Home

Rechtbank Oost-Brabant, 28-08-2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:5001, 19/324

Rechtbank Oost-Brabant, 28-08-2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:5001, 19/324

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28 augustus 2019
Datum publicatie
28 november 2019
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2019:5001
Zaaknummer
19/324

Inhoudsindicatie

Bestuursrecht

Uitspraak

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 19/324

(gemachtigde: A. Oosters),

en

(gemachtigde: I. Cramer).

Procesverloop

Bij beschikking van 28 februari 2018, vervat in een op die datum gedagtekend aanslagbiljet, heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2017, voor het kalenderjaar 2018, vastgesteld op € 342.000. In dit geschrift is tevens de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2018 bekend gemaakt.

Bij uitspraak op bezwaar van 17 december 2018 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2019. Namens de gemachtigde van eiser is [naam] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Partijen zijn ter zitting bij wijze van compromis overeengekomen dat de waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2017, voor het kalenderjaar 2018, moet worden vastgesteld op € 325.000. Tevens zijn partijen overeengekomen dat verweerder de door eiser gemaakte kosten in bezwaar en beroep als volgt vergoedt: 1 punt voor het indienen van een bezwaarschrift, 1 punt voor de hoorzitting met een waarde per punt van € 254 en een wegingsfactor 1, 1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1⁄2), alsmede de door hem gemaakte taxatiekosten (van € 256,52 inclusief BTW) en het griffierecht ten bedrage van € 46.

  2. Omdat er geen geschil tussen partijen meer resteert, heeft eiser geen procesbelang bij een rechterlijk oordeel over de bestreden uitspraak. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Boekhorst, rechter, in aanwezigheid van

M. Brok, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 28 augustus 2019.

De griffier is verhinderd rechter

deze uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel