Rechtbank Oost-Brabant, 27-02-2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1327, C/01/288440 / KG ZA 15-6
Rechtbank Oost-Brabant, 27-02-2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1327, C/01/288440 / KG ZA 15-6
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 27 februari 2015
- Datum publicatie
- 11 maart 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2015:1327
- Zaaknummer
- C/01/288440 / KG ZA 15-6
Inhoudsindicatie
Aanbesteding bouw studentenflat door woningcorporatie. Private aanbesteding.
Uitspraak
vonnis
Handelsrecht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/288440 / KG ZA 15-6
Vonnis in kort geding van 27 februari 2015
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats],
eiseres,
advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk,
tegen
de stichting
STICHTING WOONBEDRIJF SWS.HHVL,
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde,
advocaat mr. P.W.H. van Wijmen en mr. C.J.M. Weebers-Vrenken te Eindhoven,
in welke zaak is tussengekomen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[tussengekomen partij],
gevestigd te Son en Breugel,
tussengekomen partij,
advocaat mr. M.B.A. Alkema te Breda.
Partijen worden [eiseres], Woonbedrijf en [tussengekomen partij] genoemd.
1 De procedure
Op 6 januari 2015 heeft [eiseres] Woonbedrijf gedagvaard om op 19 februari 2015 te verschijnen ter zitting in kort geding.
Bij brief van 11 februari 2015 heeft [eiseres] een kopie van de betekende dagvaarding en 11 producties ingebracht.
Bij brief van 12 februari 2015 heeft mr. Alkema namens [tussengekomen partij] een incidentele vordering tot primair tussenkomst, subsidiair voeging, ingebracht, met de aankondiging dat deze vordering tijdens de mondelinge behandeling zou worden ingesteld.
Bij brief van 16 februari 2015 zijn namens Woonbedrijf de producties 1 tot en met 4 ingediend.
De zitting is gehouden op 19 februari 2015. [eiseres], Woonbedrijf en [tussengekomen partij] zijn daar met hun advocaten verschenen.
De voorzieningenrechter heeft eerst de door [tussengekomen partij] ingestelde incidentele vordering tot (primair) tussenkomst aan de orde gesteld. [eiseres] en Woonbedrijf hebben zich desgevraagd niet tegen de tussenkomst verzet. De voorzieningenrechter heeft daarop geoordeeld dat [tussengekomen partij], als partij aan wie Woonbedrijf voornemens is in een aanbesteding de opdracht te gunnen, belang heeft bij tussenkomst in dit tussen, de voorlopige verliezer van de aanbesteding, [eiseres] en Woonbedrijf aanhangige kort geding. [tussengekomen partij] is toegelaten als tussenkomende partij.
[tussengekomen partij] heeft vervolgens, op gronden als uiteengezet in een overgelegde korte pleitnota van mr. Alkema, er bezwaar tegen gemaakt dat aan haar de kennisneming is onthouden van de producties 5A, 5B, 5C en 6 van [eiseres] en de producties 2, 3 en 4 van Woonbedrijf. [eiseres] heeft zich gemotiveerd verzet tegen de verstrekking van die producties aan [tussengekomen partij]. Woonbedrijf heeft doen blijken een beslissing met de strekking dat [tussengekomen partij] alsnog kennis krijgt van de bedoelde producties (waarbij enkele zeer specifieke gegevens onleesbaar zouden moeten blijven) te kunnen billijken. De voorzieningenrechter heeft vervolgens als zijn voorlopig gevoelen doen blijken dit aanbestedingsgeschil bezwaarlijk eerlijk ter zitting te kunnen behandelen en daarin een begrijpelijk vonnis te kunnen wijzen, zonder op een, ook voor [tussengekomen partij], controleerbare wijze te putten uit de onderhavige producties. In die producties is de essentie van de verwijten van [eiseres] aan Woonbedrijf belichaamd. Daarop hebben [eiseres] en Woonbedrijf een kopie van de betreffende producties aan mr. Alkema verstrekt.
Na een leespauze van ongeveer een kwartier ten behoeve van mr. Alkema, hebben partijen verklaard dat de behandeling van het kort geding kon worden voortgezet. De voorzieningenrechter heeft acht geslagen op alle in het geding gebrachte producties, dit in de wetenschap dat met instemming van [tussengekomen partij] enkele zeer specifiek op de inschrijving van [eiseres] betrekking hebbende gegevens voor [tussengekomen partij] onleesbaar waren gemaakt.
Alle partijen hebben mede aan de hand van de overgelegde pleitnotities van hun advocaten hun standpunt toelicht, vragen van de voorzieningenrechter beantwoord en gereageerd op elkaars argumenten.
Tenslotte is vonnis bepaald. Het vonnis was enige dagen eerder gereed dan voorzien. Mede gezien het evidente spoedeisende karakter van de zaak is de uitspraak vervroegd.
2 De feiten
Woonbedrijf is een woningcorporatie die opereert in Eindhoven en omgeving. Op 15 juli 2014 heeft Woonbedrijf op de TED-website een aankondiging gedaan van een opdracht. De opdracht betreft de bouw van een woontoren met 14 bouwlagen met wooneenheden voor internationale studenten op de TU-campus te Eindhoven. In de aankondiging is aangegeven dat het gaat om een niet-openbare aanbestedingsprocedure, waarbij minimaal vijf ondernemingen zou worden verzocht in te schrijven of deel te nemen. Onder de gunningscriteria is vermeld dat het zal gaan om de economisch meest voordelige inschrijving, gelet op: 1. plan van aanpak, weging 50, en: 2. Prijs, weging 50.
De Selectieleidraad d.d. 10 juli 2014 is verstrekt aan verschillende bedrijven. Deze bedrijven werden uitgenodigd zich aan te melden als gegadigde voor de realisatie van het project. In de Selectieleidraad is - voor zover van belang - het volgende bepaald:
‘(...)
Inleiding
(...)
Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl is een private partij en is de ontwikkelaar en eigenaar van de nieuwbouw studentenhuisvesting (...).
De aanbesteding van het project vindt plaats volgens een Europese niet-openbare procedure, conform het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012). Daar waar de selectieleidraad, de gunningsleidraad en/of het bestek afwijkt van het ARW2012, prevaleert de selectieleidraad, de gunningsleidraad en/of het bestek.
(...)
2 Partijen
Aanbesteder
(...)
Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl (hierna genoemd: Woonbedrijf) is een private instelling en kwalificeert derhalve niet als aanbestedende dienst in de zin van de Aanbestedingswet. Woonbedrijf zal na gunning een overeenkomst sluiten met de partij waaraan de opdracht gegund is.
(...)’
[eiseres] heeft deelgenomen aan de selectiefase en is door Woonbedrijf geselecteerd om deel te nemen aan de gunningsfase. Bij brief van 24 oktober 2014 heeft [naam ontwikkelingsmanager] bij [naam begeleider Woonbedrijf], welk bedrijf door Woonbedrijf als begeleider aangesteld is bij de aanbesteding, aan [eiseres] laten weten dat zij uitgenodigd is om deel te nemen aan de gunningsfase. Er zijn ook vier andere bouwbedrijven uitgenodigd, waaronder [tussengekomen partij].
De Gunningsleidraad d.d. 23 oktober 2014 bevat - voor zover hier in het bijzonder van belang - de volgende informatie omtrent de aanbesteding:
‘(...)