Home

Rechtbank Oost-Brabant, 21-11-2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:6438, 01/879014-13

Rechtbank Oost-Brabant, 21-11-2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:6438, 01/879014-13

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
21 november 2016
Datum publicatie
21 november 2016
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2016:6438
Formele relaties
Zaaknummer
01/879014-13

Inhoudsindicatie

Cold case-onderzoek. Statistische bewijsanalyse van DNA-onderzoek. De rechtbank veroordeelt verdachte voor de verkrachting van slachtoffer tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar. De rechtbank legt geen (nieuwe) tbs-maatregel op. Verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde doodslag. Een andere dader kan niet worden uitgesloten. Proceshouding verdachte en nemo tenetur-beginsel.

Uitspraak

vonnis

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01/879014-13

Datum uitspraak: 21 november 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1967] ,

thans verblijvende in [kliniek] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 april 2014, 3 juli 2014, 29 september 2014, 2 december 2014, 26 februari 2015, 24 april 2015, 14 juli 2015, 5 oktober 2015, 2, 4, 9, 10 en 12 november 2015, 4 december 2015, 19 april 2016, 13 juni 2016, 12, 13, 14 en 27 oktober 2016 en 7 november 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

1 De tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 maart 2014. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 3 juli 2014 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht. Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 oktober 1995, althans in of omstreeks de periode van 6 oktober 1995 tot en met 22 november 1995 te Eindhoven, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren op [1980] ) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] gebracht/geduwd/gehouden en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] heeft meegenomen en/of vastgehouden dan wel anderszins van de vrijheid heeft beroofd (gehouden) en/of - heeft bedreigd met een mes, althans een scherp voorwerp en/of

- ( met) een mes, in elk geval (met) een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken en/of gebracht en/of gehouden en/of - een of meer (andere) vormen van geweld en/of (andere) geweldshandelingen op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of tegen die [slachtoffer] heeft toegepast/uitgeoefend, en/of (aldus) voor die [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. hij op of omstreeks 6 oktober 1995, althans in of omstreeks de periode van 6 oktober 1995 tot en met 22 november 1995 te Eindhoven en/of te Lierop, gemeente Someren, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (met) een mes, in elk geval (met) een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] gestoken en/of gebracht en/of gehouden en/of al dan niet met gebruikmaking van een voorwerp, op en/of tegen het hoofd van die [slachtoffer] geslagen/gestompt, en/of een of meer (andere) vormen van geweld en/of (andere) geweldshandelingen op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of tegen die [slachtoffer] toegepast/uitgeoefend, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Volgens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

2 De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte op de grond dat bij het onderzoek sprake is geweest van schending van artikel 6 van het Europees verdrag inzake de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de daarin neergelegde beginselen van een eerlijk proces (fair trial) en equality of arms. Er is sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek dat niet kan worden hersteld en waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken, zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdediging heeft haar verweer als volgt onderbouwd. Op 11 januari 1996 is door de politie geverbaliseerd dat na telefonisch overleg met de toentertijd verantwoordelijke officier van justitie besloten is om de kleding van het slachtoffer, waaronder haar jas, trui, broek en schoenen te vernietigen. Het bij het slachtoffer aangetroffen en veiliggestelde inlegkruisje is in het ongerede geraakt. Na exhumatie van het stoffelijk overschot van het slachtoffer op 9 september 2011 bleek dat ook haar onderkaak ontbrak. De mogelijkheid om een nader onderzoek te kunnen laten verrichten naar ontlastende biologische sporen is een essentiële voorwaarde om te kunnen spreken van een eerlijk proces, aldus de verdediging. Een deugdelijk en uitgebreider onderzoek aan de kleding, het inlegkruisje en de kaak had mogelijk antwoord kunnen geven op vragen met betrekking tot de doodsoorzaak, de betrokkenheid van andere personen dan de verdachte bij de misdrijven en de vraag of het slachtoffer om het leven is gebracht op de plaats waar haar lichaam is aangetroffen of elders. Nu een dergelijk onderzoek niet meer mogelijk is, kan er geen sprake meer zijn van een gelijkwaardige mogelijkheid voor de verdediging om gegevens naar voren te brengen en het gepresenteerde bewijs van het openbaar ministerie te betwisten. De verdediging is daardoor belemmerd in haar verdedigingsmogelijkheden.

De rechtbank overweegt het volgende.

Met het openbaar ministerie en de verdediging stelt de rechtbank vast dat de kleding van het slachtoffer in 1996 met toestemming van de destijds verantwoordelijke officier van justitie is vernietigd. Verder stelt de rechtbank vast dat het inlegkruisje en de onderkaak niet meer aanwezig bleken te zijn in respectievelijk de jaren ’90 en 2011. Niet duidelijk is op welk moment deze zijn zoekgeraakt. Genoemde bronmaterialen zijn derhalve niet meer beschikbaar voor (nader) onderzoek of tegenonderzoek. Dat de voorwerpen niet meer aanwezig zijn is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf te betreuren.

De rechtbank merkt op dat de vernietiging respectievelijk het zoekraken van voornoemde voorwerpen hebben plaatsgevonden (lange tijd) voordat er tegen verdachte op 30 oktober 2012 een voorbereidend onderzoek is gestart. Er is dan ook reeds om die reden geen sprake van dat bronmateriaal is vernietigd om verdachte in enig gerechtvaardigd belang te schaden, zodat in dat opzicht niet kan worden gezegd dat sprake is van een zodanig ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde dat om die reden het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging, terwijl evenmin aannemelijk is geworden dat een en ander doelbewust is geschied met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte, waardoor aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan.

Voorts vloeit naar het oordeel van de rechtbank uit artikel 6 EVRM niet zonder meer voor verdachte een recht op een tegenonderzoek voort. Wel zal verdachte de gelegenheid moeten hebben om onderzoek dat door deskundigen is verricht, te betwisten.

De rechtbank overweegt dat de verdediging in volle omvang in de gelegenheid is gesteld om het veiliggestelde (biologische) sporenmateriaal aan nadere onderzoeken of tegenonderzoeken te onderwerpen. Hierbij is de verdediging door de rechter-commissaris en de rechtbank vele malen de gelegenheid geboden om in het kader van die onderzoeken opmerkingen te plaatsen, vragen te stellen aan de deskundigen dan wel hun aanwijzingen te geven. In die zin is aan verdachte in voldoende mate de gelegenheid geboden om het door het openbaar ministerie als bewijs gepresenteerde materiaal en deskundigenoordelen (gemotiveerd) te kunnen betwisten en heeft zij haar standpunt op deugdelijke wijze kunnen onderbouwen.

Nu er geen sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek tegen verdachte en evenmin gezegd kan worden dat het recht van verdachte op een eerlijk proces is geschonden, verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging.

Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die aan de vervolging in de weg zouden staan, kan het openbaar ministerie in de vervolging worden ontvangen. Bovendien zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

3 Bronnen

  1. Een eindproces-verbaal (opgebouwd uit een pro forma-dossier en een einddossier) van de politie-eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, met onderzoeksnummer 2219110010, onderzoeksnaam Bosuil 1, afgesloten op 20 maart 2014, in totaal 834 doorgenummerde bladzijden (hierna in de voetnoten te noemen: eindproces-verbaal).

  2. Een forensisch dossier, van de Forensisch Technische Ondersteuning, van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, Divisie Recherche, bestaande uit 3 delen (3 ordners), in totaal 71 bijlagen, zonder paginanummering, onder meer inhoudende:

een proces-verbaal technisch onderzoek, van de politie Brabant Zuid-Oost, afdeling ECE/Technische recherche, van 18 januari 1996, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (bijlage 1);

een rapport pro justitia van het Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie, van 12 april 1996, opgemaakt en ondertekend door dr. R. Visser, arts en patholoog (bijlage 2);

een rapport pro justitia betreffende haar-, vezel-, sperma-, bloed-, speeksel-, DNA- en werktuigsporenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in Lierop op 22 november 1995, bestaande uit 3 deelrapporten, van het Gerechtelijke Laboratorium van het Ministerie van Justitie, van 22 juli 1996, opgemaakt en ondertekend door ing. S.E. Maljaars, ir. H.J.T. Janssen en ing. Z.J.M.H. Gerardts (bijlage 3);

een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), ‘Haar-, sperma-, bloed- en DNA-onderzoek naar aanleiding van een zedenmisdrijf gepleegd in Valkenswaard op 23 september 2000’, van 2 januari 2001, opgemaakt en ondertekend door drs. A.D. Kloosterman, vast gerechtelijk deskundige;

een NFI-rapport ‘Autosomaal en mitochondriaal DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’, van 14 juli 2011, opgemaakt en ondertekend door prof. dr. A.D. Kloosterman, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (bijlage 12);

een NFI-rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’, van 12 augustus 2011, opgemaakt en ondertekend door drs. ing. T.J.P. de Blaeij, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (bijlage 13);

een NFI-rapport ‘Forensische exhumatie van een stoffelijk overschot op de [begraafplaats] te Eindhoven, d.d. 9 september 2011’, van 12 september 2011, opgemaakt en ondertekend door drs. W.J. Groen, NFI-deskundige forensische archeologie (bijlage 41);

een NFI-rapport ‘Aanvullend en vergelijkend DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’ van 14 oktober 2011, opgemaakt en ondertekend door drs. ing. T.J.P. de Blaeij voornoemd (bijlage 55);

een NFI-rapport ‘Een Kras-, indruk- en vormsporenonderzoek aan een rib naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in Lierop op 6 oktober 1995’, van 13 januari 2012, opgemaakt en ondertekend door ing. I. Keereweer, NFI-deskundige op het gebied van respectievelijk Forensische Geneeskunde en Kras-, Indruk- en Vormsporenonderzoek (bijlage 45);

een NFI-rapport ‘Forensisch Antropologisch consultancy naar aanleiding van de exhumatie van een stoffelijk overschot op 6 oktober 2011, cold case “Bosuil”’, van 26 januari 2012, opgemaakt en ondertekend door drs. R.R.R. Gerretsen, arts en forensisch antropoloog (bijlage 21);

een NFI-rapport ‘Vergelijkend DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’, van 18 december 2012, opgemaakt en ondertekend door drs. ing. T.J.P. de Blaeij voornoemd (bijlage 61);

een herzien NFI-rapport ‘DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’ van 1 oktober 2013, opgemaakt en ondertekend door drs. J. Klaver, NFI-deskundige van forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (bijlage 62);

een herzien NFI-rapport ‘Vergelijkend mitochondriaal DNA-onderzoek (mtDNA) naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’ van 6 november 2013, opgemaakt en ondertekend door ing. J.L.W. Dieltjes, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA (bijlage 60);

een NFI-rapport ‘Beantwoording van Aanvullende vragen in verband met sectie S1995-499, [slachtoffer] ’, van 28 november 2013, opgemaakt en ondertekend door drs. P.M.I. van Driessche, arts en patholoog, en drs. R.R.R. Gerretsen voornoemd (bijlage 48);

een forensisch raamproces-verbaal, van 18 maart 2014, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] .

Een forensisch pathologisch rapport betreffende zwangerschap, van 23 februari 2015, opgemaakt en ondertekend door dr. med. D. Spendlove, in totaal 42 pagina’s.

Een NFI-rapport ‘Beantwoording vragen naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’, van 21 april 2015, opgemaakt en ondertekend door drs. ing. T.J.P. de Blaeij voornoemd.

Een NFI-rapport ‘Beantwoording van vragen naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’, van 19 juni 2015, opgemaakt en ondertekend door dr. J.H.A. Nagel, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA.

Een NFI-briefrapport, met als onderwerp ‘Onderliggende stukken interne review NFI Dossier TGO Bosuil’, van 17 augustus 2015, opgemaakt en ondertekend door drs. J.A. de Koeijer, teamleider IDFO.

Een NFI-rapport ‘Aanvullende rapportage naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in een bosperceel tussen Mierlo en Lierop op 22 november 1995’, van 12 juli 2016, opgemaakt en ondertekend door drs. J. Koopman, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA.

Een rapport ‘DNA-onderzoek en criminalistische interpretatie naar aanleiding van het overlijden van [slachtoffer] ’, van Independent Forensic Services (IFS), van 20 september 2015, opgemaakt en ondertekend door R. Eikelenboom en J. van der Meij, beiden forensisch wetenschappelijk onderzoeker, in totaal 92 pagina’s, met daarbij tabellen genummerd 1 tot en met 21a.

Een e-mail van dr. M.W. Perlin, gericht aan Richard Eikelenboom, van 10 november 2015 (13:41 uur).

