Home

Rechtbank Oost-Brabant, 26-08-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4166, C/01/317834 / HA ZA 17-132

Rechtbank Oost-Brabant, 26-08-2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:4166, C/01/317834 / HA ZA 17-132

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26 augustus 2020
Datum publicatie
31 augustus 2020
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2020:4166
Formele relaties
Zaaknummer
C/01/317834 / HA ZA 17-132

Inhoudsindicatie

Faillissementspauliana art. 42 Fw. Curatoren vorderen vernietiging van een samenstel van rechtshandelingen dan wel van één van die rechtshandelingen. Vernietiging van het samenstel is niet mogelijk, omdat niet alle betrokkenen zijn gedagvaard. Bij een samenstel van rechtshandeling kan ook alleen de rechtshandeling worden vernietigd die het samenstel schraagt, als daarmee de benadeling ongedaan gemaakt kan worden. De rechtshandeling waarvan de curatoren vernietiging vorderen, is echter niet die schragende rechtshandeling.

Uitspraak

vonnis

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/317834 / HA ZA 17-132

Vonnis van 26 augustus 2020

in de zaak van

1 MR. JAN EVERT STADIG

kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,

2. MR. PHILIP WILLEM SCHREURS

kantoorhoudende te Eindhoven,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CERENTINO B.V., statutair gevestigd te Eindhoven,

eisers,

advocaat mr. M.W.M. Nijland-van Oorsouw te 's-Hertogenbosch,

tegen

de naamloze vennootschap

CRESCENDO BELGIUM N.V.,

gevestigd te Brussel, België,

gedaagde,

advocaat mr. P.T.F. Langerak te Alphen aan den Rijn.

Partijen zullen hierna de curatoren en Crescendo genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 21 november 2018, waarbij een comparitie van partijen is bevolen die niet is doorgegaan

-

de conclusie van repliek

-

de beslissing van de rolrechter dat het recht van Crescendo is vervallen om te mogen concluderen voor dupliek

-

het verzoek van Crescendo om te mogen pleiten

-

de door de curatoren en Crescendo toegezonden stukken voor hun pleidooien, die op de eerst geplande datum niet zijn doorgegaan

-

de akte houdende wijziging van eis ex art. 130 Rv van de curatoren

-

de antwoordakte inzake eiswijziging van Crescendo

-

de rolbeslissing van 18 december 2019, waarin het door Crescendo gemaakte bezwaar tegen de eiswijziging is verworpen

-

de akte verweer tegen gewijzigde eis van Crescendo

-

de akte inbreng nadere producties ten behoeve van pleidooi van Crescendo

-

de nadere producties van de curatoren voor hun pleidooi

-

de pleidooien aan de hand van de schriftelijke pleitnota’s van de curatoren en van Crescendo.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Inleiding

2.1.

Cerentino behoort tot het concern van de heer [A] (hierna [A] ). Cerentino is op 24 mei 2011 gefuseerd met haar dochter Trivero B.V. (hierna Trivero). In deze inleiding zal de rechtbank beiden Cerentino noemen.

2.2.

Cerentino was eigenaar van een woning in [woonplaats] ( [land] ), waarvan de waarde was getaxeerd op € 6.600.000,. Daarnaast was Cerentino grootaandeelhouder in de Belgische vennootschap Crescendo. Op 2 mei 2011 droeg Cerentino (toen nog Trivero) de eigendom van de woning over aan Crescendo bij wijze van inbreng in natura. In ruil daarvoor nam Crescendo de hypothecaire geldleningen over en gaf zij nieuwe aandelen uit die zij aan Cerentino toekende. Die nieuwe aandelen hadden dezelfde waarde als de overwaarde van de woning van € 4.566.874,91.

2.3.

Op of rond 22 juli 2011 (21⁄2 maand na de inbreng) werden de volgende rechtshandelingen verricht:

1) Cerentino verkocht en leverde al haar aandelen in Crescendo aan Stichting De Vijf Musketiers (hierna De Vijf Musketiers) voor een koopprijs van € 4.628,823,50; die koopprijs werd feitelijk niet betaald maar omgezet in een geldlening van Cerentino aan De Vijf Musketiers; in De Vijf Musketiers worden de belangen behartigd van de vijf kinderen van [A] en zijn partner mevrouw [B] (hierna [B] );

2) Cerentino droeg de vordering op De Vijf Musketiers voor dezelfde prijs van € 4.628,823,50 over aan Berzona B.V. (hierna Berzona), die ook behoort tot het [A] -concern; die prijs werd omgezet in een rekening courant-vordering van Cerentino op Berzona; De Vijf Musketiers verklaarde in deze akte dat deze cessie aan haar was meegedeeld;

3) Berzona cedeerde de vordering op De Vijf Musketiers aan [A] voor dezelfde prijs; die prijs werd verrekend met een vordering van [A] op Berzona;

4) de vordering van [A] op De Vijf Musketiers werd verrekend met een schuld die [A] aan De Vijf Musketiers zou hebben (die door de curatoren wordt betwist).

2.4.

Berzona werd op 7 april 2015 (bijna vier jaar later) failliet verklaard, waardoor de vordering van Cerentino op Berzona oninbaar werd. Cerentino werd op 22 april 2015 failliet verklaard. Ook [A] werd failliet verklaard.

2.5.

De curatoren stellen dat sprake is van een paulianeus samenstel van rechtshandelingen dat erop gericht was om de schuldeisers van Cerentino te benadelen door de woning in [woonplaats] uit het vermogen van Cerentino te laten verdwijnen zonder dat Cerentino daarvoor een koopprijs ontving en de woning te verplaatsen naar het vermogen van De Vijf Musketiers zonder dat De Vijf Musketiers daar feitelijk iets voor hoefde te betalen. De curatoren hebben daarom (een deel van) de rechtshandelingen schriftelijk vernietigd op grond van artikel 42 van de Faillissementswet (hierna Fw), de zogenaamde faillissementspauliana. Artikel 42 Fw houdt in dat een curator ten behoeve van de failliete boedel elke rechtshandeling kan vernietigen die de failliet vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht en waarvan de failliet wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn.

2.6.

De curatoren vorderen een verklaring voor recht dat de rechtbank vaststelt dat die buitengerechtelijke vernietiging terecht was althans dat de rechtbank de rechtshandelingen zelf vernietigt, en wel:

- primair het hele samenstel van rechtshandelingen;

- subsidiair alle rechtshandelingen van het samenstel waarbij Cerentino partij was;

- meer subsidiair de inbreng van de woning in [woonplaats] (waarmee de curatoren blijken te doelen op de overeenkomst tussen Cerentino en Crescendo waarop die inbreng was gebaseerd; de inbreng zelf is een verplichte rechtshandeling).

Daarnaast vorderen de curatoren te bepalen dat de restantopbrengst van de woning in [woonplaats] (die inmiddels door de hypotheekhouder is verkocht) aan Cerentino toekomt.

2.7.

Crescendo betwist de vorderingen van de curatoren.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing