Home

Rechtbank Oost-Brabant, 27-11-2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:6594, C/01/336491 / EX RK 18-137

Rechtbank Oost-Brabant, 27-11-2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:6594, C/01/336491 / EX RK 18-137

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27 november 2018
Datum publicatie
15 januari 2019
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2018:6594
Zaaknummer
C/01/336491 / EX RK 18-137

Inhoudsindicatie

Verzet tegen voorgenomen splitsing, verzoekster niet-ontvankelijk verklaard, verzet opgeheven.

Uitspraak

beschikking

Civiel recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rekestnummer: C/01/336491 / EX RK 18-137

Beschikking van 27 november 2018

in de zaak van

Supermarkt [verzoekster] B.V., gevestigd te Eemnes,

verzoekster,

advocaten: mr. M.C. Franken-Schoemaker en mr. A.W. Dolphijn,

tegen

Sligro Food Group Nederland B.V., gevestigd te Veghel,

en

Emté Oudewater B.V. i.o., te vestigen in Veghel,

advocaten: mr. M.V.A. Heuten en mr. K.W. van der Graaf.

en

Emté Holding B.V. , gevestigd te Veghel,

advocaten: mr. H.J.P. Bleijerveld, mr. R.G.J. de Haan, mr. M. Keuper, mr. G.C. Linse, mr. T. Minovic en mr. E.G. Tekcan,

tezamen verweersters,

Verzoekster wordt hierna “ [verzoekster] ” genoemd. Verweersters worden hierna respectievelijk, “SFG”, “Emté Oudewater i.o.” en “Emté Holding” en gezamenlijk “SFG c.s.” genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, d.d. 23 juli 2018, met producties;

- het verweerschrift van SFG en Emté Oudewater i.o., d.d. 11 september 2018, met producties;

- het verweerschrift van Emté Holding, d.d. 11 september 2018;

- producties A tot en met Y, overgelegd door verzoeksters per brief d.d. 13 september 2018;

- een fax van verzoekster d.d. 17 september 2018 met voorstellen tot het gelasten van waarborgen;

- de mondelinge behandeling op 18 september 2018;

- de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van 18 september 2018 zijdens partijen overgelegde pleitnotities, alsmede de van die behandeling opgemaakte aantekeningen van de griffier.

Daarnaast is door de rechtbank op 5 september 2018 een fax ontvangen van Emté Holding, waarop door verzoeksters is gereageerd bij faxen d.d. 10 en 12 september 2018.

2 De feiten

2.1.

SFG heeft op 21 juni 2018 negentien voorstellen tot splitsing, zijnde afsplitsingen in de zin van artikel 2:334a lid 3 BW gedeponeerd ten kantore van het handelsregister op grond van artikel 2:334h BW (hierna: de Sligro splitsingen), waaronder een voorstel waarbij SFG geldt als splitsende vennootschap en Emté Oudewater i.o. als verkrijgende vennootschap.

2.2.

SFG is een holdingmaatschappij van een groep foodservicebedrijven in Nederland en België, waartoe tot 2 juli 2018 ook de supermarktformule Emté (hierna: Emté-formule) behoorde. SFG hield alle aandelen in het kapitaal van Emté Holding en daarmee indirect ook de aandelen van in het kapitaal van de dochtervennootschappen Emté Franchise B.V. en Emté Supermarkten B.V. (hierna respectievelijk Emté Franchise en Emté Supermarkten). Emté Franchise is franchisegever van de Emté-formule. Op 2 juli 2018 vond de overdracht plaats van de aandelen in het kapitaal Emté Holding (hierna: de transactie) aan een consortium vennootschap van Jumbo en Coop, te weten J&C Acquisition Holding B.V. (hierna: het consortium).

2.3.

[verzoekster] exploiteert een supermarkt met gebruik van de Emté-formule op grond van een franchiseovereenkomst d.d. 19 oktober 2011, die zij heeft gesloten met Emté Franchise. De rechthebbende op het winkelpand in Oudewater is Coop Vastgoed B.V. of Stichting De Vijf Provinciën, die het pand verhuurt aan Emté Holding, die het doorverhuurt aan Emté Franchise, die het doorverhuurt aan SFG, die het weer doorverhuurt aan de uiteindelijke gebruiker van het winkelpand, [verzoekster] .

2.4.

