Rechtbank Oost-Brabant, 20-09-2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4913, C/01/315161 / HA ZA 16-759
Rechtbank Oost-Brabant, 20-09-2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4913, C/01/315161 / HA ZA 16-759
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 20 september 2017
- Datum publicatie
- 22 september 2017
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2017:4913
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:3739
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2021:3770
- Zaaknummer
- C/01/315161 / HA ZA 16-759
Inhoudsindicatie
contractsoverneming conform algemene bankvoorwaarden bank?. Geen geldige overdracht afdeling bijzonder beheer aan derde
Uitspraak
vonnis
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/315161 / HA ZA 16-759
Vonnis van 20 september 2017
in de zaak van
[eiser]
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. P.H.J. Körver te 's-Gravenhage,
tegen
de naamloze vennootschap
F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
gedaagde,
advocaat mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiser] en Van Lanschot genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 25 januari 2017
- -
-
het proces-verbaal van comparitie van 22 juni 2017.
Ten slotte is vonnis bepaald.
De enkelvoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer. Op de comparitie hebben partijen er al mee ingestemd dat bij een dergelijke verwijzing geen nieuwe comparitie zal plaatsvinden.
2 De feiten
De volgende feiten zijn door de ene partij gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende betwist en blijken uit de overgelegde stukken.
[eiser] is eigenaar van meerdere verhuurde onroerende zaken in Den Haag en Scheveningen. Hij is voor zijn inkomen voor een groot deel afhankelijk van de huuropbrengsten (prod. 1 [eiser] ). In 2008 en 2009 sloot [eiser] ten behoeve van zijn vastgoedinvesteringen kredieten af bij Van Lanschot. Van Lanschot verkreeg daarbij eerste hypotheekrechten op de door haar ge(her)financierde huurpanden en pandrechten op de huuropbrengsten uit die panden.
Vanaf 2009 was [eiser] niet in staat om de rente en aflossingen op de kredieten bij Van Lanschot volledig te voldoen. Van Lanschot heeft diverse malen uitstel van betaling verleend en ook verhoogde zij de kredietfaciliteit een aantal keren met het bedrag van de achterstand. In november 2011 bracht Van Lanschot daarom de kredietrelatie met [eiser] onder bij haar afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van Corporate Banking (hierna de afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed). Op 18 februari 2015 verleende [eiser] aan Van Lanschot een notariële volmacht om de huurpanden voor 80% van de marktwaarde te verkopen (prod. 14 Van Lanschot). Het aan [eiser] verleende krediet werd door Van Lanschot voor het laatst aangepast bij kredietbrief van 5 juni 2015 (prod. 2 [eiser] ). In deze kredietbrief werd aan [eiser] één krediet in rekening-courant verleend met een kredietlimiet van € 4.487.500, waarop [eiser] vanaf 1 juli 2015 maandelijks € 11.000 per maand moest aflossen. Dit krediet verving alle eerder verstrekte geldleningen, die daarmee werden afgelost.
Op 6 augustus 2015 bracht Van Lanschot een persbericht uit (prod. 7 [eiser] ), waarin zij mededeelde:
“Van Lanschot heeft een overeenkomst bereikt met een dochter van Cerberus Capital Management LP over de verkoop van een deel van de portefeuille met zakelijke vastgoedleningen. Cerberus neemt een portefeuille met non-performing vastgoedleningen over met een nominale waarde van ruim € 400 miljoen. Met deze stap versnelt Van Lanschot de in 2013 aangekondigde afbouw van de zakelijke kredietportefeuille, die niet langer tot de kernactiviteiten behoort. (...)”
Bij brief van 6 augustus 2015 (prod. 16 Van Lanschot) deelde Van Lanschot aan [eiser] mede dat zijn leningen behoorden tot het deel dat aan Cerberus Capital Management zou worden overgedragen.
In een akte van 30 september 2015 (gedeeltelijk overgelegd als prod. 18 Van Lanschot) droeg Van Lanschot haar portefeuille met zakelijke vastgoedleningen van niet-presterende klanten over aan Promontoria Holding 107 B.V. (hierna Promontoria). Van Lanschot droeg daarbij ook haar rechten en verplichtingen uit de laatste kredietovereenkomst van 5 juni 2015 met [eiser] over aan Promontoria. Aan [eiser] werd geen toestemming gevraagd voor die contractsoverneming. In dezelfde akte was ook een cessie opgenomen, waarin Van Lanschot onder meer haar vorderingen op [eiser] aan Promontoria over droeg.
Op de kredietovereenkomst tussen [eiser] en Van Lanschot zijn algemene voorwaarden van Van Lanschot van toepassing die gelijkluidend zijn aan de Algemene Bankvoorwaarden van de Nederlandse Vereniging voor Banken (hierna ABV). Artikel 36 ABV luidt:
“Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt, voor het geval van (gedeeltelijke) overdracht van de onderneming van de bank, er bij voorbaat medewerking aan verleend dat zijn rechtsverhouding met de bank in het kader van die (gedeeltelijke) overdracht (gedeeltelijk) op een derde overgaat.”
In de toelichting op de ABV is bij artikel 36 vermeld:
“Wij kunnen onze onderneming (deels) overdragen aan een ander. Ook producten of diensten die u van ons afneemt kunnen mee overgaan. U wordt dan klant van degene die onze onderneming (deels) overneemt.
Het kan gebeuren dat wij onze onderneming (deels) willen overdragen aan een ander. Mogelijk willen wij dan ook de rechtsverhouding mee overdragen die wij met u hebben uit een overeenkomst met u. U verleent nu alvast uw medewerking hieraan. Wij geven een voorbeeld:
Wij dragen onze activiteiten over aan een andere bank. Dit kan betekenen dat overeenkomsten die wij met u hebben mee overgaan naar die andere bank. U krijgt hiervan een mededeling en wordt dan klant van die andere bank.”
Promontoria is volgens haar website betrokken bij de verwerving van vastgoed. Promontoria beschikt niet over vergunningen voor het verlenen van kredieten, maar maakt gebruik van een vrijstelling op grond van artikel 3 Vrijstellingsregeling Wft door Capita Banking and Debt Solutions (Netherlands) B.V. (hierna Capita) aan te stellen als beheerder van de door Van Lanschot overgedragen kredietovereenkomsten. Capita, die op 5 augustus 2015 werd opgericht, beschikt over een vergunning voor bemiddeling in hypothecair krediet. Na de overdracht aan Promontoria werd de afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van Van Lanschot opgeheven. Aan de zeven medewerkers van die afdeling werd aangeboden bij Capita in dienst te treden, welk aanbod twee medewerkers hebben geaccepteerd. Een andere afdeling Bijzonder Beheer van Van Lanschot verzorgt het beheer van kredieten aan de resterende klanten met zakelijke vastgoedleningen die pas na de overdracht in de categorie niet-presterende klanten zijn gaan vallen.
Van Lanschot stelde [eiser] bij brief van 7 oktober 2015 op de hoogte van de contractsovername en de cessie.
[eiser] voldeed tot aan de overdracht op 30 september 2015 aan Promontoria jegens Van Lanschot aan zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst van 5 juni 2015. Na de overdracht betaalde [eiser] noch de verschuldigde rente, noch de overeengekomen aflossingen aan Promontoria..
Bij brief van 11 augustus 2016 deelde Capita aan [eiser] mee dat Capita namens Promontoria een beroep deed op de door Van Lanschot aan Promontoria overgedragen pandrechten op de huuropbrengsten omdat [eiser] niet voldeed aan zijn verplichtingen jegens Promontoria. Die huuropbrengsten worden sindsdien rechtstreeks aan Promontoria betaald. Promontoria is voornemens de huurpanden uit te winnen maar wacht daarmee tot na deze en andere procedures.
3 Het geschil
[eiser] heeft op de comparitie zijn eis gewijzigd. Van Lanschot heeft tegen een deel van die eiswijziging bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft dat bezwaar gegrond verklaard. Na de eiswijziging zoals die is toegestaan, vordert [eiser] (samengevat) om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de contractsoverneming door Promontoria en de cessie aan Promontoria primair nietig te verklaren en subsidiair te vernietigen, dan wel meer subsidiair te verklaren voor recht dat die contractsoverneming en cessie onrechtmatig zijn,
II. voor recht te verklaren primair dat Van Lanschot door middel van de contractsoverneming en cessie onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, en (meer) subsidiair dat Van Lanschot als gevolg van de contractsoverneming dan wel cessie een onrechtmatige daad heeft gepleegd.
III. Van Lanschot te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade vermeerderd met rente, op te maken bij staat.
[eiser] legt aan die vorderingen (samengevat) het volgende ten grondslag:
1) Van Lanschot heeft in strijd gehandeld met artikel 36 ABV omdat:
a) het artikel alleen ziet op overname door een andere bank;
b) contractsoverneming ex artikel 36 ABV naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is;
c) Van Lanschot haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden omdat Promontoria geen acceptabele partij is die over de benodigde wettelijke vergunningen beschikt en Capita slechts als doorgeefluik gebruikt;
d) de cessie onrechtmatig is omdat [eiser] daardoor in een slechtere positie komt.
2) Van Lanschot heeft geen onderneming overgedragen in de zin van artikel 36 ABV.
3) Van Lanschot heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgplicht door de besprekingen over afkoop van het krediet door [eiser] tegen de taxatiewaarden van zijn panden abrupt af te breken en [eiser] uit te leveren aan Promontoria. Na de overdracht is [eiser] is door Promontoria uitgenodigd voor een bespreking op 29 oktober 2015.
Promontoria (Capita) stelde hem voor de keuze om het krediet binnen zes maanden af te lossen, dan wel dit te herfinancieren binnen zes maanden òf uitwinning door Promontoria.
4) Artikel 36 ABV is jegens [eiser] als consument een onredelijk bezwarend beding en daarom vernietigbaar, omdat voor een bank een bijzondere zorgplicht geldt die voor een derde als Promontoria niet geldt.
Van Lanschot voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.