Rechtbank Oost-Brabant, 21-09-2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5154, C/01/293897 / HA ZA 15-370
Rechtbank Oost-Brabant, 21-09-2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5154, C/01/293897 / HA ZA 15-370
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 september 2016
- Datum publicatie
- 22 september 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2016:5154
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:1337
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:498
- Zaaknummer
- C/01/293897 / HA ZA 15-370
Inhoudsindicatie
Contradictoir. Aansprakelijkheid curator vanwege onzorgvuldig handelen bij overdracht van levensverzekeringen met verzorgingskarakter. Maatstaf onredelijke benadeling in de zin van art. 22a Faillissementswet.
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/293897 / HA ZA 15-370
Vonnis van 21 september 2016
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. M.C.J. Houben te Eindhoven,
tegen
RAYMOND ARNOLDUS
in hoedanigheid van curator van eiser,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. S.M.I. van Loon te Veghel.
Partijen zullen hierna [eiser] en de curator genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 29 juli 2015
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 22 december 2015.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] is vanaf omstreeks 1997 actief geweest als zelfstandig ondernemend assurantieadviseur. Zijn onderneming is failliet gegaan. Bij vonnis van 5 februari 2013 is [eiser] ook privé in staat van faillissement verklaard.
Tot curator in het faillissement van [eiser] werd benoemd mr. W.L.H. Janssens. Mr. Janssens is op 14 november 2014 overleden. Opvolgend curator van [eiser] is mr. R. Arnoldus.
Ten tijde van het uitspreken van zijn faillissement was [eiser] verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde van een sommenverzekering bij Reaal met polisnummer [nummer] (hierna: “de Reaal-polis”), een sommenverzekering bij Delta Lloyd met polisnummer [nummer] (hierna: “de Delta Lloyd-polis”) en een sommenverzekering bij SEB met polisnummer 1220002337 (hierna: “de SEB-polis”). Daarnaast had [eiser] bij Delta Lloyd een zogenaamde E-levenslooprekening, met daarop een spaarsaldo dat was belegd in effecten (hierna: “de Levenslooprekening”).
In het kader van een vroeger dienstverband bij een zorgverzekeraar heeft [eiser] tevens enig pensioen opgebouwd bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Zorgverzekeraars (hierna: “SBZ”). Dit pensioen zal vanaf het 67ste levensjaar van [eiser] zo lang hij leeft per jaar een bruto bedrag van € 2.148,= uitkeren.
Op 3 april 2013 heeft mr. Janssens aan [eiser] een e-mail gestuurd met onder meer de volgende inhoud:
“Geachte heer [eiser] ,
Ik tref 2 beleggingsverzekeringen aan, beide bij Delta Lloyd:
01765592;
2578962.
Heeft u in het verleden de premie als aftrekpost opgevoerd bij de aangifte(n) IB?
Klopt het dat de tweede polis is verpand aan SNS?
Ik wil tot afkoop van de eerste polis overgaan. Ik neem aan dat u geen bezwaar daartegen heeft?
(...)”
Eveneens op 3 april 2013 heeft [eiser] daarop geantwoord, door de e-mail van mr. Janssens terug te sturen en daarin met groene letters zijn reactie te typen. Direct na de zin: “Ik wil tot afkoop van de eerste polis overgaan. Ik neem aan dat u geen bezwaar daartegen heeft?” is door [eiser] geantwoord:
“Heb ik een keuze?Bij afkoop van 01765592 zal de waarde tegen 52% belast worden en daarnaast extra belast met revisie rente (20% over de ingelegde premies), omdat hij niet gebruikt wordt voor het doel waarvoor hij is aangegaan (lijfrente uitkering).De waarde wordt dus vrijwel geheel wegbelast.Zijn er mogelijkheden om de polis in stand te houden?Bovenstaande geldt ook voor de lijfrente verzekering bij Reaal (polisnr [nummer] )De levenslooprekening 073.62.73.749 bij Delta Lloyd is, gezien de opheffing van deze regeling, wel makkelijk afkoopbaar zonder extra (revisie) belasting.”
Op 19 april 2013 zond [eiser] een e-mail aan mr. Janssens met informatie en vragen, onderverdeeld in alinea’s met vetgedrukte kopjes, waaronder:
“ Mbt afkoop/overname polissen
Graag wil ik met u afstemmen welke keuzes/mogelijkheden er zijn.”