SFG is na de transactie nog wel betrokken bij de Emté-formule omdat zij in veel gevallen als verhuurder partij is bij de huurovereenkomsten met de individuele franchisenemers. Het is volgens SFG haar bedoeling om haar betrokkenheid bij die huurovereenkomsten te beëindigen. In het kader hiervan beoogt SFG middels de Sligro-splitsingen de huurovereenkomsten af te splitsen. In het onderhavige geval zal Emté Oudewater i.o. het winkelpland te Oudewater huren van Emté Franchise en het pand doorverhuren aan [verzoekster] . SFG wenst na het afronden van de splitsingen de aandelen in het kapitaal van de achttien op te richten vennootschapen over te dragen aan (een vennootschap binnen de groep van) het consortium.

2.5.

In de franchiseovereenkomst tussen Emté Franchise en [verzoekster] , is onder meer bepaald:

Artikel 16 Huurrechten

1. De Huurovereenkomst dient hierbij in zijn geheel als ingelast te worden beschouwd en is

onlosmakelijk verbonden met deze Franchiseovereenkomst.

2. Een toerekenbare tekortkoming in deze Franchiseovereenkomst zal worden beschouwd

als een toerekenbare tekortkoming in de Huurovereenkomst; een toerekenbare tekortkoming in de Huurovereenkomst zal worden beschouwd als een toerekenbare tekortkoming in de Franchiseovereenkomst.

3. In verband met het uitzonderlijke belang dat EMTÉ FRANCHISE heeft bij het behoud

van vestigingspunten voor haar organisatie, is EMTÉ FRANCHISE uitsluitend bereid het

Gehuurde aan Ondernemer te verhuren voor de periode gedurende welke Ondernemer

samenwerkt met EMTE FRANCHISE. Ondernemer is hiervan op de hoogte en verklaart

hierbij dat Ondernemer voornoemde voorwaarde accepteert.

4. In geval van beëindiging van de Franchiseovereenkomst, op welke grond dan ook, zal

daarom ook de Huurovereenkomst per dezelfde datum een einde nemen, zonder dat

daarvoor een separate opzegging zal zijn vereist.

5. Indien de Franchiseovereenkomst wordt opgezegd dan wel ontbonden of op andere wijze eindigt, geldt de opzegging c.q. ontbinding van de Franchiseovereenkomst tevens als

opzegging respectievelijk ontbinding respectievelijk einde van de Huurovereenkomst. In

voornoemd geval eindigt de Huurovereenkomst zonder inachtneming van een opzegtermijn tegelijkertijd met de Franchiseovereenkomst en dient het Gehuurde tegen het einde

van de Huur- en Franchiseovereenkomst leeg en ontruimd opgeleverd te worden.

2.6.

Op 23 juli 2018 heeft [verzoekster] verzet ingesteld tegen het voorstel tot juridische splitsing in het kader van (een van) de Sligro splitsingen.

2.7.

Op 27 juli 2018 zijn de navolgende zeven voorstellen tot splitsing gedeponeerd (hierna: de Emté splitsingen):

1. Emté Franchise B.V. als afsplitsende vennootschap en Coop Activa 2 B.V. als op te richten vennootschap;

2. Emté Franchise B.V. als afsplitsende vennootschap en Emté J. Supermarkten 2 B.V. als op te richten vennootschap;

3. Emté Holding B.V. als afsplitsende vennootschap en Emté J. Supermarkten 1 B.V. als op te richten vennootschap;

4. Emté Holding B.V. als afsplitsende vennootschap en Coop Activa 1 B.V. als op te richten vennootschap;

5. Emté Supermarkten B.V. als afsplitsende vennootschap en Emté J. Supermarkten B.V. als op te richten vennootschap;

6. Emté Supermarkten B.V. als afsplitsende vennootschap en Coop Activa 4 B.V. als op te richten vennootschap;

7. Emté Supermarkten B.V. als afsplitsende vennootschap en Coop Activa 3 B.V. als op te richten vennootschap.

2.8.

Tegen de Emté splitsingen is geen separaat verzoekschrift tot verzet ingesteld.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Tegen de (af)splitsing van de huurovereenkomst tussen SFG en [verzoekster] is door [verzoekster] verzet aangetekend op grond van artikel 2:334l lid 1 BW.

3.2.

[verzoekster] voert - kort samengevat - het volgende aan.

Het voorstel tot splitsing dient overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:334f lid 2 sub d BW een beschrijving te bevatten aan de hand waarvan nauwkeurig kan worden bepaald welke vermogensbestanddelen van de splitsende rechtspersoon zullen overgaan op elk van de verkrijgende rechtspersoon. Deze omschrijving ontbreekt echter.