Een rapport van het Institute of Environmental Science and Research Limited (ESR), van 15 april 2016, opgemaakt en ondertekend door J.S. Buckleton, principal scientist, en R. Wivell, authorising scientist, alsmede de Nederlandse vertaling daarvan;

Een rapport van het Institute of Environmental Science and Research Limited (ESR), van 3 juni 2016, opgemaakt en ondertekend door J.S. Buckleton en R. Wivell voornoemd, alsmede de Nederlandse vertaling daarvan;

Een aanvullend rapport/aanvullende verklaring van J.S. Buckleton voornoemd, van 5 augustus 2016, alsmede de Nederlandse vertaling daarvan.

Een beantwoording van schriftelijke vragen van het openbaar ministerie (d.d. 15 april 2016) en de verdediging (d.d. 17 mei 2016) aan deskundige Buckleton voornoemd, van 3 juni 2016, alsmede de Nederlandse vertaling daarvan (ordner 5 stukken rechter-commissaris).

De Essenties van forensisch DNA-onderzoek. Hoofdstuk 10: Begrippen, NFI, versie 3, september 2007.

“Bewijskracht van onderzoek naar biologische sporen en DNA”, deel 2. Bronniveau, auteurs B. Kokshoorn, B. Aarts, J. Nagel en J. Koopman, gepubliceerd in Expertise en Recht 2014-6.

Een proces-verbaal van technisch onderzoek van het Korps Rijkspolitie, van 4 juni 1987, met nummer 641/87, met als bijlagen een briefrapport van het Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie, van 21 mei 1987, met nummer 87.04.15.41, opgemaakt en ondertekend door drs. H. Logtenberg, bioloog.

Een proces-verbaal verhoor van getuige/deskundige B. Kubat, ten overstaan van de rechter-commissaris, van 20 augustus 2014.

Een proces-verbaal verhoor van getuige/deskundige T.J.P. de Blaeij, ten overstaan van de rechter-commissaris, van 9 september 2014.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] , van 16 oktober 1995 (mutatienr. LJN PL2207/95-284968).

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] , van 16 oktober 1995 (mutatienr. LJN PL2212/95-284968).

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] , van 2 november 1995 (mutatienr. LJN PL2207/95-284968).

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] , van 7 november 1995 (mutatienr. LJN PL2210/95-284968).

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] , van 2 december 1995 (mutatienr. LJN PL2203/95-056282).

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] , van 21 april 2011 (proces-verbaalnummer AOULS78.G01.20340).

Een proces-verbaal verhoor van [verdachte] , ten overstaan van de rechter-commissaris, van 28 september 2015.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 7] , ten overstaan van de rechter-commissaris, van 1 oktober 2015.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 8] , ten overstaan van de rechter-commissaris, van 1 oktober 2015.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 9] , ten overstaan van de rechter-commissaris, van 1 oktober 2015.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 10] , ten overstaan van de rechter-commissaris, van 5 februari 2016.

Een proces-verbaal van verhoor van [getuige 11] , ten overstaan van de rechter-commissaris, van 5 februari 2016.

De processen-verbaal van de terechtzittingen van 2, 4, 9, 10 en 12 november 2015 en 13 juni 2016.

Een verkort vonnis van de arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch, meervoudige strafkamer voor de behandeling van strafzaken, van 18 januari 2001, met parketnummer dagvaarding 01/035259/00 en parketnummer vordering 01/035273/99.

Een entomologische rapport met betrekking tot sectienummer 1995-499, van 27 mei 2011, opgemaakt en ondertekend door drs. J. Huijbregts, entomoloog.

De rechtbank benadrukt dat genoemde bronnen niet per definitie verwijzen naar bewijsmiddelen. Het betreffen ook (proces)stukken aan de hand waarvan de rechtbank (met name) de vergelijkende DNA-onderzoeken en de statistische berekeningen naar aanleiding van die onderzoeken, alsmede haar bijzondere overwegingen nader zal toelichten. In de voetnoten verwijst de rechtbank steeds naar relevante stukken en verschaft zij nadere toelichtingen, in de gevallen dat zij dat wenselijk of noodzakelijk acht.

4 Inleiding

5 Het standpunt van het openbaar ministerie

6 Het standpunt van de verdediging

7 Het oordeel van de rechtbank

8 De bewezenverklaring

9 De strafbaarheid van het feit

10 De strafbaarheid van verdachte

11 De motivering van de beslissing

13 Toepasselijke wetsartikelen