Op 21 april 2013 zond mr. Janssens aan [eiser] een e-mail met als onderwerp “Afkoop/overname polissen” en met de inhoud:
“Geachte heer [eiser] ,
U verzocht mij per e-mail d.d. 19/4/’13 om af te stemmen welke mogelijkheden er zijn tot overname/afkoop van polissen. Ik neem aan dat u de Delta Lloyd-polissen bedoelt? Wie wil de polissen overnemen?”
Op deze e-mail is door [eiser] geantwoord bij e-mail van 22 april 2013, als volgt:
“Geachte heer W. Janssens, Wat ik wil bespreken is of het mogelijk is om de lijfrente polissen/levenslooprekening (mijn opgebouwde pensioen) over te nemen door de afkoopwaarde (na aftrek van belasting) over te maken naar de boedelrekening. Het te betalen bedrag ben ik verschuldigd aan degene welke de afkoopwaarde betaald heeft. Wat ik wil voorkomen is dat een crediteur daarna weer beslag legt op deze lijfrente polissen/levenslooprekening. De lijfrente polissen/levenslooprekening staan op mijn naam en deze kunnen namelijk niet op een andere naam gezet worden om dit te voorkomen. Het betreft de volgende lijfrente polissen/levenslooprekening, de geschatte bruto waarde per 5-2-2013 is: Reaal lijfrente verzekering: [nummer] Delta Lloyd lijfrente verzekering [nummer] Delta Lloyd levensloop rekening [nummer]
Op deze bruto waarde wordt bij afkoop 52% belasting en 20% revisierente ingehouden, zodat ‘slecht’ 28% netto uitkering resteert.
Concrete vraag: Gaat u akkoord als een derde 28% van de bruto waarde overmaakt van de lijfrente polissen/levenslooprekening op een door u opgegeven rekening overmaak en kunt u ervoor zorgdragen dat de crediteuren daar dan geen aanspraak meer op kunnen maken. Hoor graag van u.”
Op 23 april 2013 zond mr. Janssens aan [eiser] een e-mail met de volgende inhoud:
“Geachte heer [eiser] ,
Ik begrijp uit de bijgaande brief van Delta Lloyd, die ik vandaag (pas) per post ontving, dat u rechtstreeks contact heeft opgenomen met Delta Lloyd: klopt dat? Waarom deed u dit, zonder toestemming, in het bevestigende geval? Er wordt hier niet van 20% revisierente gesproken. Ik ben voornemens het voorstel tot afkoop, na te vragen en te verkrijgen toestemming R.C., te accepteren tegen ontvangst van 48% over € 38.750,- = € 18.600,- (i.p.v. 28% zoals u voorstelde). Wenst de derde voor dat bedrag de polis over te nemen?”
Eveneens op 23 april 2013 antwoordde [eiser] daarop met een e-mail met onder meer de volgende inhoud:
“Geachte heer W. Janssens, Mag ik zelfstandig geen informatie opvragen aangaande mijn eigen polissen? Dit is enkel en alleen gedaan om via Delta Lloyd een juiste waarde te verkrijgen van de afkoopwaarde op 5-2-2013. Deze informatie kan u als curator gebruiken voor de berekening van de uitkeringswaarde van de polis (na aftrek van alle belastingen).
(...)
Concrete vraag (ook gesteld in mijn e-mail van 22 april): Gaat u akkoord als een derde 28% van de bruto waarde overmaakt van de lijfrente polissen/levenslooprekening op een door u opgegeven rekening en kunt u ervoor zorgdragen dat de crediteuren dan geen aanspraak meer kunnen maken op de waarde van deze lijfrentepolissen (Reaal lijfrente verzekering [nummer] & Delta Lloyd polis [nummer] ) en levenslooprekening [nummer] . Mijn voorkeur gaat uit naar overname, zodat ik nog een pensioenvoorziening behoud.”
Op 2 mei 2013 heeft tussen mr. Janssens en [eiser] een bespreking plaatsgevonden, waarbij ook de Reaal-polis, de Delta Lloyd-polis, de SEB-polis en de Levenslooprekening aan de orde zijn geweest. Bij brief van 6 mei 2013 schreef mr. Janssens daarover onder meer aan [eiser] :
“Deels heeft u gelden belegd in oudedagsvoorzieningen. Wij hebben het onder andere gehad over de eerder gewisselde e-mailcorrespondentie met betrekking tot afkoop van het bedrag bij Delta Lloyd ad € 38.750,00. (...)
U deelde mee dat ofwel uw echtgenote, danwel een broer de polis wilde overnemen.
Met betrekking tot de vraag of de crediteuren, indien één van beiden tot aankoop van de polis overgaat, toch niet bij u kunnen “aankloppen”, heb ik u verwezen naar de advocaat van uw echtgenote danwel de advocaat van uw broer. Ik doe daarover geen uitspraken.
Afgesproken is in ieder geval dat u een overzicht maakt op basis van alle “investeringen” van bedragen bij verzekeringsmaatschappijen of financiële instellingen met betrekking tot uw oudedagsvoorziening, en of deze al dan niet afkoopbaar zijn, en zo ja, of uw echtgenote/broer tot overname ervan wenst over te gaan.”
Bij brief van 7 mei 2013 heeft [eiser] aan zijn toenmalige curator onder meer geantwoord:
“Geachte heer W.L.H. Janssens,
Hierbij mijn opmerkingen/aanvullingen aangaande uw verslag van 6 mei 2013 van onze bespreking op donderdag 2 mei 2013 14.00 uur. (...)
1 Overdracht levensverzekeringen.Aangegeven is dat u als curator mee wil werken aan de overdracht van de bestaande levensverzekeringen. De poliswaarde na aftrek van de belasting zal worden overgemaakt.(...)
De volgende polissen komen voor overdracht in aanmerking:
Soort Maatschappij polis nummer waarde belasting overname bedrag
lijfrente Reaal [nummer] € 91.500 52% € 43.920
lijfrente Delta Lloyd [nummer] € 38.700 52% € 18.600
kapitaal verz. SEB (Ierland) [nummer] € 68.683 0% € 68.683
Voorstel : Graag willen wij bovenstaande polissen overnemen tegen betaling van het berekende overname bedrag, nadat de begunstiging is gewijzigd (bij lijfrente polissen) of de polis is overgedragen (bij SEB kapitaalverzekering). Indien u akkoord gaat verneem ik graag van u op welke bankrekeningnummer de overname bedragen gestort dienen te worden en zal ik de verzekeraars verzoeken de genoemde wijzigingen door te voeren.
De andere polissen zijn verpand aan de SNS hypotheek (Delta Lloyd kapitaalverzekeringen [nummer] en [nummer] ) of zijn niet over te dragen. Ook Delta Lloyd levensloop rekening [nummer] is niet over te dragen.
(...)
Mocht dit schrijven niet compleet zijn of onjuistheden bevatten hoor ik dat graag.”
Bij e-mail van 13 mei 2013 heeft mr. Janssens aan [eiser] gevraagd:
“Geachte heer [eiser] ,
Ik wil het voorstel om de 3 bedoelde polissen over te laten nemen (voor € 131.203,-) ter goedkeuring voorleggen aan de R.C. Wie is degene die overneemt: uw echtgenote, of uw broer? Kunt u hem/haar het voorstel -in het kort- laten doen, opdat ik het in kopie kan doorzenden aan de R.C.?”
Vervolgens heeft [eiser] bij e-mail van 13 mei 2013 aan mr. Janssens geschreven:
“Geachte heer W. Janssens, Mijn vrouw ( [naam 1] ) is voornemens om onderstaande polissen overnemen tegen betaling van € 131.203 (waarde per 7-5-2013).
Soort Maatschappij polis nummer waarde belasting overname bedrag
lijfrente Reaal [nummer] € 91.500 52% € 43.920
lijfrente Delta Lloyd [nummer] € 38.700 52% € 18.600
kapitaal verz. SEB (Ierland) [nummer] € 68.683 0% € 68.683
Bijgaand een getekend schrijven van haar. Bij vragen sta ik u graag te woord.”
Bij brief van 22 mei 2013 heeft mr. Janssens aan de rechter-commissaris toestemming verzocht voor overdracht van de drie polissen aan de echtgenote van [eiser] , tegen betaling van een bedrag van € 131.203,00. De brief vermeldt onder meer:
“De echtgenote van de heer [eiser] , mevrouw [naam 1] , heeft een bod gedaan om de drie polissen over te nemen voor de bedragen die ik anders ook van de maatschappijen zou ontvangen, derhalve € 43.920,00 + € 18.600 + € 68.683,00 = € 131.203,00.