Verder stelt [verzoekster] dat er sprake is van een gemengde, althans samengaande rechtsverhouding ten aanzien van de huur- en franchiseverhouding, ondanks dat die rechtsverhouding strikt formeel met verschillende entiteiten gesloten zijn. De voorgenomen splitsing is niet toegestaan, omdat het doel, althans het gevolg, is dat zij (Rb lees: de deling van) de thans bestaande ondeelbare rechtsverhouding tot het gebruik van de Emté-formule in strijd met de huur- en franchiseovereenkomsten en het recht bewerkstelligt. [verzoekster] verwijst in dit verband naar artikel 2:334j BW. Zij voert in dit verband aan dat door de overname door het consortium de controle van de Emté-formule in handen ligt van Jumbo en Coop en dat de circa 130 Emté supermarkten ofwel een Jumbo supermarkt ofwel een Coop supermarkt zullen worden. Daarmee zouden de verplichtingen uit de huur- en franchiseovereenkomsten tussentijds niet meer nagekomen kunnen worden en de franchisenemers gedwongen worden een overstap te maken naar de formule van Jumbo dan wel Coop, met alle kosten van dien voor de franchisenemers.

Tot slot levert de beoogde splitsing strijd op met artikel 2:334k BW, waarin is bepaald dat ten minste een van de splitsende rechtspersonen zekerheid moet stellen of een andere waarborg moet geven voor iedere schuldeiser van deze partijen die dat verlangt ter voldoening van zijn of haar vordering. Een belangrijke vordering van [verzoekster] op SFG c.s. is de nakoming van de verplichting tot het ter beschikking stellen van de Emté-formule. De beoogde splitsing bewerkstelligt echter dat voor de duur van de looptijd van de genoemde overeenkomsten de Emté-formule niet gewaarborgd is. Openlijk delen Sligro, Jumbo en Coop immers mede dat de Emté-formule zal ophouden te bestaan en de vestigingspunten onder de vlag van Jumbo of Coop voort zullen gaan. Op grond van het voorafgaande dient het verzet volgens [verzoekster] gegrond te worden verklaard met een veroordeling van SFG c.s. in de proceskosten.

3.3.

SFG en Emté Oudewater i.o. voeren - kort samengevat - het volgende verweer.

SFG heeft een volledig splitsingsvoorstel ingediend, inclusief de omschrijving van de vermogensbestanddelen die overgaan op Emté Oudewater i.o., waarmee is voldaan aan de wettelijke vereisten zoals vermeld in artikel 2:334h BW. Los daarvan kan het niet voldoen aan deze wettelijke vereisten niet leiden tot een gegrond verzet, waarbij wordt verwezen naar artikel 2:334l BW. Ook wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2:334j BW: de huurovereenkomst als rechtsverhouding gaat in haar geheel over en [verzoekster] heeft ook na de splitsing daarvan ten aanzien van de huurovereenkomst nog steeds met één wederpartij te maken. De afspraken omtrent het ter beschikking stellen van de Emté-formule zijn neergelegd in de franchiseovereenkomst, die [verzoekster] heeft gesloten met Emté Franchise. SFG is daarbij geen partij. Van SFG kan dan ook geen waarborg worden verlangd in de zin van artikel 2:334k BW. Het verzet dient daarom ongegrond te worden verklaard.

3.4.

Emté Holding voert - kort samengevat - het volgende verweer. Emté Holding is geen partij bij het splitsingsvoorstel waartegen [verzoekster] verzet heeft aangetekend. [verzoekster] dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzet jegens Emté Holding, waarbij is verwezen naar artikel 2:334l BW. Mocht [verzoekster] in haar verzet ontvankelijk worden verklaard dan dient het verzet vanwege de hiervoor genoemde reden ongegrond te worden verklaard: Emté Holding is immers geen partij bij de splitsing. Het verzet kan ook geen betrekking hebben op de voorgenomen Emté splitsingen, omdat de voorstellen daartoe zijn gedeponeerd nadat de verzetstermijn tegen de Sligro splitsingen was verlopen en na datering en indiening van het verzetschrift van [verzoekster] Ook zien de Emté splitsingen op andere activa dan de Sligro splitsingen, zodat ook hierdoor geen grond bestaat voor het betrekken van Emté Holding in deze verzetsprocedure. Voor zover de rechtbank oordeelt dat Emté Holding wel partij is bij het splitsingsvoorstel van SFG, sluit zij zich aan bij het verweer van SFG.

3.5.

Op wat partijen over en weer verder nog hebben aangevoerd zal - voor zover van belang - bij de beoordeling nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing