Rechtbank Oost-Brabant, 24-08-2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:4864, C/01/293908 / HA ZA 15-372
Rechtbank Oost-Brabant, 24-08-2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:4864, C/01/293908 / HA ZA 15-372
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 augustus 2016
- Datum publicatie
- 1 september 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2016:4864
- Zaaknummer
- C/01/293908 / HA ZA 15-372
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 04-02-2025 tot 28-06-2025] art. 228, Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025], Burgerlijk Wetboek Boek 7 [Tekst geldig vanaf 12-02-2025 tot 01-07-2025] art. 17
Inhoudsindicatie
Contradictoir. Is er sprake van non-conformiteit nu zich in de door de Staat aan de gemeente Vught geleverde percelen grond (voormalige kazerneterreinen) nog conventionele esxplosieven bevinden.
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/293908 / HA ZA 15-372
Vonnis in hoofdzaak van 24 augustus 2016
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VUGHT,
zetelend te Vught,
eiseres,
advocaat mr. C.B.E. Gramberg te Eindhoven,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN FINANCIËN,
zetelend te 's-Gravenhage,
gedaagde,
advocaat mr. G.J. Huith te 's-Gravenhage.
Partijen zullen hierna Gemeente Vught en de Staat genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 16 september 2015;
- -
-
akte wijziging c.q. vermeerdering van eis tevens houdende akte overlegging aanvullende producties;
- -
-
akte houdende overlegging productie aan de zijde van de Staat;
- -
-
akte houdende overlegging aanvullende producties;
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 14 april 2016.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Bij notariële akte van ruil en levering heeft de Gemeente Vught van de Staat geleverd gekregen de voormalige Frederik Hendrik Kazerne (exclusief schietbanen), gelegen aan de Loonsebaan en de Kampdijklaan te Vught alsmede een aansluitend gedeelte van de Vughtse Heide, bestaande uit een drietal in de akte omschreven percelen grond. Voorts is bij deze akte geleverd het sportveld bij de Isabellakazerne, gelegen aan de Isabellastraat en de Kampdijklaan, bestaande uit een tweetal in de akte beschreven percelen grond (in de akte verder genoemd registergoed A).
De staat heeft geleverd gekregen een tweetal in de akte beschreven percelen grond (in de akte verder genoemd registergoed B).
De waarde van de aan de Gemeente Vught geleverde percelen grond bedroeg € 7.145.000,00. De waarde van de aan de Staat geleverde percelen grond bedroeg € 170.000,00. De gemeente Vught heeft om die reden aan de Staat een toegift betaald, groot € 6.975.000,00.
In voormelde akte zijn, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen opgenomen:
“ AFWIJKING GERUILDE
ARTIKEL 2
Indien de hiervoor vermelde grootte(n) van het over en weer Geruilde en/of de verdere omschrijving(en) daarvan niet juist of niet volledig is/zijn, ontlenen partijen daaraan geen rechten.
AANVAARDING
ARTIKEL 3
Het Geruilde wordt over en weer aanvaard in de feitelijke staat, waarin het zich ten tijde van het sluiten van de ruilovereenkomst bevond, geheel ontruimd, vrij van huur of pacht of ander gebruiksrecht(en), behoudens de hierna in de artikelen 8 en 9 genoemde.
Het voortgezet gebruik door de respectievelijke partijen als zorgvuldig schuldenaar(s) vanaf voormeld tijdstip tot aan het tijdstip van feitelijke levering wordt geacht geen wijziging te hebben aangebracht in de staat van het over en weer Geruilde.
............
EXPLOSIEVEN EN MUNITIE
ARTIKEL 11
-
Voorzover in het Registergoed A explosieven en munitie zou worden aangetroffen, die als oorlogsmaterieel (periode negentienhonderdveertig negentienhonderdvijfenveertig of daarvoor) kan worden aangemerkt, komen alle kosten voor de verwijdering daarvan geheel voor rekening van de Gemeente.
-
Indien het explosieven en munitie betreft, waarvan kan worden vastgesteld dat deze dateren van na negentienhonderdvijfenveertig, komen de kosten voor de verwijdering daarvan voor rekening van de Staat.
-
In opdracht van de Staat werd door de Explosieven Opruimingsdienst van de Koninklijke Landmacht (‘ EODKL ’) een archiefonderzoek ingesteld naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven in het Registergoed A. Ter zake werd door de EODKL een Rapport van Vooronderzoek de dato veertien juni tweeduizend vijf uitgebracht. In die rapportage wordt door de EODKL geconcludeerd dat het niet noodzakelijk is om in het betreffende gebied een opsporingsactie te laten uitvoeren.”
In het hiervoor aangehaalde artikel 3 van de overeenkomst genoemde rapport van de EODKL zijn de volgende conclusies opgenomen:
“a, In het archief over landmijnen in Nederland zijn geen aanwijzingen gevonden die er op duiden dat er in of nabij het betreffende gebied mijnenvelden hebben gelegen.
b. in het archief over ruimingen door de EOD in Nederland zijn geen aanwijzingen gevonden die er op duiden dat in of nabij het betreffende gebied een verhoogde kans bestaat, anders dan elders in Nederland, op de aanwezigheid van explosieven.
c. bij onderzoek in de archieven over luchtaanvallen op doelen in Nederland zijn geen aanwijzingen gevonden die er op duiden dat in of nabij het betreffende gebied mogelijk niet ontplofte vliegtuigbommen aanwezig zijn.”
Voorts wordt de volgende aanbeveling opgenomen:
“a. Gelet op de conclusie lijkt het ons niet noodzakelijk om in het betreffende gebied een opsporingsactie uit te laten voeren.
b. Indien tijdens werkzaamheden in het betreffende gebied toch explosieven worden aangetroffen, kunt u deze via de politie melden aan het EOCKL te Culumborg.”
De hiervoor genoemde gronden werden door de Gemeente Vught verkregen in het kader van de ontwikkeling van het plan Stadhouderspark (een woningbouwproject).
Bij voorbereidingswerkzaamheden met het oog op de planontwikkeling van Stadhouderspark heeft de Gemeente Vught herhaalde malen explosieven en/of munitie aangetroffen.
Op 26 juni 2012 heeft REASeuro B.V. in opdracht van de Gemeente Vught een rapport uitgebracht waarin de resultaten zijn neergelegd van een historisch vooronderzoek. Aanleiding voor dit onderzoek was, blijkens het rapport, de behoefte van de Gemeente Vught aan een gemeentedekkend onderzoek met een daaraan gekoppelde CE-Bodembelastingkaart, waarmee in één oogopslag eventuele risico’s in toekomstige projecten kunnen worden afgelezen een en ander in verband met het in de afgelopen decennia spontaan aantreffen van conventionele explosieven (rb: verder te noemen CE) in diverse projecten.
Reaseuro B.V. komt vervolgens, kort samengevat, tot de conclusie dat in de hele gemeente Vught rekening moet worden gehouden met een verhoogde kans op het aantreffen van CE en als verdacht gebied moet worden aangemerkt. Geadviseerd wordt de (deel-)projecten die de komende jaren gaan spelen in het verdachte gebied te inventariseren en de kosten voor een eventueel benodigd CE-bodemonderzoek te begroten.
Vervolgens heeft de Gemeente Vught opdracht gegeven aan adviesbureau Expload B.V. om te onderzoeken of het door de EODKL in 2005 verrichte vooronderzoek met voldoende diepgang is uitgevoerd. In haar rapport van 15 november 2012 komt Expload B.V. tot de volgende conclusies:
“- op basis van de meldingen van naoorlogs aangetroffen CE, zowel uit het archief als van de EODD, blijkt dat in woongebied Stadhouderspark CE is neergekomen en/of achtergelaten.
- -
-
op basis van munitieruimrapporten van de EODD die zijn geraadpleegd blijkt dat enkele granaten in het gebied terecht gekomen zijn.
- -
-
In de periode van 1974 tot 1987 zijn CE aangetroffen op beide voormalige kazerneterreinen.
- -
-
Beide kazernes zijn intensief gebruikt voor oefendoeleinden. Op de Vughterheide is veelvuldig geoefend met 2 inch rookmortieren. In de periode van 1974 tot 1987 is spontaan één 2 inch rookgranaat aangetroffen.”
Op basis van de hiervoor genoemde conclusies beantwoordt Expload B.V. de onderzoeksvraag als volgt:
“Ondanks dat er in 2005 nog geen richtlijnen bestonden voor het uitvoeren van Vooronderzoeken, hadden bij het bepalen of binnen het onderzoeksgebied mogelijk CE achtergebleven kan zijn, minimaal :
- -
-
de meldingen van door de EODD geruimde CE geraadpleegd moeten worden;
- -
-
het gebruik van soorten diverse CE binnen de defensiegronden nader moeten worden onderzocht.”
Bij brief van 29 januari 2013, verzonden 30 januari 2013 heeft de Gemeente Vught de Staat aansprakelijk gesteld voor de schade voor de onvoorziene kosten aan de zijde van de Gemeente Vught voor de uitgevoerde vooronderzoeken en de meerkosten in het vervolgtraject, een en ander het gevolg zijnde van het geschetste onvolledige en onjuiste beeld van de veiligheid en de geschiktheid van de locatie.
Begin 2014 heeft de Gemeente Vught aan adviesbureau ExploVision B.V. verzocht een second opinion te verrichten op basis van de aanwezige vooronderzoeken en rapporten. ExploVision heeft op 27 februari 2014 haar rapport uitgebracht. In dit rapport komt ExploVision tot de volgende conclusies en aanbevelingen:
“4.1 Conclusie
Op basis van de beoordelingen van de rapporten zijn de conclusies van ExploVision als volgt:
-
Het uitgevoerde onderzoek van de EOD uit 2005 is summier van aanpak en inhoud.
-
Er vindt geen duidelijk verwijzing naar bronnen plaats. Hierbij wordt opgemerkt dat in 2005 er nog geen eenduidige eisen aan en/of richtlijnen voor het opstellen van een vooronderzoek CE bestonden.
-
Uit het vooronderzoek van REASEuro wordt duidelijk dat er al eerder (1995) door de EODD is geadviseerd om zoekacties uit te voeren naar CE. In het vooronderzoek van 2005 wordt dit niet vermeld.
-
De genoemde hoeveelheid gevonden CE in het rapport van REAS Euro (18 stuks alleen al in 1995) is niet overeenkomstig de opsomming van de EODD in het onderzoek van 2005 (6 stuks).
-
Wij zijn van mening dat voor het opstellen van het vooronderzoek tenminste het MORA-archief van de EODD geraadpleegd had moeten worden, hetgeen ook in 2005 tijdens het opstellen van het vooronderzoek gebruikelijk was.
Op basis van onze beoordeling en analyse onderschrijven wij het advies van Expload. Ondanks het ontbreken van geldende richtlijnen en of regelgeving had van de EODD een vooronderzoek met meer diepgang mogen worden verwacht.
Aanbevelingen
Het verdient aanbeveling om onderzoek te doen in de archieven van de EODD naar het eerder uitgevoerde vooronderzoek uit 1995.
Het verdient aanbeveling om de tegenstrijdige bewerkingen ten aanzien van de hoeveelheid gevonden CE nader uit te zoeken. Dit geeft mogelijk een indicatie om de omvang van de problematiek verder in beeld te brengen en gericht om te gaan met de risico’s met betrekking tot CE.
In een, op verzoek van de Gemeente Vught, uitgebrachte aanvullende rapportage c.q. reactie d.d. 18 januari 2016 komt Expload B.V. wederom tot de conclusie dat het door de EODKL uitgevoerde vooronderzoek niet met voldoende diepgang is uitgevoerd omdat:
“- een belangrijke gebeurtenis (indicatie), een ongeluk dat plaatsvond in juni 1945 op de Frederik Hendrikkazerne waarbij een enorme massa explosie heeft plaatsgevonden met veel schade, 2 doden en ongeveer honderd gewonden tot gevolg, niet is achterhaald;
- -
-
de ligging van een voormalige schietbaan waar veelvuldig werd geoefend met o.a. 2 inch rookmortiergranaten en die de geleverde percelen overlapt niet is achterhaald;
- -
-
bombardementsgegevens 37/715 afkomstig uit de RAF logboeken, waaruit blijkt dat op 13 september 1944 een luchtaanval heeft plaatsgevonden waarbij twaalf luchtgronddoelraketten zijn verschoten die ter hoogte van de Isabellakazerne en dus binnen de geleverde percelen terecht zijn gekomen, niet is achterhaald;
- -
-
belangrijke luchtfoto’s die op 8 februari 1945 zijn genomen en waarop binnen de geleverde percelen duidelijk sporen van oorlogshandelingen zichtbaar zijn, zowel sporen van een bombardement en van een beschieting met luchtgronddoelraketten, niet zijn geraadpleegd.
Bij een vooronderzoek dienen alle mogelijke indicatie onderzocht te worden: militaire aanwezigheid, luchtaanvallen, grondgevechten, neergekomen vliegtuigen en/of Duitse V-wapens, CE dumps en massaexplosie, spontane vondsten van CE eventuele contra-indicaties. Dit echter niet gebeurd, waardoor geen sprake is van een vooronderzoek met voldoende diepgang.
De EODKL had in 2005 op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal kunnen en moeten concluderen dat de geleverde percelen als ‘verdacht’ aangemerkt dienen te worden, omdat;
- -
-
op basis van de literatuur ‘Vught in de Tweede Wereldoorlog’ blijkt dat op of nabij deze locatie de frontlinie heeft gelegen waar tevens stellingen van een Schotse divisie hebben gelegen;
- -
-
de beschikbare informatie over vindplaatsen tot 2005 en soorten aangetroffen CE zoals omschreven in munitieruimrapporten bevestigen dat de frontlinie over of op zeer korte afstand van de geleverde percelen heeft gelegen en sprake was van voormalige aanwezigheid van geallieerde eenheden. Er zijn immers op en in de directe omgeving van de geleverde percelen meerdere Britse en Amerikaanse CE aangetroffen, zonder dat er grootschalige grondroerende werkzaamheden werden uitgevoerd. Dit toont aan dat er duidelijk geen sprake was van toevallige vondsten.
Het ontbreken van richtlijnen in 2005 ontslaat een onderzoeker niet van de verplichting een volledig onderzoek uit te voeren, omdat dit immers van invloed is voor de veiligheid. Ook in de huidige richtlijnen geldt deze verplichting nog steeds.
De herkomst van de aangetroffen CE betreffen zowel CE die zijn achtergebleven door voormalige aanwezigheid van geallieerde eenheden tijdens de Tweede Wereldoorlog als CE die zijn achtergebleven door militaire oefendoeleinden en CE die mogelijk zijn achtergebleven als gevolg van de massa explosie die na de Tweede Wereldoorlog op de Frederik Hendrikkazerne heeft plaatsgevonden.”
3 Het geschil
Gemeente Vught vordert bij vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
de Staat te veroordelen tot voldoening aan de Gemeente Vught van een bedrag van € 570.376,54, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119b BW, althans de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, over dat bedrag vanaf 8 augustus 2014, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening;
subsidiair
-
de tussen de Gemeente Vught en de Staat in de notariële akte van ruil en levering vervatte ruilovereenkomst te wijzigen ex artikel 6:230, lid 2 BW, in dier voege dat een bedrag van € 570.376,54, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, in mindering wordt gebracht op de door de Gemeente Vught ingevolge de in de notariële akte van ruil en levering vervatte ruilovereenkomst betaalde toegift ad € 6.625.000,00, zodat het door de Gemeente Vught geleden nadeel als gevolg van de ruilovereenkomst voornoemd ten bedrage van € 570.376,54, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, geheel wordt opgeheven;
-
de Staat aldus te veroordelen tot betaling aan de Gemeente Vught van een bedrag ad € 570.376,54, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119b BW, althans de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, over dat bedrag vanaf 8 augustus 2014, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot de dag der algehele voldoening;
primair en subsidiair
-
de Staat te veroordelen tot betaling aan de Gemeente Vught van een bedrag ad € 4.626,88, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, bij wijze van vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten;
-
de Staat te veroordelen tot betaling aan de Gemeente Vught van de kosten van deze procedure, daaronder nadrukkelijk begrepen de nakosten, alsook een bijdrage in de kosten van juridische bijstand aan de zijde van de Gemeente Vught, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te dezen te wijzen vonnis en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
De Staat voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.