De heer [eiser] ziet zo een mogelijkheid om een stuk pensioen zeker te stellen.
Ik zie geen mogelijkheden om meer te ontvangen voor desbetreffende polissen.
Vandaar verzoek ik u om toestemming om tot verkoop en levering van de drie voorgenoemde polissen tegen een bedrag ad € 131.203,00 over te gaan aan mevrouw [naam 1] .”
De rechter-commissaris heeft op 28 mei 2013 toestemming verleend zoals door mr. Janssens verzocht.
Mr. Janssens heeft bij e-mail van 28 mei 2013 aan [eiser] kennis gegeven van de toestemming van de rechter-commissaris.
[eiser] heeft op die kennisgeving gereageerd met een e-mail van eveneens 28 mei 2013, met de volgende inhoud:
“Geachte heer W. Janssens,
Fijn dat er meegewerkt wordt aan de overdracht van de polissen. [naam 1] zal het benodigde geld gaan vrijmaken. Ik Verwacht dat dit ongeveer een maand duurt. Zodra het geld beschikbaar is zal ik met u en de heer [naam 2] in overleg treden om dit verder formeel af te handelen. Van belang is dat na betaling van de overdrachtswaarde [naam 1] alle zeggenschap krijgt/heeft over de overgenomen polissen. Dit wordt bewerkstelligd als zij door u gemachtigd wordt om in mijn plaats als verzekeringsnemer op te treden voor de oud regime lijfrente polissen (Reaal & Delta Lloyd). Helaas kan de verzekeringsnemer niet gewijzigd worden, vandaar mijn voorstel om [naam 1] door u te machtigen om in mijn plaats te kunnen handelen. Bij de overname van de kapitaalverzekering van SEB speelt dit probleem niet en is overdracht gemakkelijker te regelen Zoals aangegeven zal contact met u worden opgenomen, nadat [naam 1] beschikt over het geld om het overname bedrag te kunnen betalen.”
Op of omstreeks 1 augustus 2013 is door mevrouw [naam 1] een bedrag van € 131.203,00 gestort op de boedelrekening van mr. Janssens q.q.
Mr. Janssens heeft eraan meegewerkt dat mevrouw [naam 1] werd aangewezen als begunstigde van de levensverzekeringen en haar gemachtigd om over de polissen te kunnen beschikken.
Mevrouw [naam 1] heeft de Reaal-polis en de Delta Lloyd-polis vervolgens doen afkopen.
Met betrekking tot de Levenslooprekening heeft [eiser] op 19 juni 2013 per e-mail een formulier aan mr. Janssens gezonden, waarmee het saldo op die rekening tot uitkering kon worden gebracht. De e-mail luidde:
“Geachte heer W. Janssens,
Hierbij een formulier om mijn levenslooprekening [nummer] bij Delta Loyd te beëindigen, zoals afgelopen vrijdag afgesproken. Bij vragen sta ik u graag te woord.”
Op 18 maart 2014 is een eerste maal het formulier ingevuld en aan Delta Lloyd gezonden. Er bleek een ander formulier nodig te zijn. Op 22 oktober 2014 is door mr. Janssens een tweede formulier ondertekend om tot uitkering van het saldo van de Levenslooprekening te komen.
Op 29 oktober 2014 heeft [eiser] per e-mail aan een medewerker van de curator laten weten dat de tekst van artikel 21 lid 7 Fw onder zijn aandacht was gekomen en dat hij daaruit opmaakte dat de verzekeringspolissen en de Levenslooprekening helemaal niet binnen de faillissementsboedel vielen. [eiser] verzocht om toe te lichten op welke grondslag de curator aanspraak had gemaakt op afkoop van de polissen en de Levenslooprekening. Bij e-mail van 24 december 2014 herhaalde [eiser] zijn vraag. Op 12 januari 2015 heeft de faillissementsmedewerker op de vraag van [eiser] geantwoord dat hij het bezwaar niet begreep, aangezien [eiser] van de transacties op de hoogte was en daar zelf gegevens en formulieren voor had aangereikt.
In de maand februari van 2015 is het saldo van de Levenslooprekening, onder inhouding van loonbelasting, door Delta Lloyd overgeboekt naar de boedelrekening van de curator.