Rechtbank Oost-Brabant, 23-07-2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:4153, 01/997021-09
Rechtbank Oost-Brabant, 23-07-2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:4153, 01/997021-09
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 juli 2014
- Datum publicatie
- 23 juli 2014
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2014:4153
- Zaaknummer
- 01/997021-09
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor 6 economische delicten (kort gezegd asbest gerelateerde feiten) en valsheid in geschrift. Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verdachte negeerde stelselmatig aanwijzingen van autoriteiten. Hield zich niet aan een voorlopige maatregel (WED). Milieu en gezondheidsbelangen van medemensen in het geding. Motief geldelijk gewin.
Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf wordt afgewezen.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Team strafrecht
Parketnummer: 01/997021-09
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging: 20/002250-08
Datum uitspraak: 23 juli 2014
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1953],
wonende te [adres 1].
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 december 2012, 13 januari 2014 en 9 juli 2014.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 26 september 2012. Ter terechtzitting van 13 januari 2014 is de behandeling van de onder 1 tot en met 7 aan verdachte ten laste gelegde feiten afgesplitst van de behandeling van de onder 8 en 9 ten laste gelegde feiten alsmede de aanhangige ontnemingsvordering. Ter terechtzitting van 9 juli 2014 zijn derhalve alleen de onder 1 tot en met 7 aan verdachte ten laste gelegde feiten behandeld. Dit vonnis ziet dan ook enkel op die feiten.
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 9 juli 2014 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 maart 2009 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, terwijl aan [persoon 1] door Burgemeester en Wethouders van genoemde gemeente bij besluit van 5 juli 2005 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel [adres 2], oprichten en in werking hebben van een inrichting als bedoeld in categorie 11 en/of 28 van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers was in strijd met voorschrift 14.4.1, asbest(houdend) afval niet onmiddellijk verpakt in afgesloten niet-luchtdoorlatend, van voldoende sterkte, kunststof verpakkingsmateriaal en/of was in strijd met voorschrift 14.4.5 de container waarin asbest en/of asbesthoudend afval was opgeslagen niet op duidelijke wijze van de in dat voorschrift genoemde aanduidingen voorzien; (Zaak 2)
hij op of omstreeks 27 en/of 31 mei 2010 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, in elk geval binnen het grondgebied van Nederland, (een) handeling(en) heeft verricht als bedoeld in artikel 2 onder 35 sub a en/of b van de verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, immers heeft hij afvalstoffen, te weten asbestcement, althans asbesthoudende afvalstoffen, overgebracht van Nederland naar België, terwijl die overbrenging geschiedde zonder kennisgeving aan en/of (schriftelijke) toestemming van alle/de betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomstig genoemde verordening; (Zaak 5) (Artikel 10.60 van de Wet milieubeheer)
hij op of omstreeks 27 en/of 28 juli 2010, te Budel in de gemeente Cranendonck, op het perceel [adres 3], tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk, terwijl de concentratie van asbeststof was ingedeeld in risicoklasse 2 als bedoeld in artikel 4.48 onderscheidenlijk artikel 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, de volgende handelingen heeft verricht en/of doen verrichten
- -
-
het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van (een) bouwwerk(en) of object(en), terwijl in dat/die bouwwerk(en) en/of object(en) asbest of een asbesthoudend product was verwerkt en/of
- -
-
asbest en/of asbesthoudende producten verwijderen uit een of meer bouwwerken en/of objecten,
terwijl hij en/of voornoemde ander(en) daarbij niet handelde(n) in de uitoefening van een bedrijf en/of niet (een) bedrijf/bedrijven was/waren dat/die in het bezit was/waren van een certificaat als bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid van bovengenoemd besluit; (Zaak 6) (Artikel 6, eerste lid sub a en/of b van het Asbestverwijderingsbesluit 2005)
hij op of omstreeks 27 en/of 28 juli 2010, althans in of omstreeks de maand juli 2010, te Maarheeze en/of Budel, in de gemeente Cranendonck, althans in Nederland, opzettelijk een begeleidingsbrief (dossierpagina 6049) en/of een Melding Arbeidsinspectie en Certificerende Instelling (dossierpagina 6045 en 6046), zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, althans heeft vervalst hebbende hij, verdachte toen daar opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid in die begeleidingsbrief vermeld dat [bedrijf 1] ontdoener was van asbesthoudend afval en/of dat [bedrijf 2] ontvanger was van asbesthoudend afval en/of dat het transport van asbesthoudend afval geschiedde onder afvalstroomnummer [nummer 1] en/of in die Melding Arbeidsinspectie en Certificerende Instelling heeft vermeld dat [bedrijf 1] toen gebruik maakte van KOMO-certificaat met nummer AV-167/1 met het oogmerk om voormelde begeleidingsbrief en/of Melding als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken; (Zaak 6) (Artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)
hij in of omstreeks de periode van 18 maart 2009 tot en met 1 juli 2010 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, tezamen en in vereniging althans alleen, al dan niet opzettelijk, terwijl aan [persoon 1] door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck bij besluit van 5 juli 2005 een vergunning krachtens de Wet milieubeheer was verleend tot het in die gemeente in of op het perceel [adres 2] te Maarheeze, kadastraal bekend gemeente Maarheeze, [nummer 2], oprichten en in werking hebben van een inrichting als bedoeld in categorie 11 en/of 28 van bijlage I van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, in elk geval een inrichting als bedoeld in de bijlagen I en/of III van voornoemd besluit, zich, al dan niet opzettelijk, heeft gedragen in strijd met een of meer voorschriften verbonden aan voormelde vergunning, immers heeft hij in strijd met voorschrift 1.1.1. van voornoemde vergunning binnen de inrichting 250 m3, althans meer dan 35 m3, asbesthoudend materiaal aanwezig gehad; (995202/10) (Artikel 18.18 van de Wet milieubeheer)
hij op of omstreeks 1 juli 2010 te Maarheeze, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een in of op perceel [adres 2] gelegen inrichting, zinde een inrichting genoemd in Categorie 11 en/of 28 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit behorende bijlage I, heeft veranderd en/of de werking daarvan heeft veranderd, ten aanzien van de opslag van ongeveer 20 blikken lak van ongeveer 20 liter; (995021/10) (Artikel 8.1 van de Wet milieubeheer)
hij in of omstreeks de periode van 23 september 2010 tot en met 29 september 2010 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, - nadat aan verdachte vanwege de Officier van Justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch, ingevolge artikel 28 van de Wet op de economische delicten, als voorlopige maatregel was bevolen zich te onthouden van het (doen) verplaatsen, aanroeren, bewerken, verwerken en/of verplaatsen van het binnen de inrichting ([adres 2] te Maarheeze) aanwezige asbest en welke voorlopige maatregel verdachte op 2 juli 2010 in persoon was betekend - meermalen, in elk geval eenmaal, opzettelijk heeft gehandeld, en/of opzettelijk heeft nagelaten in strijd met die voorlopige maatregel, immers heeft verdachte (telkens) toen daar opzettelijk bedoeld asbest verpakt of laten verpakken en/of in containers geladen of laten laden en/of de containers met asbest uit de inrichting verwijderd of laten verwijderen; (Zaak 7) (Artikel 33 van de Wet op de economische delicten)
Voor zover in de gewijzigde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.