkosten augustus 2011 t/m december 2011. Op 28 april 2011 heeft [eiseres] de provincie nog een factuur toegezonden van € 17.754,25 inclusief btw voor de depotkosten januari 2012 t/m mei 2012 (producties 19 en 20 [eiseres]).
3 Het geschil
[eiseres] vordert na vermeerdering van eis samengevat - veroordeling van de provincie tot betaling van € 100.920,25, € 34.422,12 en € 17.754,25, telkens te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur en kosten.
De provincie voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
De provincie vordert na vermeerdering en vermindering van eis samengevat - veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 53.916,88 vermeerderd met rente en kosten.
[eiseres] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.