Rechtbank Oost-Brabant, 25-11-2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:6746, C/01/285679 / HA ZA 14-814
Rechtbank Oost-Brabant, 25-11-2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:6746, C/01/285679 / HA ZA 14-814
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 25 november 2015
- Datum publicatie
- 26 november 2015
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2015:6746
- Zaaknummer
- C/01/285679 / HA ZA 14-814
Inhoudsindicatie
bankgarantie
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/285679 / HA ZA 14-814
Vonnis van 25 november 2015
in de zaak van
1 naamloze vennootschap NV MONUMENTEN FONDS BRABANT,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LANDGOED KASTEEL MAURICK B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eiseressen,
advocaat mr. E.H.H. Schelhaas te 's-Hertogenbosch,
tegen
de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid
COÖPERATIEVE RABOBANK 'S-HERTOGENBOSCH E.O. U.A.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
gedaagde,
advocaat mr. H.A.J. Wessel-Krijger te Doesburg.
Partijen zullen hierna NV Monumenten Fonds Brabant, Landgoed en Rabobank genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 10 juni 2015
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 12 oktober 2015. Mr. Schelhaas heeft het woord gevoerd aan de hand van comparitieaantekeningen die aan het proces-verbaal zijn gehecht.
Rabobank heeft de contragaranten niet in vrijwaring gedagvaard omdat het belang daarvan is komen te ontvallen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De besloten vennootschap Restaurant Maurick B.V., hierna te noemen ‘Restaurant’ heeft sinds 1 oktober 1996 van Landgoed het kasteel Maurick, gelegen te Vught, hierna te noemen ‘Kasteel’ gehuurd. De huur was aanvankelijk gebaseerd op een mondelinge overeenkomst. Restaurant en Landgoed waren destijds beide eigendom van de besloten vennootschap Wegenbouwers B.V.
Met ingang van 2 juli 2007 heeft Wegenbouwers de aandelen van Landgoed aan NV Monumenten Fonds Brabant verkocht. Landgoed bleef eigenaar van het Kasteel. Wegenbouwers B.V. heeft in 2007 Restaurant aan een derde verkocht.
Per 2 juli 2007 hebben Landgoed en Restaurant de huurovereenkomst schriftelijk vastgelegd.
Art. 7.1. van de huurovereenkomst houdt het volgende in: “Huurder zal bij ondertekening van deze overeenkomst een afroepbankgarantie stellen ter hoogte van drie maanden huur, inclusief BTW, bij deze vastgesteld op € 100.074,- (éénhonderdduizend vierenzeventig euro).”
Vervolgens heeft Restaurant aan Van Lanschot gevraagd om de bankgarantie namens haar te stellen. Als verhuurster en begunstigde staat in de door Van Lanschot afgegeven bankgarantie vermeld NV Monumenten Fonds Brabant. Voorts staat in de bankgarantie dat Van Lanschot zich verbindt om: “(...) op eerste schriftelijke verzoek van de verhuurster of haar rechtverkrijgende(n), zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, aan de verhuurster te zullen voldoen al hetgeen de verhuurster volgens haar schriftelijke verklaring uit hoofde van deze garantie van de ondergetekende vordert, met inachtneming van bovenvermeld maximumbedrag ad € 100.074,00.”
In 2010 heeft Rabobank op verzoek van Restaurant een nieuwe bankgarantie afgegeven ter vervanging van de door Van Lanschot afgegeven bankgarantie. NV Monumenten Fonds Brabant is daarin opnieuw als begunstigde aangemerkt. De inhoud van de bankgarantie luidt als volgt:
“ De ondergetekende (...) Rabobank, in aanmerking nemende dat bij akte d.d. 2 juli 2007 is gesloten een huurovereenkomst tussen verhuurder Monumenten Fonds Brabant N.V. (...)
hierna(...) te noemen: verhuurder,
en huurder (...) Restaurant (....) hierna (...) te noemen: huurder,
betreffende de huur en verhuur van (...) Kasteel (...) verklaart zich door deze bij wijze van zelfstandige verbintenis tegenover verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant te stellen voor al hetgeen huurder ingevolge de bovengenoemde huurovereenkomst (...) aan verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) verschuldigd zal worden.
Ondergetekende verplicht zich voorts om als eigen schuld aan verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) te zullen vergoeden alle schade, door hem te lijden, doordat de huurovereenkomst in geval van faillissement, of aan huurder verleende surséance van betaling ingevolge de opzegging door de curator of door huurder en de bewindvoerder, tussentijds zal worden beëindigd.
Deze verplichtingen van ondergetekende worden beperkt tot een maximum bedrag van €100.074,00,zegge: éénhonderdduizendvierenzeventig euro.
(volgen twee witregels, opmerking rechtbank)
Ondergetekende verbindt zich op eerste schriftelijk verzoek van verhuurder of diens rechtverkrijgende(n) zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, aan verhuurder te zullen voldoen al hetgeen verhuurder volgens diens schriftelijke verklaring uit hoofde van deze garantie van ondergetekende vordert, met inachtneming van bovenvermeld maximum bedrag. (...)
Deze bankgarantie strekt ter vervanging van de bankgarantie afgegeven door Van Lanschot Bankiers d.d. 15 juni 2007 (...)”
Voor deze bankgarantie hebben Restaurant en Jog Schipflinger Kasteel Maurick B.V. (hierna: Holding) zich als contragaranten gesteld.
Vanaf 2011 bleef Restaurant stelselmatig in gebreke met betaling van de maandelijkse huurtermijnen. De totale betalingsachterstand overschreed het maximale bedrag waarvoor de bankgarantie is afgegeven.
Bij brief van 17 juni 2014 heeft de raadsman van Restaurant en Holding Rabobank kenbaar gemaakt dat het haar niet vrijstond om, bij een beroep van NV Monumenten Fonds Brabant op de onderhavige bankgarantie, over te gaan tot uitkering daarvan. Als Rabobank een beroep op de bankgarantie toch zou honoreren, dan zou Rabobank aansprakelijk zijn jegens hen. De reden die Restaurant en Holding daarvoor gaven was dat NV Monumenten Fonds Brabant nimmer verhuurder was of is geweest. De verhuurder was de 100% dochter van NV Monumenten Fonds Brabant, Landgoed. Ter illustratie ontving Rabobank een afschrift van de factuur van Landgoed aan Restaurant met betrekking tot de huurpenningen van 1 maart 2014.
Bij brief van 30 juni 2014 heeft NV Monumenten Fonds Brabant Rabobank verzocht om het maximumbedrag ad € 100.074,00 aan haar uit te keren.
Restaurant is per 1 juli 2014 in staat van faillissement komen te verkeren.
Bij brief van 8 juli 2014 heeft Rabobank laten weten niet tot uitbetaling te zullen overgaan.
Hangende deze procedure heeft Rabobank gevorderd haar toe te staan Holding en de curator q.q. van Restaurant in vrijwaring op te roepen. Deze vordering is bij vonnis van 15 april 2015 toegewezen. Op 18 mei 2015 hebben de curator en Holding ermee ingestemd dat, indien bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak komt vast te staan dat Rabobank onder de bankgarantie dient uit te keren, zij het door haar betaalde bedrag, vermeerderd met rente en kosten, onder de contragarantie kan claimen en kan verrekenen. Omdat door deze instemming het belang bij de vrijwaring is komen te vervallen, heeft Rabobank die partijen uiteindelijk toch niet in vrijwaring gedagvaard.